21-09-2013

hoe mijn hart in een glas viel















Voor het smeulen van het laken
Van het zonlicht in je haren
En je haren op het laken
Je gaat liggen op je hand
Voor die keren dat we dachten
Dat pijn pijn kon verzachten
Hoe iets scherps al in je wachtte
Je gaat liggen op mijn hand
Hoe je neerknielt als een vrouw
Als een geweer in je geschouderd
Hoe je kijkt over die schouder
Je gaat liggen op mijn mond

(Viel zo graag samen)

Hoe we dansten, hoe je lachte
Alsof ik iets moois verwachtte
Hoe we onder sterrenhemels
Flessen smeten tegen rotsen
Hoe we zo een eigen hemel
Die we nooit zouden vergeten
(Nooit vergeten (te vergeten))
Hoe we ons zo graag vergisten
Dat we werden wie we misten
(Lik nog één keer aan mijn hart)

(Viel zo graag samen)

Hoe mijn hart in een glas viel
Als een scherf door mij heen viel
Als een ster die door jou heen viel
- En je wenste, en je wenste, en je wenste en je wenste -
En een prachtig gat sloeg in je hart

Viel zo graag samen
Maar iedereen viel apart





17-04-2013














de toets van projectie & -test, zoals veel (maar niet alles)













".. All the characters in my films are fighting these problems,
needing freedom, trying to find a way to cut themselves loose,
but failing to rid themselves of conscience, a sense of sin,
the whole bag of tricks .."

(M. Antonioni, about: Lo sguardo di Michelangelo)




16-04-2013

Takken molenwater Kastanje jo Hakke tonen Hakke tonen Uiterton Molen in de zon





© Claude Monet








































Takken molenwater Kastanje jo Hakke tonen Hakke tonen Uiterton Molen in de zon

[geen motto]





1. eerst mee
een twee drie
je weet wel
van wie
2. dat zeg je niet
bij de molen
3. dat zeg je
over de dijk





1. schieten heen en weer
onder de bladeren
de kleine dansjes
die erin zitten
aan het begin





2. de avond begint
beneden
3. alle schaduwen wemelen van rozen





1. alle schaduwen wemelen van rozen
2. lange strepen
en ieder wielspoor
zijn eigen schaduw
3. langzaam aanbrengen
rozen veranderingen





kun je niet tegenhouden
1. aanhalen
met een beetje geluk
speel ik quitte
2. zit
3. zit
1. kan aandacht afleiden





aandacht komt er
vrijwel volledig
door te liggen
op zijn sterke punt





2. zit
3. irritante herhaling
wat is het teveel
de zon zinkt
onder de bladeren



(F. van Dixhoorn, Hakke tonen, uit: Takken molenwater Kastanje jo Hakke tonen Hakke tonen Uiterton Molen in de zon, 2000, 27-33)





15-04-2013

wat is lekker / bij wat





© Albrecht Dürer









































Dan op de zeevaartschool

[geen motto]





wat is lekker
bij wat
1. lostrekken





vervorming van
minuscule luchtbelletjes





vooraf een schar

2. je bent er weer
heb ik verheugd gezegd
3. aan het begin





van de grootste pier
van de wereld
4. dat moet je vragen
als je boven bent
iedereen lachen natuurlijk





vooraf een schar

1 aan het begin
van de grootste pier
van de wereld
2. je bent er weer
heb ik verheugd gezegd
dingen namen
komen terug
allerlei allerlei





3. dat dat
mogelijk is
gelijk aan elkaar
rust verschaft
rood is stedenbouw





4. na
dichter bij elkaar
dan ervoor
meet met een touwtje
nauwkeurig na





1. na
dichter bij elkaar
dan ervoor
meet met een touwtje
nauwkeurig na





2. zucht wordt er
rustiger op
mooi
aan een touwtje
3. op de golven





een boot





4. wordt er
rustiger op
als er nog een
nodig is
1. zee maakt jong





[...]



(F. van Dixhoorn, Dan op de zeevaartschool, Gedicht, 2003, 7-17)





12-04-2013

il existe






Letter from Eugène Delacroix to his paint dealer



















































".. Revenons à ce que nous avons à dire. Il existe. Cette référence
que je viens de faire n'est pas simplement une digression, c'est pour
vous dire que c'est là qu'il existe a un sens. C'est un sens précaire.
C'est bien en tant que signifiants que vous existez tous. Vous existez
sûrement, mais cela ne va pas loin. Vous existez en tant que signifiants.
Essayez bien de vous imaginer, comme ça, nettoyés de toute cette affaire,
vous m'en direz des nouvelles. Après la guerre, on nous a incités à exister
de façon fortement contemporaine. Eh bien, regardez ce qu'il en reste,
vous comprenez. J'oserai dire que les gens avaient quand même un tout
petit peu plus d'idées dans la tête quand ils démontraient l'existence de
Dieu. Il est évident que Dieu existe, mais pas plus que vous. Cela ne va
pas loin. Enfin, ceci est pour mettre au point ce qu'il en est de l'existence .."


(Jacques Lacan, ... Ou pire, Le séminaire livre XIX, 2011 [1971-1972], 36)





11-04-2013

geen Freud voor T.T., wel vrij associëren, maar trop, cher T.T., is teveel






".. Daar komen de door de wol geverfde heelmeesters van de
achterdocht, met hun spreekwoordelijke messen en pincetten, zij
die het rauwe onderbewustzijn van hun cliënten klieven,
uitbenen en sublimeren, in hun getailleerde witte jassen vol
overdrachtelijke vlekken en scheuren, zij die talenten uitwringen,
ontzenuwen, te drogen hangen — als onderbroeken aan een
waslijn — en als afdankertjes voor een schappelijk prijsje te koop
aanbieden, en die met overgave en toch, toch gekscherend zingen:
'Wij weten niets. Wij willen niets. Wij worden niets. Dus wat
zijn wij? Onnavolgbaar!'
Pats! Pats! Pats! Pats! Pats! .."

