© Cassie Jones, 2004
het laatste stompje
staart van de staart
van de wondhond
vermomd als ras-
vaste wondhond
die het laatste
stompje staart
ontrolt, nee,
belooft te ont-
rollen in een staart
geteld in dagen - een belofte
zonder garantie
30-12-2010
het laatste stompje
28-12-2010
Soulier 61 - bruidgeschoente
© Eva Hesse, 1960
Waarom Aan Chesil Beach werd geselecteerd voor de booker prize shortlist is mij een raadsel - omdat Ian McEwan Ian McEwan is / heet ?
McEwan schrijft begin jaren zestig, de vooravond van een huwelijksnacht. Bruid en bruidegom hadden het plan opgevat om "na het eten wandelschoenen aan te trekken en over de lange kiezelbank tussen de zee en de brakke lagune te lopen", 9. "Ze hadden geen honger. In theorie stond het hun vrij hun bord te laten staan, de wijnfles bij de hals te pakken en naar het strand te rennen en hun schoenen uit te schoppen en uitgebreid van hun vrijheid te genieten", 20, maar "ze deden geen kinderlijke dingen meer als van tafel weglopen terwijl anderen zich hadden ingespannen om een maaltijd te bereiden", 21. "Eenmaal in de slaapkamer .. bukte Florence [de bruid] eerst naar rechts en toen naar links - waarbij telkens bevallig een schouder omlaag ging - om haar schoenen uit te doen .. Ze waren van zacht lichtblauw leer, met lage hakken en een klein strikje voorop, kunstig gevlochten van een donkerder blauw leer", 75. "Terwijl ze [de bruid] door de slaapkamer liep, nog steeds met haar rug naar Edward [de bruidegom], nog steeds bezig tijd te rekken, zette ze zorgvuldig haar schoenen op de grond bij de klerenkast", 77. Even later herinnert McEwan de lezer eraan dat de bruid "zo ongeremd haar schoenen had uitgetrokken", 85. Omdat een bruidegom niet mag achterblijven, ontdoet ook hij zich van zijn schoeisel. "Hij trapte op de hak van zijn schoenen om ze van zijn voeten te wringen en trok met een vlugge duimbeweging zijn sokken uit", 92. Maar "het was een marteling [voor de bruid] om met iemand in een kamer te blijven die haar zo meemaakte. Ze griste haar schoenen van de grond en rende door de zitkamer, langs de resten van hun maaltijd de gang op", 100. "Het valt niet mee [dacht de bruidegom] om harde waarheden op blote voeten en in onderbroek te achterhalen. Hij trok zijn broek aan en zocht zijn sokken en schoenen, en overdacht alles nogmaals", 124. Ze [de bruid] schaamde zich. De schok van haar eigen gedrag trilde nog in haar na en leek zelfs in haar oren te weerklinken. Daarom was ze zover langs het strand gerend op haar mooie schoenen", 130. "Hij [de bruidegom] ging bij de waterlijn aan haar staan denken en liet in zijn verstrooidheid de golven over zijn schoenen spoelen", 146.
Nochtans was het goed begonnen - coup de foudre - al droeg hij [de bruidegom] op de dag van de ontmoeting "een grijsflanellen broek met een verstelde knie, en sjofele gympen waarvan de tenen bijna door waren", 56, zij [de bruid] droeg op een augustusochtend - hij [de bruidegom] "had haar nog nooit zo blij gezien, of zo mooi" - "een zwarte spijkerbroek met gympen en een wit overhemd met in een knoopsgat een zwierige paardenbloem", 120. Enkel rockers met laarzen, 88, en de vader van de bruid ontspringen McEwans dans - surtout le père, "terwijl hij praatte wipte hij met zijn knie op en neer of wriemelde met zijn tenen in zijn sandalen op de maat van een ritme in zijn hoofd", 106.
Kortom, veel saaie en goedkope schoenen, twee broden ("brood en spelen", 32, en "brood zonder boter", 110) en massaal veel schande, schuld en schaamte, waardoor een surrogaat voor de betekenaar vijgenblad niet kon ontbreken: "zijn servet bleef even aan zijn middel hangen, absurd, als een lendendoek", 28.
Aan Chesil Beach, een verhaaltje, hapklaar zonder al te veel diepgang - ondanks enkele mooie ingangspoortjes die slechts toegang geven tot doodlopende straatjes, waarin [en dat stoort] onrealistisch psychisme dwaalt.
Daarnaast creëert McEwan [en dat is mooi] een bruid, die verdrinkt in een invocatieve pulsie, het stem-object dus. Als kind had de bruid "een bijzonder kindermeisje, vrij mollig en moederlijk, met een muzikale Schotse stem", 131. Haar moeder daarentegen is kil en "toondoof", 48. Het jongere zusje werkt "op haar zenuwen met haar nieuw verworven Cockney-accent", 49. Ook de stem van haar vader ergert haar, "die hoge tenorstem, flemend en dwingend tegelijk, met die vreemd verdeelde klemtonen", "vreselijk" om naar te luisteren, 48. Wat de bruid ergert, manifesteert zich in de materialiteit van de stem die als restklank van de betekenaarsketen geen betekenis heeft.
