31-03-2011

unser



© Gabriel Hartley





























unser


unser lieber kleiner
Weber - beim  S c h e i n


nähend
nähend


zickz@ck nähend



je liegt en je filtert








30-03-2011

went



© Luc Tuymans, Chalk, 2005





























and the sun


and the sun bare of leaves went bang



28-03-2011

the crowning point of the body (Mulisch' nauwsluitende dekseltjes)



© Luc Tuymans































de aanslag. van Mulisch. van Harry die als 4-jarige in de Berlijnse Tiergarten verdwaalt en daar [naar eigen zeggen] zijn schrijven aan ontleent. van Harry die als 9-jarige zijn ouders uit elkaar ziet gaan. de aanslag waarin een aanslag wordt gepleegd, die de aanleiding vormt tot een who-did-it-relaas, met de gelukkige nuance dat begrippen als goed, kwaad en schuld nogal ingewikkeld liggen. naast de hamvraag "was iedereen schuldig of onschuldig? was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig", 252, staat de these "iedereen heeft gedaan, wat hij heeft gedaan en niet iets anders", 47, 220. de handeling primeert.

deze aanslag leest vlot, net iets te vlot bij gebrek aan diepgang. je struikelt nauwelijks. je wordt evenmin genoodzaakt het boek opzij te leggen om enigma of psychisme te verteren, te bevragen. geen wonder dat er meer dan een miljoen aanslagen over de toonbank zijn gegaan.

het motto van de aanslag luidt [terecht]: "overal was het dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht". de handelingen worden bij daglicht netjes belicht, maar wat de protagonisten drijft blijft [grotendeels] vaag, een open vraag. je zou de personages die Mulisch ten tonele voert kunnen vergelijken met lege doosjes, onbewogen lege doosjes met een verzwaarde bodem [ze wankelen niet] en een nauwsluitend dekseltje [er komt gevoelsmatig niets in, er gaat gevoelsmatig niets uit]. wat er in dat standvastig gepantserd doosje omgaat blijft onbesproken.

de aanslag telt dan ook niet minder dan 41 helmen, hoeden en hoofddoekjes en 30 paar schoenen. tussen het standvastige steunvlak en de bedekte fontanellen: een gevoelsmatige leegte. zelfs in de slotzin ontbreekt de betekenaar schoen niet. "en met zijn hoofd een beetje schuin, als iemand die iets hoort in de verte, laat hij zich meenemen door de stad naar het vertrekpunt; met een korte beweging gooit hij zijn sluike grijze haar naar achteren, zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is", 254.

"als de grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: 'wat hebben wij niet allemaal nog achter ons?'", schrijft Mulisch treffend, 208. tijdens de lectuur van de aanslag, cover to cover, wringt de vraag: wat hebben Mulisch' haast onbewogen personages niet allemaal nog in zich, voorbij de handeling.



26-03-2011

@ quand même



© Geert de Smet























siempre

@

@

@ final




entonces

aaipink

vertaald

in aai.pink@why




entonces

mensz

vertaald

in szamen@ai




siempre

@

pas vraiment

@ final




mais @ quand même



25-03-2011

five corners je draait me de



© Monika Mausolf






























five


corners


je draai-t
me de haarwortels paars [o maagdenpruik]
aan weifelen vast  v.a.s.t  -
de haakjes aan de buitenkant


'handlung findet statt'


hoor je? het stolpt
de anti-anticlimax bolt een stolp
die je tot in
kamtsjatka boogt en daar overal -


het mishaagt denkers  j.e.d.o.c.h


aber doch! jij de man
de vis en het onderkaakje: geklemd
ik kom hard [zo is dat]
maar duurzaam voor de dag -


en hooggesloten: het onderkaakje


nog two corners to go - weg
[bleekveld] zo snel
is de ooghoek niet: o miniem kelkje
miniem vlekje van een soort -


het schepje naast de emmer o


miniem vlekkend kelkje van een soort
de climax boogt en daar vooral
als kameelzadel-
zand boog ik


je


draait me de



23-03-2011

non seulement ce n'est pas certain



© Steve Bishop






























yesz
no presence -
où qu'on aille où
qu'on soit: no presence


except


for the words - des mots masqu'
ulains you left [looking
for lost luggage] behind
the mirror:



22-03-2011

gla'mour



© Ansel Krut





























seks


u


a.l


I-teit


?