[...]







© James Ensor


































[...]

".. Nu is het stil, nadert er niemand, rakelt de wind gevallen
verdachtmakingen op, dwarrelen er nog wat verdwaalde
zielenroerselen uit de toppen van de bomen naar omlaag, treuren
er samenraapsels, geen mensen — misschien komt er nu wel
niemand meer, is het voorbij, houden willekeur en eenzelvigheid
zich voortaan schuil en verdorren in absentie: hier is het allemaal
om begonnen: niemand meer, geen inzichten meer, geen
beweegredenen, geen gewetensbezwaren, geen begrip, geen
ceremonieën, geen cris de coeur, geen hoogoplopende ruzies en
nietszeggende autoriteiten, geen wufte weduwes en eenzame
wezen, geen molm, geen stof, geen stuifsneeuw, geen haperende
taal, geen slakkengang, geen eigenrichting, geen voorbeeldfunctie,
geen gewrongen bewijsvoering van sublieme onbegrijpelijkheid,
geen tijdverslindende breedvoerigheid, geen stromannen, geen
loopjongens, geen prototypes, geen evenknieën, geen
mededingers, geen tegenstrevers, geen voorvechters, geen
maskers en schijnzekerheden, geen irreversibele
karakterveranderingen, geen goedbedoelde maatregelen,
geen ontijdige openbaringen en zelfverheerlijkende
barmhartigheid, geen autocratische besluitvorming, geen
strategische koerswijziging, geen in het oog springend
eigenbelang, geen kinderlijk eenvoudige gemoedstoestanden
en onvolwassen verhoudingen, geen gestaag aanzwellend
en vervaarlijk opzwellend en obsessief godsbesef, geen
ellenlange voorbeschouwingen en eenregelige samenvattingen,
geen romantiek, geen barok, geen tegenspraak, geen bijval, geen
terugweg, geen mensenwerk, mensenheugenis en menswording,
geen eenzijdige overbezorgdheid en gelijktijdige gelatenheid,
geen juveniele misgrepen, geen gebrek aan gespreksstof, geen
nuttige aanbevelingen, geen oorzakelijke verbanden en
nodeloze schijnoplossingen, geen gespreide bedden en
opbouwende gesprekken, geen genotzieke bewindslieden
met hun gedachten bij stemmenwinst en lingerie, geen
gemakkelijke opvattingen, geen scheve vergelijkingen, geen
onontgonnen terreinen, geen uitnodigende tegenbewegingen, geen
maandenlange nasleep en doorwrochte nabeschouwingen, geen
wrevel, geen onverkwikkelijke ontboezemingen, geen ijlingse
doorhalingen en inhaalmanoeuvres, geen vruchteloze weerstand,
zelfspot en achterhoedegevechten, geen wisselwerking en
machtsvertoon, geen wetenswaardigheden en
geheimhoudingsplicht, geen schaapachtige toenaderingen en
onverdiende tegemoetkomingen, geen macabere bijkomstigheden
en onverhoopte toevalligheden, geen veeleisende
vertegenwoordigers van kleine, nog niet goed uitgekristalliseerde
godsdiensten, geen verderfelijke onoordeelkundigheid, geen
eenduidige toerekeningsvatbaarheid, geen beperkte middelen en
geruststellende onervarenheid, geen ongevraagde tussenkomst van
overwerkte deskundigen, geen morbide verdraaiing van
feitelijkheden, geen zedenpredikers en loslopende weduwnaren,
geen handenwringende hulpverleners en obligate toeschouwers,
geen afgevaardigden van rampspoed, mateloosheid en ruggespraak,
geen willekeurige verzoekingen en doorslaggevende verplichtingen
van een onsmakelijk soort, geen bemoedigende woorden, geen
zinnige bedenkingen, geen zwoele bijgedachten, geen uitvoerige
tegenvoorstellen, geen aanmoedigingen uit onverwachte hoek, geen
vingeroefeningen, geen aanvaarding van het onvoorziene, geen
onopgemerkte, maar welkome afwijkingen van de norm, geen
lippendienst, geen zeggingskracht, geen oponthoud, geen
opwinding, geen tikkende tijdbommen zonder tijdmechanisme,
geen belangenverstrengeling en halfzachte berusting, geen slik,
geen slijk, geen sleeptouw, geen slaafse navolging, geen slepende
kinderziektes en slopende ouderdomskwalen, geen heulen met
slinkse intriganten en zich over onrechtvaardigheid verkneukelende
omstanders, geen terneergeslagen muggenzifters, aangeslagen
boezemvrienden, nuchtere minnaars en vindingrijke kwelgeesten,
geen spontane woede-uitbarstingen, eigenwijze uiteenzettingen en
laatdunkende spitsvondigheden, geen tevredenstemmende
sterfgevallen, geen vulgaire geloofsopvattingen, geen obscene
stopwoorden of gezwollen toverspreuken, geen geprononceerde
geslachtskenmerken en significante krachtsverhoudingen, geen
bezwaarlijke prijskaartjes, geen waarborgen, geen eindoordelen,
geen nalatenschap, geen leedwezen, geen sluipwegen, geen nare
nasmaak, geen noodkreten en onafwendbare angstaanvallen, geen
aaneenschakeling van ironische dreigementen en vage toespelingen,
geen kil opportunisme en overhaaste beslissingen, geen
onvoorbereide en frivole gedragsveranderingen, geen liefdeloze
wilsbesluiten en inhumane houdbaarheidsdatums, geen
dogmatische hulpeloosheid, geen abjecte praatjes, geen peilloze
slechtheid en leerstellige goedheid, geen vertrouwelijke
strooptochten, geen weinig verheffende tonelen en hachelijke
ondernemingen, geen agressief Fingerspitzengefühl, geen
klakkeloos vijandbeeld, geen fijngevoelig verzwijgen van het
onbestaanbare, geen hier, nu, zo meteen of elders, geen hemelhoog
zelfvertrouwen, geen overijld zelfonderzoek, geen
middelpuntvliedende logica en uitputtende waansystemen, geen
verkennende vredesbesprekingen, geen voorlopers van het
definitieve einde van onze wereld, of toch, misschien, één voorloper,
klein en een beetje reddeloos, o voorloper, parmantig, kittig,
sprieterig en amechtig voorlopertje, struisvogeltje met je
rooskleurige kopje bij voorbaat al in het meedogenloze zand...
Pats!


