Posts tonen met het label EdS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label EdS. Alle posts tonen

02-08-2015

28 fragmenten




7 FRAGMENTE


                                        Es kehret der Heimatlose
                                        Zurück zu moosigen Wäldern
                                        (Georg Trakl, Fragment 7)


mir gebrach es an Schlaf
ich hatte die Polsterheimat
lange verlassen

ich wollte ins Graue zurück, in lauernde
Ausschnitte aus einem Traum

Ölkörper harrten in Transitzonen
Brutbecher
wiederholten sich, Resignation

ich war tagelang wach mit der Vorstellung
eines schwarzen Gartens. Dämmerungsbrocken
beobachteten, was ich tat

ich lag in der Kiefernschonung und dachte
in Blättern, folioser Wahn
ich dachte in Wuchsformen alter Meister
dachte in Waldlabyrinthen, die blind
an der Rinde endeten

hatte ich nicht bei akribischen Zweigvergleichen
Einschlafhilfe gesucht
hatte ich nicht die einzige Einschlafhilfe, die Liebe
lange verlassen

Hypnum, Schlafmoos. hypnotisches Moos
ich war vollgesogen mit Visionen, ein Kissen
auf welches der Wald sich bettete


(Marion Poschmann)





7 FRAGMENTEN


                                        Zo keert de ontheemde terug
                                        naar met mos bedekte bossen
                                        (Georg Trakl, Fragment 7)


het ontbrak me aan slaap
ik had de kussentjes van de geboortestreek
al lang verlaten

ik wilde terug het grijs in, naar dreigende
stukken uit een droom

olielichamen wachtten in transitzones
broedbekers
herhaalden zich, berusting

dagenlang hielde de voorstelling
van een zwarte tuin me wakker, schemerbrokken
sloegen gade wat ik deed

ik lag in het beschermde mastbos en dacht
in bladeren, folieuze waan
ik dacht in groeivormen van oude meesters
dacht in boslabyrinten die blind
bij de schors eindigden

had ik niet bij het nauwgezette vergelijken van takken
hulp om in te slapen gezocht
had ik niet de enige hulp om in te slapen, de liefde
al lang verlaten

hypnum, slaapmos, hypnotisch mos
ik was volgezogen met visioenen, een kussen
waarop het bos zich te rusten legde


(vertaling Erik de Smedt)





7 FRAGMENTS


                                        The homeless wanderer
                                        returns to moss-filled forests
                                        (Georg Trakl, Fragment 7)


I was in need of sleep
I had long ago left
my pillowed home

I wanted to return to grey, to where
fragments of a dream lay in wait

oily bodies waiting in transit zones
reproductive cups of liverwort moss
repeating themselves, resignation

I lay awake for days with the image
of a dark garden. scraps of twilight
watched what I was doing

I lay in the pine plantation and thought
in leaves, foliose madness
I thought in growth-forms of Old Masters
thought in forest labyrinths blindly
ending at the bark

had I not meticulously sought help in sleeping
in branch similes
had I not long ago abandoned love, the only
help in sleeping

hypnum, sleep-weaving moss, hypnotic moss
I was chock-full of visions, a pillow
on which th woods were bedded down


(vertaling Catherine Hales)





7 FRAGMENTS

               
                                        Ainsi la personne déplacée retournait
                                        dans des bois qui n’amassent que de mousse
                                        (Georg Trakl, Fragment 7)


le sommeil me manquait
il y a si longtemps que j’avais abdiqué
la peluche de la terre maternelle

je voulais retourner dans le gris, dans des bribes
d’un rêve qui guettent

corps d’huile attendaient dans des zones de transit
à couver toutes les coupes
qui poussaient en avant, abandon

pendant des journées le dessin d’un jardin assombri
me tenait éveillé, crépuscule éclaté
observait ce que moi, je faisais

tout de mon long sous des pins protégés je pensais
en feuilletant, un vertige folieux
je pensais en tournures de croissance de ces maîtres anciens
pensais en méandres de bois qui sans vue
débouchaient sur l’écorce

je n’avais recherché le secours de la comparaison détaillée
des branchettes pour pouvoir m’endormir?
je n’avais déposé le secours atypique pour pouvoir m’ endormir,
l’amour doux, il y a si longtemps?

le sommeil de cette mousse hypnotique, ce hypnum
j’étais bien surchargé de visions, un coussin
sur lequel le forêt s'étendait


(vertaling d.s.)




08-10-2014

Franciscus van assisië, een "banaan van zoete vergiffenis"



















































Lof-litanie van den H. Franciscus van assisië


Voor mijn vriend, in mijn leven:
poolnaad - schroef - avondangelus.


