© Kei Kagami
Posts tonen met het label shoe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label shoe. Alle posts tonen
20-12-2011
05-09-2011
dat loco-
03-05-2011
pain perdu (of Rühms een en ander)
© Gerhard Rühm, EINS UMS ANDERE, 2006
van A in op A en Een veelvoud van (ook van zon en hond) naar het hond- en zonloze een en ander (impliciet eveneens [all]een en ander[en]), een selectie uit Rühms gedichten en korte toneelstukken (1954-1997)
een reis op blote voeten [lees: geen schoenen] langs "Ik, Gerhard Rühm, / bevestig hiermee ..", 11, Gerhard Rühm die het toneelstuk ADEMEN schreef, "een stuk voor ongeveer 2,7 miljard mensen", met als regieaanwijzing: "van ongeveer 2,7 miljard mensen ademt iedereen zolang hij kan", 9, of nog "lijf // blijf blijf b blijf ..", 7. inmiddels trekken "zoveel mogelijk exemplaren van mensen met telkens een gemeenschappelijk kenmerk op gepaste afstand in rijen voorbij. (bv.:) .. dubbele kinnen, .. niet te veel of niet te weinig van hetzelfde, .. op handen en voeten glijdende, .. vergroeiden, ..", 16. ".. te kort is de deken ..", 3, en "op de tafel / ligt een grijs kleed ..", 5
op blote voeten verder. je ziet een verveelde man - de vrouw daarentegen radeloos - en "een lange innige / kus, die niet vrij is van een zekere zinnelijkheid ..", 6. ".. proefde je mijn speeksel? / ja, ik proefde het", 17. ".. toen werden de overige twee plots / beiden / en elk van beiden was bang / om ten slotte alleen te zijn ..", 2
elders baadt Suzanne onder rijmdwang en zingt: ".. Suzanne in de keet / wast haar spleet (wat haar niet speet) ..", 8. of nog "lijf // blijf blijf b blijf ..", 7. ".. de weiden keren zich af / de wegen nemen de wijk ..", 10, wat de orchidee evenwel niet deert. ze "onaneert tussen de vingers van de juffrouw / en bevlekt haar tot in haar mouw ..", 12. ".. alles is wit / alles is wit // hans kan niet verdragen dat men hem uitlacht ..", 14. ademen, zo veel mogelijk exemplaren, ja, ".. om twaalf uur / is het zomer / soms ook december", 1
een reis op blote voeten, rijkelijk voorzien van brood, en voor het eerst in m'n veel te korte leven spijt het me dat ik niet erni wobik heet, 4
SCENISCH EPITAAF
voor erni wobik
het doek gaat op. het toneel en de naakte vrouw. een tafel en een melancholische minuut. de naakte vrouw eet brood. twee pluimen zweven over het toneel. de ene zingt: o geur van viooltjes uit het dal. de andere is dood. allebei komen ze op de grond neer. de naakte vrouw houdt op. ze kijkt om zich heen. het toneel, de tafel. op de grond de twee pluimen, verder niets. de naakte vrouw bukt en neemt de twee pluimen. er klinken gelijkmatige tonen. een man in blauwe overall van links naar rechts over het toneel; hij gooit op even grote afstanden sneden brood tegen de muur. de muur is van vlees. de man af. de slagen sterven uit. de naakte vrouw. een pluim glijdt terug op de grond. de dode. de andere houdt ze nog in haar hand. een kreet: graaf zeppelin! stilte. het brood is plots van kristal. het knarst bij elke beet. de naakte vrouw eet brood. het doek valt.
(Gerhard Rühm, een en ander, vertaald door Erik de Smedt, 2006)
02-05-2011
Soulier 71 - als kauwgum onder asfaltzwarte zolen
le nouvel van Adrichem est arrivé, wuift de bibliothecaris - hij spreekt een aardig mondje Frans. in zijn wuivende hand Een veelvoud ervan. de flap valt op: rechtlijnig, wit en zwart. nee, wit in zwart op wit. een witte A (in of op een zwarte A) breukloos overgaand of reikend naar een witte achtergrond. verwijst zoiets naar hoop? hoopvol? en waar refereert die dubbele A aan?! een mensz stelt zich vragen.
de titel, niet een veelvoud van (van wát denk je dan) maar Een veelvoud ervan, er-. een veelvoud van je-weet-wel, van dát dát. maar wát is dát? vraagteken. een veelvoud van witte A in zwarte A? een veelvoud van A(rnoud) in (van) A(drichem)? een mensz denkt soms na
en leest het motto: "What will we show now? / To whom shall we show it?" wil witte A(rnoud) in zwarte (van) A(drichem) een veelvoud van zichzelf tonen? vele cloontjes? of eerder A-in/van-A-gedachten, -inzichten, rechtlijnig, niet grijsgeschakeerd maar zwart-wit? en stelt A-in/van-A zich bovendien de vraag wie zich voor deze A's ontvankelijk zal tonen? nu ja, een mensz probeert.
Een veelvoud ervan, dat dactylt!, telt 9 categorietjes, beginnend met Binnen, eindigend met Buiten. in het hart klopt de 5de categorie, Shampoo - een buitenbeentje tussen Deur Mist Berm en Dorst Wolk Wolf. benieuwd besluit ik Een veelvoud ervan te lezen met in het achterhoofd de explo-betekenaars zwart wit grijs, hart, en ach, waarom ook niet, schoeisel, én brood.
*
ja, veel vogel, zon en wolk, hond [aan katten ontbreekt het] in Een veelvoud ervan. we fêteren de o. en de i. van vis en tieners. ook de a. van Amerikanen - toch behoorlijk wat (en dat is niet om te lachen) Amerikanen
die je (evenmin als wolken) kan eten. in Een veelvoud ervan wordt niet gegeten, enkel ijs gelikt. en met brood, met brood werpt men:
"U wierp het woord 'brood' op het woord 'water'. / De resultaten waren overweldigend, maar te conceptueel", 51
"Iets concreter graag.
Wij bevinden ons aan de linkeroever of ergens anders
waar de wind als een hond in het gras gaat liggen.
U staat stroomafwaarts. Een verband spoelt aan, nog een,
rietkragen wijken, eenden stuiven snaterend bijeen
alsof iemand ze wat brood toewierp: de mythe van de losse pols.
Vragen rijzen op uit autoblauw water. Uw tijd gaat nu in.
Kent u de man die de wereld verkocht voor een gedicht?
Kent u de man die God aanklaagde wegens bedreiging?
Kent u de man die een balpen in zijn oog kreeg en stierf?
Minuut van de ingehouden adem. Uw oudste herinnering
is het woord ENORM dat uit een knoestige boom viel
die ver boven zijn betekenis was uitgegroeid.
Alleen sfeerbeelden kunnen deze uitzending nog redden.
Vogels balanceren op hoogspanningskabels. Muzieknoten?
Gretig neuriën wij de melodie die in uw hoofd blijft zitten.", 49
Een veelvoud van heeft evenmin veel met schoenen. schoeisel? daar moet je niet op letten, maar wel voor oppassen, soms duurzaam. zijn het overigens 'slippers of kisten'? wat een vraag!
"Let niet op de rommel, / de moddergympen in de hal. / Een teken van naderende expansie? / Een schoonmaakploeg is onderweg, / gereedschap klingelt in de achterbak / van een roestige truck.", 7
"Open het portier en het ritme / spoelt over de rijweg. / Pas op voor uw schoenen.", 72
"IJsstokjes steken uit een kwal, een strandbal vervangt de zon. / De ketchupvlek op het badlaken leidt af. Slippers of kisten? / Wat een vraag ... Het beeld vervaagt, het contrast is te groot, / de knal in de berm te hard.", 28
"Het skelet van de winter?
Alles staat tussen aanhalingstekens maar wij bewegen ons
langzaam naar u toe ... Betekenissen kleven als kauwgum
onder asfaltzwarte zolen. (Een duurzaam leesperspectief.)
Adjectieven gaan gebukt onder de last van hun biografie.
De temperatuur stijgt. Kan er geen ander klimaat bedacht?
Dat de zon ons dit kan aandoen, ons zo te kijk kan zetten,
uitgelicht als in een vitrine. Geen glas, hadden wij gezegd:
transparantie sluit voorzetsels uit, geen bedoeling overleeft
dit etalagewarme kasbleke licht. Elk gedicht veronderstelt
een glanzende keerzijde, een rug met ogen, een achterkant
die zich op de voorgrond dringt.", 58
nee, Een veelvoud ervan richt zich eerder op onstoffelijke zaken zoals: een gedicht
"Wie zegt dat / een gedicht bij de eerste regel begint? / Stap in.", 64
"In alle gedichten / komt dezelfde deur voor / waarachter beloftes / zich kniehoog opstapelen", 7
"Elk gedicht veronderstelt / een glanzende keerzijde, een rug met ogen, een achterkant / die zich op de voorgrond dringt.", 58
"Te veel zonlicht / is schadelijk voor gedichten.", 54
"Een gedicht is geen verbanddoos.", 43
"In elk gedicht zit / een achtervolgingsscène.", 71
"Wie zegt dat / een gedicht bij de laatste regel eindigt? / Stap uit.", 74
veel, echt veel wit zwart grijs, maar dan tussen de regels, en dat valt niet echt onder de afspraak. de afspraak was: explo-betekenaars. hoe dat wit zwart grijs tussen de regels klinkt?