(Toon Tellegen, De optocht, Verslag van een ooggetuige, 2012, 46, 56-58)







08-04-2013

"he had to die to remind us that he too was alive"







"Je suis une force du passé,
à la tradition va mon amour,
je viens des ruines, des églises,
des retables, des bourgs,
oubliés des Apennins ou des Préalpes
où vécurent mes frères.
Je tourne tel un fou sur la Tuscolana,
tel un chien perdu sur la Via Appia.
Ou bien je regarde les crépuscules à l'aube,
sur Rome, sur les collines, sur le monde,
comme aux prémices de "L'Après-Histoire"
que je contemple par privilège
au bord de quelque âge enfoui.
Monstrueux est celui qui naît
des entrailles d'une morte.
Et moi, foetus adulte, j'erre,
moderne entre les modernes
à la recherche de frères
qui ne sont plus"








"crever, le seul moyen pour nous rappeler qu'il était vivant"






"I am a force from the past.
Tradition is my only love.
I come from the ruins, churches,
altarpieces, forgotten hamlets
in the Apennines and the foothills of the alps,
where dwell our brothers.
I walk the Tuscolana way like a madman,
the Appian way like a dog without a master.
I behold the twilight, the mornings
over Rome, over 'Ciociaria', over the world,
like the first acts of post-history,
which I witness by privilege of birth,
from the utmost edge of some buried age.
Monstrous is the man born from
the bowels of a dead woman.
And I, adult foetus, wander
more modern than any modern
in search of brothers
who are no more"

(Pier Paolo Pasolini, uit: Mamma Roma)





07-04-2013

le jour J







".. Je vais tout de suite vous l'éclairer. Enfin, éclairer... Il n'y a que vous qui serez éclairés.
Vous serez éclairés un petit moment. Comme disaient le stoïciens, quand il fait jour, il fait clair.
Moi, comme je l'ai écrit au dos de mes Écrits, je suis évidemment du parti des Lumières. J'éclaire,
dans l'espoir du jour J bien sûr. Seulement, c'est justement lui qui est en question. Le jour J,
il n'est pas pour demain. Le premier pas à faire dans la philosophie des Lumières, c'est de savoir
que le jour n'est pas levé, et que le jour dont il s'agit n'est que celui de quelques petites lumières
dans un champ parfaitement obscur .."






© van Gogh








































".. Un homme, je n'ai pas dit l'homme. C'est rigolo, l'usage du signifiant homme. On dit aux gars
Sois un homme, on ne dit pas Sois l'homme, et pourquoi? Ce qu'il y a de curieux, c'est que Sois une 
femme ne se dise pas beaucoup. En revanche, on parle de la femme, article défini. On a beaucoup
spéculé sur l'article défini, nous le retrouverons quand il faudra .."


(Jacques Lacan, ... Ou pire, Le séminaire livre XIX, 2011 [1971-1972], 32-33)





06-04-2013

c'est ce qui vous perd





© Raphaël



































".. Ce n'est pas que je n'admire pas la connerie. Je dirai plus, je me prosterne. Vous, vous ne vous
prosternez pas. Vous êtes des électeurs conscients et organisés. Vous ne votez pas pour des cons.
C'est ce qui vous perd. Un heureux système politique doit permettre à la connerie d'avoir sa place.
Et d'ailleurs, les choses ne vont bien que quand c'est la connerie qui domine. Ceci dit, ce n'est pas
une raison pour se prosterner .."


(Jacques Lacan, ... Ou pire, Le séminaire livre XIX, 2011 [1971-1972], 27)




05-04-2013

the hard way








des pas pas perdus
[en suspens] se demandent

si sang peut frapper
à la porte coulissante

mais ils tiennent
avant tout à tourner













04-04-2013

* 888.2 kg / 1





* 888.2 kg / 1









































[..]

Tiresias
Ach, erg is 't wijs te zijn, waar het den wijze geen voordeel brengt.
En dàt ontging mij thans, als wist ik het; 'k was anders niet gekomen

[..]

Oedipus
Want spreek, waar zijt ge [Tiresias] als ziener te vertrouwen?
Waarom toen het gedrocht [de sfinx] zijn raadslen zong, spraakt gij
't bevrijdend woord niet voor de burgers?
Maar ja, een raadsel kan niet eender wie oplossen, want dat vergde
zienerskunst. Waarvan dan bleek dat gij ze niet bezat door vogels
of uit god. Ik, Oedipus, de man die niets weet, kwam en stelde daar
een einde aan. Want ik had kennis, ja, maar niet geleerd van vogels

[..]

Koor
Arm geslacht van mensenkindren, zal ik niet, uw leven lang, stellen
u met niets gelijk? Wie toch, welke mens kan halen meer geluk dan
schijngeluk, — schijn die in de nacht verzinkt? Staat uw voorbeeld
mij voor ogen, Oedipus, uw zielig lot, — neen, dan kan ik als geluk
niets dat sterfelijk is nog prijzen

[..]

