van 15
naar 16 zo 16
dat 15
die 16 benadert beroep doet, moet doen
op een duizendste meter[papier]
al zijn milli- en meters
geen röntgen-
of foto’s van tijd
al zijn 15 en 16
zelfs schoenmaatgewijs
slechts een greep uit een groter geheel,
een cultuurvorm (een worm
kent geen 15 uit 16
uit poldergebeden),
een tempo, een tem- / pootje [tem- / pootje],
snelheid waarmee,
in een atemporele verwonding
van 15
naar 16 zo 16
van fosfor
naar zwavel zo zwavel
(-kristallen, organisch de geur
van gedesintegreerde gelei,
rottend ei)
dat het aanpassen wordt
of omarmen
met neusknijper op
casu quo
of gewoonweg
weer eentje erbij
Posts tonen met het label Tussen Scylla en Charybdis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tussen Scylla en Charybdis. Alle posts tonen
31-12-2015
van 15 naar 16 (of kort op de bal)
11-08-2015
08-08-2015
een rooie — sang [blanc]) (pastiche)
sang [blanc]
celui
non [re]né de la côte
de la res- / piration
j’entendais de sa mort
en vendant un masque nègre — souris
de nouveau
com- / ment la lumière
se mouvait dans cet oeil accessible
plaisir
et chagrin serrent un noeud
plus vieux et plus jeune
que décrit
la Genèse
(d.s.)
✂
een rooie
één die niet uit de rib
van Adam is geboren
ik hoorde over haar dood
op de boekenmarkt
weer haar lach
hoe in haar ogen
het licht zweefde
medelijden en plezier
in de knoop
jonger en ouder
dan de bijbel
(Pierre Plum)
07-08-2015
Luchtkastelen — [Mensonge comme] songe (pastiche)
[Mensonge comme] songe
pour mettr’en sûreté
son [mensonge comme] songe
il l’a gratifié d'oubliettes
(d.s.)
✂
Luchtkastelen
zijn luchtkastelen
heeft hij voor de veiligheid
van kerkers voorzien
(Pierre Plum)
06-08-2015
Als iedereen — Comme tout un chac’un (pastiche)
Comme tout un chac’un
pourquoi (c’est le cas de le dire) je ne mande,
comme tout un chac’un, la mi-mante —
c’est ce que tout un chac’un se demande, évite
(d.s.)
✂
Als iedereen
waarom kan ik niet gelukkig zijn
als iedereen?
vraagt iedereen zich af
(Pierre Plum)
05-08-2015
Realiteit - Nos dermes d’ermite (pastiche)
Nos dermes d'ermite
d’abord tu rumines
'je me suis égaré'
tu supplies Ariadne de rendre son fil
elle t’adresse à Thésée [trépassé]
tu demeures interdit,
comme mi-homme mi-taureau,
au dédale de ton derme d'ermite
(d.s.)
✂
Realiteit
eerst denk je
ik ben verdwaald
je zoekt een uitweg
maar op de duur
raak je gewend aan het labyrint
je slaat je tenten op
en woont erin
(Pierre Plum)
04-08-2015
herboren - défait de défenses (pastiche)
défait de défenses
les moindres névroses
prospères dans l’enclos
changeront, quand il gèle, en nez rose
plutôt rouge au carré, obstrué
mais défait de défenses
(d.s.)
✂
herboren
de kleine bloemen
fel bloeiend in onze tuin
staan straks op 't venster
sneeuwwit op glas gevroren
ragfijn in ijs herboren
(Pierre Plum)
03-08-2015
Gezanten - Semblants plus mesquins (pastiche)
Semblants plus mesquins
gradu- / elle- / ment les mots frais s’en allaient,
envoyaient des semblants plus mesquins
à la fin nous parlions de cet abécédaire
que nos yeux, comme nos cognes, ne reconnaissaient
nous pouffions tout de même
le côté masqu’ulin souhaitait
que nos l[i]èves [tant bien que malin] jouiraient dans le trèfle [rampant]
mais le bac plutôt piètre s'était échoué
de l’autre côté nous voyions
unique- / ment des façades barbantes
la partie fée’minine demandait
'tu habite en corps là, à Condom-sur-Baïse’ — ses lèvres tremblaient
le côté masqu’ulin avait peur de la suite ‘en corps là
sous le même petit toi- / t où le libertinage
n’était que gratuit,
comme l’image de soi[e]'
la partie fée’minine, ribam- / b- / elle de mots frais
s’en allait aussi bien de nos vies [notre vie?], [s’]avançait
sans roulement de tambour
(d.s.)