"Even onder ons.
Als wij naar links kijken, vinden er op rechts waarheden plaats.
Het soort waarheid dat zich verschuilt achter een douchegordijn,
de dekens over zich heen trekt, verdwijnt achter een holle boom?
Andere soorten zijn er niet. Wij denken na. Wij denken lang na
over wat onze gedachten nu doen. Elastieken? Touwtjesspringen
met de waarheid in het midden? Kom, vertel ons alles wat u ziet,
maar neem uw tijd, rook rustig een sigaret (uitlaat voor de ziel):
helgele vliegers staan aan de hemel ter vervanging van de zon,
een dolle hond schuimbekt van genot, een slang stikt in zijn waarheid.
Sluit af met een hekje.", 62
naar de explo-betekenaar grijs was het zoeken, slechts één! de uitzondering die de regel (welke regel?) bevestigt?
"Nevels verdichten zich / tot de compactheid / van een tegelgrijze vierdeurs. / Is dat de densiteit van het gedicht? / Zo'n vette mistbank / duwt u met één man niet opzij.", 66
ook de explo-betekenaar zwart is dun gezaaid
"Onder het woord 'bagger' walmen twee bijbelzwarte kaarsen.", 59
"Betekenissen kleven als kauwgum / onder asfaltzwarte zolen. (een duurzaam leessperspectief.)", 58
"Wilt u uw thuissituatie ontvluchten? / Het is u aan te zien. / Maar rijd voorzichtig! / Zo'n auto is zijn eigen negatie: / elke benzinetank bevat / een explosie, een oliezwart hart / dat woedend bonkt / onder de motorkap. / U overweegt een crash, soms. / Dat is menselijk.", 68
zoals de kleur wit op de flap overheerst, is ook de explo-betekenaar wit beduidend vaker in Een veelvoud ervan aanwezig, zeker als je eveneens sneeuw, uitblinkend in wit.tigheid, verrekent
"In het witgeverfde herenhuis verschuilt een dichter zich / voor zijn lyrisch ik. / Niemand denkt hier aan verhuizen.", 12
"TL-lampen onthullen hun gedachten: eieren, / alleen nog gave, huidwitte eieren / in hun hoofden. / Elke klinker bevat een dooier.", 34
"U wijst op de prodentwitte, mentosfrisse, pagezachte wolken.", 56
"De camera likt aan uw voorhoofd, het licht dept, / roomwitte ventilatoren verspreiden de uitzinnigheid van lucht. Zucht maar eens diep, antwoorden zijn gemaakt van zenuwen.", 60
"Een ondergesneeuwde auto: / een heuvel in de maak. / Sneeuw is een instrument / van de kalmte.", 69
"Hier doet u het allemaal voor: / sneeuwvlokken dwarrelen, / ruitenwissers zwiepen. / Is dat een ontkenning / van de sneeuw? / Een terechtwijzing? / Vraag iets anders.", 71
"Iemand raakt in verwarring: / is dat een wolk of een sneeuwvlok / van onvoorstelbaar gewicht? Wolken smokkelen diamanten.", 11
"Dit is een vreedzaam huishouden. / Neem dat van ons aan. / Goed. / Maar wie weet wat / die hoogblauwe sneeuwfrisse ramen / aan het zicht onttrekken?", 9
"Wij wijzen u op de rijp op het tapijt, de besneeuwde banken, / de gletsjer in uw toilet. Tussen schitterende wolken gaapt een schitterende afgrond. (Wij schrijven geen EINDE want / dan is het te laat, is het meteen ook EINDE in ieders hoofd.)", 50
zwart wit grijs en dan, ha, het hart! in het hart van Een veelvoud ervan, m.n. in het reinigingscategorietje Shampoo, verschijnt de enige vrouw die deze bundel rijk is:
"Illustraties zullen tot de verbeelding spreken. / Laten wij een voorbeeld geven: / een vrouw komt klaar / terwijl ze haar haren wast, / een andere vrouw wil hetzelfde / merk shampoo. / Zo simpel is het. / U moet eenvoudige psychologie begrijpen.", 36
en ook de explo-betekenaar hart is present
"Andere gespreksonderwerpen / zijn mogelijk, / zelfs in het flirtseizoen, / als uw middenrif zo sensitief is, / de hartspier in uw hoofd klopt, / alle pezen vrolijk zijn.", 34
"Wilt u uw thuissituatie ontvluchten? / Het is u aan te zien. / Maar rijd voorzichtig! / Zo'n auto is zijn eigen negatie: / elke benzinetank bevat / een explosie, een oliezwart hart / dat woedend bonkt / onder de motorkap. / U overweegt een crash, soms. / Dat is menselijk.", 68
"Een groot glanzend cliché / verschijnt aan de horizon: / vier wielen en een hart.", 72
naast het rietkragen hart, nauwelijks eerder gezien, een dichter die zijn naam letterlijk bezigt in een gedicht. zou witte A in zwarte A dan toch op A(rnoud van) A(drichem) slaan?
"Van Adrichem?
Gebruik nooit eigennamen in een gedicht, die verstoren
het evenement. Logica is ouder dan nonsens, mogelijk.
Er zijn verhalen in de wereld. Niet elke boom is een deur.
Een nieuw idee kruist in zijn vlucht insecten en bladeren
die opdwarrelen uit een boek over bomen. Citeert u weer?
Wij hadden het kunnen weten. Er zit een scheur in Japan,
kennis sijpelt weg. Wolken accumuleren: een hinderlaag
voor piloten. Vanaf welk moment vervaagt de betekenis?
Feit: verwijzingen naar de branding zijn oorverdovend.
Zeeën beloven onuitputtelijkheid. De lijnen staan open.
U gaat heel groot worden in Japan.", 19
*
en?, vraagt de bibliothecaris als ik Een veelvoud ervan op de balie leg. Van Adrichem vraagt of gedachten condenseren als de spiegel beslaat, zeg ik. en?, vraagt de bibliothecaris - maar ik was al weg.
(Arnoud van Adrichem, Een veelvoud ervan, 2010)
30-04-2011
Soulier 70 - was wollen Sie?
Huid en haar, niet minder dan 500 pagina's, heb ik met huid en haar verorberd, maar waarom Grunberg deze roman deze titel gaf is mij noch het badbeest duidelijk. o jawel, de uitdrukking komt eenmaal [in het boek] voor
"Hij buigt zich voorover, hij neemt haar gezicht tussen zijn handen en hij zoent haar. En zij zoent hem alsof er na hem niets meer komt. Zo voelt het. Alsof ze hem wil opeten. Alsof ze hem wil verslinden met huid en haar", 416
dé loper van het bosje sleutelzinnen is het echter niet. de diverse personages zijn dermate innerlijk verdeeld, zo onderhevig aan la // con / di / ti / -on // hu[h] / mijn / -e dat er slechts weinig met huid en haar gebeurt, plaatsvindt zo thou wil. kortom, melancholerisch, en toch als titel, het allitererende Huid en haar.
schoeisel als opponent van die huid en haren? nee, geen! schoenen als explorerende betekenaar, ditmaal, dácht ik. maar ik struikelde er (bottelse blote knopjes) over. Grunberg ontdoet zijn personages vaak (en graag) van schoeisel, vooral in slaapkamers. daarnaast loopt één geniale Rus
"op sandalen, iets waartegen Oberstein geen bezwaar heeft. Maar hij heeft sokken aan in die sandalen en dat baart Oberstein zorgen, niet eens vanwege puur esthetische redenen. Kennisoverdracht luistert nauw. De overdrager dient niet door middel van kleding, schoeisel en overdreven sieraden de aandacht op zich te vestigen. Zelfs toen Oberstein meende dat kennisoverdracht theatrale methoden vereiste, kleedde hij zich uiterst sober.", 169
ja, Huid en haar, een gegrond verhaal over menszen op schoenen en laarzen, sandalen. pantoffels. Liesje leerde Lotje lopen. de halsstarrige betekenaar brood, daarentegen, is [hoewel in dit boek tot 14 maal gebezigd] slechts een fait divers, zonder draagkracht, betekenis. één enkel brood mocht er zijn
"Hij ziet hoe Lea een van haar kinderen optilt, de jongste zo te zien. Er zit iets raars in haar beweging, in de manier waarop ze het kind vasthoudt. Een curieuze afwezigheid. Alsof het niet haar kind is, alsof het niet eens een kind is maar een brood. Ze is heel dicht bij het meisje en toch ook weer niet.", 105
zo dicht en toch ook weer niet, klem, dát dekt eerder de lading [van Huid en haar]. een roman waarin het onderscheid tussen zich star en stijf identificerende mannen (je.suis.cela) en vrouwen, zorgend, met het (bling bling) impliciete verzoek: 'zie mij graag', opvalt. wat dan ook leidde tot de [in mijn kijkers] interessante vraag: was wollen Sie, al die personages, waaruit bestaat (lieve god) hun verlangen. een gedifferentieerde specificatie van deze al even gedifferentieerde verlangens zou me (500 pagina's) te ver leiden, maar het was (neem het buzz buzz van mij aan) een boeiende leeservaring
"'Wat is dit?' vraagt hij. 'Wat heb ik in mijn hand?' 'Het zweepje,' zegt Violet. Het verkleinwoord treft hem, maakt hem week, windt hem op. Dit is hun rollenspel en er is niets dan rollenspel. Vrijheid is de mogelijkheid om te wisselen van rollenspel, van het ene in het andere te glippen. Iedere andere definitie komt hem als onhoudbaar voor. Steeds maar weer, van het ene spel in het andere, tot de dood erop volgt.", 345
(Arnon Grunberg, Huid en haar, 2010)
16-04-2011
Soulier 69 - schoenen en hun meters
© Eduardo Recife
vraag je Een veelvoud van aan. krijg je Vis. er is iets fout gegaan, zegt de bibliothecaris. ik glimlach. dan lacht ook hij - wat sip. Vis dus.