Bode
Hij rukt de gouden gesp los, die haar kleed te zamen hield, en die
haar opsmuk was. Die heft en slaat hij in zijn ogenronding al roe-
pende: "Neen, dàt ziet gij niet meer, al 't kwaad dat ik doorstond
of dat ik deed". Maar in het duister zouden zij voortaan hen zien,
die hij niet mocht; maar hen die hij had willen zien, zoûn zij niet
meer erkennen! Een vloekzang was 't, en steek op steek, niet ééns,
spert hij zijn ogen open, slaat en slaat. Het rode bloed der ogen
verfde zijn baard en komt in druppelen, niet opgepereld maar gut-
send lijk een zwarte regenvlaag, — een hagelslag van bloed

[..]

Oedipus
Wat is er nog voor mij te zien of lief te hebben? Wie nog zegt het
woord dat bij het horen vreugde schaft, mijn vrienden? Kom, voert
mij uit dit land ver weg, en doet het snel! O vrienden, voert mij
weg, de diep rampzalige, de meest gevloekte en die daarbij van
alle mensen den goden 't meest gehaat is

[..]

Creon
Naar vroom gebruik zullen alleen verwanten de misdaad der verwanten
zien en horen

[..]

Oedipus
Laat me in de bergen wonen, in mijn rijk, op de Cithaeron, die mijn
moeder en mijn vader mij destijds als graf bestemden, dat ik mag
sterven lijk 't hun wens ook was

[..]


(Sophocles, Koning Oedipus, vert. E. De Waele, 1979, 24, 27, 57, 61, 63, 66, 67)






"zodat ik vrij kan horen wie ik ben"







































03-04-2013

de wat





© Roy Lichtenstein


































Twee piepjes

[geen motto]





de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat
de wat





hoed





ligt
op een dag
3. naar beneden
deel van een huis





dat alles
in het werk
wordt gesteld





beiden
bedoelden
dezelfde vogel





dat alles
in het werk
wordt gesteld





ontzenuwen
berekeningen
zijn berekeningen
mijn berekeningen
1. klok
jij bent aan de beurt





de weg
naar het bos
die niet meer
gebruikt wordt





2. dat is er een
de weg
naar het bos
die niet meer
gebruikt wordt




[...]


(F. van Dixhoorn, Twee piepjes, Gedicht, 2007, 7-15)




02-04-2013

who fro-o-om belo-o-ow












Wha-at po-o-ower art thou-ou-ou, who fro-o-om belo-o-ow
Hast ma-a-ade me ri-i-ise unwi-illingly and slo-o-ow
Fro-om be-e-eds of e-e-everla-a-a-a-a-a-asting sno-o-ow
See-ee-ee’st thou no-o-ot, how sti-i-iff and wo-o-ondrous o-o-old
Fa-a-ar unfi-i-it to bea-ea-ear the bi-i-itter co-o-o-old,
i can sca-a-arcely mo-o-ove or dra-a-aw my brea-ea-eath
Let me, let me, let me free-ee-eeze agai-ai-ain to death




01-04-2013

een stap in de richting / van water





© Höglander



































Boven water

[geen motto]




Op handen en voeten

We sliepen. We lagen onthoofd in het gras.
We misten waarschijnlijk ook vingers en tenen.
Insecten verkenden mijn buik op de tast.
Jij kromde je rug, maar je rug was verdwenen,
je benen ontbraken en weg was je hart.
Mijn longen bewogen als zakken vol ratten
We sliepen. We lagen onthoofd in het gras.
De tijd van ons leven kwam niet tussenbeide.




(Miguel Declercq, Boven water, 2012, 34)





28-03-2013

symposium / FEEST























".. Ook nu nog ben ik [Alkibiades] me trouwens bewust dat ik geen weerstand zou hebben, als ik be-
reid was hem [Socrates] het oor te lenen. Er zou hetzelfde met me gebeuren. Want hij dwingt me te
erkennen dat ik met al mijn gebreken nog steeds mezelf verwaarloos maar wel de belangen van de
Atheners behartig. Tegen m'n zin vlucht ik dus weg en houd ik, net als bij de sirenen, m'n oren dicht
om niet hier bij hem te blijven zitten tot ik oud ben. Hij is de enige mens tegenover wie me iets is
overkomen waarvan je niet zou denken dat ik het in me had: schaamte. Alleen voor hem schaam ik me.
Want ik ben me bewust dat ik geen tegenargumenten weet waarom het niet nodig zou zijn te doen wat
die man zegt en dat ik wanneer ik wegga bezweken ben voor de verering van de massa. Ik ga dus voor
hem op de loop en ontvlucht hem, en wanneer ik hem zie, schaam ik me over onze conclusies. Vaak
zou ik graag zien dat hij niet op de wereld was, maar als dat dan weer zou gebeuren, besef ik maar al
te goed dat ik daarvan nog veel meer last zou hebben, zodat ik niet goed weet wat ik met die meneer
aan moet .."

(Plato, Symposium / Feest, vert. G. Koolschijn, 2000, 79-80)


"Dat moderne lezers een boek van Plato kopen valt misschien te verklaren uit de statusverhogende
werking die de aanwezigheid van zijn oeuvre in een boekenkast onmiskenbaar heeft. Moeilijker is de
vraag wat Plato diegenen te bieden heeft die zijn boeken daadwerkelijk lezen. Laten we eerst
vaststellen dat het grootste deel van zijn omvangrijke werk door niemand gelezen wordt .."