   Franciscus die arm waart, bid voor mij. Mijn weekgeld sterft
reeds zondagavond in rozenblaadjes op mijn kamer.
   Franciscus die dichter waart, bid voor mij die m'n lange jonge
lokken uitstreek tot harden helm van idealistischen weerstand.
   Franciscus die jong waart, laat jeugd bij me blijven: Voedster
die oud nog dezelfde grapjes vertelt als toen we onmondig
waren. Laat ons dan even gul lachen - en niet uit medelij.
   Franciscus die boomen en dieren en alles begreept, geeft dat
ik mijn vrienden en geliefden begrijp.
   Franciscus die liefde genoeg had om niets te versmaden, open
mijn hart als tolvrije stadspoort voor alle vreugd en alle pijn.
   Franciscus die den Kosmos in u droegt en hem doorkneedde
met den deesem van uw eigen begrijpen, geef mij het zuivere
inzicht
   Franciscus die zoo warm om me zijt in avondlof als den
eersten beet in malsch versch brood, bid voor mij.
   Franciscus in wiens leven plotse afgronden zijn van stilte, als
voor wie over koele keldermonden gaand den geur van riekende
appelen opstijgen voelt, maak mijn adem rustig en krachtig.
   Franciscus in wiens leven bergen van licht zijn, zoo
heerlijkgloedwarm als den zoetroomigen geut van pastijbakkerij.
   Franciscus wiens stem ik soms meen te hooren naief en
geduldig in den melopee-roep der dagbladventers, gij die roept
het Eeuwige Nieuws: de waarheid. Franciscus, eenige heilige
wiens beeld men ons niet gecamoufleerd heeft met schreeuw-
kleuren van flauwe romantiek,
          bid voor mijn geliefden en mij.
   Franciscus, man uit één stuk, ideaal van eerlijkheid, bescherm
ons die den scheldnaam dragen van idealisten omdat we
een volk willen worden.
   Franciscus die voor ons staat met de harde blijnen van
zaligend werk, op uw ranke lichaam, geef ons den moed
voor werk.
   Franciscus die de wereld ingerukt zijt, weg uit de oase der
verlauwing, met den wilden zegekreet van een sneltrein,
heerscher der diepten,
   Franciscus, handgranaat van rechtvaardigheid, die sloegt
muren van schijneerlijkheid aan stuk, tot elke steen bloedde van
rood berouw.
   Franciscus die de hoogmoedige zielen verbrijzelde tot
vernedering: maar de lage bloem is meer dan het hooge onkruid,
Franciscus die, wilde hengst van dartelheid, plots op hol
sloegt van ontzaggelijk verlangen naar de breede vlakte van
God,
                bid voor ons allen die bekneld zitten in
                banden van verknechting en minderwaardigheid.
   Papaver van liefde in het egaal-geele veld der
onverschilligheid,
   Zonnebloem van hartstocht in den tuin der sluipend-luie
ranken,
   Roos van zoetheid midden scherp-zwoele geuren van violen,
   Luide cello van hartstochtelijke extase,
   Heimwee van smeltende teerheid,
                        zo zijt ge o Franciscus,
   Gij, wiens beeld door soms dorre woestijnen van leven is als
kindergelach in mijn dood bureel - het rijt der donkerte van de
wanden.
   Krachtige toren van jubel.
   Als op lentefoor in lachpaleis van zaligheid, onstuimige
danser,
   IJle klokkeklank die m'aanvaart op windewiek,
   Nachtegaal en leeuwerik van lof,
   Rechte heirweg,
   Avondstraat,
   Allerluidstluidende klok,
   Banaan van zoete vergiffenis,
   Bloedende geranium,
   Nachtelijke vuurpijl,
   Vlammenpyramide,
   Zomermiddagzon,
   Alte Weise van hemelheimwee,
   Zee,
                  bid voor ons allen, die het geluk zoeken in rust,
   Ik zag u,
         een ijle spitsboog van magerheid uw lichaam,
         een speldekussen van boete uw zingende borst,
         een gloeikous van wit licht uw mager gelaat.
   en
         door koude woud van mijn jonge ziel, getoet plots als van
   een romantische jachthoren,
   door avondstraat van vrede, laaie suizen van rood-helle tram,
   door mistig rotspad geweldig hoornen van postkoets,
   door hunkervlakte van onbewustheid: mijn leven, uw leven
plots als een
   tragisch rood-gestempelde expressbrief in een wit begijnhof,
                maar simpel als een volkswijs, flinke Madelon- genot
voor duizenden
         en simpel als kinderdans midden volksbuurt,
         en simpel als sleebellen door sneevlakte,
                      zoo zijt ge O Franciscus
   Maar bij smart,
   uw oogen als plotse fanalen,
   uw stem als autosireen,
   naar den afgrond aller liefde toe, naar God, neem me mee,
   lijk, los van de ree, gerukt wordt een schip,
   een harde slag, een dappere baar,
   weg van het strand,
   naar het heerlijke land, van OVERZEE.
   Heilige, groot-heilige Franciscus, hier zijn de morzels van
mijn hart, meer
   heb ik niet - de woede honden van jeugd-dagen hebben alles
verslonden,
   hier is de koelheid van mijn klamme haren,
   hier is de zwakheid van mijn zwervende voeten,
   hier is de ijdelheid van mijn praatgrage tong,
   Ik breng u het ellendig beste dat ik heb,
   de myrrhe van mijn woorden,
   de wierook van mijn vereering,
   en het armzalige goud van mijn liefde
   Maar ook het beste dat mijn ziel gebouwd heeft draag ik u op.
   de nagedachtenis van mijn vader,
   de ernstige gestrengheid van mijn moeder,
   de hunkerende weltschmerz van mijn broer,
   het zoete zwijgen van mijn meisje,
   en de heerlijk-weemoedige ironie van mijn vriend.
   Franciscus voor U heb ik mijn mooiste woorden uitgezocht,
mijn schitterkralen, die uitspatten voor de bestofte moeheid
uwer voeten als koele zeepbellen, evene laving uwer gloedende
teenen.
   Ik bid u verhoor mij Franciscus,
   Gij die een wolf hebt getemd, help me de groote huilbende
van mijn hartstochten te temmen,
   Gij die de zon bezongt, laat me mijn leven moduleeren op een
zachte rhythme van innigheid,
   Gij die meer dan de kunst van sterven ook de kunst van leven
verstond,
   laat me het leven loven, en den dood verwachten als een
roerlooze boom de bijl. Pal.
   Franciscus die voor de visschen prediktet, laat me ook zingen
doelloos in de menschen
   Gij die uw lijf beborduurdet met het fijne geduld der
geeseling geef mij mijn dagelijksche pijn,
   Gij die U niet schaamdet naakt te staan, geef me den moed in
de naaktheid van mijn woord voor de Farizeërs dezer wereld te
treden,
  Gij, die kerken gebouwd hebt en moeizaam elke steen zocht,
geeft me den moed uit de verveling der dagvrachten het gulden
huis van mijn rust te bouwen.
          Geef me, Franciscus de gaaf des gebeds,
   Mijn ziel is als een trillende vlieger, hunker naar wolken,
   Weze uw aandenken de onontbeerlijke olie,
   Weze uw steun de koenheid die het looping the loop
ondernemen doet,
   Weze uw woord mijn veilige valscherm door luchtlagen van
laffe zoelheid,
   Weze uw mond de bronzen klok van zekerheid. Op haar
betrouwen de
   menschen om de luiken te sluiten op hun rust. Geef aan mijn
moeder lang leven,
   Geef aan mijn broer rust,
   Geeft aan mijn vriend kracht,
   Geef aan mijn meisje alle geduld,
   Geef me smart om van te zingen,
   Geef me tranen van ontroering,
   en - laat me vragen drie dingen - niet waar?
vooral en vooreerst - geef aan ons allen en geef aan mij, een
vaderland om te beminnen,
   Geef, - en hier smeek ik u ‘de profundis’ van walg - dat de
menschen elkanders Vaderland leeren beminnen,
   Laat de wereld worden een gansche vreugde van witten vrede
en algeheele communie, gelijk uw blije naakte lijf toen gij stierft.
O mijn vriend, mijn broer, mijn heilige vader. Franciscus.

