© Madame Peripetie
"Eigenlijk is alleen moed vreemd. Waarom zou je met je lichaam moedig zijn? Dan kun je ook aan een worm vragen moedig te zijn, die is roze en bleek en week, net als wij"
(Louis-Ferdinand Céline, Voyage au bout de la nuit, vert. E.Y. Kummer, 2007 [1932], 52)
31-10-2012
week, net als wij
30-10-2012
29-10-2012
c.-à-d.
© Christophe Denys
Een onsimpatake tiek
Ik had 9 flessen whisky in mijn kelder en 1 vrouw in mijn huiskamer. En nadat ik op een avond een fles had genuttigd — ongezellig op mijn eentje, omdat zij niet meedronk — gelastte ze mij de volgende dag de resterende 8 flessen leeg te gieten in de gootsteen. En zoniet, dan! Gedachtig de oude wijsheid dat men een onplezierige taak het best meteen kan uitvoeren, begon ik ook maar met de eerste fles en goot de inhoud in de keukengootsteen, rechtstreeks in het ronde gat van de afvoerpijp — op 1 glas na, dat ik opdronk. Ik trok de kruk uit de 2de fles en goot ook die leeg in het ronde gat van de afvoerpijp - wederom met uitzondering van 1 glas, dat ik leegdronk. Ik trok vervolgens de kurk uit de 3de fles — die ik leegdronk op 1 glas na, dat ik leeggoot in de keukengootsteen, rechtstreeks in het gat van de afvoerpijp. Toen trok ik de fles van de 4de kurk en goot de whisky in de gatsteen, precies in de ronde goot van de afvoerpijp. Hierna trok ik de flurk van de 5de kles en goot die leeg in het ronde keelgat van mijn afvoerpijp. Zo ging ik sistimatisch door tot ik de laatste flerk uit de kus had getrokken en leeggegoten in de geutelkooksteen, die ik leegdronk.Toen ik klaar was, hield ik met 1 hand de keuken overeind en telde met de andere het aantal lege gootstenen, glessen en flazen. En pas toen ik had vastgesteld dat het er inderdaad 119 waren, ging ik even liggen uitrusten op de aanrecht. Dit is het exact verslag van de wijze waarop ik mij gekweten heb van een onsimpatake tiek, mij opgedragen door mijn onsimpanote echtgetieke — en ik ben niet half zo verondersteld, al u teut dat ik ben.Ik voel me alleen wat draaierig omdat de keuken telkens voorbijkomt en ik te moe ben om nog weer eens na te tellen of ze alle 90 weer de gootsteen hebben leeggegooiten in de keukenfles, precies in 't ronde pijpje van mijn afvoergat.
(John O'Mill, uit: Penfruit Prullaria, De Arbeiderspers, 1983)
26-10-2012
25-10-2012
verborgen impulsen
© Sergei Pankejeff & his older sister Anna
".. Maar deze rationalistische kritiek ging al gauw gepaard met tobberijen en twijfels, die ons kunnen onthullen dat er ook verborgen impulsen in het spel waren. Een van de eerste vragen die hij [de wolvenman, als vijfjarige] tot zijn njanja richtte, was of Christus ook een achterwerk had gehad. Zijn njanja legde uit dat hij God was geweest en ook mens. Als mens had hij alles gehad en alles gedaan wat ook andere mensen hebben en doen. Dat nu stelde hem helemaal niet tevreden, maar hij wist zich te troosten met de gedachte dat het achterwerk enkel de voortzetting van de benen is. De amper tot zwijgen gebrachte angst om de heilige figuur te moeten vernederen vlamde weer op toen bij hem de vraag rees of Christus ook had gescheten. Hij waagde het niet zijn vrome njanja de vraag voor te leggen, maar hij vond zelf een uitweg zoals zij hem die niet beter had kunnen wijzen. Omdat Christus wijn uit niets had gemaakt, had hij ook het eten in niets kunnen veranderen en zich zo de defecatie kunnen besparen .."