Dat blijkt ook als de bruid de lichamelijke toenadering van de bruidegom niet kan harden, dan hoort ze "een geluid dat gaandeweg hoger wordt, een viool-stem die ze nét niet verstaat en die haar in sisklanken en klinkers iets dringends vertelt dat primitiever is dan woorden. Het kan binnen de kamer zijn, of buiten op de gang, of alleen maar in haar oren, als een oorsuizing. Het zou zelfs kunnen dat ze het geluid zelf maakt, 33. Bovendien is er geen woordenreeks die ze bij deze noten kan laten passen; het lijkt niet alsof er iets gezegd wordt, 76.
Wat wil ze, de bruid - een violiste? Ze wil muzikaal gaan en baden in klanken: "Alles voor de muziek", 41. Op het moment dat ze de toekomstige bruidegom ontmoet, voelt ze zich (vooraleer hij één enkel woord heeft gesproken) (zelfs) aangetrokken door "de licht nasale plattelandsklank in zijn stem, dicht bij het plaatselijke Oxford-accent, met zijn zweem van West Country", 58. De stem als erotiserend object, dat is duidelijk. Als de bruidegom zich ontkleedt, herinnert ze zich een voorval waarbij "haar vader zich door de schemerige krappe kajuit bewoog en uitkleedde, net als Edward [de bruidegom] nu". Ze herinnert zich "het geritsel van kleren, het gerinkel van een riem die werd losgemaakt, of van sleutels of kleingeld. Haar enige taak was haar ogen dicht te houden en te denken aan een liedje dat ze leuk vond. Of welk liedje dan ook", 94 - een ingangspoort die McEwan niet verder uitwerkt. Pauvre McEwan!
Vanwege de massale hoeveelheid schande, schuld en schaamte moge het duidelijk zijn dat de stem als stem van het geweten [gelukkig maar] [ook] bij de bruid niet ontbreekt.
Maar waarom Aan Chesil Beach werd geselecteerd voor de booker prize shortlist: één groot vraagteken.
vandaar arg- / waan [de]
© Eva Hesse
- op vele meters
en dagen afstand [de]
en die man [de]
en moeite [de] die
hij heeft
met hoeden [de] die
konijntjes
verblijf [een] aan-
bieden
- es-
doorn [de]
en die vrouw [de]
- of liever -
die vrouwen [de] die
met snelheid [de] van wijkend
licht
hoeden [de] be-
potelen
- wat melkjes zo
overbelicht
27-12-2010
op de maat van het ritme
© Eva Hesse
zie ons hier staan
zestien graden [gemiddeld]
[plan B bis] ik
bijt in zand dat is
mijn stijl [in mij
meer dan mij] jij
treurt [om beurten]
om wat je hangend
laat zie
ons [ei]
stijlvol rollen
door stof of
hoe niemand [van ons]
aan een honderdste [van]
zal denken hoe
droog brood kropt en zilver
achter slot [wordt
bewaard - zie ons hier
staan]
24-12-2010
verhaal van de keuken
22-12-2010
plens [en plens]
21-12-2010
[de] die
20-12-2010
Soulier 60 - "deze uitleg dient de volledigheid, hij is onjuist"
© David Shrigley
in het hoofd van vitus bering, de mooiste biografie die ik ooit las: geen vijgenblad. het hoofd situeert zich in een mum en zee van ijs, en heeft dus praktisch noch antithetisch een vijgenblad van doen - schaamte evenmin.
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse bio die ik ooit las: geen brood, hoewel het hoofd baadt in een oraal register.
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse en verkapte bio die ik ooit las: drie paar schoenen, gebed in zinnen die de kleur van het hoofd verraden: [opgeg]eten [worden], [daar waar het] koud [is] en zwart, de kleur van rouw, dat niettemin licht absorbeert - zonder het te weten.
bij de tewaterlating van de boten gebruikte men mensen als walsen. vervolgens gaf men ze de scheepstimmerlieden te eten. vitus bering maakte dat hij weg kwam uit het stof dat het schoeisel van de stadswacht voor de herberg uit het straatvuil had doen opwaaien, 10
toen vitus bering tegen een kant botste, richtte hij zijn blik naar de maan en schampte af van de wolken, die intussen naar voren waren geschoven, op de spits van de kathedraal van sint-petersburg, sprong nog een beetje over schoorstenen en daken, tot hij bedachtzaam op de punten van zijn laarzen viel, die zijn laarzen in noordelijke richting afsloten. daar staken de voeten van bering in die bibberden van de kou, 16
vitus bering draagt een zwarte rok, die tot aan de enkels reikt. de rok is afgezoomd met een zwart lint en hij wordt in het middel door een zwarte gordel van zwart leder bijeengehouden. een stuk doek in de vorm van een broek bedekt zijn heupen, zijn benen steken in lange laarzen. dit stuk doek is zwart van kleur. deze lange laarzen zijn zwart. zwart is de kleur van de rouw en absorbeert het licht. zo ving vitus bering veel licht quanten en het was voor hem een (I) en hetzelfde of het deeltjes waren of niet of allebei of iets anders, en hij bewaarde ze voor betere tijden, zonder het te weten, 25
in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse, verkapte en ook schalkse bio die ik ooit las, lees ik: wat is het belang van een mensenleven? wie ben ik [geweest]?