Amen.
   Oogst 1919
   Marnix GIJSEN




(opgemerkt door Erik de Smedt in Grenzen van de avant-garde)







23-08-2014

'banaan' werd geschrapt








































übergang

in den kastanien arbeitet der wind. ich ging in dieser
allee als kind: ist jetzt gesperrt wegen astbruchgefahr.
sie führte vom kloster bis nach schloss dyck über das
dycker weinhaus in damm führte der weg zum kloster
zurück. drinnen wie immer dunkel u. kühl. ich tauche
die hand ins weihwasserbecken bekreuzige mich im
mittelgang sehe im boden die messingplatte mit namen
derer von salm-reifferscheidt. in der wand ein epitaph
(marmor). der hier ruht war einmal ein graf: der erste
totenkopf den ich im leben sah. die knochen traten aus
dem relief hervor wie die ader an vaters schläfe wenn
er darnieder mit kopfschmerzen lag war ich gebeten ihn
zu massieren die ader pochte meine finger strichen die
heisse stirn, den kalten stein entlang. täglich zwei halbe
spalt-tabletten nahm er mich immer mit auf den gang
zum wasser doch war kein nachen kein ferge kein styx
im klostergarten der jüchener bach markierte die grenze
zw. köln u. aachen. man war hinüber mit einem schritt.



Norbert Hummelt, Geen veerman, geen styx, 2014, vert. Erik de Smedt en Jan Baeke (hier vert. EdS)



overgang

in de kastanjes werkt de wind. ik liep door deze dreef
als kind: is nu versperd omdat er takken kunnen breken.
zij leidde van het klooster naar het kasteel dyck langs het
dyckse wijnhuis in damm leidde de weg terug naar het
klooster. binnen is het als altijd koel en donker. ik doop
mijn hand in het wijwatervat sla een kruis en in de
middengang zie ik de messingplaat liggen met de namen
der heren vom salm-reifferscheidt. in de muur een epitaaf
(marmer). wie hier rust was ooit een graaf: het eerste
doodshoofd dat ik in mijn leven zag. de beenderen staken
uit het reliëf naar voren zoals de ader op vaders slaap als
hij met hoofdpijn was gaan liggen werd mij gevraagd hem
te masseren de ader klopte mijn vingers streken langs het
hete voorhoofd, de koude steen. dagelijks twee halve
tabletten paracetamol nam hij me altijd mee op wandel
naar het water maar geen kaan geen veerman geen styx
in de kloostertuin de beek van jüchen gaf de grens aan
tussen keulen en aken. met één stap was je aan de overkant.