(Piet Gerbrandy, nawoord, 2000, 93)





more than wild courage












here is a light in the forest
There is a face in the tree
I'll pull you out of the chorus
And the first one's always free


You can never go a-hunting
With just a flintlock and a hound
You won't go home with a bunting
If you blow a hundred round


It takes much more than wild courage
Or you'll hit the tattered clouds
You must have just the right bullets
And the first one's always free


You must be careful in the forest
Broken glass and rusty nails
If you're to bring back something for us
I have bullets for sale


Why be a fool when you can chase away
Your blind and your gloom
I have blessed each one of these bullets
And they shine just like a spoon


To have sixty silver wishes
Is a small price to pay
They'll be your private little fishes
And they'll never swim away


I just want you to be happy
That's my only little wish
I'll fix your wagon and your musket
And the spoon will have it's dish


And I shudder at the thought
of your Poor empty hunter's pouch
So I'll keep the wind from your barrel
And bless the roof of your house




26-03-2013

perdre la mère / dans le métro





op het rekje met info, afdeling keel∙neus∙oor (Klina, Brasschaat)








































".. Le père est non seulement castré, mais précisément castré ou point de n'être qu'un numéro. Ceci 
s'indique tout à fait clairement dans les dynasties. Je parlais tout à l'heure d'un roi, je ne savais plus
comment l'appeler, George III ou George IV. C'est justement ce qui me paraît le plus typique dans 
la présentation de la paternité. En réalité, c'est comme ça que ça se passe — George I, George II, 
George III, George IV. Mais enfin, ça n'épuise pas la question, parce qu'il n'y a pas seulement le 
numéro, il y a un nombre. Pour tout dire, j'y vois le point d'aperception de la série des nombres 
naturels, comme on s'exprime. On ne s'exprime pas si mal, car après tout c'est très proche de la 
nature. Puisqu'on évoque toujours à l'horizon l'histoire, ce qui est une raison de suspicion extrême, 
je voudrais vous faire simplement remarquer que le matriarcat, comme on s'exprime, n'a aucun 
besoin d'être repoussé à la limite de l'histoire. Le matriarcat consiste essentiellement en ceci, c'est 
que, pour ce qui est de la mère, comme production il n'y a pas de doute. On peut à l'occasion perdre 
sa mère dans le métro, bien sûr, mais enfin, il n'y a pas de doute sur qui est la mère. Il n'y a également 
aucun doute sur qui est la mère de la mère. Et ainsi de suite. La mère, dans sa lignée, dirai-je, est in- 
nombrable. Elle est innombrable dans tous les sens propre du terme, elle n'est pas à numérer, parce 
qu'il n'y a de point de départ. La lignée maternelle a beau être nécessairement en ordre, on ne peut 
la faire partir de nulle part .."


(Jacques Lacan, Sém. XVIII, D'un discours qui ne serait pas du semblant, 2006 [1971], 174)




25-03-2013

zijn nijlpaard [vol varkens]





HAAR NIJLPAARD OPTILLEN

[geen motto]



HOUTBLOK. GRAFZERK

Ze hebben een timmerwerkplaats op hem gebotvierd:
kleren uit en op de spanhaak, handen in de schroefbank
en klap klap de hakguts, de rug met de ruimnaald.

Wij konden hem niet bereiken, hij verborg zich
aan de andere zijde van het hout, achter het klinkblok.

Wij hebben hem niet horen gillen omdat wij geconcentreerd
de hemel aftuurden en de boomvalk volgden die zich opmaakte
een jonge zwaluw met de spijkers van zijn klauwen
te doorboren.

xxxxxxxxxxxxxOf wij trokken onze horoscoop
om te leren wanneer we ons moesten wassen
wanneer we de dollars op moesten graven
wanneer we de stukken zeep uit het raam moesten gooien.

Hij gold als een tegenstander en het regime
heeft een bewaker geplaatst. Niet dat hij ooit
nog zal bewegen en helemaal niet ontsnappen
maar om ons te verhinderen bewijzen te vinden.

Ik weet niet eens in welk land wij zijn
in welk werelddeel, onder welke geheime politie.

Er zijn sloppenwijken, vissers, video's. Er is een paard
van Troje, een oorlogsmarine. Maar zoiets vind je overal.















































GEWELD. EN IEDER EEN ORGAAN. ZOWEL DE JONGENS ALS DE MEISJES

De oude dood vlaagt in kroegen rond en bij de deuren
van indrinkschuren, de boerendood.

De kinderen eten voor de begrafenis orgaanvlees.

Niet alle kinderen, alleen die wel geslachtsrijp
zijn, maar nog niet getrouwd en ook nog niet zo oud.
Zonder seksuele ervaring, wordt verondersteld.

Zij eten een orgaan om de dood te bezweren.
Huilend hangen ze boven het bittere vlees.

Ik zie het bloed aan de deurpost, de kinderen
kauwen met afkeer de lever, de nieren, het hart.
Niet alle kinderen, alleen die wel geslachtsrijp
zijn, maar nog niet getrouwd en nog niet oud.


(Tomas Lieske, Haar nijlpaard optillen, 2012, 27, 43)





24-03-2013

namen & b omen





LICHT OVERAL


maar wat je ontkracht en verwart
niemand te zijn en nergens
en dan nog iemand te zijn en hier.

Lucert, uit 'berceuse', oogsten in de dwaaltuin, 1981






















































WITTGENSTEIN


xxxxxxxxxxMein Leben besteht darin, dass ich mich
xxxxxxxxxxmit manchem zufriedengebe

xxxxxxxxxxNotitie 344, Über Gewissheit


Ja, maar dan,
als ik naar je foto kijk,
hoofd half afgewend, steil kapsel,
bergwandelaar, Noorse dorpsschool,
opgejaagde blik met veel oogwit,
de werkelijkheid, wat dat dan ook is,
altijd op duizend losse schroeven,
onzeker of je hand je hand is, 456,
en waarop je je kunt verlaten, 508,
dan begrijp ik, kleingelovige,
waarom leven in die ene zin, 344,
als enig woord cursief geschreven is.
We are satisfied that the earth is round, 299,
zeg je in het Engels, maar
van welke aard is nu de zin Nichts
auf der Welt... 384?
Vragen en denken, denken en vragen,
nummer na nummer: Ich bin hier geneigt,
gegen Windmühlen zu kämpfen,
weil ich das noch nicht sagen kann,
was ich eigentlich sagen will, notitie 400
uit het memoriaal van een dolende ridder
in zijn zelf getekende valkuil
op jacht tussen zeggen en weten,
nog altijd niet thuis.


