"een stuk mag nooit een eenduidige demonstratie zijn van talent of vakkennis. zaak is de acteurs te ontdooien, hen te beletten om weg te zinken in het vertonen van hun virtuositeit, hen vast te houden in de werkelijkheid. ze moeten altijd bewust blijven van de ruimte en de tijd die verstrijkt, van het huidige moment en de noodzaak om levend te blijven, liever dan zich tevreden te stellen met het reproduceren van acties die ze door en door gerepeteerd en onder de knie hebben" (Kelly Copper)
the Nature Theater of Oklahoma
Posts tonen met het label Franz Kafka. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Franz Kafka. Alle posts tonen
04-10-2012
Kafka's Oklahoma
30-04-2012
de bankroet jazz
Kafka juni 1924 40 jaar d_________ood, TBC
Van Ostaijen maart 1928 32 jaar d_________ood
cause of death? right! hij liet (ons) het scenario van De bankroet jazz na, toen
26-02-2011
soulier 66 - "het voornaamste was dat men het brood recht sneed"
© Franz Kafka
een brief ga je niet te lijf, daar blijf je af. vooral als het een brief aan vader is - geadresseerd verdraagt immers geen lezing aan de hand van betekenaars.
het ontbreekt dan ook in Kafka's brief aan vader aan de betekenaar vijgenblad, hoewel het epistel bulkt van schande, schuld en schaamte. dat heet, zowel vader Hermann als Franz zijn, volgens Franz, schuldig o zó schuldig en onschuldig tegelijk. Hermann, de onschuldige tiran versus Franz, de onschuldige maar koppige duvel. nee, een brief ga je niet te lijf, maar de betekenaar brood laat toch maar mooi zien hoe we hermanns onschuld kunnen begrijpen.
"Wat op tafel kwam moest gegeten worden, over de kwaliteit van het voedsel mocht niet gesproken worden - maar u vond het eten vaak ongenietbaar, noemde het 'vreten'; dat 'beest' (de keukenmeid) had het verknoeid. Daar u met uw geweldige eetlust en uw bijzondere voorkeur alles snel, heet en met grote happen had gegeten, moest het kind zich haasten, er heerste een sombere stilte onder het eten, onderbroken door vermaningen 'eerst eten, dan praten' of 'vlugger, vlugger, vlugger' of 'zie je wel, ik ben al lang klaar'. Botten mocht men niet stukbijten, u wel. Azijn mocht men niet slurpen, u wel. Het voornaamste was dat men het brood recht sneed; maar dat u het met een mes, druipend van jus, deed, kwam er niet op aan. Men moest er op letten dat er geen etensresten op de grond vielen, bij u lag ten slotte het meeste. Aan tafel mocht men zich alleen met eten bezighouden, maar u reinigde en sneed uw nagels, sleep potloden, maakte met de tandestoker uw oren schoon. Begrijp mij alstublieft goed, vader, dat waren op zichzelf absoluut onbeduidende kleinigheden geweest, ze werden voor mij pas daardoor beklemmend omdat u, de voor mij zozeer de toon aangevende mens, uzelf niet aan de geboden hield die u mij oplegde" (13)
dat de moed Franz vaak in de schoenen, de loden schoenen zonk, schrijft hij niet. Hermanns zoon had überhaupt geen schoeisel van doen om vader duidelijk te maken hoe hij hun verstandhouding ervaarde - een wereldkaart volstond.
"Soms stel ik mij de wereldkaart vlak uitgespreid voor en u er dwars overheen uitgestrekt. En dan krijg ik het gevoel alsof voor mijn leven alleen die streken in aanmerking zouden komen die u óf niet bedekt óf die buiten uw bereik liggen. En dat zijn in overeenstemming met de voorstelling die ik van uw grootte heb niet veel of geen bijzonder aanlokkelijke streken" (48)
- aanlokkelijke streken, Brief aan moeder heeft Franz (voor zover bekend) nooit geschreven, hoewel ze u i t e r a a r d rechtdraadmadeliefjes in Brief aan vader verschijnt.
(Franz Kafka, Brief an den Vater / Brief aan zijn vader, vertaling Nini Brunt, 1976 [1969])
03-10-2010
Soulier 51 (de hakken in de grond boren)
© Paul Schietekat
In Kafka's strafkolonie draait het, hoe kan het ook anders, om schuld die men in andermans schoenen schuift - wat op zich reeds absurd is, maar niet als zodanig erkend, vermits algemeen verbreid. "Mij treft geen schuld", 724, "allemaal de schuld van de commandant", 732, "schuld staat altijd vast", 726.
