28-03-2013

symposium / FEEST























".. Ook nu nog ben ik [Alkibiades] me trouwens bewust dat ik geen weerstand zou hebben, als ik be-
reid was hem [Socrates] het oor te lenen. Er zou hetzelfde met me gebeuren. Want hij dwingt me te
erkennen dat ik met al mijn gebreken nog steeds mezelf verwaarloos maar wel de belangen van de
Atheners behartig. Tegen m'n zin vlucht ik dus weg en houd ik, net als bij de sirenen, m'n oren dicht
om niet hier bij hem te blijven zitten tot ik oud ben. Hij is de enige mens tegenover wie me iets is
overkomen waarvan je niet zou denken dat ik het in me had: schaamte. Alleen voor hem schaam ik me.
Want ik ben me bewust dat ik geen tegenargumenten weet waarom het niet nodig zou zijn te doen wat
die man zegt en dat ik wanneer ik wegga bezweken ben voor de verering van de massa. Ik ga dus voor
hem op de loop en ontvlucht hem, en wanneer ik hem zie, schaam ik me over onze conclusies. Vaak
zou ik graag zien dat hij niet op de wereld was, maar als dat dan weer zou gebeuren, besef ik maar al
te goed dat ik daarvan nog veel meer last zou hebben, zodat ik niet goed weet wat ik met die meneer
aan moet .."

(Plato, Symposium / Feest, vert. G. Koolschijn, 2000, 79-80)


"Dat moderne lezers een boek van Plato kopen valt misschien te verklaren uit de statusverhogende
werking die de aanwezigheid van zijn oeuvre in een boekenkast onmiskenbaar heeft. Moeilijker is de
vraag wat Plato diegenen te bieden heeft die zijn boeken daadwerkelijk lezen. Laten we eerst
vaststellen dat het grootste deel van zijn omvangrijke werk door niemand gelezen wordt .."

(Piet Gerbrandy, nawoord, 2000, 93)





Geen opmerkingen:

Een reactie posten