(Cees Nooteboom, Licht overal, 2012, 52)




23-03-2013

personne ne suit la ligne droite





© Tracey Emin














































".. L'architecture japonaise, ça consiste essentiellement en un battement d'une aile d'oiseau.
Ça m'a aidé  à comprendre de voir tout de suite que le plus court chemin d'un point à un
autre ne serait jamais montré à personne, s'il n'y avait pas le nuage qui prend carrément
l'aspect d'une route. Jamais personne au monde ne suit la ligne droite, ni l'homme, ni l'amibe,
ni la mouche, ni la branche, ni rien du tout. Aux dernières nouvelles, on sait que le trait de
lumière non plus ne la suit pas, tout à fait solidaire de la courbe universelle. La droite, là-
dedans, ça inscrit tout de même quelque chose. Ça inscrit la distance, mais la distance, selon
la loi de Newton, ça n'est absolument rien qu'un facteur effectif d'une dynamique que nous
appellerons de cascade, celle qui fait que tout ce qui choit suit une parabole. Donc, il n'y a
de droite que d'écriture, d'arpentage que du ciel. Mais l'un et l'autre, en tant que tels pour
soutenir la droite, ce sont artefacts à n'habiter que le langage. Il ne faudrait quand même
pas l'oublier, notre science n'est opérante que du ruissellement de petites lettres et de
graphiques combinés .."


(Jacques Lacan, Sém. XVIII, D'un discours qui ne serait pas du semblant, 2006 [1971], 123)




21-03-2013

pan h'orama





pa·no·ra·ma (het; o; meervoud: panorama’s)

1
Cilindervormig schilderstuk dat een landstreek, een tafereel in zijn geheel voorstelt, terwijl de toeschouwer in het midden staat [zit].



Vergezicht

bron: van Dale 









Philippe Decouflé et Compagny DCA, Panorama






" ..
partout tout le réel est
partout le réel est tout
le réel est partout, tout
tout est partout, le réel
tout est le réel partout
.. "











geen kogels één kerk































































TWEE VOGELS ÉÉN KOGEL


Stille fand sein Schritt die Stadt am Abend;
Die dunkle Klage seines Munds:
Ich will ein Reiter werden.
(Georg Trakl, 'Kaspar Hauser Lied')




Verkenner


Streel altijd met de splinters mee
zo is mij geleerd.

Binnendringend
woelen ze het vlees om, persen het omhoog.

Ik strek mijn arm en raak ternauwernood
de randen. Volg de nerven.

Veeg je vingers niet af aan je mond,
slik niet door wat je proeft


(Willem Thies, Twee vogels één kogel, 2012, 16)




20-03-2013

als met, idd.




© Heather Murray





























































ALS MET EEN VOGELTJE, Gedichten


"Kunt gij met hem als met een vogeltje spelen
en hem vastbinden voor uw meisjes?"
(Job 40:24)




INHOUD

Behandeling van de hiroshimaboom
Behandeling van de appelboom
Behandeling van de amandelboom
Behandeling van de parkboom
Behandeling van de berk
Behandeling van de kersenboom
Behandeling van de treurwilg
Wandeling met de halsbandparkieten
Behandeling van de johannesbroodboom
Behandeling van de parasolden
Behandeling van de cipres
Behandeling van de acacia
Behandeling van de judasboom
Wandeling met dolfijnen
Behandeling van de sering
Mishandeling van de populier
Behandeling van de holle tronk
Behandeling van de atlasceder
Wandeling met déjà vu
Behandeling van de bomen der zeventiende eeuw
Rêverieën van een caféist
Behandeling van de okkernoot
Wandeling met gaffelwaterjuffer
Behandeling van de kastanje
Wandeling met sterhagedis
Behandeling van de drakenboom
Behandeling van de boommens
Behandeling van de mannelijke boom
Behandeling van de tupoloboom
Behandeling van de marmerstronk
Behandeling van de dwarsboom
Behandeling van de Canarische den
Behandeling van de olijf
Behandeling van de juniper




BEHANDELING VAN DE PARKBOOM

naar en voor Arnon Grunberg


Trek je dood verbrande vogels
witte meisjesnachthemd aan

ga in haar slippers staan verlaat
het huis bij voorjaarsochtendregen

schuur in het park met je hoofd
een boom tot hij niet alleen glanst

van water wacht ertegenover op
een bank gezeten zeker wetend

dat een team van orde gauw zal
komen bestaande uit niet eens

zo velen om hem aan zijn wortels
mee te nemen voor het stopt

met druilen en met gele lippen
een zwarte man erin kan kwelen.


(Huub Beurskens, Als met een vogeltje, Gedichten, 2004, 12)




19-03-2013

le mi-dire de la vérité






















































Marguerite Duras: ik denk dat ‘vrouwelijke literatuur’ organisch, ‘vertaald’ 
schrijven is ... ‘vertaald’ vanuit het donker, de duisternis. Vrouwen leven al 
eeuwen in duisternis. Ze kennen zichzelf niet. Of nauwelijks. En als vrouwen 
schrijven, ‘vertalen’ ze deze duisternis.

Susan Husserl-kapit: meer dan mannen?