Vis met als motto: no matter whom we asked, no one could tell us the composition of dirt. dat is diep. Vis met daarin de staccato-categorietjes grif hoek knop wreef oogst zand lucht bal peer. we fêteren de eenletter.greep.
zo'n Vis, diep en eenlettergrepig, zet je aan (hoe moe je brood en schoen ook bent) het belang van brood en schoen in Vis te bevragen. en dat belang blijkt (na lezing) gering. in Vis zwaaien betekenaars als appel, geld en vis de plak. enkel in Geen geld?, 20, vind je een kruimel (niet echt brood) en twee paar schoenen.
Geen geld?
U ziet zon, wij denken schaduw. Deze schoenen zijn gemaakt
om te lopen, dag in dag uit, onze logistiek is uiterst rationeel.
Met de muziek mee, de zakken gevuld, dwars door uw buurt
meet een straat zijn eigen lengte. Licht moet de ruimte krijgen.
Volg het geld, de zoete geur ervan - of er een gas vrijkomt.
De zuivere klaarte van een cent: ergens zo'n beeld omsluit
alle andere beelden - but there's no way to parody money.
(Bob Perelman zei dat.) Denk maar aan het licht dat uitklapt
als de geldla openschiet. Veel ouders zijn hier beducht voor.
De eerste kruimel van een vermogen, het laatste streepje zon.
Tieners stellen zichzelf vragen. Wat is het tegenovergestelde
van geld? Geen enkele ouder ziet zijn tiener graag veranderen
in een vis, een waterding. (Vaak is de gelijkenis verbluffend.)
Wij hielden u vissen voor als leidmotief, muntjes in de oceaan.
Een vissenritme? Snel geld lenen? Vraag naar de voorwaarden.
Tieners willen hun gymschoenen zo lang mogelijk wit houden,
met spuug poetsen ze steeds de vlekjes weg, heel geraffineerd,
alsof ze iets verschikken aan hun sok die eveneens wit is.
het zweeft dan ook behoorlijk in Vis. voor aardse "schoenen en hun meters", 22, is geen plaats. wel voor het antwoord op de vraag qu'est-ce qu'une femme?, want zie, ".. Echte vrouwen gaan door de knieën ..", 28, en ".. De vrouw bestaat uit vogels, de man niet, die bestaat niet werkelijk maar duurt zijn uren uit, woedend ..", 29. en dat allemaal in Vis. net als al die appels! Dit kan niet waar zijn, 58
Dit kan niet waar zijn.
Gaven wij u die sappige, eetbare vrucht? Het bodemprofiel
mag geen storende lagen bevatten (u begrijpt wel waarom).
Door knopmutaties kunnen nieuwe rassen ontstaan: blanke
pitten spuwden wij uit in uw tuintje. En ... cultiveren maar!
Wij onderscheiden verschillene plantverbanden.
U ontwaart alleen maar appels - ze lekken hun rood, likken
aan de kartels van de zon. Een zoon zal opstaan, misschien,
de gaard betreden en alle bloedschennige vruchten plukken
tot hij bezwijkt onder het gewicht van een appel.
en?, vraagt de bibliothecaris als ik Vis op de balie leg. ademwater, zeg ik. dat begrijpt hij niet. het gewin van mis.verstand.
(Arnoud van Adrichem, Vis, 2008)
28-03-2011
the crowning point of the body (Mulisch' nauwsluitende dekseltjes)
© Luc Tuymans
de aanslag. van Mulisch. van Harry die als 4-jarige in de Berlijnse Tiergarten verdwaalt en daar [naar eigen zeggen] zijn schrijven aan ontleent. van Harry die als 9-jarige zijn ouders uit elkaar ziet gaan. de aanslag waarin een aanslag wordt gepleegd, die de aanleiding vormt tot een who-did-it-relaas, met de gelukkige nuance dat begrippen als goed, kwaad en schuld nogal ingewikkeld liggen. naast de hamvraag "was iedereen schuldig of onschuldig? was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig", 252, staat de these "iedereen heeft gedaan, wat hij heeft gedaan en niet iets anders", 47, 220. de handeling primeert.
deze aanslag leest vlot, net iets te vlot bij gebrek aan diepgang. je struikelt nauwelijks. je wordt evenmin genoodzaakt het boek opzij te leggen om enigma of psychisme te verteren, te bevragen. geen wonder dat er meer dan een miljoen aanslagen over de toonbank zijn gegaan.
het motto van de aanslag luidt [terecht]: "overal was het dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht". de handelingen worden bij daglicht netjes belicht, maar wat de protagonisten drijft blijft [grotendeels] vaag, een open vraag. je zou de personages die Mulisch ten tonele voert kunnen vergelijken met lege doosjes, onbewogen lege doosjes met een verzwaarde bodem [ze wankelen niet] en een nauwsluitend dekseltje [er komt gevoelsmatig niets in, er gaat gevoelsmatig niets uit]. wat er in dat standvastig gepantserd doosje omgaat blijft onbesproken.
de aanslag telt dan ook niet minder dan 41 helmen, hoeden en hoofddoekjes en 30 paar schoenen. tussen het standvastige steunvlak en de bedekte fontanellen: een gevoelsmatige leegte. zelfs in de slotzin ontbreekt de betekenaar schoen niet. "en met zijn hoofd een beetje schuin, als iemand die iets hoort in de verte, laat hij zich meenemen door de stad naar het vertrekpunt; met een korte beweging gooit hij zijn sluike grijze haar naar achteren, zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is", 254.
"als de grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: 'wat hebben wij niet allemaal nog achter ons?'", schrijft Mulisch treffend, 208. tijdens de lectuur van de aanslag, cover to cover, wringt de vraag: wat hebben Mulisch' haast onbewogen personages niet allemaal nog in zich, voorbij de handeling.
21-03-2011
the crowning point of the body (of de crowning hoed van Brassinga)
in de diverse besprekingen van Brassinga's bundel 'ONTIJ ontij' lees ik onuitgesproken [uit beleefdheid of vanwege de haar reeds eerder toegekende prijzen, misschien, of ons kent ons?] verwarring. men weet het niet goed. Brassinga's pen is dan ook flip.flop en eigen.zinnig, en eigen.zinnig zaait nu eenmaal verwarring.
op het voorplat van 'ONTIJ ontij': Rousseau's Navire dans la tempête, een woelzeeschip met twee [twee] vlaggen, maar. het achterplat lijkt nog interessanter. op het achterplat kijkt Brassinga, getooid met hoed, de lezer prangend aan, alsof ze zegt: en nu jij. wel, dit is poëzie van klassieke allure, meldt de Volkskrant onder die prangende blik. klassieke allure? wat is dat? dit: kluizenaars zijn schoften? (35) nee toch?
Kluizenaars zijn schoften,
trek alle laden uit
tot liefzang is geturfd.
Speel, hoe leven klapwiekt en zal breken:
kraaimoeder, moeder van zweepdragers,
als cactusplanten zijn haar heupen,
de dampen hanglip euvel ingejaagd -
kijk oud kavalje lekt zich af.
Kluizenaars zijn luizen,
pas op, de heiland bijt!
Muziekend, hoogzwanger van hongerwee
de neuriënde hoedster van wijn en brood,
bron van ijspegels en salpeter.
