Posts tonen met het label banane. Alle posts tonen
Posts tonen met het label banane. Alle posts tonen

28-11-2014

3 Arnolfini’s: J. Zwagerman (perzik), D. van Bastelaere (zonder ooft), ds (abri- / koos)





Jan van Eyck kon je mij niet geven
want Van Eyck gaf mij al aan jou.

De hond die wij niet hebben
kwispelt onze handen hier bijeen.
De kroonluchter is kleiner
dan mijn grote zwarte zware hoed.
In de niet-van-onze spiegel krimpen
wij frêle opgebold tot schildersoog.
Mijn schoeisel heb ik uitgetrapt.
In een klein gebaar hef ik mijn vrije hand.
Jij bent niet in verwachting
van het kind dat Jan van Eyck
ons overreikt. Het plooiend groen
spiegelt de naden in je ziel. Geen kunstenaar
die zo met onze hedendaagsheid speelt.

Doen wij hier thuis aan fruit?
Er liggen perziken vlak bij ons open raam.
Iemand heeft iets op de muur gezet.
Een tag, annonce, plaatsbepaling:
Jan van Eyck ziet ons doorluchtig
en doorzichtig spiegelbeeldend aan.
Ik ken mijn antecedenten niet. Jij
zult wel Beatrice zijn. Je bent vooral vrij.



(Joost Zwagerman, Voor alles, Gedichten, 2014, 49)








Jan van Eyck, Huwelijksportret van Giovanni Arnolfini en Giovanna Cenami










































































Jan Van Eyck,
De Arnolfini-bruiloft (1434)

Dirk van Bastelaere / Jan van Eyck


1

Ze cirkelen traag door de gotiek
Van de leegte. Een paar voor de tijden
De handen opeen.

Zijn hoed is een onding
Dat de dood niet belemmert en de val
Van de stoffen laat zijn lichaam vermeend.

Zo wil ik denken dat het toen al
Wegbleef en wellicht,
Geheel anoniem,

In een kerkvloer van hardsteen verviel.


2

Dit paar uit het elders,
Van perfectie verwezen,
Het zal bestaan

Door de man in het midden
Zich noemend Van Eyck
Bood hij zich aan als getuige.

Ook nu in die opstelling
Smokkelt hij zich de tijd uit;
De bolronde spiegel weet hem te bewaren.

Dat men kan zeggen, turend
Naar binnen : dank zij afzijdigheid
Zal hier zijn geweest

De spiegelman Dirk van Bastelaere.



(Dirk van Bastelaere, uit: Pornschlegel en andere gedichten, 1988)

















































[81,8 x 59,7 cm]



quelque chose se règle: het kost
abri- / kozen geen moeite
te veinzen (te veinzen?)

een j —
een wijdlopige j (dynamiek van het lid-
woord), de naam, zijn expansievermogen,
een acrobatiek in het — zegt u het maar — het bekende:
het ik en wat verder de ik-idealen,
kunstmatig begroot: j’apparais
au miroir, donc
j’existe?

c’est le voir dans pou- / voir, cher van Eyck?

wel, daar gaat het niet om, kaart u aan?
geen brokaat zonder goud? geen
gezwollen verschil in een cirkel gezet?

er werd rukwind voorspeld,
geen verschonende zakdoek, noch zalf —
le miroir susceptible de choir

tussen kwast en
geprangd tussen kwast en
een halfrode boksbal vertaalt haar gelaat
le mépris, die God- / ard (dat mag blijken) kopieerde,
in naaktscènes goot — B.B. bloot

c’est le ça dans sça- / voir?

slechts de spin die Bourgeois, die Louise (dat bleek
en terecht) al vermoedde, maman, is absente
of afwezig or gone

ou mangeons le produit, donc,
son voile est blanchi par des ans? terwijl
[opbiechtend] bloed door het bed wordt weerspiegeld?