11-04-2014

poëzie en banaan (het orale register), het klikt niet — afwijking 2 (1968)




Andy Harlot Andy

Von einem bestimmten Augenblick an
hört man auf, nur eine Banane
zu essen. Er ist Jean Harlow in
Verkleidung und sieht so scheu

aus, wenn die Seide raschelt. Die
Bedeutungen wechseln ständig hin
und her. (Einmal ist es eine Bana-
ne, einmal nicht!) Mein Leben ist

auf einmal um eine Idee kürzer
geworden, sagt er und zittert mit
den schwarzen Augenwimpern auf
derselben Stelle. Es folgt eine

andere Banane. Er zieht ihr mit
Bedacht die Schale ab und lutscht
sie auf. Die Bedeutungen wechseln
ständig. Er sagt: was wir sehen, ist

nicht das, was wir sehen und fängt
von vorne an. (Einmal ist es eine
Banane, einmal nicht!) Und auf dem
selben alten Sofa wie vorher sitzt

Jean Harlow in Verkleidung. Sie möch-
te endlich kommen, kann es aber nicht.
Sie muß zum Schluß erst noch eine Ba-
nane essen, die sie nicht mehr finden kann.


(Rolf Dieter Brinkmann, in: Godzilla, Köln 1968)


(vgl. film Andy Warhol, Harlot, 1964)










































Andy Harlot Andy

Vanaf een gegeven moment
hou je op slechts een banaan
te eten. Hij is Jean Harlow in
travestie en ziet er zo verlegen

uit wanneer de zijde ruist. De
betekenissen wisselen voortdurend over
en weer. (Nu eens is het een ba-
naan, dan weer niet!) Mijn leven is

ineens met een idee verkort
zegt hij en trilt met
zijn zwarte wimpers op
dezelfde plek. Er volgt een

andere banaan. Hij ontdoet haar
bedachtzaam van de schil en zuigt
erop. De betekenissen wisselen
voortdurend. Hij zegt: wat we zien, is

niet wat we zien en begint
van voren af aan. (Nu eens is het een
banaan, dan weer niet!) En op de-
zelfde oude sofa als ervoor zit

Jean Harlow in travestie. Ze zou
eindelijk willen komen maar kan het niet.
Ze moet tot slot eerst nog een ba-
naan eten die ze niet meer kan vinden.


(vert. Erik de Smedt)




10-04-2014

poëzie en banaan (het orale register), het klikt niet — afwijking 1 (1922)






Voller Apfel, Birne und Banane,
Stachelbeere... Alles dieses spricht
Tod und Leben in den Mund... Ich ahne...
Lest es einem Kind vom Angesicht,

wenn es sie erschmeckt. Dies kommt von weit.
Wird euch langsam namenlos im Munde?
Wo sonst Worte waren, fließen Funde,
aus dem Fruchtfleisch überrascht befreit.

Wagt zu sagen, was ihr Apfel nennt.
Diese Süße, die sich erst verdichtet,
um, im Schmecken leise aufgerichtet,

klar zu werden, wach und transparent,
doppeldeutig, sonnig, erdig, hiesig –:
O Erfahrung, Fühlung, Freude –, riesig!


(Rilke, Die Sonette an Orpheus, sonnet I, 13)





© Sigurdur Gudmundsson











































Rilke wel ja, Rilke wel, maar de vertaling van W. Blok en C.O. Jellema censureert die banaan





XIII

Volle appel, abrikoos en perzik,
sap en vlees van vruchten... Al dit zingt
dood en leven in de mond... Wat weet ik...
Lees het uit de ogen van een kind,

als het proeft. Van verre komt die smaak.
Gaan hun namen over tot ontbinding?
Waar eerst woorden waren, vloeit een vinding,
uit het vruchtvlees onverwacht ontwaakt.

Wat een appel is, zeg het omzichtig...
Deze zoetheid, die zich eerst verdicht,
om in ‘t proeven stilaan opgericht,

waar te worden, wakker en doorzichtig,
dubbelzinnig, zonnig, aards, eenmalig –:
O ervaring, voeling, vreugde –, zalig!


Rainer Maria Rilke, De elegieën van Duino & De sonnetten aan Orpheus
vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door W. Blok, W. Bronzwaer en C.O. Jellema, Ambo, Baarn 1996


(met dank aan Erik de Smedt)



24-01-2014

ein Kompott




Passé composé

Compote
Voor ons allen dezelfde
Voor mij voor jou voor hem voor haar want
Hij is gegeten en vergeten.
Alleen de heb·zucht is verschillend
Tussen mij en hem en haar en zij en ons
Alsjeblieft, niet te veel ‘en’!
En hebben eindigt bij ieder anders
Ik blijf veeleer open: habe
Jij bent hatelijk gesloten: hast
Hij en zij hebben hoedjes op het hoofd: hat
Gemeenschappelijk de ingeademde lucht en
De doorgehaalde nacht
Wij lazen nooit hetzelfde boek, maar
Gelezen hebben we allemaal of
Ik ‘gelees’ met hé, jij ‘geleest’ met sst?
Het perfecte verleden, voltooid gecomponeerd en vereenvoudigd,
Maar waarom zijn wij zo veelvuldig tegenwoordig?


Passé Composé

Ein Kompott
Für uns alle dasselbe
Für mich für dich für ihn für sie denn
Es ist gegessen und vergessen.
Nur die Haltung des Habens unterscheidet sich
Zwischen mir und ihm und ihr und sie und uns
Bitte nicht zu viel „und“!
Und das Haben zeigt bei jedem ein anderes Ende
Ich bleibe eher offen
Du bist streng verschlossen
Er und sie haben Hüte auf dem Kopf
Gemeinsam sind die eingeatmete Luft und
Die durchgemachte Nacht
Wir lasen nie das gleiche Buch, aber
Gelesen haben wir alle oder
Ich „gelese", du „gelesest"?
Das perfekt Vergangene ist durchkomponiert und vereinfacht
Warum sind wir aber so vielfältig in der Gegenwart?


