Posts tonen met het label Georg baselitz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Georg baselitz. Alle posts tonen

29-11-2010

Soulier 57 (maar ze valt niet)



© Georg Baselitz



























Terrein = [is] observatie. observatie waarin de dichter [schijnbaar] niet subjectief geïmpliceerd is, op twee ex-cathedra's (waaronder Ekerekerenska) en hier en daar een slotzin na ("Herstel wat veraf is. Onderdruk wat / vooraan staat. Kiept het kantelraam", 18).

Lindner bekijkt en omschrijft handelingen en situaties, waaraan je veelal achteloos voorbij gaat, en plaatst deze fragmenten al dan niet coherent onder of naast elkaar. uiteraard heeft deze werkwijze een bevreemdend effect maar meer nog word je als lezer geconfronteerd met het besef dat je al te veel voor evident en vanzelfsprekend neemt, dat je al te vaak interpreteert.



Een kleine vrouw houdt een paraplu hoog boven haar hoofd
je houdt stil om iets op te schrijven en iemand botst tegen je op

een vrouw raakt haar paraplu kwijt en holt er achteraan
de paraplu kantelt over straat

alsof de wind en ik dezelfde zijn
alsof een paraplu een boot op het wegdek is

een muur hakt een stuk in de lucht
er valt regen in je notitieboek

een meisje vraagt je de weg
vertel je die dan raak je haar kwijt.


(een kleine vrouw houdt een paraplu, 32)



observatie levert geen betekenaar als vijgenblad op, dat spreekt: geen mens die vandaag de dag nog een vijgenblad draagt. schaamte? evenmin. voor schaamte klinken de woorden en zinnen in Terrein te zelfzeker. eerder spreekt de dichter van "juwelen van een mens die zich baadt en droogt". een onversneden brood? nee, wel bitterkoek, ijsco en aangebraden vlees - meer wordt er in Terrein gelikt noch gegeten. de betekenaar schoen komt eenmaal voor in de vorm van een sonore hak: "in de kamer klakt haar hak op zijn kant op de vloer / maar ze valt niet / een arm haalt haar lichaam om / en in haar draai pakt haar eigen arm hem beet", 28.

mijn eerder geformuleerde hypothese kan ik dus mutatis mutandis behouden: hoe toegankelijker (oppervlakkiger) het boek, hoe goedkoper schaamte en schoenen, hoe zoeter het surrogaat voor (dagelijks) brood.

welke betekenaars dan wel met enige regelmaat terugkeren? paard en schip, definitely. maar Lindners schip verwijst niet naar de vermaarde zonneboot of overvaart, en niemand, niemand moet verlokking van Sirenen weerstaan. geen ark wordt gelicht. schip verwijst gewoon naar schip, het beobachte schip. zo vergaat het ook het paard. er is geen sprake van een merrie bereden door Sint Joris of Sint Maarten (die apropos zijn mantel deelt), geen hemels bliksempaard ontdaan van aards en zwaartekracht, noch Pegasus die met zijn hoefslag bronnen slaat. Lindners paard is het gedomesticeerde maar vooral geobserveerde paard, pas plus, pas moins.



Een wit paard, de voorpoten aan elkaar gebonden
hinkt vooruit
naar een muur van betonblokken, dichtbegroeide rails
bergen buiten de stad 
treinstellen naast het spoor 
hoog naast het veld gloeit een lasvlam op een balkonhek

een man op een muurtje masseert de nek van de man 
die naast hem zit
een koord spant langs de voegen tussen stenen 
ritmisch knerpt het zadel op het stapvoets lopend dier 
de stofwolk nadat een auto voorbijrijdt 

hoe je de stad ook uit loopt, je keert terug langs de rivier.


(Een wit paard, de voorpoten aan elkaar, 30)


(Erik Lindner, Terrein, 2010)



25-11-2010

loodzaam ja



© Georg baselitz



























loodzaam ja



"zonder zin is het woord een bevel" (Lucebert)



ik schik me niet in wier, roep ik [want ik loop] 


en loop met wijd gespreide armen [lentedwang] 
bocht om, pad af, óver de omheining 
de kat [met loodzaam ja] achterna 


estoy contigo, roep ik [want ik loop] 


en loop [deeltjesversnellend] met elle- 
en andere bogen rond mensen 
die loodzaam komen 


vernieuw de kiertjes, roep ik [want ik loop] 


en loop [en dat fladdert allemaal] de plas
over en zo en zo en overal bomen 
tot de kat [in een handomdraai] 


[bandensporend] paraboolt