Gi- / o- / vanna
Gi- / o- / vanni

dynamiek van de slash
en een oplichtend spel in dit kanselgedicht — er werd
rukwind voorspeld / en een vonk
die slechts vonkt als het avondrood blauw is:

le chien pavlovien,
sécrétion salivaire,
programmatisch gekwijl,
relatif à Pavlov (dat zou blijken), verbindt,
vangt het licht dat in glansrichting strijkt,
mijdt de wasbeer in wasco
die troont in de blik

hij kijkt op, zij [is sunblock,
haar hoofd staat nog los] eerder neer

hypotheses op poten,
hoe heet dat alweer? hij kijkt neer
met een scheefstand van ogen, gekamd
door de ronding, op iets, op een schim
die zij fris ondermijnt

werd de breintocht,
de bruintint van lichaam en -seigen besef
hier misleidend bedekt met een hoed
die [het lid- / woord] benadrukt?
de messing verlicht?
compenseert?

compenseerde?

de boksbal hangt stil,
quelque chose se règle —
des voeux aveuglants se succèdent

et choient

les souliers ne soulagent, passage
van ding, eromheen, naar object, à l’objet
fétichiste, eromheen, eender hoe,
is semantische inteelt (zo bleek,
in de twintigste eeuw)

reducerend duel met zichzelf
in een waaier essenties: de hand
— comme des gestes gesticulent! —
anorectisch geheven, zo
fijn dat de daadkracht verkleint, mais
le suc ne suffit, liet de blinde
met borsten (reeds eerder) verstaan

dan maar acrobatiek
van de handpalm, er rond,
eromheen, hand-in-hand-
fenomeen, eender hoe

c’est le voir dan sça- / voir?
kiekeboe?

zo
de uren p.m.
als het knagen blijft duren,
geen hoop [crystal meth]
maar het werkt,
al zo lang,
als confettigordijn

c’est pourtant la lumière
qui déborde, dépasse, à la fois
obscurcit l’abri-
cot [à côté de la vie]



(ds, ongepubliceerd)





08-10-2014

Franciscus van assisië, een "banaan van zoete vergiffenis"



















































Lof-litanie van den H. Franciscus van assisië


Voor mijn vriend, in mijn leven:
poolnaad - schroef - avondangelus.