✂
Gezanten
geleidelijk trok het woord zich terug
en stuurde steeds geringere gezanten
op de duur spraken we over een boek
dat we niet gelezen hadden
maar we lachten
ik wilde zo graag onze hazen
in het klaverveld laten spelen
maar het pontje was blijven steken
en van de overkant zagen
wij slechts de saaie gevels
je woont toch in Gent vroeg je nog
en ik was even bang want je lippen beefden
dat je zou toevoegen in dezelfde kamer
waar we zolang de liefde bedreven
als beesten
maar je vertrok en wandelde
met je hofhouding van woorden
traag en voorzichtig uit mijn leven
(Pierre Plum)
01-08-2015
Rupsje-nooit-genoeg — Petite-chatte-pas-châtiée (pastiche)
Rupsje-nooit-genoeg
dat poesje, helemaal zwart,
dat ik van de goden kreeg
heb ik een week gevoederd en gestreeld
om het vervolgens weg te schenken
rupsje-nooit-genoeg
heb ik het genoemd
ik dacht
ik ben te oud voor een poes
te vaak op reis, overleef het niet
wolfijzers en schietgeweren
ik streel de touwtjes in de tuin
waarmee het eindeloos heeft gespeeld
zie in de schemer van de beukenhaag
oogjes wild moeizaam geconcentreerd
ik heb een teken van de goden verspeeld
en dag en nacht likt een kleine tong
geduldig en toegewijd een nieuwe ziel
in mijn lijf
(Pierre Plum)
✂
Petite-chatte-pas-châtiée
cette chatte, presque noire,
que Bastet m’a donnée, elle m’a plu
pendant toute une semaine, je l’ai lue —
peu après, je l’ai vue s’en aller, comme offrande
je l’ai baptisée
Petite-chatte-pas-châtiée
je pensais
je me sens trop âgé pour une chatte,
si beaucoup de détours, je succombe
chausse-trapes et pétoires
dans l’enclos je caresse
les fic- / elles qui étaient ses jouets,
dans l’ombrage des haies [haies de h- / êtres]
j’observe ses yeux peu tendus mais sauvages
j’ai bien gaspillé le signal de Bastet
or, chaque aube chaque nuit, c’est une langue,
patiente et fidèle, qui polit cet amer
dans mes veines [élargies]
(d.s.)
31-07-2015
Planeet - Spoutnik (pastiche)
Planeet
haar durfde ik niet te benaderen
bang een satelliet te worden
bleef ik haar mijden
ik begon rare banen te beschrijven
plaatsen die ik ijlings verliet
andere die ik alleen op zondag
behoedzaam doorkruiste
omwegen waarin ik soms verdwaalde
lussen die zich over de ganse stad verdeelden
ongewild werd ik toch planeet
één die in haar nacht wilde bewegen
bang voor haar zon en haar leven
(Pierre Plum)
✂
Spoutnik
la femme, je n’osais l’approcher
effrayé de changer en spoutnik
j’enfuyais sa présence
je traçais [désormais] des orbites remarquables
des cercles que j’abandonnais au plus vite
et des autres que j’examinais avec circon-
spection, mais seulement le dimanche
des détours ou des boucles
couvrant toute son âme m’égaraient quelquefois
une lecture en miroir me changeait en spoutnik
un nid fou qui voulait émouvoir dans sa nuit
effrayé par sa vie, son sol lai
(d.s.)