Gevilde slangen kruipen uit het vocht.
voor zover ik de draagwijdte van klassiek juist inschat, weet ook de Volkskrant het precies niet [zo] goed. zeker als je Brassinga's omschrijving van geluk leest (26)
".. Geluk is een met zorg doodgeslagen vaars,
gistend karkas op een veilige plaats, vol
tierige bijen. Het zoet stroomt in de mond .."
in de mond, ja, maar vermits Brassinga op the crowning point of her body een grote zwarte [mannen-]hoed plaatst, mag het mij [dat mag u niet verwonderen] benieuwen wat een lezing van 'ONTIJ ontij' aan de hand van de betekenaar hoofddeksel geeft. blijkt: niet veel, eigenlijk. naast de hoed in Brassinga's vertaling van Bachmanns Verklaar mij, liefde: "Je hoed licht zich zacht, groet, zweeft in de wind, / je onbedekte hoofd, de wolken zijn er weg van, / je hart is elders in de weer ..", 60, vloeit er in dit bundel slechts één hoofddeksel uit Brassinga's pen, 9
Wandelend bij nacht onder de bomen
vanaf de oever liepen tot het water
aan de lippen stond en onze hoeden
op het maanlicht dreven hand in hand
wij door - had hartstocht iets bereikt
je kuste er nog beter dan aan land.
Brassinga's drijvende en Bachmanns onthoofde hoed - in schril contrast met de bezonnen hoedvastheid op het achterplat. net als de verschillende stijlen in het bundel te begrijpen als flip.flop? flip.flop sluit alleszins mooi aan bij Brassinga's omschrijving van poëzie (34)
".. Poëzie scheert langs alles
omdat het enkel het betasten kent
tijdens een val in het duister van haaienschubben en kreeftenscharen."
(Anneke Brassinga, Ontij, 2010)
Addendum: net nu ik beslis een lezing aan de hand van de betekenaars schoen, brood en vijgenblad overboord te gooien, verschijnt (Brassinga kent haar klassiekers) een vijgenblad, "Glimpt haar eerzaam eenzaam lampje / onder de wollen rokken van de nacht - ..", 20,
een brood of drie, ".. Centraal straalt oplossing: lichte disfunctie / bij omfloerste begaanheid is stadsharts brood.", 51, ".. Vooruitscharrelen / is wat men moet zoeken te doen nu, nu / afgrond tot de afgrond roept: breek // waar daverend water stort, eet tranen / voor brood, reik als het hert naar de stroom ..", 27, ".. Muziekend, hoogzwanger van hongerwee / de neuriënde hoedster van wijn en brood ..", 35
schoeisel, ".. ook dan bloedt 't / in schoenen zinkend hart, want wie kan doen // wijken het gescheidene? ..", 26, ".. Straks moet je aanrijgen je schoen / en de honden terugjagen naar de marshoeves .. Rijg je schoen aan. / Jaag de honden terug ..", 59 (vertaling van Bachmanns De uitgestelde tijd), "Een bundel zon zwelt tussen rijen tanden / en rijgt zich dicht met veters / die schaduwen werpen op verre woestijnen ..", 34
en schoeisel via omissie, ".. In zondagse zonschijn raapt mens blootsvoets / met regenpak aan, huif over hoofd, alle, alle / duizenden afgevallen paardekastanjebloesems / van de stoep en werpt ze over 't parkhek stil ..", 49, ".. hoe wespen aan mijn naakte zolen zochten / het zoet en het zout ..", 54
net nu ik beslis
03-03-2011
soulier 68 - als de schoenen smelten moeten we terug
© Elise van Iterson
in Hersenmutor, een verzameling van Oosterhoffs dichtbundels Boerentijger, 1990, De ingeland, 1993, (Robuuste tongwerken) een stralend plenum, 1997, Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 2002, wordt niet expliciet iets voor de schaamstreek gehouden (integendeel) en nog minder gegeten, wat resulteert in slechts één brood - wat dat ene brood "[..] De wereld ruikt naar koud brood [..]" (Nu. Of nooit, 165) uiter aard speciaal maakt. daarnaast is Tonnus [met lege maag weliswaar] wel schoen-, zool-, pantoffel- en laars- aards -geaard:
"Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht [..]"
(Geheim agent, 45)
"[..] Het grillig gevormde oppervlak
- pas op voor blauwig gas -
- als de schoenen smelten moeten we terug -
is de korst van respect en wantrouwen [..]"
(Het stadje is omringd, 65)
"[..] Zo dan slaap ook jij koningin van mijn hart
de tenen uit mijn pantoffels
Ik hou van je zoals er altijd iets rechts is van wat er links van is
zo hou ik
(ik op mijn tenen weg
komt mijn schrijfhand tussen de schuifdeur)"
(Slaap vergelijking liedje, 161)
"Uit je countrylaarzen altijd die raderschipgeur.
Ik wil je vergaan. Ik roep inktwolken aan.
Uit de gele savannen breken zijstromen baan.
Ik sleep bruggen en boomstammen tot waar je scheurt [..]"
(Uit je countrylaarzen, 43)
"[..] Op van binnen intens vuile laarzen klabberen wij heen,
voelend bestaan. De eenvoud, de herhaling, het de tel kwijt.
Onderin de wasmand vangt een sok te zingen aan."
(Nemen we het meterhoge boompje, 125)
"zochten hem op
omdat lang niets vernomen hadden, zorgen maakten.
De bel weigerde dienst, liepen om, keken door het bijkeukenraam.
Hij was er niet; hij zat naast de schoffel, de laarzen,
hij had de handen om de knieën.'
toen hij doorhad wuifde hij.
'Doe open.' 'Nee, nee.' 'Toe, laat binnen. (Je ziet er goed uit.)'
Hij kwam overeind; wat (was hij) vermagerd.
Hij zocht de sleutel, kon die niet vinden, wees: voordeur.
Verdween door de binnendeur.
Buitenlangs, elkaar aanziend."
(zochten hem op, 107)
"[..] Dat haas al haar jongen levenslang in draagt,
ze slechts in de overvloedigste lentes laat lopen
is een legende. Daar is trouwens de zebra
waarop haan in het magere veld van zijn laarzen
al zijn zienswijzen met de wind mee verkondigt.
haan is al, haas is pas, maar des te gezwinder [..]"
(Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 181)
(Tonnus Oosterhoff, Hersenmutor, gedichten 1999-2005, 2005)
27-02-2011
soulier 67 - geen schoenen voor de -heid-enman
© John Stezaker
zelf worden. na lezen en her-, herlezen (voortdurend syntactisch ontleden, eigenlijk) weet ik nog altijd niet wat van der Waal onder zelf, laat staan onder zelf worden verstaat. de man houdt er een vreemd filosofisch gedachtengoed op na, een verdicht gedachtengoed waarin het bulkt van de -heid-en, zoals in verdichtsel, bijvoorbeeld, 26:
bijna niemand laat je toeven in de alleenheid
van je oorsprong, bijna niemand zet je aan
te wijlen in je waarheid, want alles en iedereen
lokt de openbaarheid in je uit, prest je tot
de extrapolatie van je drift, verlangt dat
je je uitput in optimale communicatie,
waardoor je afgesneden raakt van de frêle
verwatenheid die jou als een gecapitonneerd
verdichtsel
zwevend houdt in de vaalte van het schijnsel
dat de weemoed als een borduursel op je
netvlies stikt en je misluktheid, waar de tijd
als klare taal vanaf druipt, samendrukt tot
een vrijwel zwijgende roerloosheid die een
gat in je wording slaat en je moedigt je te laten
in wat je bent zonder ook maar enige vaste
vorm voor je huidigheid aanvaard te hebben
ondanks enkele (het moet gezegd) mooie beelden en klankkasttenen deemstert zelf worden tussen abstrahering, een resem dure woorden en honing - al te zoete honing: ".. maar vrienden / zijn nu eenmaal vrienden als ze zich in elkaar / durven te ontnemen en zich in de afgrond durven te / begeven die gaapt tussen het joviale schudden / van handen en het voorzichtig kussen van elkaar", vriendschap, 19. asjeblief!
zeker, in van der Waals half-filosofische tractaten (in dichtvorm) ontbreken de betekenaars brood, schoen en vijgenblad volledig. één paar voeten, ja, én een stippeltjesjurk - wat toch enige verrukking ontlokt in deze loden materie van suikerspin. zelf, 22
vermei je in je gelaatstreek, rust
in het schutsel van je weefsels
verstrik je voeten in het rulle zand
van je verblijf, waarin je zou zeggen
'stippeltjesjurk', weet je nog, waarin
je zou zeggen 'boemerang', weet
je nog, waarin je zou zeggen
zelf
weet je nog, immers daarin je vestiging,
je grondige tenietdoening, je geloof in de
absoluutheid van je verdwazing, die brand
sloeg in je haar en de druiventrossen
onder je schedeldak plette tot wijn
waardoor de eigengereidheid van
je toestand definitief verorakelde
als tegenpool voor al die -heid-en verschijnt (zo lijkt het) een fruitkorf vol frambozen, 30, gesuikerde aardbeien, 34, druiventrossen, 22, een granaatappel die uiteen spat, 43 en te zijn: aalbes in haar room, 43, een aalbes die ik u onder geen beding wil onthouden, verstuift, 43
die daar tijd als opalen bollen door de lucht
laat zweven en spetters van geparfumeerde
melancholie over je huid heen legt om de
robuuste binnenkamer van je gemoed
open te breken en de volte van je wezen als
een granaatappel uiteen te laten spatten in
de trouw van haar verleiding, die zij net zo lang
verstuift
in het rood van jouw droom tot jij je
liefdesalfabet als confetti over haar eieren
strooit en je je overgeeft aan de paringsrite die
woedt in je vruchtbeginsel en jou opstuwt
te zijn: scherf in haar schaal, lach in haar mond,
wolk voor haar zon, aalbes in haar room,
gram in haar lust, knipperlicht in haar bron
(Henk van der Waal, Zelf worden, 2010)
26-02-2011
soulier 66 - "het voornaamste was dat men het brood recht sneed"
© Franz Kafka
een brief ga je niet te lijf, daar blijf je af. vooral als het een brief aan vader is - geadresseerd verdraagt immers geen lezing aan de hand van betekenaars.
het ontbreekt dan ook in Kafka's brief aan vader aan de betekenaar vijgenblad, hoewel het epistel bulkt van schande, schuld en schaamte. dat heet, zowel vader Hermann als Franz zijn, volgens Franz, schuldig o zó schuldig en onschuldig tegelijk. Hermann, de onschuldige tiran versus Franz, de onschuldige maar koppige duvel. nee, een brief ga je niet te lijf, maar de betekenaar brood laat toch maar mooi zien hoe we hermanns onschuld kunnen begrijpen.