Marguerite Duras: mannen ‘vertalen’ niet. Zij starten vanaf een theoretisch, 

reeds gevestigd en beproefd podium. Het schrijven van vrouwen is daadwerkelijk 
‘vertaald’ vanuit het onbekende, meer als een nieuwe manier van communiceren 
dan als een bestaande taal. Maar om dat te bereiken, moeten we plagiaat de rug 
toe keren. Er zijn veel vrouwen die schrijven alsof ze denken te weten hoe ze 
moeten schrijven – om hun mannelijke collega’s te imiteren en een plaatsje binnen 
de literatuur te bemachtigen. Colette schreef als een klein meisje, een onstuimig 
en verschrikkelijk en verrukkelijk meisje. Zij schreef ‘vrouwelijke literatuur’ zoals 
mannen het graag zagen. Dat is in strikte zin geen vrouwelijke literatuur. Het is 
vrouwelijke literatuur door de ogen van mannen en als zodanig herkend. Het zijn 
mannen die er plezier aan beleven. Ik denk dat vrouwelijke literatuur hevige, 
directe literatuur is en dat, om die te beoordelen, moeten we niet – dit is het 
belangrijkste punt dat ik wil maken – helemaal opnieuw beginnen, starten vanaf 
een theoretisch podium. Laatst zei je: “Ja, maar vrouwen kunnen ook ideologen, 
filosofen, dichters etc. etc. zijn.” Natuurlijk. Natuurlijk. Maar waarom moeten we 
het daarover hebben? Dat zou moeten gebeuren zonder het te benoemen. We 
zouden het omgekeerde moeten zeggen: kunnen mannen alles vergeten en zich 
bij de vrouwen voegen?

(http://www.desingel.be/download/De-Waterafsluiter-76722.pdf)













16-03-2013

ce qu'on a dans la tête




© Mark Rothko


















































".. On n'y comprend rien, qu'ils m'ont dit. Remarquez que c'est beaucoup. Quelque chose
auquel on ne comprend rien, c'est tout l'espoir, c'est le signe qu'on en est affecté.
Heureusement qu'on n'a rien compris, parce qu'on ne peut jamais comprendre
que ce qu'on a déjà dans la tête .."


(Jacques Lacan, Sém. XVIII, D'un discours qui ne serait pas du semblant, 2006 [1971], 105)




14-03-2013

la vérité de l'homme





© Francis Bacon























".. Mais que la femme soit la vérité de l'homme, cette vieille histoire proverbiale quand il s'agit de
comprendre quelque chose, le 'cherchez la femme', à quoi on donne naturellement une interprétation
policière, pourrait bien être quelque chose de tout autre, à savoir que, pour avoir la vérité d'un homme,
on ferait bien de savoir quelle est sa femme. J'entends, son épouse à l'occasion, et pourquoi pas? C'est
le seul endroit où ait un sens ce que quelqu'un un jour dans mon entourage a appelé le pèse-personne.
Pour peser une personne, rien de tel que de peser sa femme.
Quand il s'agit d'une femme, ce n'est pas la même chose, parce que la femme a une très grande liberté
à l'endroit du semblant. Elle arrivera à donner du poids même à un homme qui n'en a aucun .."


(Jacques Lacan, Le séminaire livre XVIII, D'un discours qui ne serait pas du semblant, 2006 [1971], 35)





12-03-2013

Amber / Barnsteen




© Anders Leth Damgaard







































Amber


To hover
the imagined center, our tongues
grew long to please it, licking

the walls, a chamber built of scent,

a moment followed by a lesser moment
& a hunger to return. It couldn’t

last, resin

flowed glacially from wounds in the bark,
pinned us in our entering
as the orchids opened wider. First,

liquid, so we swam until we couldn’t.
Then it felt like sleep, the taste of nectar

still inside us. Sometimes a lotus

submerged with us. A million years
went by. A hundred. Swarm of hoverfly,
cockroach, assassin bug, all

trapped, suspended

in that moment of fullness, a
Pompeii, the mother

covering her child’s head forever.



(Nick Flynn, Blind Huber, Graywolf, 2002, vert. d.s.)



Barnsteen


Te zweven,
denkbeeldige kern, onze tongen
nog langer om haar te plezieren, ze likten

de wanden, een kamer van geur,

een moment gevolgd door een stugger moment
& een honger naar terugkeer. Het kon zo

niet doorgaan, hars

vloeide ijzig uit wonden in bast,
klonk ons vast toen we opgingen in,
terwijl orchissen breder ontloken. Eerst,

vloeibaar, we zwommen tot niets nog bewoog.
Dan de indruk te slapen, de smaak

van nectar nog ín ons. Soms ging een lotus

ten onder met ons. Jaren, miljoenen,
verstreken. Een eeuw. Een zwerm zweefvlieg,
roofwants, en kakkerlak, alle

verstrikt, in suspensie,

getemd in dat volle moment, een
Pompeji, de moeder

bedekt, onomkeerbaar, het hoofd van haar kind.









































04-03-2013

que veut UNE femme?





© Willem de Kooning




















































"Pour le rêve, chacun sait maintenant que c'est la demande, que c'est le signifiant
en liberté, qui insiste, qui piaille et qui piétine, qui ne sait absolument pas ce qu'il
veut. L'idée de mettre le père tout-puissant au principe du désir est très suffisam-
ment réfutée par le fait que c'est le désir de l'hystérique dont Freud a extrait ses
signifiants-maîtres. Il ne faut pas oublier en effet que c'est de là que Freud est parti,
et que ce qui reste au centre de sa question, il l'a avoué. Cela a été d'autant plus
précieusement recueilli que c'est une ânesse qui l'a répété sans rien savoir de ce
que cela voulait dire. C'est la question — Que veut une femme?
Une femme. Ce n'est pas n'importe laquelle. Rien que poser la question veut dire
qu'elle veut quelque chose. Freud n'a pas dit — Que veut la femme? Parce que
la femme, rien ne dit qu'après tout, elle veuille quoi que ce soit. Je ne dirai pas
qu'elle s'accommode de tous les cas. Elle s'incommode de tous le cas, Kinder,
Küche, Kirche, mais il y en a bien d'autres, Culture, Kilowatt, Culbute, comme
dit quelqu'un, Cru et Cuit, tout ça lui va également. Elle les absorbe. Mais dès
que vous posez la question Que veut une femme? vous situez la question au
niveau du désir, et chacun sait que situer la question au niveau du désir, pour
la femme, c'est interroger l'hystérique.
Ce que l'hystérique veut — je dit ça pour ceux qui n'ont pas la vocation, il doit
y en avoir beaucoup —, c'est un maître. C'est tout à fait clair. C'est même au
point qu'il faut se poser la question si ce n'est pas de là qu'est partie l'invention
du maître. Cela bouclerait élégamment ce que nous sommes en train de tracer.
Elle veut un maître [...]. Elle veut que l'autre soit un maître, qu'il sache beaucoup
de choses, mais tout de même pas qu'il en sache assez pour ne pas croire que
c'est elle qui est le prix suprême de tout son savoir. Autrement dit, elle veut un
maître sur lequel elle règne. Elle règne, et il ne gouverne pas .."