wie niet met oorlogsdaden voor de dag kon komen, werd oude vrouw of niemand genoemd. vitus bering dacht: ik, vitus bering, heb honger, 20
vaststelling / vitus bering was niet tsaar peter I of de grote en evenmin georg schweinfurth, ook was vitus bering niet dr. hahl niet dr. fridtjof nansen niet koning munsa niet eerste luitenant dodge niet guizot niet professor sepp niet prins von waldburg-zeil ook niet antonio vecerina of beethoven niet koning lodewijk XIV niet sverdrup niet eerste luitenant payer niet scheepsvaandrig orel niet james cook niet simon dezjnev niet sir martin frobisher niet john davis niet henry hudson niet parry niet franklin niet john ross niet m'clure niet nordenskjöld niet umberto cagni niet amundsen niet robert e. peary of timoer tamerlan, 27
het lange haar was een teken van de vrije man. vitus bering droeg het in een staart die naar beneden hing, 33
monoloog [21 juni] / ik ben vitus bering, 30
zijn pols was vrijgekomen. boven de pols was een vogel met twee koppen en uitgestrekte vleugels in de huid gekerfd [zo geeft de tsaar aan wat hem toebehoort], 36
het hout van het deksel was vermolmd, maar de voorkant was gevat in een huls van messing, die op de gele, goed opgeblonken ondergrond een zwarte, dubbelhoofdige adelaar in lijnets vertoonde. bering nam het luik iets dichter bij zijn ogen en bekeek nu de achterkant van het deksel, zonder de inscriptie in begrip om te zetten, omdat hij deze moeite // NU // niet op wil brengen, 34
inschriptie met een scherp voorwerp in het luik gekerfd / "vitus bering trok - omdat het koud was - een dikke handschoen aan. toen meende hij dat er een berenklauw was gegroeid, en verloor zijn verstand", 41
wie ben ik [geweest] is onlosmakelijk verbonden met de ander. in het hoofd van vitus bering verslindt de ander de ander, waardoor het hoofd zich [vooral bij aanvang] in een pregenitaal oraal-kannibaals register bevindt. de ander eet geen brood, maar vis, het lichaam van de heer en mensen [partout]. mais, je est un autre en posities zijn inwisselbaar, zodat ook vitus bering het lichaam van de heer eet, "het lichaam van de heer, die hij als zijn vader en diens zoon beschouwde", 21. "er bestaan [overigens] volkeren waar ouders het als een eer beschouwen door hun nakomelingen gedood en opgegeten te worden", 20, dat wist zowel vitus als konrad als bering.
nee, konrad bayer en vitus bering zijn niet meer, maar het hoofd overleeft, goddank
(konrad bayer, het hoofd van vitus bering, vertaald door Erik de Smedt, 2006 [1965])
17-12-2010
is isn't really a question
© Bep Scheeren
hoe hij
zij na benadrukt [en voor] [en terug]
of hoe boeker
en donker de kamer [details na na-
latend] tot
het barst - broos de vaas - en gaapt tot
het barst in hand en woel
en zacht
[enkel getallen
delen
de norm gedeeld
door twee twee derde veel - veel]
hoe hij
zij on ontbindt: bloemen [bloemen
of] woorden die je ziet, weak
muscles die je afmat [maar golvend
de on- en ondertoon zonder
grenzen op
of zot
te rekken: kortstond - zonder los
te laten: de maat
het uitgewrongen distillaat
derdegraads vierdegraads [of hoe zij
hij na benadrukt]
16-12-2010
twee derde gekromd
© Koenraad Tinel
tijd
ongewijzigd tele
vitus is leven - maar dan mannelijk - recht door zee
[of] linea recta eromheen [dezee]
- een vorm van leven, wij
baai a
een gans [ik bespaar details] een gans
- die naam waardig -
baadt zelden in dezelfde dag
baai b
een man schaaft een beeld
[beeld van een zoon] en boort en schaaft
en hakt het [slopend] elders
baai c
vrouw [de vrouw] grillig spelend
een rund om de nek - het lid gestrekt
stuiptrekkend
es
[en] synthetisch es
dreigend parende uren - [succulente] sappen
niet onbenulliger
dan
15-12-2010
à frappe frappante
14-12-2010
af!-
© Ann Veronica Janssens
moeder dood
moeder ziek
passief
jankend - los! los!
kind in de weer
kind verteerd [zuur]
kind
ziek jankend - los!
gestolde korst
en geen bloed
dat
de navel [gapende
wond] opent
spiegel blad-
spiegel smal
de
smalle strook [links
in de linkermarge] af!-
gedwongen van moeder
huis kind
van wit
scheeftrekkend scheefhellend af!-
gedwongen van los! los! af!-
geprint
los! dunne spoeling
hoe
11-12-2010
Always the mother XIII (la mer japonaise)
© Sinta Werner - Markus Wüste
niet elke Nothomb is een Nothomb, merk ik lijdzaam op. ni d'Adam ni d'Eve (een roman waarin Amélie als twintiger terugkeert naar de cultuur en het taalbad van haar prille jeugd - ze wil Japanse worden) mist het vranke en de Nothomb zo kenmerkende spitsheid. und ist langweilig.
