Alban Richard
Ich höre mich sagen
nicht mehr lesen können nicht mehr
still sitzen können nicht mehr
liegen nicht mehr schlafen können
nicht mehr mit augen die zeilen
zu kämmen den kopf nicht mehr
aufstützen nichts mehr entziffern
sag welchen der glücksstoffe barg
die banane die ich als speiserest
an meinem gaumen ahne der ich
mich gerne jetzt mit deiner brust
befasste doch was ich finde ist
allein die schlummertaste ich höre
mich sagen ich kann nicht mehr
lesen kann nicht mehr still sitzen
nicht liegen nicht schlafen nicht
mehr die augen die hände die stirn
Norbert Hummelt, Zeichen im Schnee, 2001, vert. ds
ik hoor me zeggen
niet meer kunnen lezen niet meer
stil kunnen zitten niet meer
liggen niet meer kunnen slapen
niet meer met de ogen de regels
te kammen het hoofd niet meer
oprichten niets meer ontwarren
zeg welke gelukstof bevatte
de banaan die ik als etensrest
op mijn verhemelte waan ik
die nu wat graag je borst
wilde koesteren vind slechts
een sluimertoets ik hoor
me zeggen ik kan niet meer
lezen ik kan niet meer stilzitten
niet liggen niet slapen niet meer
ogen de handen het voorhoofd
Posts tonen met het label Norbert Hummelt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Norbert Hummelt. Alle posts tonen
26-08-2014
'banaan' werd behouden
23-08-2014
'banaan' werd geschrapt
übergang
in den kastanien arbeitet der wind. ich ging in dieser
allee als kind: ist jetzt gesperrt wegen astbruchgefahr.
sie führte vom kloster bis nach schloss dyck über das
dycker weinhaus in damm führte der weg zum kloster
zurück. drinnen wie immer dunkel u. kühl. ich tauche
die hand ins weihwasserbecken bekreuzige mich im
mittelgang sehe im boden die messingplatte mit namen
derer von salm-reifferscheidt. in der wand ein epitaph
(marmor). der hier ruht war einmal ein graf: der erste
totenkopf den ich im leben sah. die knochen traten aus
dem relief hervor wie die ader an vaters schläfe wenn
er darnieder mit kopfschmerzen lag war ich gebeten ihn
zu massieren die ader pochte meine finger strichen die
heisse stirn, den kalten stein entlang. täglich zwei halbe
spalt-tabletten nahm er mich immer mit auf den gang
zum wasser doch war kein nachen kein ferge kein styx
im klostergarten der jüchener bach markierte die grenze
zw. köln u. aachen. man war hinüber mit einem schritt.
Norbert Hummelt, Geen veerman, geen styx, 2014, vert. Erik de Smedt en Jan Baeke (hier vert. EdS)
overgang
in de kastanjes werkt de wind. ik liep door deze dreef
als kind: is nu versperd omdat er takken kunnen breken.
zij leidde van het klooster naar het kasteel dyck langs het
dyckse wijnhuis in damm leidde de weg terug naar het
klooster. binnen is het als altijd koel en donker. ik doop
mijn hand in het wijwatervat sla een kruis en in de
middengang zie ik de messingplaat liggen met de namen
der heren vom salm-reifferscheidt. in de muur een epitaaf
(marmer). wie hier rust was ooit een graaf: het eerste
doodshoofd dat ik in mijn leven zag. de beenderen staken
uit het reliëf naar voren zoals de ader op vaders slaap als
hij met hoofdpijn was gaan liggen werd mij gevraagd hem
te masseren de ader klopte mijn vingers streken langs het
hete voorhoofd, de koude steen. dagelijks twee halve
tabletten paracetamol nam hij me altijd mee op wandel
naar het water maar geen kaan geen veerman geen styx
in de kloostertuin de beek van jüchen gaf de grens aan
tussen keulen en aken. met één stap was je aan de overkant.
Abonneren op:
Posts (Atom)