Uit: Yoko Tawada, Abenteuer der deutschen Grammatik,
konkursbuch Verlag Claudia Gehrke, Tübingen 2010 (vert. Erik de Smedt).






18-08-2011

mooiste ode [aan de fiets] ooit





© Frances Benjamin Johnston, cross-dressed
















































vanwaar is de fiets?
waar naartoe zal de fiets worden?
wanneer is fiets?
daar is de fiets in zekere zin!
zeker net zo bijzonder zijn fietsen om te beginnen trouwens.
weliswaar is die fiets daar bijna helemaal haast.
dus waartoe daarentegen zijn fietsen veeleer eigenlijk?
soms zijn fietsen urenlang.
nee, geen fiets is tamelijk noch tenminste.
weliswaar zijn fietsen erg daar!
nauwelijks niet te geloven, als er ooit een fiets steeds ongeveer geweest zou zijn.
vandaar zijn fietsen of zullen ervan worden.
in het algemeen was hier daarentegen de fiets terloops, maar heel anderzijds net zo vermoedelijk.
toegegeven dat enkele fietsen achteraan worden en rechts zijn, dat is echter altijd des te meer.
helemaal niet, eerder is gewoonlijk de fiets waarschijnlijk trouwens buitenmate hiervan geweest.
zonder fiets is er niets bovendien.
in elk geval zijn fietsen geenszins ongetwijfeld.
daardoor zijn fietsen desondanks trouwens.
natuurlijk zijn enkele fietsen soms weer dagelijks.
later wordt de fiets soms nauwelijks toen.
sindsdien zijn fietsen weliswaar nergens verder.
pas worden fietsen soms sedert lang geworden.
of de fiets misschien is, hoewel hij is, opdat hij was zoals hij wordt?
daarvoor is een fiets ten laatste.
zeker; want als een fiets de fiets van een fiets is, zal er voor de fiets dan anders een fiets zijn?
genoeg, die fiets daar zal wel met ongeveer een fiets misschien zijn, inderdaad!
op deze fiets is zelden dagelijks voorlopig.
veeleer waren plots vele fietsen 's ochtends en 's avonds binnenkort veruit om zo te zeggen, in elk geval tenminste op een of andere wijze steeds.
terwijl de fiets om te beginnen hetzelfde gelijk dan meteen is, precies daardoor worden overigens fietsen bijgevolg sindsdien lang, vaak alsof veeleer alles weer ofschoon zou zijn, om te worden, omdat waarvoor ten hoogste nu ronduit geweest zou zijn geworden.
weldra zou een fiets geen fiets zijn, zo mogelijk behalve wanneer verder weer voordien tot zou zijn.
zeker is de fiets bijgevolg geworden!
of overal zullen fietsen bijvoorbeeld geworden worden.
algemeen is naast de fiets minder misschien.
wordt de fiets op die manier terloops ongetwijfeld?


Konrad Bayer, 'das fahrrad' (1958), uit Sämtliche Werke, hrsg. v. G. Rühm (ÖBV–Klett-Cotta, 1996), vert. Erik de Smedt 




03-05-2011

pain perdu (of Rühms een en ander)




© Gerhard Rühm, EINS UMS ANDERE, 2006






























van A in op A en Een veelvoud van (ook van zon en hond) naar het hond- en zonloze een en ander (impliciet eveneens [all]een en ander[en]), een selectie uit Rühms gedichten en korte toneelstukken (1954-1997)


een reis op blote voeten [lees: geen schoenen] langs "Ik, Gerhard Rühm, / bevestig hiermee ..", 11, Gerhard Rühm die het toneelstuk ADEMEN schreef, "een stuk voor ongeveer 2,7 miljard mensen", met als regieaanwijzing: "van ongeveer 2,7 miljard mensen ademt iedereen zolang hij kan", 9, of nog "lijf // blijf blijf b     blijf ..", 7. inmiddels trekken "zoveel mogelijk exemplaren van mensen met telkens een gemeenschappelijk kenmerk op gepaste afstand in rijen voorbij. (bv.:) .. dubbele kinnen, .. niet te veel of niet te weinig van hetzelfde, .. op handen en voeten glijdende, .. vergroeiden, ..", 16. ".. te kort is de deken ..", 3, en "op de tafel / ligt een grijs kleed ..", 5


op blote voeten verder. je ziet een verveelde man - de vrouw daarentegen radeloos - en "een lange innige / kus, die niet vrij is van een zekere zinnelijkheid ..", 6. ".. proefde je mijn speeksel? / ja, ik proefde het", 17. ".. toen werden de overige twee plots / beiden / en elk van beiden was bang / om ten slotte alleen te zijn ..", 2


elders baadt Suzanne onder rijmdwang en zingt: ".. Suzanne in de keet / wast haar spleet (wat haar niet speet) ..", 8. of nog "lijf // blijf blijf b     blijf ..", 7. ".. de weiden keren zich af / de wegen nemen de wijk ..", 10, wat de orchidee evenwel niet deert. ze "onaneert tussen de vingers van de juffrouw / en bevlekt haar tot in haar mouw ..", 12. ".. alles is wit / alles is wit // hans kan niet verdragen dat men hem uitlacht ..", 14. ademen, zo veel mogelijk exemplaren, ja, ".. om twaalf uur / is het zomer / soms ook december", 1


een reis op blote voeten, rijkelijk voorzien van brood, en voor het eerst in m'n veel te korte leven spijt het me dat ik niet erni wobik heet, 4