een lezing van ni ni vanuit de betekenaars brood, vijgenblad en schoen zet je bovendien op de verkeerde voet - het levert niets op. geen vijgenblad, nauwelijks schaamte, zes niets!zeggende schoenen en "soldaatjes van onbederfelijk brood" (44). C'est tout.
nochtans zit je met de betekenaar brood (lees: voedsel) op het juiste spoor: ni ni situeert zich talig [en massaal] in een oraal register. wat is hier gaande, denk je in eerste instantie, als weer (voor de zoveelste keer) wordt gegeten*. gaandeweg word je van al die gerechten onwel tót de betekenaar mager valt: "als ik terugblik op mijn verleden, dan stel ik vast dat alle mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in mijn leven mager waren [..] dat moet toch wel iets betekenen" (100). dan besef je: hier speelt een particuliere eetproblematiek - de onpasselijkheid verdwijnt. je ziet plots dat alle gerechten worden aangereikt: Amélie wordt gevoed / wil gevoed [worden].
vermits de moeder in het verhaal ontbreekt [de vader uiteraard eveneens], is het wachten op de plaatsvervanger(s) en zie: "hoe je zoveel van die gevleugelde godjes kon houden dat je jezelf erdoor liet opvreten", 148, "ik gaf de muggen niet te manger, of te eten, maar te démanger, in mijn bloed viel genoeg te démanger voor een banket van vliegende beestjes. ik was noodgedwongen [noodgedwongen] een gewillig festijn", 149. de problematiek wordt duidelijk: Amélie krijgt aangereikt / wil aangereikt krijgen, maar de keerzijde, het gevaar hierbij verslonden te worden, dreigt. en je begrijpt eindelijk het belang van de massale hoeveelheid gerechten - een hoeveelheid recht evenredig met de dreiging en de ernst van het gevaar te verdwijnen.
deze hypothese wordt al snel bevestigd, met name als Amélie zich alleen en niet zonder angst naar een besneeuwde bergtop begeeft. Daar woont in het kinderverhaal "Yamamba [u merkt de 'mam'], de boosaardigste onder de onibaba of heksen, die de bergen teisterde waar ze eenzame wandelaars ving om er soep van te koken - die soep van eenzame wandelaars [..] heeft zo vaak door mijn verbeelding gespookt dat ik meen te weten hoe hij smaakt", 161. het gevaar is duidelijk van orale aard: Amélie vreest te worden verslonden, opgevreten.
dat blijkt ook even later wanneer vriend Rinri haar meeneemt naar Sado, een eiland in de Japanse Zee (la Mer Japonaise in Nothombs moedertaal), une Mer waarin zij als kind net niet verdronk, 183. ook op Sado, hoe kan het anders, wordt gegeten, met name inktvisjes die voor het oog worden gedood. en ja hoor "het wraakzuchtige [lees: wraatzuchtige] lijkje zoog zich met al zijn tentakels vast aan mijn tong. het liet niet meer los. ik gilde zo hard als een mens kan gillen als zijn tong door een inktvis wordt verzwolgen", 195. wat wordt aangereikt, is bedreigend, kan je verslinden. als Rinri haar even later ten huwelijk vraagt, is het antwoord - dat spreekt - nee. hij mag aanreiken, maar enkel vrijblijvend. de angst, het gevaar om in hem te verdwijnen is te groot. als deze modus vivendi mislukt, rest [Amélie] enkel de vlucht: een vlucht naar de armen van haar zus, de laatste die haar [in dit verhaal] zal voeden.
mooi, hoe Amélie in ni ni twee pogingen onderneemt om [toch] zelf iets te eten, twee keer een vrucht, twee keer mislukt het. "ik had trek in een tomaat en zette mijn tanden erin [..] hij griste de tomaat uit mijn handen en zei dat die vrucht slecht was voor mijn teint", 127, "donkere, kale dadelpruimen, rijkelijk beladen met rijpe kaki's [..] ik duizelde van verrukking en verlangen tegelijk, want ik ben dol op rijpe kaki's. helaas, hoe hoog ik ook sprong, ik kreeg er niet één te pakken", 193. Rinri zal even later kaki's plukken en deze bij wijze van verrassing, ja, aanreiken.
ni ni schetst m.a.w. een zeer coherent en particulier psychisch vignet dat meer dan beheerst wordt door het oraal register - omdat Amélie ditmaal zichzelf schreef? helaas is het geen hoogvlieger op lyrisch vlak. und sehr langweilig.
