04-04-2013

* 888.2 kg / 1





* 888.2 kg / 1









































[..]

Tiresias
Ach, erg is 't wijs te zijn, waar het den wijze geen voordeel brengt.
En dàt ontging mij thans, als wist ik het; 'k was anders niet gekomen

[..]

Oedipus
Want spreek, waar zijt ge [Tiresias] als ziener te vertrouwen?
Waarom toen het gedrocht [de sfinx] zijn raadslen zong, spraakt gij
't bevrijdend woord niet voor de burgers?
Maar ja, een raadsel kan niet eender wie oplossen, want dat vergde
zienerskunst. Waarvan dan bleek dat gij ze niet bezat door vogels
of uit god. Ik, Oedipus, de man die niets weet, kwam en stelde daar
een einde aan. Want ik had kennis, ja, maar niet geleerd van vogels

[..]

Koor
Arm geslacht van mensenkindren, zal ik niet, uw leven lang, stellen
u met niets gelijk? Wie toch, welke mens kan halen meer geluk dan
schijngeluk, — schijn die in de nacht verzinkt? Staat uw voorbeeld
mij voor ogen, Oedipus, uw zielig lot, — neen, dan kan ik als geluk
niets dat sterfelijk is nog prijzen

[..]

Bode
Hij rukt de gouden gesp los, die haar kleed te zamen hield, en die
haar opsmuk was. Die heft en slaat hij in zijn ogenronding al roe-
pende: "Neen, dàt ziet gij niet meer, al 't kwaad dat ik doorstond
of dat ik deed". Maar in het duister zouden zij voortaan hen zien,
die hij niet mocht; maar hen die hij had willen zien, zoûn zij niet
meer erkennen! Een vloekzang was 't, en steek op steek, niet ééns,
spert hij zijn ogen open, slaat en slaat. Het rode bloed der ogen
verfde zijn baard en komt in druppelen, niet opgepereld maar gut-
send lijk een zwarte regenvlaag, — een hagelslag van bloed

[..]

Oedipus
Wat is er nog voor mij te zien of lief te hebben? Wie nog zegt het
woord dat bij het horen vreugde schaft, mijn vrienden? Kom, voert
mij uit dit land ver weg, en doet het snel! O vrienden, voert mij
weg, de diep rampzalige, de meest gevloekte en die daarbij van
alle mensen den goden 't meest gehaat is

[..]

Creon
Naar vroom gebruik zullen alleen verwanten de misdaad der verwanten
zien en horen

[..]

Oedipus
Laat me in de bergen wonen, in mijn rijk, op de Cithaeron, die mijn
moeder en mijn vader mij destijds als graf bestemden, dat ik mag
sterven lijk 't hun wens ook was

[..]


(Sophocles, Koning Oedipus, vert. E. De Waele, 1979, 24, 27, 57, 61, 63, 66, 67)






"zodat ik vrij kan horen wie ik ben"







































Geen opmerkingen:

Een reactie posten