"Wat op tafel kwam moest gegeten worden, over de kwaliteit van het voedsel mocht niet gesproken worden - maar u vond het eten vaak ongenietbaar, noemde het 'vreten'; dat 'beest' (de keukenmeid) had het verknoeid. Daar u met uw geweldige eetlust en uw bijzondere voorkeur alles snel, heet en met grote happen had gegeten, moest het kind zich haasten, er heerste een sombere stilte onder het eten, onderbroken door vermaningen 'eerst eten, dan praten' of 'vlugger, vlugger, vlugger' of 'zie je wel, ik ben al lang klaar'. Botten mocht men niet stukbijten, u wel. Azijn mocht men niet slurpen, u wel. Het voornaamste was dat men het brood recht sneed; maar dat u het met een mes, druipend van jus, deed, kwam er niet op aan. Men moest er op letten dat er geen etensresten op de grond vielen, bij u lag ten slotte het meeste. Aan tafel mocht men zich alleen met eten bezighouden, maar u reinigde en sneed uw nagels, sleep potloden, maakte met de tandestoker uw oren schoon. Begrijp mij alstublieft goed, vader, dat waren op zichzelf absoluut onbeduidende kleinigheden geweest, ze werden voor mij pas daardoor beklemmend omdat u, de voor mij zozeer de toon aangevende mens, uzelf niet aan de geboden hield die u mij oplegde" (13)
dat de moed Franz vaak in de schoenen, de loden schoenen zonk, schrijft hij niet. Hermanns zoon had überhaupt geen schoeisel van doen om vader duidelijk te maken hoe hij hun verstandhouding ervaarde - een wereldkaart volstond.
"Soms stel ik mij de wereldkaart vlak uitgespreid voor en u er dwars overheen uitgestrekt. En dan krijg ik het gevoel alsof voor mijn leven alleen die streken in aanmerking zouden komen die u óf niet bedekt óf die buiten uw bereik liggen. En dat zijn in overeenstemming met de voorstelling die ik van uw grootte heb niet veel of geen bijzonder aanlokkelijke streken" (48)
- aanlokkelijke streken, Brief aan moeder heeft Franz (voor zover bekend) nooit geschreven, hoewel ze u i t e r a a r d rechtdraadmadeliefjes in Brief aan vader verschijnt.
(Franz Kafka, Brief an den Vater / Brief aan zijn vader, vertaling Nini Brunt, 1976 [1969])
16-02-2011
schoot vol epitheta
09-02-2011
Soulier 65 - 'vrouwen hebben de dood in de schoot, mannen in de borst'
Je gewapend met schoen, brood en vijgenblad door Malte's Aantekeningen banen, geeft merkwaardig genoeg een samenvatting van Malte's problematiek. Malte, een naam die niet toevallig 'mal' omvat, is een levende dode, die zich nu eens identificeert met een heilige, koning of eenhoorn, dan weer samenvalt met niets, afval. Malte is een kwestie van alles of niets.
Ook de betekenaar schoen levert dit beeld op. "Scharlaken laarzen [van Karel de Stoute] .. met grote vergulde sporen", 110 en "diamanten gespen aan de schoenen [van Saint-Germain]", 87. Alles dus, óf afval, de armzaligste, niets. "De straat was te leeg, zijn leegte verveelde zich en trok mijn stappen onder mijn voeten vandaan en klepperde ermee rond, hier en ginder, als met een klomp", 9. "Ze [de uitgestotenen] zitten op de fluwelen banken, en hun voeten staan als grote lege laarzen naast elkaar op de roosters van de verwarmingen", 29. "En zie nu eens, wat een lot, ik, misschien wel de armzaligste van deze levende mensen, een buitenstaander: ik ben een dichter. Hoewel ik arm ben. Hoewel mijn pak, dat ik elke dag draag, een bepaald soort plekken begint te krijgen, hoewel op mijn schoenen wel het een of ander aan te merken zou zijn", 25.
De betekenaar brood wijst enerzijds op iets zorgeloos - een zeldzaamheid in Malte's Aantekeningen. "Hier en daar een pachterswoning of een boerderij, waar ik melk en brood en fruit kon krijgen, en ik geloof, dat ik zorgeloos van mijn vrijheid genoot", 21. "Ik zit hier en ben niets. En toch, dit niets begint te denken en denkt, vijfhoog, op een grijze Parijse namiddag de volgende gedachte: is het mogelijk, denk het, dat men nog niets werkelijks, niets van enig gewicht heeft gezien, onderkend en gezegd? Is het mogelijk, dat men duizenden jaren de tijd heeft gehad om te kijken, na te denken en aantekeningen te maken, en dat men die duizenden jaren voorbij heeft laten gaan als een pauze op school, waarin men zijn boterham eet en een appel? Ja, het is mogelijk", 17
Naast dit acht- en zorgeloze zit de betekenaar brood ook in de context van Malte's haast goddelijke verering van vrouwen, wat herleid mag worden tot de symbiose met de moeder (Malte's wanende moeder), en de hem herhaaldelijk overspoelende angst. Een [een] man "grijpt in de schuine zak van de oude overjas" en biedt de vogels "een onaanzienlijk stukje suikerbrood" aan, 47. Vrouwen daarentegen "hebben opeens een massa brood in hun handtas en steken grote stukken uit hun dunnen mantilla, stukken waarop een beetje gekauwd is, zodat ze wat vochtig zijn. Dat doet ze goed, dat hun speeksel wat in de wereld komt, dat de kleine vogels met deze bijsmaak rondvliegen, al vergeten ze het natuurlijk ook meteen weer", 48. "Voedsel in vaste vorm nam ze [Malte's moeder] niet meer tot zich, of het moest zijn wat beschuit of brood, dat ze, als ze alleen was, fijn maakte en kruimel voor kruimel opat, zoals kinderen kruimels eten. Haar angst voor naalden had haar toen al geheel in zijn macht", 50. "Wat een massa naalden zijn er toch, Malte, en waar liggen ze al niet, en als men bedenkt, hoe gemakkelijk ze er uit vallen .. ze rilde van ontzetting bij de gedachte aan alle niet goed vastzittende naalden, die ieder ogenblik ergens in konden vallen", 51. "Alle weggeraakte angsten [van Malte] zijn er weer. De angst dat een draadje wol, dat uit de rand van de deken steekt, hard is, hard en scherp als een stalen naald; de angst dat dit knoopje van mijn nachthemd groter is dan mijn hoofd, groot en zwaar; de angst dat dit kruimeltje brood, dat nu van mijn bed valt, als glas en in splinters beneden zal aankomen, en de kwellende bezorgdheid dat daarmee eigenlijk álles gebroken is, alles voor altijd", 39
Malte, een levende dode, die gedoemd is te blijven leven hoewel hij reeds gestorven is en niet eens kan sterven, "had je niet honderdmaal moeten beloven dat je niet zou sterven? Misschien was het de eigenzinnigheid van deze vreselijke herinnering, die van terugkeer tot terugkeer een plaats voor zichzelf wilde reserveren, wat zijn [Malte's] leven te midden van het afval rekte", 141, deze Malte heeft geen vijgenblad van doen, hoewel hij zich een enkele keer schaamt. "Ik schaam me ervoor, op te schrijven dat ik vaak in zijn nabijheid [de nabijheid van een armtierige krantenverkoper] met de anderen in de pas ging lopen, alsof ik geen weet had van zijn bestaan", 116. In plaats van schaamte wordt in Malte's Aantekeningen plaats geruimd voor de ander als belager, de bedreigende ander (wat eveneens te herleiden is tot de moeder). "Ze nemen hem [de jonge Malte] bij de handen, ze trekken hem naar de tafel, en al degenen die zich daar bevinden rekken zich nieuwsgierig uit tot vóór de lamp. Zij hebben het goed, ze zorgen ervoor donker te blijven, en op hem alleen valt, mét het licht, de hele schande een gezicht te hebben [lees: te leven]", 140. "Wie zijn deze mensen? Wat willen ze van mij? Wachten ze op mij?", 26. Malte is immers in zijn belevingswereld de schuldige. "[Mijn hond], die me eens en voor altijd beschuldigde. Hij was heel ziek. Ik knielde al de hele dag bij hem neer, toen plotseling begon hij te blaffen, stootsgewijs en kort, zoals hij dat gewend was te doen als er een onbekende de kamer binnenkwam. Een dergelijk geblaf was tussen ons voor die gevallen als het ware afgesproken, en ik keek onwillekeurig naar de deur. Maar het was al ín hem. Verontrust zocht ik zijn blik, en ook zocht hij de mijne; maar niet om afscheid te nemen. Hij keek me hard en bevreemd aan. Hij verweet me dat ik het had binnengelaten. Hij was ervan overtuigd dat ik het had kunnen verhinderen. Nu bleek dat hij me altijd had overschat. Er was geen tijd meer om hem in te lichten. Hij keek me bevreemd en eenzaam aan tot het was afgelopen", 93.
