En fraaier
Gootlicht, een mat oor, lastertRood spleen op de groei, giftig,Hoe graait elk en oogst enkelWat het naait of zeeft.Fraai helt ook mee, hier,En de spitshoorn gonst openEn de keutels [try out] slaan stoomEn de maag draait in het kind.
Mouw vlecht je aan kou, onderEen saai-rechts inschikkelijk,Aan besneden als merriesLauw gevild of verdraaid,Aan kooien nooit moeVan antwoord met overtoon,En vlecht het pseudo-Dieu blauwselDat mij wild paait rond de rest.
Want dit inschikken met ietsIs een taai ontkiemendeDie ik onwil zal noemen:Vlecht het lied in velIn spin-zijnd Ik-webDat ik tot vrouw zal vouwen -Hoog-nodig, geel-zweer-zacht, als schertsEen zwaai om quasi draaiend
© Paul Lorenz
Arrival
Morning, a glass door, flashes
Gold names off the new city,
Whose white shelves and domes travel
The slow sky all day.
I land to stay here;
And the windows flock open
And the curtains fly out like doves
And the past dries in a wind.
Now let me lie down, under
A wide-branched indifference,
Shovel faces like pennies
Down the back of the mind,
Find voices coined to
An argot of motor-horns,
And let the cluttered-up houses
Keep their thick lives to themselves.
For this ignorance of me
Seems a kind of innocence.
Fast enough I shall wound it:
Let me breathe till then
Its milk-aired Eden,
Till my own life impound it –
Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,
A style of dying only.
(Philip Larkin, 'Arrival', omstreeks 1950, in: Collected Poems, 2003)
30-12-2011
klank·pastiche op Larkins Arrival: En fraaier
28-12-2011
on la dit femme
23-12-2011
22-12-2011
20-12-2011
stoppen die doorslaan / verstaan
© Bep Scheeren
stoppen die doorslaanverstaan de verwonding
de zenuw ligt open (een tros in de vorm van verweerzin) en bloot
de bontromp telt woorden:een appelknie (knielend
in zand) en gewanden van binnen naar buiten (gevuist) (en gevuist)
[..]
mijn jeugd miste vleugelsof minstens wat veren
zelfs die wil ik kwijt, hoe gestenigd de meningen ook, en dooraderd
begraven (ik hoor je noggroeien) in aarde
gekoeld door het vet uit je mond, het gebed en dan blaas ik
"dan blaas ik het stamelenweg en doorader
de adem en leg de papaverstem (rechts van de fles) onderaan"
waar de ruggengraatstoppen die doorslaan
van buiten naar binnen verknoopt met een minus maal habens maal
16-12-2011
1 woord [kan volstaan
14-12-2011
13-12-2011
parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: Het rijgsnoer
© Adam Batchelor
voor adRiaan kRabbendam [met R op verzoek]
Het rijgsnoer
Nóg rijden rijdieren rondDe rotonde van rommel naar raadselVan raad naar rebels.
Maar de ratten die rivaliseren regerenEn hij die rokade als raad raffineerdeIs nu reduceerbaar reliëf, net geenRingspier met rimpels, riskanter dan roest.Nóg rijden rijdieren rond...
Het einde
Nog zweven liedren op den windEn gaan van mond tot mond,Van ouder op kind.
Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpenEn hij die ze er aan ontlokteIs nu een afgestompte, verstokteDronkaard geworden in de laatste dorpen.
Nog zweven liedren op den wind...
(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)
12-12-2011
11-12-2011
parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: De honger
© Mercuro B. Cotto
voor Piet Boekestijn
De honger
Nog dorst de onderste vreemdeEn vreet van beneden omhoogVan de lont naar de schoot.
Toch blijft het jij·woord gecapitonneerdEn het ego dat jou ooit ontknoopteBestaat nu (op grond van herhaling)Uit kwanta en quota, een hogere hemel.
Nog dorst de onderste vreemde...
Het einde
Nog zweven liedren op den windEn gaan van mond tot mond,Van ouder op kind.
Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpenEn hij die ze er aan ontlokteIs nu een afgestompte, verstokteDronkaard geworden in de laatste dorpen.
Nog zweven liedren op den wind...
(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)
09-12-2011
08-12-2011
07-12-2011
06-12-2011
Abonneren op:
Posts (Atom)