   Franciscus die arm waart, bid voor mij. Mijn weekgeld sterft
reeds zondagavond in rozenblaadjes op mijn kamer.
   Franciscus die dichter waart, bid voor mij die m'n lange jonge
lokken uitstreek tot harden helm van idealistischen weerstand.
   Franciscus die jong waart, laat jeugd bij me blijven: Voedster
die oud nog dezelfde grapjes vertelt als toen we onmondig
waren. Laat ons dan even gul lachen - en niet uit medelij.
   Franciscus die boomen en dieren en alles begreept, geeft dat
ik mijn vrienden en geliefden begrijp.
   Franciscus die liefde genoeg had om niets te versmaden, open
mijn hart als tolvrije stadspoort voor alle vreugd en alle pijn.
   Franciscus die den Kosmos in u droegt en hem doorkneedde
met den deesem van uw eigen begrijpen, geef mij het zuivere
inzicht
   Franciscus die zoo warm om me zijt in avondlof als den
eersten beet in malsch versch brood, bid voor mij.
   Franciscus in wiens leven plotse afgronden zijn van stilte, als
voor wie over koele keldermonden gaand den geur van riekende
appelen opstijgen voelt, maak mijn adem rustig en krachtig.
   Franciscus in wiens leven bergen van licht zijn, zoo
heerlijkgloedwarm als den zoetroomigen geut van pastijbakkerij.
   Franciscus wiens stem ik soms meen te hooren naief en
geduldig in den melopee-roep der dagbladventers, gij die roept
het Eeuwige Nieuws: de waarheid. Franciscus, eenige heilige
wiens beeld men ons niet gecamoufleerd heeft met schreeuw-
kleuren van flauwe romantiek,
          bid voor mijn geliefden en mij.
   Franciscus, man uit één stuk, ideaal van eerlijkheid, bescherm
ons die den scheldnaam dragen van idealisten omdat we
een volk willen worden.
   Franciscus die voor ons staat met de harde blijnen van
zaligend werk, op uw ranke lichaam, geef ons den moed
voor werk.
   Franciscus die de wereld ingerukt zijt, weg uit de oase der
verlauwing, met den wilden zegekreet van een sneltrein,
heerscher der diepten,
   Franciscus, handgranaat van rechtvaardigheid, die sloegt
muren van schijneerlijkheid aan stuk, tot elke steen bloedde van
rood berouw.
   Franciscus die de hoogmoedige zielen verbrijzelde tot
vernedering: maar de lage bloem is meer dan het hooge onkruid,
Franciscus die, wilde hengst van dartelheid, plots op hol
sloegt van ontzaggelijk verlangen naar de breede vlakte van
God,
                bid voor ons allen die bekneld zitten in
                banden van verknechting en minderwaardigheid.
   Papaver van liefde in het egaal-geele veld der
onverschilligheid,
   Zonnebloem van hartstocht in den tuin der sluipend-luie
ranken,
   Roos van zoetheid midden scherp-zwoele geuren van violen,
   Luide cello van hartstochtelijke extase,
   Heimwee van smeltende teerheid,
                        zo zijt ge o Franciscus,
   Gij, wiens beeld door soms dorre woestijnen van leven is als
kindergelach in mijn dood bureel - het rijt der donkerte van de
wanden.
   Krachtige toren van jubel.
   Als op lentefoor in lachpaleis van zaligheid, onstuimige
danser,
   IJle klokkeklank die m'aanvaart op windewiek,
   Nachtegaal en leeuwerik van lof,
   Rechte heirweg,
   Avondstraat,
   Allerluidstluidende klok,
   Banaan van zoete vergiffenis,
   Bloedende geranium,
   Nachtelijke vuurpijl,
   Vlammenpyramide,
   Zomermiddagzon,
   Alte Weise van hemelheimwee,
   Zee,
                  bid voor ons allen, die het geluk zoeken in rust,
   Ik zag u,
         een ijle spitsboog van magerheid uw lichaam,
         een speldekussen van boete uw zingende borst,
         een gloeikous van wit licht uw mager gelaat.
   en
         door koude woud van mijn jonge ziel, getoet plots als van
   een romantische jachthoren,
   door avondstraat van vrede, laaie suizen van rood-helle tram,
   door mistig rotspad geweldig hoornen van postkoets,
   door hunkervlakte van onbewustheid: mijn leven, uw leven
plots als een
   tragisch rood-gestempelde expressbrief in een wit begijnhof,
                maar simpel als een volkswijs, flinke Madelon- genot
voor duizenden
         en simpel als kinderdans midden volksbuurt,
         en simpel als sleebellen door sneevlakte,
                      zoo zijt ge O Franciscus
   Maar bij smart,
   uw oogen als plotse fanalen,
   uw stem als autosireen,
   naar den afgrond aller liefde toe, naar God, neem me mee,
   lijk, los van de ree, gerukt wordt een schip,
   een harde slag, een dappere baar,
   weg van het strand,
   naar het heerlijke land, van OVERZEE.
   Heilige, groot-heilige Franciscus, hier zijn de morzels van
mijn hart, meer
   heb ik niet - de woede honden van jeugd-dagen hebben alles
verslonden,
   hier is de koelheid van mijn klamme haren,
   hier is de zwakheid van mijn zwervende voeten,
   hier is de ijdelheid van mijn praatgrage tong,
   Ik breng u het ellendig beste dat ik heb,
   de myrrhe van mijn woorden,
   de wierook van mijn vereering,
   en het armzalige goud van mijn liefde
   Maar ook het beste dat mijn ziel gebouwd heeft draag ik u op.
   de nagedachtenis van mijn vader,
   de ernstige gestrengheid van mijn moeder,
   de hunkerende weltschmerz van mijn broer,
   het zoete zwijgen van mijn meisje,
   en de heerlijk-weemoedige ironie van mijn vriend.
   Franciscus voor U heb ik mijn mooiste woorden uitgezocht,
mijn schitterkralen, die uitspatten voor de bestofte moeheid
uwer voeten als koele zeepbellen, evene laving uwer gloedende
teenen.
   Ik bid u verhoor mij Franciscus,
   Gij die een wolf hebt getemd, help me de groote huilbende
van mijn hartstochten te temmen,
   Gij die de zon bezongt, laat me mijn leven moduleeren op een
zachte rhythme van innigheid,
   Gij die meer dan de kunst van sterven ook de kunst van leven
verstond,
   laat me het leven loven, en den dood verwachten als een
roerlooze boom de bijl. Pal.
   Franciscus die voor de visschen prediktet, laat me ook zingen
doelloos in de menschen
   Gij die uw lijf beborduurdet met het fijne geduld der
geeseling geef mij mijn dagelijksche pijn,
   Gij die U niet schaamdet naakt te staan, geef me den moed in
de naaktheid van mijn woord voor de Farizeërs dezer wereld te
treden,
  Gij, die kerken gebouwd hebt en moeizaam elke steen zocht,
geeft me den moed uit de verveling der dagvrachten het gulden
huis van mijn rust te bouwen.
          Geef me, Franciscus de gaaf des gebeds,
   Mijn ziel is als een trillende vlieger, hunker naar wolken,
   Weze uw aandenken de onontbeerlijke olie,
   Weze uw steun de koenheid die het looping the loop
ondernemen doet,
   Weze uw woord mijn veilige valscherm door luchtlagen van
laffe zoelheid,
   Weze uw mond de bronzen klok van zekerheid. Op haar
betrouwen de
   menschen om de luiken te sluiten op hun rust. Geef aan mijn
moeder lang leven,
   Geef aan mijn broer rust,
   Geeft aan mijn vriend kracht,
   Geef aan mijn meisje alle geduld,
   Geef me smart om van te zingen,
   Geef me tranen van ontroering,
   en - laat me vragen drie dingen - niet waar?
vooral en vooreerst - geef aan ons allen en geef aan mij, een
vaderland om te beminnen,
   Geef, - en hier smeek ik u ‘de profundis’ van walg - dat de
menschen elkanders Vaderland leeren beminnen,
   Laat de wereld worden een gansche vreugde van witten vrede
en algeheele communie, gelijk uw blije naakte lijf toen gij stierft.
O mijn vriend, mijn broer, mijn heilige vader. Franciscus.