(Amélie Nothomb, Ni d'Adam, ni d'Eve / De verloofde van Sado, vertaald door Marijke Arijs, 2008 [2007])
* hiroshima-saus, peanut butter, kool in reepjes, 20, gember, 21, garnalen, 21, okonomiyaki, 21, 98, pannekoekenbeslag, 23, zure pruimen, azijn, soja, 23, Zwitserse fondue, 48, pasta carbonara, 71, sashimi, sushi, 71, eieren, 73, pruimensaus, 73, walvisvlees, 76, chinese noedels 86, 103, 180, gebakjes, 83, pancakes, 112, koekjes, 115, spinazie met sesam, kwarteleieren met shiso en zee-egels, 124, Italiaans-Amerikaanse salami met een centimeter mayonaise erop, 125, tomaat, 127, drie gemberwortels, 128, paardenbloembeignets, 135, gevulde shisobladeren met lotuswortels, gemarineerde bonen met cederappels, gebakken dwergkrabben, 135, orchideeënbouillon, 136, chawanmushi, custard van schaal- en schelpdieren met zwarte champignons en visbouillon, 139, jakobsschelpen, blanc-manger, 140, noedelsoep, 155, soep, 161, diepvriesproduct, 167, kaiseki, 191, levende inktvisjes, 194, goudbrasemfilets, 195, kaki, 196, stippelvarensoep, 211, boekweitnoedels, zoete bonen, rijstkoeken en andere rariteiten (meer een genot voor het oog dan voor de mond), spagetti, 216
08-12-2010
07-12-2010
ich gab ihm einen bissen brot
".. ihn ich ihm bissen und es essen liesse viel gab brot ihn sich einen darüber liess sagen ich gab ihm einen bissen brot und liess es ihn essen darüber liesse sich viel sagen."
(Betke & Schmid lesen simultan "bissen brot" von Konrad Bayer & Gerhard Rühm)
06-12-2010
Soulier 59 (en die daar schreeuwt help alsof het iets zou helpen, 110)
© Philip Guston
in het hoofdletterloze zesde zintuig, opgelet IK ZAL ME NIET LATEN BEETNEMEN (12), misschien is het alleen als BEELD bedoeld (54), ben ik blootvoets (9), is hij blootvoets (13), is zij blootvoets, de dame zonder schoenen (8) en schudden we blootvoets de handen (11), dan verschijnen de gebeurtenissen in een nieuw licht [partout] en worden natte schoenen weer aangetrokken (40), hangen gardesoldaten van de flanken van hun paarden, groeien uit de zadels [en] drijven de spitsen van hun laarzen naar ons de aarde tegemoet (42), waar leven en eigendom bedreigd worden vallen alle verschillen weg [partout], dobyhal had een slang gevangen, hij vilde ze en spijkerde het vel op de plank die hij op zolder zette om het daar te laten drogen, weintraub draaide wat om zijn hoge rekstok en zei: wil je er schoenen van laten maken (49), de gebeurtenissen verschijnen in een nieuw licht [partout], zijn benen zetten stappen, zijn zolen voelden weerstand, bestanddelen van de straat op bijna wiskundige wijze, afstand, orde, druk uitoefenend, verwaarloosden zijn schoenzolen, kunstmatige hoornhuid, de asfaltbedekking van zijn levensweg, die nu deze straat was, voor een bepaald percentage (67), helemaal in de stijl van de eeuwwisseling [partout], een verre stad, waar de hoge torens hun lange schaduwen werpen en de eenzame burgers hun grof geschoeide voeten op een plaveisel werpen dat zelden vernieuwd nu een beeld van algemene troosteloosheid voor ons uitbreidt, leidt, zich uitstrekt (70), moe drinkt goldenberg resten uit drie kommen, haalt het spaarboekje uit de vuile was, steekt de tandenborstel achter zijn oor, legt de zeep in zijn schoen, naait munten in zijn broeksriem, vult z'n broekzakken met slaappoeder en giet een paar herinneringen uit in de vuilnisemmer (89), vooraan het gezicht, zoals men zegt, daaronder, beneden, een verdieping, een mijn, éénzeventig later wiebelen de zolen op de voeten, de voeten op de benen, het komt naar boven, het komt dichtbij, terug, daar zijn de tenen en bepalen de richting door het leer van de schoenen, verkommerde wegwijzers (93), dan verschijnen de gebeurtenissen in een nieuw licht [partout], de rode krijgers trekken zich terug, hun blanke bloed rent wild door hun aders, hun plompe mocassins vernielen het gras van de savanne (96), de benen van de vader huppelen voor de verstarde benen van de zoon, dit beest met vier poten op die veel te enge schoenen, en boven weerklinkt de stem, de te luide stem van de vader, pathetisch afgezwakt (111), helemaal in de stijl van de eeuwwisseling [partout] staat het water in mijn schoenen, grote bloemen ontploffen in de wolken, .. het zweet loopt in mijn schoenen (127), ik zink, ik hang, de lucht is om me heen, mijn voeten hangen in mijn schoenen (129)
in het zesde zintuig, hoofdletterloos, op enkele uitzonderingen na (LEGT, ik leg, jij legt, wij liggen in de zon, EEN GOED, sterk, krachtig, ONTWIKKELDE BORST, ten eerste, ten tweede en ten, VOOR JOU, franz goldenberg, meerderjarig, staatsburger, GEWICHT IN DE SCHAAL (25)), in dat zesde zintuig, het mooiste boek dat ik ooit las, geen betekenaar als vijgenblad, wel een natte zwembroek (11), broodsoep (16, 104), een stuk brood (25), een half roggenbrood (19, 32), very basic, en niet minder dan 13 paar schoenen.
