30-12-2011

klank·pastiche op Larkins Arrival: En fraaier





En fraaier

Gootlicht, een mat oor, lastert
Rood spleen op de groei, giftig,
Hoe graait elk en oogst enkel
Wat het naait of zeeft.
Fraai helt ook mee, hier,
En de spitshoorn gonst open
En de keutels [try out] slaan stoom
En de maag draait in het kind.

Mouw vlecht je aan kou, onder
Een saai-rechts inschikkelijk,
Aan besneden als merries
Lauw gevild of verdraaid,
Aan kooien nooit moe
Van antwoord met overtoon,
En vlecht het pseudo-Dieu blauwsel
Dat mij wild paait rond de rest.

Want dit inschikken met iets
Is een taai ontkiemende
Die ik onwil zal noemen:
Vlecht het lied in vel
In spin-zijnd Ik-web
Dat ik tot vrouw zal vouwen -
Hoog-nodig, geel-zweer-zacht, als scherts
Een zwaai om quasi draaiend






© Paul Lorenz


























Arrival

Morning, a glass door, flashes
Gold names off the new city,
Whose white shelves and domes travel
The slow sky all day.
I land to stay here;
And the windows flock open
And the curtains fly out like doves
And the past dries in a wind.

Now let me lie down, under
A wide-branched indifference,
Shovel faces like pennies
Down the back of the mind,
Find voices coined to
An argot of motor-horns,
And let the cluttered-up houses
Keep their thick lives to themselves.

For this ignorance of me
Seems a kind of innocence.
Fast enough I shall wound it:
Let me breathe till then
Its milk-aired Eden,
Till my own life impound it –
Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,
A style of dying only.

(Philip Larkin, 'Arrival', omstreeks 1950, in: Collected Poems, 2003)




28-12-2011

on la dit femme




© Marcel van der vlugt













































"Van een vrouw zeggen dat ze vrouw is, is beledigend*. dat is structureel", Jacques-Alain Miller, Leven van Lacan, 2011


* la femme, on la dit femme, on la diffame [men beledigt haar]




20-12-2011

stoppen die doorslaan / verstaan




© Bep Scheeren





























stoppen die doorslaan
verstaan de verwonding

de zenuw ligt open (een tros in de vorm van verweerzin) en bloot

de bontromp telt woorden:
een appelknie (knielend

in zand) en gewanden van binnen naar buiten (gevuist) (en gevuist)

[..]

mijn jeugd miste vleugels
of minstens wat veren

zelfs die wil ik kwijt, hoe gestenigd de meningen ook, en dooraderd

begraven (ik hoor je nog
groeien) in aarde

gekoeld door het vet uit je mond, het gebed en dan blaas ik

"dan blaas ik het stamelen
weg en doorader

de adem en leg de papaverstem (rechts van de fles) onderaan"

waar de ruggengraat
stoppen die doorslaan

van buiten naar binnen verknoopt met een minus maal habens maal




ik weet het





Ik Weet Het | Nachoem Wijnberg





Soulier 72 - (one of the) 50 ways to dress up for x-mas




© Kei Kagami
































16-12-2011

1 woord [kan volstaan



© Kazuo Ohno
































1 woord
kan volstaan voor een drama
(u gaapt) maar in taal leeft verlangen
als mot of motief van de kans. of er iemand
de kans overschat? of er staat
wat er staat? ik draal
in de schaduw

van brieven
die liever verbranden
(u strikgaapt)

applaus
komt van vader
op vader



sfinx (8) - is een sfinx wel gediend met applaus?







Birds with skymirrors




13-12-2011

parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: Het rijgsnoer



© Adam Batchelor









































voor adRiaan kRabbendam [met R op verzoek]



Het rijgsnoer

Nóg rijden rijdieren rond
De rotonde van rommel naar raadsel
Van raad naar rebels.

Maar de ratten die rivaliseren regeren
En hij die rokade als raad raffineerde
Is nu reduceerbaar reliëf, net geen
Ringspier met rimpels, riskanter dan roest.

Nóg rijden rijdieren rond...



Het einde

Nog zweven liedren op den wind
En gaan van mond tot mond,
Van ouder op kind.

Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpen
En hij die ze er aan ontlokte
Is nu een afgestompte, verstokte
Dronkaard geworden in de laatste dorpen.

Nog zweven liedren op den wind...



(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)




we keep on singing (because we're optimists)








11-12-2011

parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: De honger




© Mercuro B. Cotto












































voor Piet Boekestijn



De honger

Nog dorst de onderste vreemde
En vreet van beneden omhoog
Van de lont naar de schoot.

Toch blijft het jij·woord gecapitonneerd
En het ego dat jou ooit ontknoopte
Bestaat nu (op grond van herhaling)
Uit kwanta en quota, een hogere hemel.

Nog dorst de onderste vreemde...





Het einde

Nog zweven liedren op den wind
En gaan van mond tot mond,
Van ouder op kind.

Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpen
En hij die ze er aan ontlokte
Is nu een afgestompte, verstokte
Dronkaard geworden in de laatste dorpen.

Nog zweven liedren op den wind...



(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)