21-03-2011

the crowning point of the body (of de crowning hoed van Brassinga)

























in de diverse besprekingen van Brassinga's bundel 'ONTIJ ontij' lees ik onuitgesproken [uit beleefdheid of vanwege de haar reeds eerder toegekende prijzen, misschien, of ons kent ons?] verwarring. men weet het niet goed. Brassinga's pen is dan ook flip.flop en eigen.zinnig, en eigen.zinnig zaait nu eenmaal verwarring.


op het voorplat van 'ONTIJ ontij': Rousseau's Navire dans la tempête, een woelzeeschip met twee [twee] vlaggen, maar. het achterplat lijkt nog interessanter. op het achterplat kijkt Brassinga, getooid met hoed, de lezer prangend aan, alsof ze zegt: en nu jij. wel, dit is poëzie van klassieke allure, meldt de Volkskrant onder die prangende blik. klassieke allure? wat is dat? dit: kluizenaars zijn schoften? (35) nee toch?


Kluizenaars zijn schoften,
trek alle laden uit

tot liefzang is geturfd.
Speel, hoe leven klapwiekt en zal breken:

kraaimoeder, moeder van zweepdragers,
als cactusplanten zijn haar heupen,

de dampen hanglip euvel ingejaagd -
kijk oud kavalje lekt zich af.

Kluizenaars zijn luizen,
pas op, de heiland bijt!

Muziekend, hoogzwanger van hongerwee
de neuriënde hoedster van wijn en brood,

bron van ijspegels en salpeter.
Gevilde slangen kruipen uit het vocht.


voor zover ik de draagwijdte van klassiek juist inschat, weet ook de Volkskrant het precies niet [zo] goed. zeker als je Brassinga's omschrijving van geluk leest (26)


".. Geluk is een met zorg doodgeslagen vaars,
gistend karkas op een veilige plaats, vol
tierige bijen. Het zoet stroomt in de mond .."


in de mond, ja, maar vermits Brassinga op the crowning point of her body een grote zwarte [mannen-]hoed plaatst, mag het mij [dat mag u niet verwonderen] benieuwen wat een lezing van 'ONTIJ ontij' aan de hand van de betekenaar hoofddeksel geeft. blijkt: niet veel, eigenlijk. naast de hoed in Brassinga's vertaling van Bachmanns Verklaar mij, liefde: "Je hoed licht zich zacht, groet, zweeft in de wind, / je onbedekte hoofd, de wolken zijn er weg van, / je hart is elders in de weer ..", 60, vloeit er in dit bundel slechts één hoofddeksel uit Brassinga's pen, 9


Wandelend bij nacht onder de bomen
vanaf de oever liepen tot het water
aan de lippen stond en onze hoeden
op het maanlicht dreven hand in hand
wij door - had hartstocht iets bereikt
je kuste er nog beter dan aan land.


Brassinga's drijvende en Bachmanns onthoofde hoed - in schril contrast met de bezonnen hoedvastheid op het achterplat. net als de verschillende stijlen in het bundel te begrijpen als flip.flop? flip.flop sluit alleszins mooi aan bij Brassinga's omschrijving van poëzie (34)


".. Poëzie scheert langs alles
omdat het enkel het betasten kent
tijdens een val in het duister van haaienschubben en kreeftenscharen."