De hond heeft een speciaal statuut in Malte's verlangen. "En áls er dan al iets moet veranderen, dan zou ik toch tenminste te midden van de honden willen leven, die een met de onze verwante wereld hebben en dezelfde dingen", 33. Twintig bladzijden verder blijkt waarom: een hond weet wanneer een dode levend is. Lees: een hond weet tenminste dat Malte een levende dode is.
(Rainer Maria Rilke, Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge / De aantekeningen van Malte Laurids Brigge, vertaald door Pim Lukkenaer, (1981 [1910])
07-02-2011
Soulier 64 - "in de kelders groeien de schoenen"
© Armando, vogel
"Ook het grootste oog het houten hoofd heeft ooit / de hoge poten opgestoken", 56. ook het grootste oog. en geen schoenen aan die poten. de man Armando heeft in Gedichten 2009 - waarin wel 100 gedichten - niets met schoenen. hij wijst er wél op "hoe boos de voeten zijn", 80. eenmaal groeien schoenen. in kelders. Puin, 70
Ik hoor alweer de toeloop,
de menigte toont ontzag,
het avondeten is bedolven onder
puin.
In de kelders groeien de schoenen,
daaronder komt een pleisterplaats,
en hiervandaan wordt voorlopig geschoten.
Neem kleding mee en let niet op het klokgelui:
de aanval is in aantocht.
de voeten boos, "er zijn ogen, oren, er is beklemming", 58. de man Armando schoeit noch kleedt. geen vijgenblad, dus, noch schaamte. enkel Plicht is schaars gekleed, 45.
Kroop uit het venster,
waardig,
op mos en vochtige aarde,
schaars gekleed en afgemat:
plicht.
Een zekere loslippigheid aangaande
het bestormen aangaande het haastige
betasten van de vijand:
plicht.
en geen brood, niet één. wel "wimpels [die] elkaars voedsel [zijn], 24, en een galgenmaal, "het galgenmaal wordt opgediend: / eet van buiten naar binnen en / wees niet kwaad", 54. De man Armando weet immers dat het "niet vanzelfsprekend [is] / dat op de tafels de overdaad, dat / op een vindplaats het goud ligt", 77. Integendeel, 31
Ze gooien naar beneden,
sluiten plotseling de deuren,
openen de fornuizen en het
ongedierte baant zich een weg.
Met wellust muizenissen gegeten:
er wordt niet gesproken.
Hoe dan ook,
het voorbeeld van langzaam verorberen
van langzaam klapwieken is voorbij.
Jij?
Is het voedsel al vergaan, is
de tong verslonden?
Integendeel: er wordt niet gesproken.
Armando! zou de man Armando niet zijn als zijn verlangen niet van zilver was, Zilver, 84
Ik wil dat de oren van zilver zijn,
van zilver zijn de bloemen,
de planten duwen de bomen weg,
de bomen zijn van zilver.
De oogopslag wordt zelfs baldadig:
ik wil dat jij van zilver bent.
(Armando, Gedichten 2009, 2009)
30-01-2011
Soulier 63 - scènes zonder schoen
© Ron Scherpenisse
Scènes zonder nooduitgang - een cohabitatie van Bert en Ron, van tekst en bewerkte foto's - beschouwt lot, ingesloten en dood. "Wat is er met de regen gebeurd?" impliceert manna (onuitgesproken manna) geen brood, en "alleen met vleugels vang je gevleugelden" heeft, dat spreekt, geen schoen van doen. Noch verdraagt "er zijn er zelfs die zoeken bannen" een vijgenblad.
Rons bewerkte foto's raken aan ijzig bezucht en gekapseld in, het enigma dat [ons] boven het hoofd hangt, maar ook [groei]kracht naast kaal en uitgewoond. Daarbij zijn woorden als schoen, schaamte en brood wellicht overbodig.
Na het lezen, kijken, betasten valt me de rode omslag op. Zowel voor als achter rood. Kan rood voor ingesloten, lot of zelfs dood staan, vraag ik me - voor het eerst in dit denkend leven - af. Om dan plots te beseffen: ja, inderdaad, rood kan dat, mits rood (dat heeft Ron goed gezien) wordt voorzien van een wit etiket met zwarte letters. Zwart op wit, daar heb je de dood - badend in rood.
Een fijne ars-cohabitatie - zo zouden er meer mogen zijn.
(Bert Bevers & Ron Scherpenisse, Scènes zonder nooduitgang, 2010)
11-01-2011
Soulier 62 - Oleschinski's ballerinastompen
© Levi van Veluw
De zanderige wenkbrauw
zwemt het gezicht af, een rups
op weg
naar de waterarchieven, waarin rivieren en plassen
opgedroogd rusten, onmogelijke gevallen als
een poel, zwanger
van haar jongste druppel
of instant water
gewoon
'hoe w a a r d e v o l l e r, hoe schaarser' lijkt in dit caputalistisch tijdsgewricht waarin de westerse mens alles móet hebben, móet kopen, een ethische wezelwaarheid. de oplage van Your Passport is Not Guilty, een poëtisch pareltje van Brigitte Oleschinski, Hermes zij dank gedeeltelijk vertaald, bedraagt dan ook slechts 30 exemplaren. zo gaat dat blijkbaar [ook] met pareltjes.
bovendien levert de zoekterm Oleschinski zowel bij De Contrabas als op Wiki (Nederlands) niets op. nihil. enkel lyrikline lijkt dit poëtisch wonder te kennen.
in Your Passport is Not Guilty, voornamelijk invocatief gedreven, waarbij natuurelement hermetisch aan dier- en lichaamssegment wordt geregen, eet men niet. geen brood dus. wel een smeltend brokje margarine, dat echter niet op de boterham wordt gesmeerd, "[..] Braken wilde ik van geluk / met je smeltend blokje margarine / in het lijf, in het gelijke ritme van de steekdwang / bleek als een spook // zowel links en rechts naast het bed / de lampenkappen, echte runderblaas"
slecht één maal wordt schaamte [zonder vijgenblad] gevoeld, "[..] Je roep / rukte mijn stem uit mijn lijf, ik zong. // Ledematen vol schaamte, bij het zingen / uitgestrooid. Slechts honden // besprongen hun spoor."
slechts één maal wordt er geschoeid.
Zoals de huppelende adem
van de accordeon hier de flarden over straat jaagt, die allemaal in dezelfde wijk
wonen, in dezelfde nederlaag. Gecamoufleerd. Tussen wieldop
en gootsteen grijnst een verkrampte heliumvis, slapzilver
van kieuw tot kieuw, het ragbleke snuifzakje achterna, dat rondwaait, tot het
de treden vindt. Aarzelt, binnenstebuiten draait en op ballerinastompen
omhoog danst, omdat in dezelfde stortvloed van lucht de vis
zich opricht en applaudisseert
Wie der hüpfende Atem
des Akkordeons hier die Fetzen übers Pflaster treibt, die alle im selben Viertel
wohnen, in derselben Niederlage. Getarnt. Zwischen Radkappe
und Rinnstein grinst ein verklemmter Heliumfisch, schlaffsilbern
von Kieme zu Kieme, der hauchblassen Snifftüte nach, die umherweht, bis sie
die Stufen findet. Zögert, sich umstülpt und auf ihren Ballerinastümpfen
aufwärts tanzt, weil im selben Luftschwall der Fisch
sich aufrichtet und applaudiert
poëzie van Oleschinski, een belevenis, nee, een enigmatisch wonder, een te-leven-is
(Brigitte Oleschinski, Your Passport is Not Guilty, vertaling door Erik de Smedt, 2003 [1997], Zegwerk)
Labels:
artiste femme,
Brigitte Oleschinski,
EdS,
Levi van Veluw,
musa,
pain,
shoe,
vijgenblad
28-12-2010
Soulier 61 - bruidgeschoente
© Eva Hesse, 1960
Waarom Aan Chesil Beach werd geselecteerd voor de booker prize shortlist is mij een raadsel - omdat Ian McEwan Ian McEwan is / heet ?