30-07-2015
En ja ✂ Et sûre- / ment (pastiche)
En ja
en ja
we zitten in de tuin
tussen de geraniums
want de rozen zijn uitgebloeid
hoewel
ik ze nog kan ruiken
zeg jij
onze gesprekken ook
ze staan al lang niet meer in bloei
of neen
ja neen
soms horen wij nog wel een woord
doorheen het bijengezoem
soms ja neen
is er nog wel eens kruisbestuiving
en zegt de ene wat wat de ander
ook nog eens voelt
voorzeker zijn het de geraniums
die het doen
niet in de grond maar in potten
op de vensterbank
niet zo mooi als rozen
maar beter tegen onweer bestand
we drinken wijn om niet te bevriezen
in het hete zand we drinken zolang
tot er rozen groeien in ons hand
moet het niet onze handen zijn
zeg je ineens wakker en priemend
meervoud toch
ja neen
je raakt mij met die handen
en ja
ik voel mij weer en jou weer
gelukkig en onthand
(Pierre Plum)
✂
Et sûre- / ment
et sûre- / ment
nous flânons dans l’enclos
entourés de névroses
les roses, hélas, sont fanées
bien qu’en corps
je respire leur parfum
tu exprimes
comme nos conversations
elles fleurissent, elles, non plus
c’est pas certes
ou sûre- / ment — c’est pas certes
quelquefois à travers le bruit sourd
des abeilles nous chopons,
bien en corps, un vocable
sûre- / ment quelquefois, c’est pas certes,
il y a, bien en corps, quelque fécondation
et la phrase de l’un peut toucher, bien
en corps, quelques fibres de l’autre
sûre- / ment les névroses
se mêlent là-dedans
pas nu-pieds, mais fourrés
aux fissures de la peau
pas si belles comme des roses
mais plus résistantes
au tonnerre des tempêtes
nous buvons du rosé pour ne pas congeler
sur ces sables mouvants — nous cessons
à trinquer quand des roses
convainquent notre main
ça doit être nos mains?
tu remarques éveillé et perçant
en pluriel donc?
sûre- / ment, c’est pas certes
or, ces mains me tripotent
et sûre- / ment
je me sens, je te sens de nouveau
florissant et sans mains
(d.s.)
29-07-2015
ritueel ✂ ritourn- / elle (pastiche)
Ritueel
zijn croissant met bessenjam
doet hem elke morgen weer
aan Flipje denken
het bessenventje
uit de Betuwe
dan vraagt hij steevast
aan zijn vrouw
'hoe zou't nu nog met Flipje zijn’
haar geijkte antwoord
'hij is nu ongelukkig en getrouwd'
is balsem op zijn wonden
(Pierre Plum)
✂
ritourn- / elle
sa croissance sans groseilles
lui rappelle, chaque matin,
la pelure de banane
en latin
populaire
la question fait retour
sur elle-même: 'quelle pelure
de banane est assez populaire en latin'
la réponse sans retour
‘celle qui bouche sans barrer'
ne peut faire que plaisir [étern- / el]
(d.s.)
27-04-2015
moi, je bois sur le zinc — and i sink / want ik drink aan de toonbank
turen, uur lang
dan een f’loep: f’loepperspectief zonder heftwordt vervangen door beeld van een boom,de appel van -bomen — p’ardafdeze ruil brengt (warempel) het hoofd in de warwaarom toch een appel en -bomen .. ?
waarom een Pink Lady .. ?
waarom, tiens, een boom met P- / ink Ladies die dromen .. ?
[S₂ S₂₃]
de uil in mijn hoofd is flatteus als een kool, inderdaad
maar waarom dat appel
dat de schilder van Frog with Umbrella maskeert,
die vermeende R. Appel-reactie .. ?
serviel sta ik stil bij de cirkel die rond is:
denk niet dat het hier om de twistappel gaat
of om Eva — een fabel
maskeert het tekort van de leemte, de crash
van de schuld
die niet-goed-en-niet-kwaad-is
maar sier, overbodig versiersel
[refr- / Heintje]
een zwijg en wees mooi, zoals Appel het zei
[h]ik, ik drink aan de toonbank — and sink
car je bois sur le zink
energie die me aankijkt:
extase is rij- / mloze schulden vertalen
in rijmloze schuld
✂
morte-saison
puis un v’lan: v’lan
des pensées sans poignée
remplacées par l’image d’un arbre,
la pomme des pommiers — p’atatras
cette relève (en vers blancs) met la tête à l’envers
ah, pourquoi des pommiers .. ?
ah, pourquoi une rein- / ette .. ?
tiens, pourquoi un pommier de reinettes é- / toi- / lées .. ?