Amen.
   Oogst 1919
   Marnix GIJSEN




(opgemerkt door Erik de Smedt in Grenzen van de avant-garde)







01-10-2014

geen banaan, hij bekent






© John Baldessari



















































ZWIJGPLICHT


Zit het beest, een dwingeland,
hen in het bloed? Pijnlijk

lopen, vliezen op de voet.
Tegenwind. De mond gepropt

met stekels uit de zuiderkant
van de bitterplant. Gebit snoerdicht

op slot gekrast: geen kaken te breken;
geen woordgeheimen prijs te geven.


(Gwy Mandelinck, Lotgenoten, 2014, 36)






21-09-2014

geen bananen geen appel geen peer, wel een splash






© Rose Wylie














































AURELIA AURITA / FELIX BAUMGARTNER


Ik val
Als een idee
Van glas val ik
Wijnglas tussen mijn wijsvinger en duim
Door het glazen tafelblad valt het wijnglas
Tussen mijn voeten door de vloer
En tegelijk weer door het plafond heen
En weer
Tussen mijn wijsvinger en duim, tafelblad, vloer, plafond,

En telkens de splash in het tafelblad

Almaar sneller tussen wijsvinger en duim, tafelblad, vloer, plafond,
Tot ik zo snel
Dat alleen nog de splash in het tafelblad
Als een idee
Van een glazen kwalletje
Gewichtloos hangend in het donker van de oceaan
Open- en dichtgaat als een hart,

Lichtgevend.
Eeuwig
Lichtgevend
Eeuwig

De splash aan boven- en onderkant van het tafelblad.