(Jacques Lacan, L'envers de la psychanalyse, 1991 [1969-1970], 149-150)









28-02-2013

fraternité — isolé ensemble












































".. le vieux papa [le père de la horde primitive] les avait toutes pour lui [les femmes], ce qui est déjà
fabuleux — pourquoi les avait-il toutes pour lui? — alors qu'il y a d'autres gars tout de même, elles
aussi peuvent peut-être avoir leur petite idée. On le tue [le vieux papa]. La conséquence est tout à fait
autre chose que le mythe d'Oedipe — pour avoir tué le vieux, le vieil orang, il se passe deux choses.
J'en mets une entre parenthèses, car elle est fabuleuse — ils se découvrent frères. Enfin, cela peut vous
donner quelque idée sur ce qu'il en est de la fraternité, je vais vous donner un petit développement
comme une petite pierre d'attente — on aura peut-être le temps d'y revenir avant qu'on se sépare cette
année.
Ces énergies que nous avons à être tous frères prouvent bien évidemment que nous ne le sommes pas.
Même avec notre frère consanguin, rien ne nous prouve que nous sommes son frère — nous pouvons
avoir un lot de chromosomes complètement opposés. Cet acharnement à la fraternité, sans compter
le reste, la liberté et l'égalité, est quelque chose de gratiné, dont il conviendrait qu'on aperçoive ce
qu'il recouvre.
Je ne connais qu'une seule origine de la fraternité — je parle humaine, toujours l'humus —, c'est la
ségrégation. Nous sommes bien entendu à une époque où la ségrégation, pouah. Il n'y a plus de
ségrégation nulle part, c'est inouï quand on lit les journaux. Simplement, dans la société — je ne veux
pas l'appeler humaine parce que je réserve mes termes, je fais attention à ce que je dis, je ne suis pas
un homme de gauche, je constate —, tout ce qui existe est fondé sur la ségrégation, et, au premier
temps, la fraternité.
Aucune autre fraternité ne se conçoit même, n'a le moindre fondement, comme je viens de vous le
dire, le moindre fondement scientifique, si ce n'est que parce qu'on est isolé ensemble, isolé du reste.
Il s'agit d'en avoir la fonction, et de savoir pourquoi c'est ainsi. Mais enfin, que ce soit ainsi sauté
aux yeux, et faire comme si ce n'était pas vrai, cela doit, à force, avoir quelques inconvénients .."


(Jacques Lacan, L'envers de la psychanalyse, 1991 [1969-1970], 131-132)




23-02-2013

comme on a




© Kati Heck





































".. Comme on a le signifiant, il faut qu'on s'entende, et c'est justement pour cela
qu'on ne s'entend pas. Le signifiant n'est pas fait pour les rapports sexuels.
Dès lors que l'être humain est parlant, fichu, c'en est fini de ce parfait, harmonieux,
de la copulation, d'ailleurs impossible à repérer nulle part dans la nature. La nature
en présente des espèces infinies, et qui, pour la plupart d'ailleurs, ne comportent
aucune copulation, ce qui montre à quel point il est peu dans les intentions de la nature
que cela fasse un tout, une sphère. En tout cas, une chose est certaine — si pour
l'homme cela va cahin-caha, c'est grâce à un truc qui le permet, du fait d'abord de le
rendre insoluble .."


(Jacques Lacan, L'envers de la psychanalyse, 1991 [1969-1970], 36)




22-02-2013

s'il y a quelque chose


























































".. S'il y a quelque chose que la psychanalyse devrait nous forcer de maintenir mordicus,
c'est que le désir de savoir n'a aucun rapport avec le savoir —à moins, bien sûr,
que nous nous payions du mot lubrique de la transgression. Distinction radicale,
qui a les dernières conséquences de point de vue de la pédagogie — le désir de savoir
n'est pas ce qui conduit au savoir. Ce qui conduit au savoir, c'est — on me permettra
de le motiver à plus ou moins long délai — le discours de l'hystérique. Il y a en effet
une question à se poser. Le maître qui opère cette opération de déplacement, de virage
bancaire, du savoir de l'esclave, est-ce qu'il a envie de savoir? Est-ce qu'il a le désir
de savoir? Un vrai maître, nous l'avons vu en général jusqu'à une époque récente,
et cela se voit de moins en moins, un vrai maître ne désire rien savoir du tout —
il désire que ça marche. Et pourquoi voudrait-il savoir? Il y a des choses plus amusantes
que ça. Comment le philosophe est-il arrivé à inspirer au maître le désir de savoir?
C'est là-dessus que je vous laisse. C'est une petite provocation.
S'il y en a qui le trouvent d'ici la prochaine fois, ils me le diront."


(Jacques Lacan, L'envers de la psychanalyse, 1991 [1969-1970], 23-24)