plots onderbreek je, verander je van richting, gaat daar naar toe terwijl niets dat verantwoordt, waar je niets te zoeken hebt, en je vindt wat je nodig hebt (99), ja, een nieuwe hypothese: hoe herme[s]tischer het boek, hoe minder schoenen en zichtbare schaamte, hoe basaler het brood, tenzij de gebeurtenissen herhaaldelijk in een ander licht verschijnen, in dat geval stijgt het aantal schoenen exponentieel - helemaal in de stijl van de eeuwwisseling
(konrad bayer, het zesde zintuig, vertaling Erik de Smedt (2001 [1985-1996])
Labels:
EdS,
Konrad Bayer,
lituraterre,
Muza,
pain,
Philip Guston,
shoe,
vijgenblad
05-12-2010
Soulier 58 (5 december)
04-12-2010
oost west waar ook
© Luc Claus, 1999
niet
de teller maar
de noemer - het stootblok
hoe onmogelijk [hoe vermomd onmogelijk]
het groot
tekort
een zoon [een zadelmakerszoon]
wandelt
dagelijks
een vrouw
[een andere vrouw]
past het lichaam
hoe noodzakelijk [hoe vermomd noodzakelijk]
het groot
gebrek
de noemer
niet
de teller - en weerloos het woord
waag het [ASJEBLIEF!]
mijn falen
te merken
03-12-2010
bloem blauw
02-12-2010
01-12-2010
weer weer stant
29-11-2010
Soulier 57 (maar ze valt niet)
© Georg Baselitz
Terrein = [is] observatie. observatie waarin de dichter [schijnbaar] niet subjectief geïmpliceerd is, op twee ex-cathedra's (waaronder Ekerekerenska) en hier en daar een slotzin na ("Herstel wat veraf is. Onderdruk wat / vooraan staat. Kiept het kantelraam", 18).
Lindner bekijkt en omschrijft handelingen en situaties, waaraan je veelal achteloos voorbij gaat, en plaatst deze fragmenten al dan niet coherent onder of naast elkaar. uiteraard heeft deze werkwijze een bevreemdend effect maar meer nog word je als lezer geconfronteerd met het besef dat je al te veel voor evident en vanzelfsprekend neemt, dat je al te vaak interpreteert.
Een kleine vrouw houdt een paraplu hoog boven haar hoofd
je houdt stil om iets op te schrijven en iemand botst tegen je op
een vrouw raakt haar paraplu kwijt en holt er achteraan
de paraplu kantelt over straat
alsof de wind en ik dezelfde zijn
alsof een paraplu een boot op het wegdek is
een muur hakt een stuk in de lucht
er valt regen in je notitieboek
een meisje vraagt je de weg
vertel je die dan raak je haar kwijt.
(een kleine vrouw houdt een paraplu, 32)
observatie levert geen betekenaar als vijgenblad op, dat spreekt: geen mens die vandaag de dag nog een vijgenblad draagt. schaamte? evenmin. voor schaamte klinken de woorden en zinnen in Terrein te zelfzeker. eerder spreekt de dichter van "juwelen van een mens die zich baadt en droogt". een onversneden brood? nee, wel bitterkoek, ijsco en aangebraden vlees - meer wordt er in Terrein gelikt noch gegeten. de betekenaar schoen komt eenmaal voor in de vorm van een sonore hak: "in de kamer klakt haar hak op zijn kant op de vloer / maar ze valt niet / een arm haalt haar lichaam om / en in haar draai pakt haar eigen arm hem beet", 28.
mijn eerder geformuleerde hypothese kan ik dus mutatis mutandis behouden: hoe toegankelijker (oppervlakkiger) het boek, hoe goedkoper schaamte en schoenen, hoe zoeter het surrogaat voor (dagelijks) brood.
welke betekenaars dan wel met enige regelmaat terugkeren? paard en schip, definitely. maar Lindners schip verwijst niet naar de vermaarde zonneboot of overvaart, en niemand, niemand moet verlokking van Sirenen weerstaan. geen ark wordt gelicht. schip verwijst gewoon naar schip, het beobachte schip. zo vergaat het ook het paard. er is geen sprake van een merrie bereden door Sint Joris of Sint Maarten (die apropos zijn mantel deelt), geen hemels bliksempaard ontdaan van aards en zwaartekracht, noch Pegasus die met zijn hoefslag bronnen slaat. Lindners paard is het gedomesticeerde maar vooral geobserveerde paard, pas plus, pas moins.
Een wit paard, de voorpoten aan elkaar gebonden
hinkt vooruit
naar een muur van betonblokken, dichtbegroeide rails
bergen buiten de stad
treinstellen naast het spoor
hoog naast het veld gloeit een lasvlam op een balkonhek
een man op een muurtje masseert de nek van de man
die naast hem zit
een koord spant langs de voegen tussen stenen
ritmisch knerpt het zadel op het stapvoets lopend dier
de stofwolk nadat een auto voorbijrijdt
hoe je de stad ook uit loopt, je keert terug langs de rivier.