[S₁ S₂]
oui, ma tête à l’envers, elle est chouette comme un chou
mais pourquoi cet appel
qui camoufle le peintre de Frog with Umbrella,
ladite réaction d’R. Appel .. ?
je me jette tête baissée dans ce cercle vicieux:
ne pense pas qu’il s’agit de la pomme de discorde,
ni d’Ève — un rêve
camoufle le trou de la faille, la faillite
de la dette
qui est entre-le-zist-et-le-zest,
un zizi
[ritourn- / elle]
un tais-toi et sois belle, comme disait K. Appel
moi, je bois sur le zinc — and i sink
want ik drink aan de toonbank
une vitalité qui me guette ..
la transe, c’est traduire des dettes blanches
en dette bl- / anche
22-04-2015
ô reine farce, ô phare d’eau ✂ o vorst- / in, natte haard
// gespin
dat rond- / borstig de welving, versneden
in deeltjes, bezingt
valse schijn
dus opnieuw [in die hoek van een uithoek]
// gesnurk
dat ontnuchterend werkt
en een droomflard maskeert
o vorst- / in, natte haard,
wie is wars zonder waard?
maar de voile zal het oor niet tot last zijn,
niet echt
draaierij
dus, opnieuw dus
// gemopper
dat aanvangt met rein: een verhaal zonder aal-
put of schei- / ding? niet denkbaar —
al dacht ik het wel
loze deur
die ons leidt naar de eelt
van een beeld zonder handvat
dat domweg mechanisch geduid wordt
als onzin
als afgond, bv.
nadien wordt de stilte een andere stilte
✂
// ronron
qui nous chante la rondeur de la courbe,
coupée en morceaux
faux-semblant
de nouveau [dans cet angle d’un coin]
// ronflement
flegmatique,
qui camoufle le rêve
reine farce, ô phare d’eau,
qu’est-ce qu’un dé sans défauts?
mais le voile ne sera un fardeau pour l’oreille,
pas vrai- / ment
faux-fuyant
de nouveau
// ronchonnement
qui commence par l’histoire sans toi-
lette, sans chi- / ottes? pas possible —
on tente l’impossible quand même
une fausse porte
qui nous mène à ce cal
d’une image sans manche
qui est machinale- / ment qualifiée
comme non-sens
comme abrîme, p. ex.
après, le silence est un autre silence
20-04-2015
afgond ✂ abrîme
2 delen, 2 onder-
verdeelde geslachten doen mee: ze vermengen?
het ene loopt leeg (paradigma), lekt uit
d.i. doorgaand
verkeer
voorovergebogen, met bochten — het bekken
lekt uit, wordt gedempt
met onthoofde gedachten
…
‘Johannes de Doper’, de uwe
…
‘Medusa’
…
temeer ‘Thomas More’, een verrader, dat zegt men
…
‘een hydromedusa is ZEKER geen kwal’
…
indertijd
wist het monstrum — ziehier onze draak,
onze draak met een lofzang — het bekken te mijden
[het at
platte koek van Ver- / kade
om NIET onbedekt te verdwijnen
in kwallententakels: ‘the frumious
bandersnatch’]
ook jij bent erbij,
de sigaar
platte koek werd uitsluitend gebeiteld door moeders:
een afgod als afgrond
✂
2 parts, 2 parties
génitales participent: elles se mêlent?
une s’écoule (paradigme), se vide
la fluidité
de la circulation
le bassin — des seins bas, mais sympas —
est vidé, est rempli
de pensées acéphales
…
‘Thomas More’, le dit traître
…
‘Méduse’
…
et essentielle- / ment votre ‘Jean le Baptiste’
…
‘une hydroméduse n’est POINT une méduse’
…
plus tôt
le mélo — nous voilà en mélo,
plein mélo — contournait le bassin
[loin du quai
il mangeait des galettes
pour ne PAS s’exposer aux des- / seins
des méduses: ‘the frumious
bandersnatch’]
toi aussi,
tu es cuit
ce n’étaient que des mères qui cuisaient des galettes:
des abris comme abîme
28-11-2014
3 Arnolfini’s: J. Zwagerman (perzik), D. van Bastelaere (zonder ooft), ds (abri- / koos)
Jan van Eyck kon je mij niet geven
want Van Eyck gaf mij al aan jou.