Sigmund Freud, Werken 6 [1912-1915], Uit de geschiedenis van een kinderneurose ['De wolvenman'], vert. Wilfred Oranje, 2006, 530
eerder een buffel — of ezel
© Jan Vercruysse
".. Maar ter zake: Fortuna begunstigt de roekelozen en de stoutmoedigen, maar bovenal diegenen, die alles op één kaart zetten. De wijsheid echter maakt de mensen schuchter en daarom ziet men, dat de wijzen gewoonlijk te kampen hebben met armoede, honger en koude, onbemind en onbekend blijven en van ieder verlaten hun leven slijten. Daarentegen stroomt de dwazen het geld toe; zij worden geplaatst aan het roer van staat en in alle opzichten gaat het hun voor de wind. Want wanneer iemand geen groter geluk kent dan in de gunst te staan bij de aanzienlijken en bevriend te zijn met de leden der haute finance, wat baat hem dan het bezit van wijsheid, of liever wat zou hem dan in het oog van deze mensen meer schaden? Hoe zal een koopman nog winst kunnen behalen, wanneer hij op een tijdstip waarop schatten te verdienen zijn, zou terugdeinzen voor het afleggen van een meineed; wanneer hij, betrapt op een leugen, zou blozen of zich ook maar iets zou aantrekken van de kleingeestige bezwaren der wijzen omtrent diefstal of woekerwinst? Bij het dingen naar kerkelijke ambten of beneficies zal eerder een ezel of een buffel dan een wijze zijn doel bereiken. Wie verlangt naar mingenot, bedenke dat de meisjes, die toch de hoofdpersonen van het liefdesspel zijn, de dwazen met hart en ziel zijn toegedaan, maar dat zij de wijzen schuwen en ontlopen als een schorpioen. Kortom, wie ook maar enigszins blij en opgewekt het leven wil doorgaan, sluit de wijze buiten zijn vriendenkring en zoekt liever het gezelschap van dieren. Om kort te gaan: tot wie men zich ook wendt, het moge pausen, vorsten, rechters, regenten, vrienden, vijanden, hoog of laag of wat ook zijn, men kan alles gedaan krijgen, wanneer men maar met geld in de hand gereed staat. Juist omdat de wijze geen waarde hecht aan dit slijk der aarde, wordt hij gewoonlijk door allen gemeden .."(Desiderius Erasmus, Id est stultitiae laus / De lof der zotheid, vert. Dirkzwager & Nielson, (? [1514]), 269)
23-10-2012
ami- / tié
© Nicola Samori
".. Denk erom, ik heb het nu slechts over mensen, en aangezien ieder mens zijn gebreken heeft, geldt diegene als een toonbeeld van deugd, die het minst ermee behept is. Daarom kan tussen die deugdzame wijzen, die voor goden willen doorgaan, geen vriendschap bestaan. Nee, laat ik zeggen: hoogstens een stijve en vormelijke verhouding; en dan nog slechts met één enkele mens. Want te zeggen, dat zij met niemand vriendschap sluiten, dat durf ik niet te verantwoorden, omdat vrijwel alle mensen nu eenmaal onverstandig zijn; ja, wie niet op alle mogelijke manieren lijdt aan dwaasheid, is geen mens, en vriendschap kan slechts tussen dwazen bestaan .."
(Desiderius Erasmus, Id est stultitiae laus / De lof der zotheid, vert. Dirkzwager & Nielson, (? [1514]), 65)
21-10-2012
The Universe is a House Party
Het universum is een houseparty
Het universum zet uit. Zie: prenten per post
en panty's. Gloss op de rand van de flessen,
sokken verweesd en servetten gedroogd in een knoop.
Snel, zonder woorden, wordt alles op draden gegooid
met radiogolven van een eerdere generatie —
het drijft naar de rand waar oneindig begint,
als lucht in een luchtballon. Straalt het?