(Een wit paard, de voorpoten aan elkaar, 30)
(Erik Lindner, Terrein, 2010)
(one of the) 50 ways to sing ekerekerenska in a nanolandscape
© Rik Andreae, nanolandschap
Ekerekerenska dat is wanneer de jongen van het ene dorp trouwt met die van het andere. De een speelt viool en de ander zingt. Samen geeft dit zo'n afgrijselijk geluid dat niemand ze als buren wil. Waarop ze een huisje bouwen ergens tussen die twee dorpen, waar jaren later een nieuw dorp staat, zonder kerk maar met de geschiedenis van ekerekerenska. De kinderen dragen er jurkjes van geel katoen, gaan niet naar school, liggen in het veld met ogen open. 's Avonds zingen ze zacht door elkaar en als de wolken komen, zijn ze bang dat ekerekerenska zomaar weg is zodra de zon weer schijnt.
Wij halen opgelucht adem en zeggen dat het leven goed voor ons is. Ekerekerenska leeft ongehinderd voort. Tijdens ons kaartspel is daar de duizendste geboren, onder gejuich dat onze klokken overstemt. Als het kind groot is, ontmoet ik het bij de vijver. Het heeft iets glimmends in de hand. Verblind door de weerkaatsing geef ik toe: ekerekerenska is en ekerekerenska zal al mijn twijfels overwinnen. En na mijn laatste kreet betreur ik dat dit besef maar seconden duurt, omdat ik in de slaap val waarvan ik dacht dat die enkel het leven zou vullen.
(Erik Lindner, Terrein, 2010, 35)
27-11-2010
volbloed
© Johann Georg von Hamilton, 1925
we spelen [alsof verleden onvoltooid
vervoegt] en gooien de letter o,
gooien mis, gooien raak, o - ogen groot, zo
toon je me staande [nakend]
de letter l en besnijdt haar
[ik benijd haar] en ontwaak in v en zeef
e met de wind mee
met d kan je twee kanten op, zeg je
en verschuift een wolk - ik verschuif het dak
we vallen [dat was te verwachten] een gat
twee gaten in zand -
spiegelzand; nu nog de b
26-11-2010
25-11-2010
loodzaam ja
© Georg baselitz
loodzaam ja
"zonder zin is het woord een bevel" (Lucebert)
ik schik me niet in wier, roep ik [want ik loop]
en loop met wijd gespreide armen [lentedwang]
bocht om, pad af, óver de omheining
de kat [met loodzaam ja] achterna
estoy contigo, roep ik [want ik loop]
en loop [deeltjesversnellend] met elle-
en andere bogen rond mensen
die loodzaam komen
vernieuw de kiertjes, roep ik [want ik loop]
en loop [en dat fladdert allemaal] de plas
over en zo en zo en overal bomen
tot de kat [in een handomdraai]
[bandensporend] paraboolt
24-11-2010
(one of the) 50 ways to know: the readiness is all
"There's a special providence in the fall of a sparrow. If it be now, it's not to come - if it be not to come, it will be now - if it be not now, yet it will come - the readiness is all. Since no man aught of what he leaves, what is 't to leave betimes."
(Shakespeare, Hamlet, Act V sc. 2, vertaald door Willy Courteaux)
"Er valt geen mus, of het is zo door de Voorzieningheid beschikt. Gebeurt het nu, dan gebeurt het later niet - als het later niet gebeurt, zal het nu gebeuren - en indien nu niet, dan toch eenmaal - bereid zijn is alles. Daar de mens niets bezit van wat hij verlaat, welk belang heeft het dan, wanneer hij het verlaat? Er kome wat wil."
23-11-2010
soulier 56 - (trapeziumhak)
© Philip Guston, 1971 (book ball shoe)
zondagavond - het is een hespengebraad gegeven - formuleert zonder veel diepgang (veel dus niet tussen haakjes) een antwoord op de vraag: "waarom alles weer oprakelen? is er dan nog iets, iets wat ik pas begrijp als ik me uitspreek?" (40). ja dus (gelukkig maar), maar hier, ik val in herhaling, hapklaar.
onuitgesproken zaken gaan uiteraard verezeld en gepaard met schaamte, een woord dat tot 7 maal toe (onverbloemd) valt. daar ligt het dan, naakt, geen metaforisering, geen vijgenblad. een brood vind je 's zondagsavonds evenmin, wel warme knapperige broodjes (154), nogal zoet. en veel (wel 10) (nogal domme) schoenen.
zo kom ik tot een nieuwe hypothese: hoe toegankelijker (oppervlakkiger) het boek, hoe goedkoper schaamte en schoenen. hoe zoeter het surrogaat voor (dagelijks) brood.
naast de vooral sonore schoenen, "klossend op veel te grote pumps" (23), "geklos van schoenen" (93), "rubberzolen die een tergend piepje veroorzaken als ze over linoleum schuiven" (125), "geschuifel van hakken, hakjes, gympjes" (139) valt één paar schoenen op, "de schoenen van mijn moeder", een moeder die in het boek overigens geen rol speelt, but always the mother, isn't it, ze sijpelt zelfs door in een verhaal dat het hare niet is: "kinderrijmpjes. de schoenen van mijn moeder onder tafel, bruin met een vetertje, trapeziumhak. en hoe ze de punten tegen elkaar wreef" (100) - erotischer kan haast niet.