De hond die wij niet hebben
kwispelt onze handen hier bijeen.
De kroonluchter is kleiner
dan mijn grote zwarte zware hoed.
In de niet-van-onze spiegel krimpen
wij frêle opgebold tot schildersoog.
Mijn schoeisel heb ik uitgetrapt.
In een klein gebaar hef ik mijn vrije hand.
Jij bent niet in verwachting
van het kind dat Jan van Eyck
ons overreikt. Het plooiend groen
spiegelt de naden in je ziel. Geen kunstenaar
die zo met onze hedendaagsheid speelt.
Doen wij hier thuis aan fruit?
Er liggen perziken vlak bij ons open raam.
Iemand heeft iets op de muur gezet.
Een tag, annonce, plaatsbepaling:
Jan van Eyck ziet ons doorluchtig
en doorzichtig spiegelbeeldend aan.
Ik ken mijn antecedenten niet. Jij
zult wel Beatrice zijn. Je bent vooral vrij.
(Joost Zwagerman, Voor alles, Gedichten, 2014, 49)
Jan van Eyck, Huwelijksportret van Giovanni Arnolfini en Giovanna Cenami
Jan Van Eyck,
De Arnolfini-bruiloft (1434)
Dirk van Bastelaere / Jan van Eyck
1
Ze cirkelen traag door de gotiek
Van de leegte. Een paar voor de tijden
De handen opeen.
Zijn hoed is een onding
Dat de dood niet belemmert en de val
Van de stoffen laat zijn lichaam vermeend.
Zo wil ik denken dat het toen al
Wegbleef en wellicht,
Geheel anoniem,
In een kerkvloer van hardsteen verviel.
2
Dit paar uit het elders,
Van perfectie verwezen,
Het zal bestaan
Door de man in het midden
Zich noemend Van Eyck
Bood hij zich aan als getuige.
Ook nu in die opstelling
Smokkelt hij zich de tijd uit;
De bolronde spiegel weet hem te bewaren.
Dat men kan zeggen, turend
Naar binnen : dank zij afzijdigheid
Zal hier zijn geweest
De spiegelman Dirk van Bastelaere.
(Dirk van Bastelaere, uit: Pornschlegel en andere gedichten, 1988)
[81,8 x 59,7 cm]
quelque chose se règle: het kost
abri- / kozen geen moeite
te veinzen (te veinzen?)
een j —
een wijdlopige j (dynamiek van het lid-
woord), de naam, zijn expansievermogen,
een acrobatiek in het — zegt u het maar — het bekende:
het ik en wat verder de ik-idealen,
kunstmatig begroot: j’apparais
au miroir, donc
j’existe?
c’est le voir dans pou- / voir, cher van Eyck?
wel, daar gaat het niet om, kaart u aan?
geen brokaat zonder goud? geen
gezwollen verschil in een cirkel gezet?
er werd rukwind voorspeld,
geen verschonende zakdoek, noch zalf —
le miroir susceptible de choir
tussen kwast en
geprangd tussen kwast en
een halfrode boksbal vertaalt haar gelaat
le mépris, die God- / ard (dat mag blijken) kopieerde,
in naaktscènes goot — B.B. bloot
c’est le ça dans sça- / voir?
slechts de spin die Bourgeois, die Louise (dat bleek
en terecht) al vermoedde, maman, is absente
of afwezig or gone
ou mangeons le produit, donc,
son voile est blanchi par des ans? terwijl
[opbiechtend] bloed door het bed wordt weerspiegeld?