Wat beschaamt wordt verzwegen. "Dat zal de officier u wel niet verteld hebben, want daar schaamde hij zich het meest over", 744. Het zwijgen als vijgenblad.
Verder geen brood in de strafkolonie en slechts één soldaat die "zijn hakken in de grond boort", 728 - dan is het uit met schoeisel.
Der Franz bedient zich eerder (en opvallend) van betekenaars onder de noemer kleding: "een nauw parade-uniform, met epauletten bezwaard en met tressen behangen", 723, "een hemd en een broek van achteren doorgesneden", 730, "havenwerkers die geen van allen een jas dragen, wel gescheurde hemden", 744, ..
Vrouwen, die onbegrepen of misschien liever on(be)grijpbare wezens (Kafka staat in deze niet alleen), verschijnen (mooi om lezen) als dames die dunne dameszakdoekjes, 721, 741, en suikergoed uitdelen, 732, als dames die met hun dameshand je mond dichthouden als je wil schreeuwen, 735, en als je niet oplet met je vingers spelen, 737. Het schoeisel van deze dames laat der Franz evenwel (terecht?) onbesproken.
(In de strafkolonie, uit: Franz Kafka verzameld werk, 1983, vertaling Nini Brunt)
14-05-2010
Tweemaal Kafka
In mei 1921 schreef ik een sonnet dat Ludwig Winder in het Zondagsblad van Bohemia opnam. Kafka zei bij deze gelegenheid : "Je beschrijft de dichter als een wonderbaarlijk groot mens, wiens voeten zich op de aarde bevinden, terwijl zijn hoofd in de wolken verdwijnt. Dat is natuurlijk een heel gewoon beeld in het voorstellingskader van de kleinburgerlijke conventie. Het is een illusie van verborgen verlangens die niets meer met de werkelijkheid gemeen hebben. In werkelijkheid is de dichter altijd veel kleiner en zwakker dan het maatschappelijk gemiddelde. Hij ondergaat doordoor de zwaarte van het bestaan op aarde veel intensiever en heviger dan andere mensen. Zijn gezang is voor hem persoonlijk alleen een schreeuw. De kunst is voor de kunstenaar een smart waardoor hij zich bevrijdt voor een nieuwe smart. Hij is geen reus, maar een min of meer bonte vogel in de kooi van zijn bestaan."
"U ook?", vroeg ik.
"Ik ben een totaal onmogelijke vogel," zei Franz Kafka. "Ik ben een kauw - een kavka. De kolenman in de Teinhof heeft er een. Heb je hem gezien?"
"Ja, hij loopt voor de zaak heen en weer."
"Ja, het gaat mijn familie beter dan mij. Het is wel waar dat hij gekortwiekt is. In mijn geval was dat overigens niet nodig omdat mijn vleugels verschrompeld zijn. Daardoor bestaan er voor mij geen hoogten en verten. Verward hip ik tussen de mensen heen en weer. Ze bekijken mij vol wantrouwen. Ik ben immers een gevaarlijke vogel, een dief, een kraai. Doch dat is maar schijn. In werkelijkheid mis ik het verlangen naar schitterende dingen. Daarom heb ik ook niet eens glanzende zwarte veren. Ik ben grijs als as. Een kraai die ernaar verlangt tussen de stenen te verdwijnen. Maar dat is maar een grapje, om je niet te laten merken hoe slecht het vandaag met mij is." (..)
De volgende week was hij niet op kantoor. Ik kon pas tien of veertien dagen later met hem naar huis lopen. Hij gaf mij het boek en zei : "Iedereen leeft achter de tralies die hij met zich meedraagt. Daarom schrijft men tegenwoordig zo veel over dieren. Het is de uiting van het verlangen naar een vrij, natuurlijk leven. Maar het natuurlijke leven van de mens is het mensenleven. Maar dat ziet men niet. Men wil het niet zien. Het menselijk bestaan is te moeilijk, daarom wil men er zich, althans in de fantasie, van bevrijden."