(Anneke Brassinga, Ontij, 2010)





Addendum: net nu ik beslis een lezing aan de hand van de betekenaars schoen, brood en vijgenblad overboord te gooien, verschijnt (Brassinga kent haar klassiekers) een vijgenblad, "Glimpt haar eerzaam eenzaam lampje / onder de wollen rokken van de nacht - ..", 20, 

een brood of drie, ".. Centraal straalt oplossing: lichte disfunctie / bij omfloerste begaanheid is stadsharts brood.", 51, ".. Vooruitscharrelen / is wat men moet zoeken te doen nu, nu / afgrond tot de afgrond roept: breek // waar daverend water stort, eet tranen / voor brood, reik als het hert naar de stroom ..", 27, ".. Muziekend, hoogzwanger van hongerwee / de neuriënde hoedster van wijn en brood ..", 35

schoeisel, ".. ook dan bloedt 't / in schoenen zinkend hart, want wie kan doen // wijken het gescheidene? ..", 26, ".. Straks moet je aanrijgen je schoen / en de honden terugjagen naar de marshoeves .. Rijg je schoen aan. / Jaag de honden terug ..", 59 (vertaling van Bachmanns De uitgestelde tijd), "Een bundel zon zwelt tussen rijen tanden / en rijgt zich dicht met veters / die schaduwen werpen op verre woestijnen ..", 34

en schoeisel via omissie, ".. In zondagse zonschijn raapt mens blootsvoets / met regenpak aan, huif over hoofd, alle, alle / duizenden afgevallen paardekastanjebloesems / van de stoep en werpt ze over 't parkhek stil ..", 49, ".. hoe wespen aan mijn naakte zolen zochten / het zoet en het zout ..", 54

net nu ik beslis



20-03-2011

moer bij vol



© Marisa Merz











































lucht
tussen vingers


de wilde sluip-t
uit verwilderd - wil wil


m o e r b e i v o l


mijn blik reikt
tot agchter


agchter tuinen
die ik omleid



19-03-2011

e.n.k.e.l



© Marisa Merz





























d i s c i p l i n e
waar chaos ophoudt -
krediet de c.r.u.x
van de kwestie, zeg je zeg je


wie!
snoeit de manen wie!
de v.o.o.r.j.a.a.r.s.h.a.a.g
achter beslagen


voorjaarsglas - de manen
niet eens weerbarstig b.a.r.s.t.t.e.n [confer
studie 1
studie 2 tot en zoveel - let wel


mét addendum: mors
waar de aardkorrel ophoudt] m.o.r.s 
please repeat [with me]:
s.t.e.r.i.e.l


- men kiest best
géén vereende woorden voor
discipline en the orange colour of her [maned]
mane dress with little flowers


18-03-2011

Schlüssel oder ist Schluss mit



© Semion Agroskin























zoals het klokje


dan kom je günstigen-  güns.tigs.ten.falls


op gang: zoals
het klokje t-huis. elders
herdefinieer je: t.h.u.i.s


waar mieren eeuwig
op de Möbius [der Modus
Möbii]. t-huis


besef je - you
raskal you - melting ice
does not reflect red rot


d.u.r.c.h  R.o.t schrap je zweiflammig aber zwei.fels-


oh.ne: klokhuis [en vindt -



07-03-2011

(one of the) 50 ways to use your portable head



© Rainer Fetting






















on est quand même un peu embêté



© Barry Flanagan, O'Rembrandt



























et lui
qui écrit


il faut pas sauter [deux]
sauter'elles
à la fois


et moi
qui répondra


il ne me reste
que le don
de [trois] gymnopédies


tandis que
moi lui













06-03-2011

wat aalbes gold-t



© Rainer Fetting





























wat aalbes gold-t
wat brom- en veenbraamt
wat vijg van melk van steenvrucht scheidt  dat?


de quantummechanische kat  dood?
en levend?
tegelijk? dood?