(Vonne van der Meer, Zondagavond, 2009)
22-11-2010
van al tot alfalfa
20-11-2010
wijland
© Kati Heck
wijland
"en toen kenden we ons weer allemaal" (konrad bayer)
mama roept [ROEPT]
zonder [zich af] te vragen
papa slaapt, paus benedictus [de z o v e e l s t e ] roept,
de koekoek roept nagenoeg: "roekoe"
- uit goede gewoonte [alsof dat zo hoort]
de okkernoot groeit
lapis non lapis
alsof dat betaamt toon ik [zoals vandaag] [diep
in het platte vlak] mijn hart van witte veren: "nee,
niet van mama, dat ruwe stucwerk,
gekregen", "roekoe"
papa roept [al slapende]
uit stomme gewoonte toon ik [zie!] mijn schoenenvoet,
rechts of links, zoals u wil, maar het blijft wel
míjn schoenenvoet [en wat erbij hoort]
ik vertrappel de roepers
mama roept [nagenoeg]
muskusossenkop of munt, vraag ik [schor],
te laat! het olfactorisch geheugen roept: te laat!
allemaal [op lapis non lapis na] lachen ze:
te laat! de okkernoot barst uit haar voegen
"word wakker, papa!"
langer en verder en verder, verder, verder, en
langer, spoedig [tien voor half drie] en wijder
[wijlanden wijd]: dikke, dikke kopjes
gisteren -
toen ik nog onsterfelijk was
19-11-2010
in weerwil van
18-11-2010
gyproc
© Kati Heck
ik ken de heks [IK KEN DE HEKS], hier,
in het prentenboek
persoonlijk.
ze spant met koude zon [cement
in de ogen] een koord
rond de roedel
wolven in mij.
ze spant het wijd uitstaand kraagje
[met klein i n t e r v a l ], dalend,
dalend
tot waar [bij nader inzien] alles
aardedronken
[is] - ondanks de prenten.
ik kleur de ogen rood.
17-11-2010
13-11-2010
12-11-2010
bij twijfel geldt: pijnappelklier
© Marc Bauer, 2009
bij twijfel geldt: pijnappelklier
"il y a cette choseil y a cette puissance dans ma tête qui calcule tout - toujours -et je pense à une supernova"(Marc Bauer)
november, net halftwee [geweest]
muur 1 - ik trein, waai aan en speel
met beheerste gebaren [behandelplan b]
kijk, een kooi met cavia's!
er is geen kooi [detail] met cavia's
een heer uit Eritrea [roos op schouder] spoort, en waait aan
muur 8 - ik trein, trein en spied [vingers diep
in steriel laken], de verhouding draait [min
of meer] honderdtachtig graden, verleden
laat niemand met rust
een heer uit Eritrea [met roos, nee, blozend voorkomen] zinspeelt [op]
muur 2 - ik trein lang en breed [goud op snee]
en waai aan, [verleiding] kruip[t]
in vele gedaanten en tintel[t] en
slaap[t] uitsluitend in codes
een heer uit Eritrea [meer levend dan dood] schuurt
tegen muur 3 aan - ik trein en verfraai
[op cavia's na] alles behalve schaduw
en lage tonen - ik toe tekort
[bij volle verstand] en waai aan
een heer uit Eritrea [wat een toeval] telt muren
elle murmure [mûrement] en train de murer,
zegt hij en zinspeelt op Guinée, kijk
een kooi met cavia's! - een kooi
te groot voor verwarring
november, windkracht 4
11-11-2010
10-11-2010
Tempo 11.2
© Concha Vidal
huidig en tijd
[meningen] en ú
meer informatie vindt u
laat ons [op zoek naar een modus]
en u bent
bent [in opzicht]
hoe zij 's nachts in beeld
hoe ik slapend wakker
hoe [al wie niet weg is]
[genoeg]
de berg moet verplaatst
de ijsblok kleiner
[klein]
tot een buidel water [acte gratuit]
er is genoeg
[gestapeld]
09-11-2010
getuigen van ader
© Hans Hartung
1
toen het dacht
toen het gedacht [werd en] was
hemel en aarde
2
[gescheiden] kameeldrijvers drijven
kamelen - u bent gedreven, braakt [zelfs]
radio één [in opzicht]
3
dan is het geld [officieel] op,
worden ganzen aangemaand
te waken [domme, o
4
domme] op honderd maal duizend billboards
[vergroot] te lezen: patria o muerte!
El Che
5
vive! eileiders zoeken
verrassend zoete lippen [ontembaar
mak] [hier past
6
het woord] of toen het vergat
toen het vergeten [werd en] was
één twee barst [bedot]
Abonneren op:
Posts (Atom)





