McEwan schrijft begin jaren zestig, de vooravond van een huwelijksnacht. Bruid en bruidegom hadden het plan opgevat om "na het eten wandelschoenen aan te trekken en over de lange kiezelbank tussen de zee en de brakke lagune te lopen", 9. "Ze hadden geen honger. In theorie stond het hun vrij hun bord te laten staan, de wijnfles bij de hals te pakken en naar het strand te rennen en hun schoenen uit te schoppen en uitgebreid van hun vrijheid te genieten", 20, maar "ze deden geen kinderlijke dingen meer als van tafel weglopen terwijl anderen zich hadden ingespannen om een maaltijd te bereiden", 21. "Eenmaal in de slaapkamer .. bukte Florence [de bruid] eerst naar rechts en toen naar links - waarbij telkens bevallig een schouder omlaag ging - om haar schoenen uit te doen .. Ze waren van zacht lichtblauw leer, met lage hakken en een klein strikje voorop, kunstig gevlochten van een donkerder blauw leer", 75. "Terwijl ze [de bruid] door de slaapkamer liep, nog steeds met haar rug naar Edward [de bruidegom], nog steeds bezig tijd te rekken, zette ze zorgvuldig haar schoenen op de grond bij de klerenkast", 77. Even later herinnert McEwan de lezer eraan dat de bruid "zo ongeremd haar schoenen had uitgetrokken", 85. Omdat een bruidegom niet mag achterblijven, ontdoet ook hij zich van zijn schoeisel. "Hij trapte op de hak van zijn schoenen om ze van zijn voeten te wringen en trok met een vlugge duimbeweging zijn sokken uit", 92. Maar "het was een marteling [voor de bruid] om met iemand in een kamer te blijven die haar zo meemaakte. Ze griste haar schoenen van de grond en rende door de zitkamer, langs de resten van hun maaltijd de gang op", 100. "Het valt niet mee [dacht de bruidegom] om harde waarheden op blote voeten en in onderbroek te achterhalen. Hij trok zijn broek aan en zocht zijn sokken en schoenen, en overdacht alles nogmaals", 124. Ze [de bruid] schaamde zich. De schok van haar eigen gedrag trilde nog in haar na en leek zelfs in haar oren te weerklinken. Daarom was ze zover langs het strand gerend op haar mooie schoenen", 130. "Hij [de bruidegom] ging bij de waterlijn aan haar staan denken en liet in zijn verstrooidheid de golven over zijn schoenen spoelen", 146.
Nochtans was het goed begonnen - coup de foudre - al droeg hij [de bruidegom] op de dag van de ontmoeting "een grijsflanellen broek met een verstelde knie, en sjofele gympen waarvan de tenen bijna door waren", 56, zij [de bruid] droeg op een augustusochtend - hij [de bruidegom] "had haar nog nooit zo blij gezien, of zo mooi" - "een zwarte spijkerbroek met gympen en een wit overhemd met in een knoopsgat een zwierige paardenbloem", 120. Enkel rockers met laarzen, 88, en de vader van de bruid ontspringen McEwans dans - surtout le père, "terwijl hij praatte wipte hij met zijn knie op en neer of wriemelde met zijn tenen in zijn sandalen op de maat van een ritme in zijn hoofd", 106.
Kortom, veel saaie en goedkope schoenen, twee broden ("brood en spelen", 32, en "brood zonder boter", 110) en massaal veel schande, schuld en schaamte, waardoor een surrogaat voor de betekenaar vijgenblad niet kon ontbreken: "zijn servet bleef even aan zijn middel hangen, absurd, als een lendendoek", 28.
Aan Chesil Beach, een verhaaltje, hapklaar zonder al te veel diepgang - ondanks enkele mooie ingangspoortjes die slechts toegang geven tot doodlopende straatjes, waarin [en dat stoort] onrealistisch psychisme dwaalt.
Daarnaast creëert McEwan [en dat is mooi] een bruid, die verdrinkt in een invocatieve pulsie, het stem-object dus. Als kind had de bruid "een bijzonder kindermeisje, vrij mollig en moederlijk, met een muzikale Schotse stem", 131. Haar moeder daarentegen is kil en "toondoof", 48. Het jongere zusje werkt "op haar zenuwen met haar nieuw verworven Cockney-accent", 49. Ook de stem van haar vader ergert haar, "die hoge tenorstem, flemend en dwingend tegelijk, met die vreemd verdeelde klemtonen", "vreselijk" om naar te luisteren, 48. Wat de bruid ergert, manifesteert zich in de materialiteit van de stem die als restklank van de betekenaarsketen geen betekenis heeft.
Dat blijkt ook als de bruid de lichamelijke toenadering van de bruidegom niet kan harden, dan hoort ze "een geluid dat gaandeweg hoger wordt, een viool-stem die ze nét niet verstaat en die haar in sisklanken en klinkers iets dringends vertelt dat primitiever is dan woorden. Het kan binnen de kamer zijn, of buiten op de gang, of alleen maar in haar oren, als een oorsuizing. Het zou zelfs kunnen dat ze het geluid zelf maakt, 33. Bovendien is er geen woordenreeks die ze bij deze noten kan laten passen; het lijkt niet alsof er iets gezegd wordt, 76.
Wat wil ze, de bruid - een violiste? Ze wil muzikaal gaan en baden in klanken: "Alles voor de muziek", 41. Op het moment dat ze de toekomstige bruidegom ontmoet, voelt ze zich (vooraleer hij één enkel woord heeft gesproken) (zelfs) aangetrokken door "de licht nasale plattelandsklank in zijn stem, dicht bij het plaatselijke Oxford-accent, met zijn zweem van West Country", 58. De stem als erotiserend object, dat is duidelijk. Als de bruidegom zich ontkleedt, herinnert ze zich een voorval waarbij "haar vader zich door de schemerige krappe kajuit bewoog en uitkleedde, net als Edward [de bruidegom] nu". Ze herinnert zich "het geritsel van kleren, het gerinkel van een riem die werd losgemaakt, of van sleutels of kleingeld. Haar enige taak was haar ogen dicht te houden en te denken aan een liedje dat ze leuk vond. Of welk liedje dan ook", 94 - een ingangspoort die McEwan niet verder uitwerkt. Pauvre McEwan!
Vanwege de massale hoeveelheid schande, schuld en schaamte moge het duidelijk zijn dat de stem als stem van het geweten [gelukkig maar] [ook] bij de bruid niet ontbreekt.
Maar waarom Aan Chesil Beach werd geselecteerd voor de booker prize shortlist: één groot vraagteken.
20-12-2010
Soulier 60 - "deze uitleg dient de volledigheid, hij is onjuist"
© David Shrigley
in het hoofd van vitus bering, de mooiste biografie die ik ooit las: geen vijgenblad. het hoofd situeert zich in een mum en zee van ijs, en heeft dus praktisch noch antithetisch een vijgenblad van doen - schaamte evenmin.
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse bio die ik ooit las: geen brood, hoewel het hoofd baadt in een oraal register.
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse en verkapte bio die ik ooit las: drie paar schoenen, gebed in zinnen die de kleur van het hoofd verraden: [opgeg]eten [worden], [daar waar het] koud [is] en zwart, de kleur van rouw, dat niettemin licht absorbeert - zonder het te weten.
bij de tewaterlating van de boten gebruikte men mensen als walsen. vervolgens gaf men ze de scheepstimmerlieden te eten. vitus bering maakte dat hij weg kwam uit het stof dat het schoeisel van de stadswacht voor de herberg uit het straatvuil had doen opwaaien, 10
toen vitus bering tegen een kant botste, richtte hij zijn blik naar de maan en schampte af van de wolken, die intussen naar voren waren geschoven, op de spits van de kathedraal van sint-petersburg, sprong nog een beetje over schoorstenen en daken, tot hij bedachtzaam op de punten van zijn laarzen viel, die zijn laarzen in noordelijke richting afsloten. daar staken de voeten van bering in die bibberden van de kou, 16
vitus bering draagt een zwarte rok, die tot aan de enkels reikt. de rok is afgezoomd met een zwart lint en hij wordt in het middel door een zwarte gordel van zwart leder bijeengehouden. een stuk doek in de vorm van een broek bedekt zijn heupen, zijn benen steken in lange laarzen. dit stuk doek is zwart van kleur. deze lange laarzen zijn zwart. zwart is de kleur van de rouw en absorbeert het licht. zo ving vitus bering veel licht quanten en het was voor hem een (I) en hetzelfde of het deeltjes waren of niet of allebei of iets anders, en hij bewaarde ze voor betere tijden, zonder het te weten, 25
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse, verkapte en ook schalkse bio die ik ooit las, lees ik: wat is het belang van een mensenleven? wie ben ik [geweest]?