Prang je de ogen snel toe? Is het vloeibaar, atomisch,
een vuurzee van zonnen? Het lijkt wel een feest
waarop buren vergeten net jou te verzoeken: gebons van de bas
door de muren, en dronken ploft iedereen neer
op het dak. We slijpen een lens met ondenkbare sterkte
en richten haar strak op de toekomst. We dromen van wezens
en heten hen welkom met meer dan geopende armen:
fantastisch! je bent er! We deinzen niet terug
voor de speldenprikmond, de stompjes van leden. Gracieus
staan we op, en vrijmoedig: mi casa es su casa. Ze zagen ons
nooit zo oprecht, en weten precies wat we menen.
Natuurlijk, van ons. Is het van iemand, dan is het van ons.
(Tracy K. Smith, uit: Life on Mars, Graywolf Press, 2011, vert. ds.)
![]() |
| © Marc Chagall |
The Universe Is a House Party
The universe is expanding. Look: postcards
And panties, bottles with lipstick on the rim,
Orphan socks and napkins dried into knots.
Quickly, wordlessly, all of it whisked into file
With radio waves from a generation ago,
Drifting to the edge of what doesn't end,
Like the air inside a balloon. Is it bright?
Will our eyes crimp shut? Is it molten, atomic,
A conflagration of suns? It sounds like the kind of party
Your neighbors forget to invite you to: bass throbbing
Through walls, and everyone thudding around drunk
On the roof. We grind lenses to an impossible strength,
Point them toward the future, and dream of beings
We'll welcome with indefatigable hospitality:
How marvelous you've come! We won't flinch
At the pinprick mouths, the nubbin limbs. We'll rise,
Gracile, robust . Mi casa es su casa. Never more sincere.
Seeing us, they'll know exactly what we mean.
Of course, it's ours. If it's anyone's, it's ours.
(Tracy K. Smith, uit: Life on Mars, Graywolf Press, 2011)
20-10-2012
Gaze is a Gap is a Ghost
Zelfinterview met Daniel Linehan
Ik weet dat je niet houdt van de vraag: "Waarover gaat dit stuk?" Maar kan je me iets vertellen over de thema's die 'Gaze is a Gap is a Ghost' aansnijdt?
Dat klinkt verdacht veel als dezelfde vraag, maar ik zal ze proberen te beantwoorden. Het centrale thema dat het stuk lijkt te behandelen, glijdt telkens weer weg. In het beginstadium van ons proces noteerde ik iets over hoe het stuk aan het publiek een ingebeelde, empathische, visuele band met de dansers zou bieden, door aan de toeschouwers de kans te geven om te kijken door de ogen van de dansers. Natuurlijk realiseerde ik me al gauw dat zoiets onmogelijk is, dat je niet echt kunt zien wat de danser ziet. Al wat je kan, is een beeld zien dat door een camera werd opgenomen. Zelfs in de toekomst, wanneer iemand speciale contactlenzen zou ontwikkelen die een high-definitionbeeld van je hele zichtveld opnemen, zou dat niet hetzelfde zijn als te zien wat iemand anders ziet. Je kunt nooit echt kijken door de ogen van een ander. Je weet nooit wat hij ziet wanneer hij naar een object kijkt. We zouden wel in staat zijn het dezelfde naam te geven — "muntstuk", "schedel", .. — maar dat wil niet zeggen dat we hetzelfde zien.
Maar jij en ik zouden wel hetzelfde zien, aangezien ik jou ben.
Wel, ik word daar steeds minder zeker van. Het eerste voor de hand liggende feit dat ik me realiseerde, is dat je niet echt kunt weten wat iemand anders ziet wanneer hij naar iets kijkt. Maar nu realiseer ik me iets veel minder voor de hand liggend: ik kan zelfs niet kijken door mijn eigen ogen! Ik kan niet eens mijn eigen perspectief registreren, laat staan het perspectief van iemand anders.W
Wat bedoel je daar precies mee?
Wel, praktisch gezien, als je een opname maakt en die daarna bekijkt, zul je zien dat er zaken zijn die de camera gemist heeft, omdat zijn beeldveld gecadreerd is en hij dus geen breedtezicht heeft. Maar je zult ook bepaalde dingen zien die je niet had opgemerkt, omdat je aandacht elders was. Met andere woorden: de camera registreert zowel meer als minder dan wat je ziet.