Gi- / o- / vanna
Gi- / o- / vanni
dynamiek van de slash
en een oplichtend spel in dit kanselgedicht — er werd
rukwind voorspeld / en een vonk
die slechts vonkt als het avondrood blauw is:
le chien pavlovien,
sécrétion salivaire,
programmatisch gekwijl,
relatif à Pavlov (dat zou blijken), verbindt,
vangt het licht dat in glansrichting strijkt,
mijdt de wasbeer in wasco
die troont in de blik
hij kijkt op, zij [is sunblock,
haar hoofd staat nog los] eerder neer
hypotheses op poten,
hoe heet dat alweer? hij kijkt neer
met een scheefstand van ogen, gekamd
door de ronding, op iets, op een schim
die zij fris ondermijnt
werd de breintocht,
de bruintint van lichaam en -seigen besef
hier misleidend bedekt met een hoed
die [het lid- / woord] benadrukt?
de messing verlicht?
compenseert?
compenseerde?
de boksbal hangt stil,
quelque chose se règle —
des voeux aveuglants se succèdent
et choient
les souliers ne soulagent, passage
van ding, eromheen, naar object, à l’objet
fétichiste, eromheen, eender hoe,
is semantische inteelt (zo bleek,
in de twintigste eeuw)
reducerend duel met zichzelf
in een waaier essenties: de hand
— comme des gestes gesticulent! —
anorectisch geheven, zo
fijn dat de daadkracht verkleint, mais
le suc ne suffit, liet de blinde
met borsten (reeds eerder) verstaan
dan maar acrobatiek
van de handpalm, er rond,
eromheen, hand-in-hand-
fenomeen, eender hoe
c’est le voir dan sça- / voir?
kiekeboe?
zo
de uren p.m.
als het knagen blijft duren,
geen hoop [crystal meth]
maar het werkt,
al zo lang,
als confettigordijn
c’est pourtant la lumière
qui déborde, dépasse, à la fois
obscurcit l’abri-
cot [à côté de la vie]
(ds, ongepubliceerd)
24-09-2014
au creux du cocon
© Grzegorz Przyborek
het beukt, het beukt zon
op een mistlaag
op stikgaren — touw is hem vreemd
welke vreemdeling, blind
maar gehavend, zou stiknaald
zijn stiknaaldenlip of zijn hier
en -ogliefen [met trema] ontgaan?
hij ontrafelt het dier,
elektroden op groen, en verduistert
het heden, jongleert
als de klim van de klaver
naar biezen die nemen, de rug,
witte rug, shocking blue, er is
nood aan gebrek
en een lekkend bewijs
het beukt maan
want een vrouw is zo zacht
omdat wachten haar vreemd is,
vermoedt hij, ze richt en speelt in,
daagt [de hersenen] uit,
een legale constructie, hoe anders
is vee als hij taalt naar vertaling
la voie/x est marquée avec voir,
le regard — het onttrekt en rukt los,
in een aanzet (de vouw in een plooi
inclusief een baldadig o-
ranje, die Götter von heute, besoin
de comprendre comment
ça fonctionne) vindt hij weelde
en leegte of ruis, shocking shy
kolen wit, kolen groen,
kolen rood (in het hoofd
van de zwijger genaaid), kolen zwart
08-09-2014
ce qui poste [de bril dood, ogen schraal]
© Mr Finch Textile
1
[tandis que des dindes se tuent ou jouissent et ne craignent]
un pré
l'étendue
pas de pré-
adamites, ni de sang de reptiles,
ni de pas [pré-
visibles]
pas d'eau, pas d'
audace,
ni de Pan,
ni de dos
pas de blé,
ni de fil ou de ligne
de fer barbelé,
pas de fins
c'est ce pré, qui est pré-,
préalable —
un pré (comme le ciel dépeuplé)
deserté, une préface:
tous
ces mètres
tangibles, ces mètres charnels
dans la tête
2
[des données — retenir ne vaut pas]
[donc] un pré,
quelques voies en havane
dans une brume (de brimade),
soleil —
des données
comme cet ombre de brume,
comme la brume londonienne qui privait [1]
mais plaisait à Monet [2],
est barbare, soit fragile!
en effet
une trouée de lumière [3], de l'affect
dans le brou de brouillard —
un effet qui concerne l'effort
qu'on ne fait
sur soi-même
quand les nappes de brimade, de brume
de brimade, s'étirent dans le sang,
quand le sens, faute d'affiches (de Toulouse-
Lautrec, par exemple), d'avis, n'est pas clair —
des données
pas à cause de la cause
mais à cause de leurs cris
qui échappent à l'alcôve
de l'ouïe — comme Le Skrik [orangé]
de La Frise de Munch, sa fumée
[1] de soleil
[2] et sa femme
[3] pâlichonne
3
[poste]
[mais]
où est la poste,
le courrier de la reine,
le relais de chevaux
qui c-
ollé de distance en distance
fournirait
de biscuits,
de carottes d'entretien,
de baiser de nourrice
(un baiser
sans moustache
normative)
où sont-ils?