SCENISCH EPITAAF


voor erni wobik


het doek gaat op. het toneel en de naakte vrouw. een tafel en een melancholische minuut. de naakte vrouw eet brood. twee pluimen zweven over het toneel. de ene zingt: o geur van viooltjes uit het dal. de andere is dood. allebei komen ze op de grond neer. de naakte vrouw houdt op. ze kijkt om zich heen. het toneel, de tafel. op de grond de twee pluimen, verder niets. de naakte vrouw bukt en neemt de twee pluimen. er klinken gelijkmatige tonen. een man in blauwe overall van links naar rechts over het toneel; hij gooit op even grote afstanden sneden brood tegen de muur. de muur is van vlees. de man af. de slagen sterven uit. de naakte vrouw. een pluim glijdt terug op de grond. de dode. de andere houdt ze nog in haar hand. een kreet: graaf zeppelin! stilte. het brood is plots van kristal. het knarst bij elke beet. de naakte vrouw eet brood. het doek valt.




(Gerhard Rühm, een en ander, vertaald door Erik de Smedt, 2006)



11-01-2011

Soulier 62 - Oleschinski's ballerinastompen



© Levi van Veluw





























De zanderige wenkbrauw

zwemt het gezicht af, een rups
op weg

naar de waterarchieven, waarin rivieren en plassen
opgedroogd rusten, onmogelijke gevallen als

een poel, zwanger
van haar jongste druppel

of instant water
gewoon




'hoe  w a a r d e v o l l e r, hoe schaarser' lijkt in dit caputalistisch tijdsgewricht waarin de westerse mens alles móet hebben, móet kopen, een ethische wezelwaarheid. de oplage van Your Passport is Not Guilty, een poëtisch pareltje van Brigitte Oleschinski, Hermes zij dank gedeeltelijk vertaald, bedraagt dan ook slechts 30 exemplaren. zo gaat dat blijkbaar [ook] met pareltjes.


bovendien levert de zoekterm Oleschinski zowel bij De Contrabas als op Wiki (Nederlands) niets op. nihil. enkel lyrikline lijkt dit poëtisch wonder te kennen.


in Your Passport is Not Guilty, voornamelijk invocatief gedreven, waarbij natuurelement hermetisch aan dier- en lichaamssegment wordt geregen, eet men niet. geen brood dus. wel een smeltend brokje margarine, dat echter niet op de boterham wordt gesmeerd, "[..] Braken wilde ik van geluk / met je smeltend blokje margarine / in het lijf, in het gelijke ritme van de steekdwang / bleek als een spook // zowel links en rechts naast het bed / de lampenkappen, echte runderblaas"


slecht één maal wordt schaamte [zonder vijgenblad] gevoeld, "[..] Je roep / rukte mijn stem uit mijn lijf, ik zong. // Ledematen vol schaamte, bij het zingen / uitgestrooid. Slechts honden // besprongen hun spoor."


slechts één maal wordt er geschoeid.





Zoals de huppelende adem

van de accordeon hier de flarden over straat jaagt, die allemaal in dezelfde wijk
wonen, in dezelfde nederlaag. Gecamoufleerd. Tussen wieldop

en gootsteen grijnst een verkrampte heliumvis, slapzilver
van kieuw tot kieuw, het ragbleke snuifzakje achterna, dat rondwaait, tot het
de treden vindt. Aarzelt, binnenstebuiten draait en op ballerinastompen

omhoog danst, omdat in dezelfde stortvloed van lucht de vis
zich opricht en applaudisseert




Wie der hüpfende Atem

des Akkordeons hier die Fetzen übers Pflaster treibt, die alle im selben Viertel
wohnen, in derselben Niederlage. Getarnt. Zwischen Radkappe

und Rinnstein grinst ein verklemmter Heliumfisch, schlaffsilbern
von Kieme zu Kieme, der hauchblassen Snifftüte nach, die umherweht, bis sie
die Stufen findet. Zögert, sich umstülpt und auf ihren Ballerinastümpfen

aufwärts tanzt, weil im selben Luftschwall der Fisch
sich aufrichtet und applaudiert




poëzie van Oleschinski, een belevenis, nee, een enigmatisch wonder, een te-leven-is



(Brigitte Oleschinski, Your Passport is Not Guilty, vertaling door Erik de Smedt, 2003 [1997], Zegwerk)



20-12-2010

Soulier 60 - "deze uitleg dient de volledigheid, hij is onjuist"



© David Shrigley























in het hoofd van vitus bering, de mooiste biografie die ik ooit las: geen vijgenblad. het hoofd situeert zich in een mum en zee van ijs, en heeft dus praktisch noch antithetisch een vijgenblad van doen - schaamte evenmin.

in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse bio die ik ooit las: geen brood, hoewel het hoofd baadt in een oraal register.

in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse en verkapte bio die ik ooit las: drie paar schoenen, gebed in zinnen die de kleur van het hoofd verraden: [opgeg]eten [worden], [daar waar het] koud [is] en zwart, de kleur van rouw, dat niettemin licht absorbeert - zonder het te weten.