(Peter Verhelst, WIJ TOTALE VLAM, 2014, 22)






20-09-2014

de roerdompbanaan








© Kayankwok






















































Boven de kringloop van regen en baby's vliegt de roerdomp.
De roerdomp heeft niets met dat alles te maken.
Met de kringloop van granaten, bananen, offers, slijtage
heeft de roerdomp niets te maken. Daar moet duidelijkheid over bestaan.
Hij gelooft zelfs niet in kringlopen, de roerdomp.
'Ieder rad is bedoeld om iemand voor ogen te draaien,'
zingt hij (wat schor van de kou op die hoogte)


(Maarten van der Graaff, Vluchtautogedichten, 2013, 19)





19-09-2014

geen bananen geen fruit, wel een man — op zijn grootst








© Wolfgang Stiller, matchstick

















































































Wat u al weet


Inderdaad is de man op zijn grootst
(een accessoire van de vrouw, iets
dat zij zich opspeldt, een ornament
van verblindend bloed, een broche
in haar buik brandend als)
een klein kind van verlangen


(Stijn Vranken, Maak plaats van mij, 2014, 15)







18-09-2014

nu in handige meeneemverpakking







Wij zijn nu sinds een week
een paar en ik ben blij met jou.
Er hoeft niets aan jou te ver-
anderen. Blijf. Blijf ook wie je
bent. Alleen hoe je een peer
schilt moet anders. Je doet
dat wel aandoenlijk, maar
ontzettend onhandig. Je kùnt
een peer niet rondom schil-
len! Deel hem in kwarten,
haal dan pas de schil eraf en
snijd het klokhuis eruit. Of
laat mij het doen. Ik zal een
peer voor je schillen. Ik zal al-
tijd een peer voor je schillen.













































Wij hebben in onze
overheerlijke fruit-
yoghurts een aard-
bei verstopt. Vind
hem, maak de slag-
zin af en win fantas-
tische prijzen. Zoek
het fruit is een van
die waanzinnig leu-
ke acties van Zui-
velineⓇ, borden vol
calcium en vitamine.














































Zeg, kun jij mij even helpen? Ik heb een patiënt die
van de ene op de andere dag het woord
niet meer kan zeggen. Het is uitsluitend dat ene
woord dat hij kwijt is. Hij struikelt er niet over en
hij stottert niet; het woord is gewoon geheel uit zijn
vocabulaire verdwenen. Heb jij ooit zoiets meege-
maakt? Ik weet niet hoe ik hem moet helpen. Strikt-
genomen is het niet zo'n ramp dat hij nu toeval-
lig dat ene woord niet kan zeggen, want met alle
andere woorden heeft hij totaal geen probleem.
Hij kan het overigens wel omschrijven, zodat zijn
vrouw begrijpt wanneer hij er een wil, maar het is
toch een beetje raar als je zoiets gewoons als een
            moet omschrijven. Ik heb de encyclope-
die erop nageslagen en op internet gezocht maar
ik kom er niks over tegen. Weet jij wat voor ziek-
te het zou kunnen zijn en of het besmettelijk is?




(Ted van Lieshout, Nu in handige meeneemverpakking, 2013, 16, 59, 101)





17-09-2014

geen bananen geen fruit, en geen mening







© Alicia Kwade


















































































GEEN MENING


Vraag niet om mijn mening
ik heb vandaag geen mening
over hoe de aarde draait
of hij wel de goede kant uit draait
de hoed van de hofdame
of die haar wel staat
hongersnood in Afrika
of die wel lekker smaakt
over dit over dat
de debuutroman de nieuwe yoghurtdrank
de leugen van de minister
de kleur van je haar
de hoogte van de minaretten
het lettertype de Europese Unie
het onthullende tv-programma

bevrijd van mening
draai ik licht als een veertje
met alle winden mee


(Remco Campert, Licht van mijn leven, 2014, 41)