(Gustav Yanouch, Gespräche mit Kafka, vertaling Nini Brunt, 1965)
"Hij die met het leven niet klaarkomt, heeft de ene hand nodig om de vertwijfeling over zijn lot een weinig af te weren - het gebeurt zeer ontoereikend - met de andere hand echter kan hij optekenen wat hij onder de puinen ziet, want hij ziet andere dingen en meer dan de anderen, hij is immers dood bij leven en de eigenlijke overlevende. Waarbij verondersteld wordt, dat hij niet beide handen, en meer dan dat, voor het gevecht met de vertwijfeling nodig heeft."
(Dagboekfragment Kafka, vertaald door Ludo Verbeek)
(Theaterproductie In de strafkolonie/Het hol, tweemaal Kafka. Tweemaal. On stage vier mannen. Geen vrouw te bespeuren - we lezen Kafka. Links van mij steenslag, rechts een echo. Toneelhuis A'pen, 13.05.10)
31-01-2010
I went to the house but did not enter
« Je ne suis ni savant ni ignorant. J'ai connu des joies. C'est trop peu dire : je vis, et cette vie me fait le plaisir le plus grand. Alors, la mort ? Quand je mourrai (peut-être tout à l'heure), je connaîtrai un plaisir immense. Je ne parle pas de l'avant-goût de la mort qui est fade et souvent désagréable. Souffrir est abrutissant. Mais telle est la vérité remarquable dont je suis sûr : j'éprouve à vivre un plaisir sans limites et j'aurai à mourir une satisfaction sans limites. » (Maurice Blanchot, uit : La folie du jour, 1973)
"I am neither learned nor ignorant. I have known joys. That is saying to little : I am alive, and this life gives me the greatest pleasure. And what about death ? When I die (perhaps any minute now), I will feel immense pleasure. I am not talking about the foretaste of death, which is stale and often disagreeable. Suffering dulls the sensus. But this is the remarkable truth, which I am certain of : I feel boundless pleasure in living, and I will take boundless satisfaction in dying" (translated for I went to the house but did not enter)
(Heiner Goebbels & het Britse Hilliard Ensemble met het scenisch concert I went to the house but did not enter, een surrealistische ratatouille van T.S. Eliot (The love song of J. Alfred Prufrock), Maurice Blanchot (La folie du jour), Franz Kafka (Der Ausflug ins Gebirge) en Samuel Beckett (Worstward ho). On stage vier mannen, de vrouw was zoek - het moest er eens van komen. Voor mij een man, die niet. Achter mij een vrouw, alsnog. deSingel, 30.01.10)
Es ist ein Wunder, daß wir nicht singen
© Per Kirkeby
»Ich weiß nicht«, rief ich ohne Klang, »ich weiß ja nicht. Wenn niemand kommt, dann kommt eben niemand. Ich habe niemandem etwas Böses getan, niemand hat mir etwas Böses getan, niemand aber will mir helfen. Lauter niemand. Aber so ist es doch nicht. Nur daß mir niemand hilft –, sonst wäre lauter Niemand hübsch. Ich würde ganz gern – warum denn nicht – einen Ausflug mit einer Gesellschaft von lauter Niemand machen. Natürlich ins Gebirge, wohin denn sonst? Wie sich diese Niemand aneinanderdrängen, diese vielen quergestreckten und eingehängten Arme, diese vielen Füße, durch winzige Schritte getrennt! Versteht sich, daß alle in Frack sind. Wir gehen so lala, der Wind fährt durch die Lücken, die wir und unsere Gliedmaßen offen lassen. Die Hälse werden im Gebirge frei! Es ist ein Wunder, daß wir nicht singen.« (Franz Kafka, Der Ausflug ins Gebirge, 1912-13)
“I don’t know,” I cried without being heard, “I do not know. If nobody comes, then nobody comes. I’ve done nobody any harm, nobody’s done me any harm, but nobody will help me. A pack of nobodies. Yet that isn’t all true. Only, that nobody helps me. A pack of nobodies would be rather fine, on the other hand. I’d love to go on an excursion – why not? – with a pack of nobodies. Into the mountains, of course, where else? How these nobodies jostle each other, all these lifted arms linked together, these numberless feet treading so close! Of course they are all in dress suits. We go so gaily, the wind blows through us and the gaps in our company. Our throats swell and are free in the mountains! It’s a wonder that we don’t burst into song.“ (Translated by Willa and Edwin Muir)
Abonneren op:
Posts (Atom)