bij de tewaterlating van de boten gebruikte men mensen als walsen. vervolgens gaf men ze de scheepstimmerlieden te eten. vitus bering maakte dat hij weg kwam uit het stof dat het schoeisel van de stadswacht voor de herberg uit het straatvuil had doen opwaaien, 10

toen vitus bering tegen een kant botste, richtte hij zijn blik naar de maan en schampte af van de wolken, die intussen naar voren waren geschoven, op de spits van de kathedraal van sint-petersburg, sprong nog een beetje over schoorstenen en daken, tot hij bedachtzaam op de punten van zijn laarzen viel, die zijn laarzen in noordelijke richting afsloten. daar staken de voeten van bering in die bibberden van de kou, 16

vitus bering draagt een zwarte rok, die tot aan de enkels reikt. de rok is afgezoomd met een zwart lint en hij wordt in het middel door een zwarte gordel van zwart leder bijeengehouden. een stuk doek in de vorm van een broek bedekt zijn heupen, zijn benen steken in lange laarzen. dit stuk doek is zwart van kleur. deze lange laarzen zijn zwart. zwart is de kleur van de rouw en absorbeert het licht. zo ving vitus bering veel licht quanten en het was voor hem een (I) en hetzelfde of het deeltjes waren of niet of allebei of iets anders, en hij bewaarde ze voor betere tijden, zonder het te weten, 25

in het hoofd van vitus bering, de mooiste warse, verkapte en ook schalkse bio die ik ooit las, lees ik: wat is het belang van een mensenleven? wie ben ik [geweest]?

wie niet met oorlogsdaden voor de dag kon komen, werd oude vrouw of niemand genoemd. vitus bering dacht: ik, vitus bering, heb honger, 20

vaststelling / vitus bering was niet tsaar peter I of de grote en evenmin georg schweinfurth, ook was vitus bering niet dr. hahl niet dr. fridtjof nansen niet koning munsa niet eerste luitenant dodge niet guizot niet professor sepp niet prins von waldburg-zeil ook niet antonio vecerina of beethoven niet koning lodewijk XIV niet sverdrup niet eerste luitenant payer niet scheepsvaandrig orel niet james cook niet simon dezjnev niet sir martin frobisher niet john davis niet henry hudson niet parry niet franklin niet john ross niet m'clure niet nordenskjöld niet umberto cagni niet amundsen niet robert e. peary of timoer tamerlan, 27

het lange haar was een teken van de vrije man. vitus bering droeg het in een staart die naar beneden hing, 33

monoloog [21 juni] / ik ben vitus bering, 30

zijn pols was vrijgekomen. boven de pols was een vogel met twee koppen en uitgestrekte vleugels in de huid gekerfd [zo geeft de tsaar aan wat hem toebehoort], 36

het hout van het deksel was vermolmd, maar de voorkant was gevat in een huls van messing, die op de gele, goed opgeblonken ondergrond een zwarte, dubbelhoofdige adelaar in lijnets vertoonde. bering nam het luik iets dichter bij zijn ogen en bekeek nu de achterkant van het deksel, zonder de inscriptie in begrip om te zetten, omdat hij deze moeite // NU // niet op wil brengen, 34

inschriptie met een scherp voorwerp in het luik gekerfd / "vitus bering trok - omdat het koud was - een dikke handschoen aan. toen meende hij dat er een berenklauw was gegroeid, en verloor zijn verstand", 41

wie ben ik [geweest] is onlosmakelijk verbonden met de ander. in het hoofd van vitus bering verslindt de ander de ander, waardoor het hoofd zich [vooral bij aanvang] in een pregenitaal oraal-kannibaals register bevindt. de ander eet geen brood, maar vis, het lichaam van de heer en mensen [partout]. mais, je est un autre en posities zijn inwisselbaar, zodat ook vitus bering het lichaam van de heer eet, "het lichaam van de heer, die hij als zijn vader en diens zoon beschouwde", 21. "er bestaan [overigens] volkeren waar ouders het als een eer beschouwen door hun nakomelingen gedood en opgegeten te worden", 20, dat wist zowel vitus als konrad als bering.

nee, konrad bayer en vitus bering zijn niet meer, maar het hoofd overleeft, goddank



(konrad bayer, het hoofd van vitus bering, vertaald door Erik de Smedt, 2006 [1965])


06-12-2010

Soulier 59 (en die daar schreeuwt help alsof het iets zou helpen, 110)