16-09-2014

bananenboot, één






© Redmer Hoekstra












































bananenboot


tot in de gaatjes van mijn bowlingbal zoek je geld
je schrijft veel te lange gedichten die je zelf niet begrijpt
over weltschmerzkwekers schijnhijgers twijfelstrelers

in bed klaag je over borstmospluisjes op straat roep je
zebrapadvermijders na chronisch flirtbestendig toon
je de wereld je doordramkwaliteiten doe maar verveel
ons met je dwangneuroses met je dwarsliggersstatuut

ooit komt de dag dat iemand je varkensneus verwart
met een stopcontact de tijd loopt messen worden gewet
duik onder in cement eet een lolly van asbest en vaar weg
op de bananenboot je serveert me elke avond dezelfde
oude tranen terwijl ik al jaren op iets anders hoop


(Andy Fierens, Wonderbra's & Pepperspray, 2014, 49)






15-09-2014

geen bananen geen fruit (de mond zit te hoog), wel een fonds voor herstelbare vrouwen






























































Ongewenst


Hoe is dit kind er gekomen? Vanzelf
vanonder een steen in het licht gekropen?
Natuurlijk niet, het kwam uit haar mond,
met geweld. Uitgespuwd in bloed en stront,

weggeschopt uit een opgelicht donker.
Als het gejammer van god, lieve god
zweeg, hing in de kamer een stilte, koud
als haar oog. Dan de borst, noodgedwongen.

Zo kwam het kind. Iedere nacht wordt
de geboorte herhaald, achter de ogen
waar het ontwaakt. Iedere nacht staat het op
en neemt uit zijn hoofd het geweer.

De haan spant zich op.

Waarna uit het kind zich een ander ontpopt.


(Charles Ducal, De buitendeur, 2014, 23)






14-09-2014

geen bananen geen fruit — wel veel dood bij Verdoodt







































bij 'Ophelia' (John Everett Millais)


dit is onmiskenbaar mijn gelaat
wat drijft daar onder de wilgen
en maakt haar lijf
tot ongewiede tuin

geen man die opklimt aan haar benen
maar kruid dat om haar lenden windt
de knoppen van haar borsten klappen open
en haar longen dicht

water verdunt de herinnering
de zon loopt als een ei
over haar uit

wie roeit haar
naar de overkant?
een argeloze hand

ik vraag mij af
of mijn haar ook onder de aarde
door zal groeien


(Sofie Verdoodt, Doodwater, 2014, 7)






03-09-2014

ce qui dit [qu'il n'y a] — intermède






© Doug Fishbone, 30.000 bananas, London, Trafalgar Square, 2005 























































un tas de bananes et un puits cellulaire
ont cherché l'arbitrage d'un tiers, la tirade
d'un dieu — ta ta ta exprimait le dédain
de ce tiers, son déni de nier le dégât

en matière, la matière purulente

entassées les bananes et le puits cellulaire
ont cherché un concept de moi∙tié, moi∙tié
tas moi∙tié puits, mais un tas est Tartuffe
et un puits les ulcères de la fin de l'été

c'est à dire qu'on n'oublie que l'essence

le régime cellulaire de ce puits et l'amas [de bananes]
ont cherché l'aventure dont l'issue est certaine
parce que si, c'est le puits que l'amas va bourrer
car le puits engouffrait les bananes

et le dieu [de Tartuffe] et le tiers





26-08-2014

'banaan' werd behouden






Alban Richard











































Ich höre mich sagen

nicht mehr lesen können nicht mehr
still sitzen können nicht mehr
liegen nicht mehr schlafen können
nicht mehr mit augen die zeilen
zu kämmen den kopf nicht mehr
aufstützen nichts mehr entziffern
sag welchen der glücksstoffe barg
die banane die ich als speiserest
an meinem gaumen ahne der ich
mich gerne jetzt mit deiner brust
befasste doch was ich finde ist
allein die schlummertaste ich höre
mich sagen ich kann nicht mehr
lesen kann nicht mehr still sitzen
nicht liegen nicht schlafen nicht
mehr die augen die hände die stirn