wie niet met oorlogsdaden voor de dag kon komen, werd oude vrouw of niemand genoemd. vitus bering dacht: ik, vitus bering, heb honger, 20
vaststelling / vitus bering was niet tsaar peter I of de grote en evenmin georg schweinfurth, ook was vitus bering niet dr. hahl niet dr. fridtjof nansen niet koning munsa niet eerste luitenant dodge niet guizot niet professor sepp niet prins von waldburg-zeil ook niet antonio vecerina of beethoven niet koning lodewijk XIV niet sverdrup niet eerste luitenant payer niet scheepsvaandrig orel niet james cook niet simon dezjnev niet sir martin frobisher niet john davis niet henry hudson niet parry niet franklin niet john ross niet m'clure niet nordenskjöld niet umberto cagni niet amundsen niet robert e. peary of timoer tamerlan, 27
het lange haar was een teken van de vrije man. vitus bering droeg het in een staart die naar beneden hing, 33
monoloog [21 juni] / ik ben vitus bering, 30
zijn pols was vrijgekomen. boven de pols was een vogel met twee koppen en uitgestrekte vleugels in de huid gekerfd [zo geeft de tsaar aan wat hem toebehoort], 36
het hout van het deksel was vermolmd, maar de voorkant was gevat in een huls van messing, die op de gele, goed opgeblonken ondergrond een zwarte, dubbelhoofdige adelaar in lijnets vertoonde. bering nam het luik iets dichter bij zijn ogen en bekeek nu de achterkant van het deksel, zonder de inscriptie in begrip om te zetten, omdat hij deze moeite // NU // niet op wil brengen, 34
inschriptie met een scherp voorwerp in het luik gekerfd / "vitus bering trok - omdat het koud was - een dikke handschoen aan. toen meende hij dat er een berenklauw was gegroeid, en verloor zijn verstand", 41
wie ben ik [geweest] is onlosmakelijk verbonden met de ander. in het hoofd van vitus bering verslindt de ander de ander, waardoor het hoofd zich [vooral bij aanvang] in een pregenitaal oraal-kannibaals register bevindt. de ander eet geen brood, maar vis, het lichaam van de heer en mensen [partout]. mais, je est un autre en posities zijn inwisselbaar, zodat ook vitus bering het lichaam van de heer eet, "het lichaam van de heer, die hij als zijn vader en diens zoon beschouwde", 21. "er bestaan [overigens] volkeren waar ouders het als een eer beschouwen door hun nakomelingen gedood en opgegeten te worden", 20, dat wist zowel vitus als konrad als bering.
nee, konrad bayer en vitus bering zijn niet meer, maar het hoofd overleeft, goddank
(konrad bayer, het hoofd van vitus bering, vertaald door Erik de Smedt, 2006 [1965])
11-12-2010
Always the mother XIII (la mer japonaise)
© Sinta Werner - Markus Wüste
niet elke Nothomb is een Nothomb, merk ik lijdzaam op. ni d'Adam ni d'Eve (een roman waarin Amélie als twintiger terugkeert naar de cultuur en het taalbad van haar prille jeugd - ze wil Japanse worden) mist het vranke en de Nothomb zo kenmerkende spitsheid. und ist langweilig.
een lezing van ni ni vanuit de betekenaars brood, vijgenblad en schoen zet je bovendien op de verkeerde voet - het levert niets op. geen vijgenblad, nauwelijks schaamte, zes niets!zeggende schoenen en "soldaatjes van onbederfelijk brood" (44). C'est tout.
nochtans zit je met de betekenaar brood (lees: voedsel) op het juiste spoor: ni ni situeert zich talig [en massaal] in een oraal register. wat is hier gaande, denk je in eerste instantie, als weer (voor de zoveelste keer) wordt gegeten*. gaandeweg word je van al die gerechten onwel tót de betekenaar mager valt: "als ik terugblik op mijn verleden, dan stel ik vast dat alle mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in mijn leven mager waren [..] dat moet toch wel iets betekenen" (100). dan besef je: hier speelt een particuliere eetproblematiek - de onpasselijkheid verdwijnt. je ziet plots dat alle gerechten worden aangereikt: Amélie wordt gevoed / wil gevoed [worden].
vermits de moeder in het verhaal ontbreekt [de vader uiteraard eveneens], is het wachten op de plaatsvervanger(s) en zie: "hoe je zoveel van die gevleugelde godjes kon houden dat je jezelf erdoor liet opvreten", 148, "ik gaf de muggen niet te manger, of te eten, maar te démanger, in mijn bloed viel genoeg te démanger voor een banket van vliegende beestjes. ik was noodgedwongen [noodgedwongen] een gewillig festijn", 149. de problematiek wordt duidelijk: Amélie krijgt aangereikt / wil aangereikt krijgen, maar de keerzijde, het gevaar hierbij verslonden te worden, dreigt. en je begrijpt eindelijk het belang van de massale hoeveelheid gerechten - een hoeveelheid recht evenredig met de dreiging en de ernst van het gevaar te verdwijnen.
deze hypothese wordt al snel bevestigd, met name als Amélie zich alleen en niet zonder angst naar een besneeuwde bergtop begeeft. Daar woont in het kinderverhaal "Yamamba [u merkt de 'mam'], de boosaardigste onder de onibaba of heksen, die de bergen teisterde waar ze eenzame wandelaars ving om er soep van te koken - die soep van eenzame wandelaars [..] heeft zo vaak door mijn verbeelding gespookt dat ik meen te weten hoe hij smaakt", 161. het gevaar is duidelijk van orale aard: Amélie vreest te worden verslonden, opgevreten.
dat blijkt ook even later wanneer vriend Rinri haar meeneemt naar Sado, een eiland in de Japanse Zee (la Mer Japonaise in Nothombs moedertaal), une Mer waarin zij als kind net niet verdronk, 183. ook op Sado, hoe kan het anders, wordt gegeten, met name inktvisjes die voor het oog worden gedood. en ja hoor "het wraakzuchtige [lees: wraatzuchtige] lijkje zoog zich met al zijn tentakels vast aan mijn tong. het liet niet meer los. ik gilde zo hard als een mens kan gillen als zijn tong door een inktvis wordt verzwolgen", 195. wat wordt aangereikt, is bedreigend, kan je verslinden. als Rinri haar even later ten huwelijk vraagt, is het antwoord - dat spreekt - nee. hij mag aanreiken, maar enkel vrijblijvend. de angst, het gevaar om in hem te verdwijnen is te groot. als deze modus vivendi mislukt, rest [Amélie] enkel de vlucht: een vlucht naar de armen van haar zus, de laatste die haar [in dit verhaal] zal voeden.
mooi, hoe Amélie in ni ni twee pogingen onderneemt om [toch] zelf iets te eten, twee keer een vrucht, twee keer mislukt het. "ik had trek in een tomaat en zette mijn tanden erin [..] hij griste de tomaat uit mijn handen en zei dat die vrucht slecht was voor mijn teint", 127, "donkere, kale dadelpruimen, rijkelijk beladen met rijpe kaki's [..] ik duizelde van verrukking en verlangen tegelijk, want ik ben dol op rijpe kaki's. helaas, hoe hoog ik ook sprong, ik kreeg er niet één te pakken", 193. Rinri zal even later kaki's plukken en deze bij wijze van verrassing, ja, aanreiken.
ni ni schetst m.a.w. een zeer coherent en particulier psychisch vignet dat meer dan beheerst wordt door het oraal register - omdat Amélie ditmaal zichzelf schreef? helaas is het geen hoogvlieger op lyrisch vlak. und sehr langweilig.
(Amélie Nothomb, Ni d'Adam, ni d'Eve / De verloofde van Sado, vertaald door Marijke Arijs, 2008 [2007])
* hiroshima-saus, peanut butter, kool in reepjes, 20, gember, 21, garnalen, 21, okonomiyaki, 21, 98, pannekoekenbeslag, 23, zure pruimen, azijn, soja, 23, Zwitserse fondue, 48, pasta carbonara, 71, sashimi, sushi, 71, eieren, 73, pruimensaus, 73, walvisvlees, 76, chinese noedels 86, 103, 180, gebakjes, 83, pancakes, 112, koekjes, 115, spinazie met sesam, kwarteleieren met shiso en zee-egels, 124, Italiaans-Amerikaanse salami met een centimeter mayonaise erop, 125, tomaat, 127, drie gemberwortels, 128, paardenbloembeignets, 135, gevulde shisobladeren met lotuswortels, gemarineerde bonen met cederappels, gebakken dwergkrabben, 135, orchideeënbouillon, 136, chawanmushi, custard van schaal- en schelpdieren met zwarte champignons en visbouillon, 139, jakobsschelpen, blanc-manger, 140, noedelsoep, 155, soep, 161, diepvriesproduct, 167, kaiseki, 191, levende inktvisjes, 194, goudbrasemfilets, 195, kaki, 196, stippelvarensoep, 211, boekweitnoedels, zoete bonen, rijstkoeken en andere rariteiten (meer een genot voor het oog dan voor de mond), spagetti, 216
Abonneren op:
Posts (Atom)

