© Philip Guston
























in het hoofdletterloze zesde zintuig, opgelet IK ZAL ME NIET LATEN BEETNEMEN (12), misschien is het alleen als BEELD bedoeld (54), ben ik blootvoets (9), is hij blootvoets (13), is zij blootvoets, de dame zonder schoenen (8) en schudden we blootvoets de handen (11), dan verschijnen de gebeurtenissen in een nieuw licht [partout] en worden natte schoenen weer aangetrokken (40), hangen gardesoldaten van de flanken van hun paarden, groeien uit de zadels [en] drijven de spitsen van hun laarzen naar ons de aarde tegemoet (42), waar leven en eigendom bedreigd worden vallen alle verschillen weg [partout], dobyhal had een slang gevangen, hij vilde ze en spijkerde het vel op de plank die hij op zolder zette om het daar te laten drogen, weintraub draaide wat om zijn hoge rekstok en zei: wil je er schoenen van laten maken (49), de gebeurtenissen verschijnen in een nieuw licht [partout], zijn benen zetten stappen, zijn zolen voelden weerstand, bestanddelen van de straat op bijna wiskundige wijze, afstand, orde, druk uitoefenend, verwaarloosden zijn schoenzolen, kunstmatige hoornhuid, de asfaltbedekking van zijn levensweg, die nu deze straat was, voor een bepaald percentage (67), helemaal in de stijl van de eeuwwisseling [partout], een verre stad, waar de hoge torens hun lange schaduwen werpen en de eenzame burgers hun grof geschoeide voeten op een plaveisel werpen dat zelden vernieuwd nu een beeld van algemene troosteloosheid voor ons uitbreidt, leidt, zich uitstrekt (70), moe drinkt goldenberg resten uit drie kommen, haalt het spaarboekje uit de vuile was, steekt de tandenborstel achter zijn oor, legt de zeep in zijn schoen, naait munten in zijn broeksriem, vult z'n broekzakken met slaappoeder en giet een paar herinneringen uit in de vuilnisemmer (89), vooraan het gezicht, zoals men zegt, daaronder, beneden, een verdieping, een mijn, éénzeventig later wiebelen de zolen op de voeten, de voeten op de benen, het komt naar boven, het komt dichtbij, terug, daar zijn de tenen en bepalen de richting door het leer van de schoenen, verkommerde wegwijzers (93), dan verschijnen de gebeurtenissen in een nieuw licht [partout], de rode krijgers trekken zich terug, hun blanke bloed rent wild door hun aders, hun plompe mocassins vernielen het gras van de savanne (96), de benen van de vader huppelen voor de verstarde benen van de zoon, dit beest met vier poten op die veel te enge schoenen, en boven weerklinkt de stem, de te luide stem van de vader, pathetisch afgezwakt (111), helemaal in de stijl van de eeuwwisseling [partout] staat het water in mijn schoenen, grote bloemen ontploffen in de wolken, .. het zweet loopt in mijn schoenen (127), ik zink, ik hang, de lucht is om me heen, mijn voeten hangen in mijn schoenen (129)

in het zesde zintuig, hoofdletterloos, op enkele uitzonderingen na (LEGT, ik leg, jij legt, wij liggen in de zon, EEN GOED, sterk, krachtig, ONTWIKKELDE BORST, ten eerste, ten tweede en ten, VOOR JOU, franz goldenberg, meerderjarig, staatsburger, GEWICHT IN DE SCHAAL (25)), in dat zesde zintuig, het mooiste boek dat ik ooit las, geen betekenaar als vijgenblad, wel een natte zwembroek (11), broodsoep (16, 104), een stuk brood (25), een half roggenbrood (19, 32), very basic, en niet minder dan 13 paar schoenen.

plots onderbreek je, verander je van richting, gaat daar naar toe terwijl niets dat verantwoordt, waar je niets te zoeken hebt, en je vindt wat je nodig hebt (99), ja, een nieuwe hypothese: hoe herme[s]tischer het boek, hoe minder schoenen en zichtbare schaamte, hoe basaler het brood, tenzij de gebeurtenissen herhaaldelijk in een ander licht verschijnen, in dat geval stijgt het aantal schoenen exponentieel - helemaal in de stijl van de eeuwwisseling



(konrad bayer, het zesde zintuig, vertaling Erik de Smedt (2001 [1985-1996])




23-03-2010

schritte sprung (Konrad Bayer)







stappen sprong

stappen gaan rechts gaan zijns weegs gaan in de zon gaan ver gaan de bocht in gaan met de voeten gaan over het gras gaan door het bos gaan omhoog gaan voor gaan ongeveer een kilometer gaan om vast te stellen gaan achter een spoor aan gaan tussen mensen gaan onder bomen gaan in de hitte gaan aan de kant gaan een stuk weg gaan weg gaan zonder te spreken gaan aan de hand gaan in een richting gaan op straat gaan nog altijd gaan heen gaan terug gaan niet gaan verder gaan opeens LOPEN

stappen en stemmen en geluiden en slechte lucht en snel en naar voren en geroep en lichten en ogen toe en verder en klapperen en daar en nu en in deze richting en hop en op de buik en met de handen en met de benen en met het hele lichaam en voorwaarts en opgelet en al en erover en hoewel en weer en minder en meer en op handen en voeten en op de knieën en boven en wie en beneden en opeens en eindelijk

stappen of stemmen of geluiden of snel of geroep of ogen toe of verder of daar of nu of hop of op de buik of met de handen of met de voeten of met het hele lichaam of opgelet of erover of weer of meer of boven of opeens of eindelijk

stappen en ging en rechts en ging en weg en ging en zon en ging en ver en ging en bocht en ging en voeten en ging en gras en ging en door en ging en omhoog en ging en voor en ging en ongeveer en ging en om en ging en snel en ging en spoor en ging en na en ging en weg en ging en mensen en ging en onder en ging en hitte en ging en kant en ging en weg en ging en spreken en ging en hand en ging en richting en ging en straat en ging en altijd en ging en heen en ging en terug en ging en niet en ging en verder en ging en opeens LOPEN

stappen ja stemmen ja snel ja ogen toe ja verder ja daar ja hop ja op de buik ja met de handen ja met de benen ja opgelet ja al ja erover ja weer ja boven ja beneden ja opeens ja eindelijk

S P R O N G


(schritte sprung van Konrad Bayer, vertaling Erik de Smedt)