Norbert Hummelt, Zeichen im Schnee, 2001, vert. ds




ik hoor me zeggen

niet meer kunnen lezen niet meer
stil kunnen zitten niet meer
liggen niet meer kunnen slapen
niet meer met de ogen de regels
te kammen het hoofd niet meer
oprichten niets meer ontwarren
zeg welke gelukstof bevatte
de banaan die ik als etensrest
op mijn verhemelte waan ik
die nu wat graag je borst
wilde koesteren vind slechts
een sluimertoets ik hoor
me zeggen ik kan niet meer
lezen ik kan niet meer stilzitten
niet liggen niet slapen niet meer
ogen de handen het voorhoofd




23-08-2014

'banaan' werd geschrapt








































übergang

in den kastanien arbeitet der wind. ich ging in dieser
allee als kind: ist jetzt gesperrt wegen astbruchgefahr.
sie führte vom kloster bis nach schloss dyck über das
dycker weinhaus in damm führte der weg zum kloster
zurück. drinnen wie immer dunkel u. kühl. ich tauche
die hand ins weihwasserbecken bekreuzige mich im
mittelgang sehe im boden die messingplatte mit namen
derer von salm-reifferscheidt. in der wand ein epitaph
(marmor). der hier ruht war einmal ein graf: der erste
totenkopf den ich im leben sah. die knochen traten aus
dem relief hervor wie die ader an vaters schläfe wenn
er darnieder mit kopfschmerzen lag war ich gebeten ihn
zu massieren die ader pochte meine finger strichen die
heisse stirn, den kalten stein entlang. täglich zwei halbe
spalt-tabletten nahm er mich immer mit auf den gang
zum wasser doch war kein nachen kein ferge kein styx
im klostergarten der jüchener bach markierte die grenze
zw. köln u. aachen. man war hinüber mit einem schritt.



Norbert Hummelt, Geen veerman, geen styx, 2014, vert. Erik de Smedt en Jan Baeke (hier vert. EdS)



overgang

in de kastanjes werkt de wind. ik liep door deze dreef
als kind: is nu versperd omdat er takken kunnen breken.
zij leidde van het klooster naar het kasteel dyck langs het
dyckse wijnhuis in damm leidde de weg terug naar het
klooster. binnen is het als altijd koel en donker. ik doop
mijn hand in het wijwatervat sla een kruis en in de
middengang zie ik de messingplaat liggen met de namen
der heren vom salm-reifferscheidt. in de muur een epitaaf
(marmer). wie hier rust was ooit een graaf: het eerste
doodshoofd dat ik in mijn leven zag. de beenderen staken
uit het reliëf naar voren zoals de ader op vaders slaap als
hij met hoofdpijn was gaan liggen werd mij gevraagd hem
te masseren de ader klopte mijn vingers streken langs het
hete voorhoofd, de koude steen. dagelijks twee halve
tabletten paracetamol nam hij me altijd mee op wandel
naar het water maar geen kaan geen veerman geen styx
in de kloostertuin de beek van jüchen gaf de grens aan
tussen keulen en aken. met één stap was je aan de overkant.





01-06-2014

une banane parce qu'on n'a d'autre choix // dat is niet






une banane parce qu'on n'a d'autre choix —

dat is niet wat G.B. van zijn thuis denkt

zijn thuis kent meloen en, natuurlijk, de appel
de fruitkorf is halvelings leeg

of het ligt aan de vorm:

la bouche à l'envers


























































Lichaam en geest (Standard)

Al jaren zet ik alles op mijn hoofd
losgeld
opgeslagen om te verzilveren
wat zich niet door spierkracht
laat losweken, loswrikken
uit de nevel van het brein

Een zekere veronachtzaming
is het gevolg
een soort van schisma
van mijzelf in duizend nesten
gewerkt en daar blijven hangen

Zullen we er een appel op zetten
een doelwit vol van vitaal vlees
en zuigend vermogen
een hoedje
niet langer van papier

Heel lang al speelt dit alles
door mijn hoofd
ik laat het eruit nu
en loop naar huis

De weg ligt open

(Geert Buelens, Thuis, 2014, 61)