4
[faire passer]
le pré préalable
ne change de voix, est la carte
de la teinte demandée, la moiré
voilà, le mot-clé que je méta-
morphose en champ
du changeable, vois là —
différence,
quand le pré deviendra un pré∙champ
de la langue, le champ deviendra
une chambrette
et tandis que le pré ne chambrait
la muette (soit la mort de Médée)
ou tandis que le lièvre se lève,
s'en va, pour mourir à ce gîte (ce guidon),
le gibbon ne construit que des nids
en sautant
de vieille branche en vieille branche
de vieille branche en branchette
de branchette en branchette
sur la branche
pour poursuivre
de près
5
[après le défi au bon sens]
— tiens,
peut-on dire [exclamer],
qu'est-ce qu'on veut?
qu'on visite la visée
comme un lieu,
qui donne lieu
à une voix,
qui tient lieu
de la voie dépeuplée?
qu'on parcoure
l'historiette, mal armé?
que le pré c.-à-d. que le champ
ne soit pris dans sa totalité
de connard?
ohne notwendig zu denken: non-sens
6
[je dirais que]
tandis que des dindes [plumées] ne jouissent ou se tuent parce qu'elles craignent,
un champ
ou un sens
dont le sens n'est pas clair —
un éclair
dans l'alcôve de l'ouïe,
je dirais
05-09-2014
ce qui montre [le lis d'amaryl]
© Tahnee Lonsdale
1
[le lis d'amaryl]
ce qui reste
de ce qui
m'échappait
est un lis
d'amaryl
(masculin)
soit une fleur
éclatante
(imposture)
2
[n'a cessé d'être vu]
que l'état de désordre
n'est pas maquillé
éclaircit
qu'on saisit sa portée
par l'égal de l'affaire,
soit la chair ébranlée
3
[un état sans progrès]
mais
donc
où
est la roue de brouette?
4
[l'épopée]
quoi qu'ils soient
tous ces mimes
à l'image de l'angle,
ces droits ralentis,
ces demandes [instantes]
qui verbales ou écrites
ne s'inscrivent sur l'ambre
du front, ces fleurettes
qui ne fleurent ni nourrissent —
parce qu'elles rivent
ils sont le profil et le pli de l'envoie
ils ne voient cependant
que je mens —
je camoufle le masque
par une paire de lunettes
(qui remplace les pincettes
et la paire de ciseaux)
5
[le trompe-l'oeil]
c'est le lis
d'amaryl,
ce narcisse
(masculin)
qui a
trop agrandi
pour tromper
les trompeurs,
les fouets
qui ne fleurent,
qui ne nient
le tire-jus,
le mouchoir
de la mère
(of de zakdoek
van moeder,
de mijne)
6
[le mot presque juste]
je ne sais
où ça mène
mais je suis
[la brouette]
et que rien
ne m'importe
davantage —
demain
03-09-2014
ce qui dit [qu'il n'y a] — intermède
© Doug Fishbone, 30.000 bananas, London, Trafalgar Square, 2005
un tas de bananes et un puits cellulaire
ont cherché l'arbitrage d'un tiers, la tirade
d'un dieu — ta ta ta exprimait le dédain
de ce tiers, son déni de nier le dégât
en matière, la matière purulente
entassées les bananes et le puits cellulaire
ont cherché un concept de moi∙tié, moi∙tié
tas moi∙tié puits, mais un tas est Tartuffe
et un puits les ulcères de la fin de l'été
c'est à dire qu'on n'oublie que l'essence
le régime cellulaire de ce puits et l'amas [de bananes]
ont cherché l'aventure dont l'issue est certaine
parce que si, c'est le puits que l'amas va bourrer
car le puits engouffrait les bananes
et le dieu [de Tartuffe] et le tiers
Abonneren op:
Posts (Atom)