mare-
tak!
het hersenkruid zeg je


nacht-
egaal!
de hengels in lood


fout te verlangen 
dat out  out t-h e r e
loud instemt


verschil in
purper krimt krimt
de rek: erin eruit



05-03-2011

je hangt



© Rosemarie Trockel





























je hangt 


de arm af scheurt
de pootjes likt
de pootjes balbalt
een vuist
en sterft


en ontwaakt
daarvandaan
tot waar
volle front [met
volle front] toegang verlangt


tot lijm de ooghoek
uit-
gewreven zwak onaf-
gebroken de rek
erin eruit


je hangt [de pootjes]




04-03-2011

oQuest



© Monika Mausolf






















bloed in


het spel: bloed- [in]
-doorlopen woorden met voorrecht
zich niet te binden te hechten


als honde-n  in wording  hier


onder  onder buigzaam bloed
kan je schuilen: geen
chablis bij de vis - je kent


de varianten maar verknipt


de vleugels niet. en toch [hoe
anders dan bok en bunzing]
geen geur gewaar - in dat


kleine groene kantelhoekje




03-03-2011

soulier 68 - als de schoenen smelten moeten we terug



© Elise van Iterson





























in Hersenmutor, een verzameling van Oosterhoffs dichtbundels Boerentijger, 1990, De ingeland, 1993, (Robuuste tongwerken) een stralend plenum, 1997, Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 2002, wordt niet expliciet iets voor de schaamstreek gehouden (integendeel) en nog minder gegeten, wat resulteert in slechts één brood - wat dat ene brood "[..] De wereld ruikt naar koud brood [..]" (Nu. Of nooit, 165) uiter aard speciaal maakt. daarnaast is Tonnus [met lege maag weliswaar] wel schoen-, zool-, pantoffel- en laars- aards -geaard:




"Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht [..]"

(Geheim agent, 45)




"[..] Het grillig gevormde oppervlak
- pas op voor blauwig gas -
- als de schoenen smelten moeten we terug -
is de korst van respect en wantrouwen [..]"

(Het stadje is omringd, 65)




"[..] Zo dan slaap ook jij koningin van mijn hart
de tenen uit mijn pantoffels
Ik hou van je zoals er altijd iets rechts is van wat er links van is
zo hou ik

(ik op mijn tenen weg
komt mijn schrijfhand tussen de schuifdeur)"

(Slaap vergelijking liedje, 161)




"Uit je countrylaarzen altijd die raderschipgeur. 
Ik wil je vergaan. Ik roep inktwolken aan.
Uit de gele savannen breken zijstromen baan.
Ik sleep bruggen en boomstammen tot waar je scheurt [..]"

(Uit je countrylaarzen, 43)




"[..] Op van binnen intens vuile laarzen klabberen wij heen,
voelend bestaan. De eenvoud, de herhaling, het de tel kwijt.

Onderin de wasmand vangt een sok te zingen aan."

(Nemen we het meterhoge boompje, 125)




"zochten hem op
omdat lang niets vernomen hadden, zorgen maakten.
De bel weigerde dienst, liepen om, keken door het bijkeukenraam.
Hij was er niet; hij zat naast de schoffel, de laarzen,
hij had de handen om de knieën.'

toen hij doorhad wuifde hij.
'Doe open.' 'Nee, nee.' 'Toe, laat binnen. (Je ziet er goed uit.)'
Hij kwam overeind; wat (was hij) vermagerd.
Hij zocht de sleutel, kon die niet vinden, wees: voordeur.
Verdween door de binnendeur.

Buitenlangs, elkaar aanziend."

(zochten hem op, 107)




"[..] Dat haas al haar jongen levenslang in draagt,
ze slechts in de overvloedigste lentes laat lopen
is een legende. Daar is trouwens de zebra

waarop haan in het magere veld van zijn laarzen
al zijn zienswijzen met de wind mee verkondigt.
haan is al, haas is pas, maar des te gezwinder [..]"

(Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 181)



(Tonnus Oosterhoff, Hersenmutor, gedichten 1999-2005, 2005)









02-03-2011