Maar ik bedoel ook dat er iets vreemds is in 'the gaze' — de blik. Die werd getraind en heeft zijn gewoontes verworven lang voor je er bewust iets kon aan doen. Heb je niet het gevoel dat hij niet helemaal van jou is? Alsof hij je op elk moment zou kunnen ontglippen ..
Ik weet het ... Hij blijft altijd bij me. Ik voel dat ik vastzit aan mijn blik, en hij zit vast aan mij, en ik kan hem niet ontvluchten.
Ik begrijp wat je bedoelt. Soms lijkt je blik vloeiend en zwervend, en andere keren geeft hij je een claustrofobisch gevoel, alsof je erin vastzit. Ik bedoel, hij kan zowel een val zijn als een ontsnappingsmiddel. In dit stuk heeft hij meer iets van een val, en dat is waarschijnlijk omdat de dansers niet dansen met een levende blik die zich kan aanpassen, maar met gefixeerde, opgenomen videobeelden. In de loop van het stuk blijven de dansers pogingen ondernemen om te ontsnappen uit die starre structuur. Of ze vinden manieren om er mee te spelen en haar invloed af te zwakken.
Slagen ze daarin?
Wel, ik denk niet dat het een kwestie is van slagen of falen. Zeker is dat ze nooit helemaal aan de blik kunnen ontsnappen.
Dus dan zitten ze er altijd aan vast.
Dat is ook onmogelijk. Ze kunnen er niet volledig aan ontsnappen, maar ze kunnen er zich ook niet volledig aan vasthaken. Er zijn altijd kleine verschillen tussen de timing van wat ze doen en de timing van de video-opname. Dus moeten ze hun weg vinden in een zone tussen absoluut ontsnappen uit de structuur en de absolute synchroniciteit ermee.
Ze moeten hun weg vinden tussen twee zones van het onmogelijke, en zodoende zitten ze vast in het rijk van het mogelijke.
Dat klinkt zo triest ... Ik hoop dat het niet helemaal klopt.
Vertel me iets meer over je interesse in het onmogelijke.
Wel, ik ben geïnteresseerd in het verleggen van de grenzen van het mogelijke. Ik wil dat de dansers zich proberen voor te stellen hoe ze iets kunnen doen dat misschien niet mogelijk lijkt in het systeem waarin ze zitten. Maar het is belangrijk de regels van het systeem heel strikt te houden, veel zaken onmogelijk te blijven houden, zodat er een ware wrijving ontstaat tussen het systeem en de pogingen om de grenzen ervan te verleggen.
In zekere zin is het belangrijk om te bevestigen wat onmogelijk is, en nooit aan te nemen dat het wel mogelijk is. Ik wil geen illusie scheppen waarbij mensen echt zouden gaan geloven dat ze kunnen kijken vanuit het perspectief van de danser. Het zou een groot probleem zijn als we het publiek zouden wijsmaken dat het mogelijk is te kijken vanuit andermans perspectief. Dus vonden we oplossingen om de dansers te scheiden van hun op video vastgelegd perspectief. Het is nodig om de essentiële breuk aan te geven die het ene perspectief scheidt van het andere.
Ik begrijp waarom je wil wijzen op wat onmogelijk is, maar anderzijds klinkt het niet zo interessant om alleen te mikken op wat mogelijk is, en dat dan ook te bereiken.
Nee, juist, precies. Tenzij je mikt op het onmogelijke, is er geen reden om bezig te zijn met wat je doet. Je bewust zijn van het onmogelijke en er toch naar streven. Wat ik het interessantst vind is de kloof tussen het ideaal en wat bereikt wordt, met alle fouten en onvolkomenheden die niet stroken met het ideaal. Op dat moment toont de menselijke dimensie zich het sterkst.
Je hebt het hier eerder al over gehad.
Ja, ik denk dat dit thema vaak opduikt in mijn werk. Ik tracht de performer in de richting van het technologische te duwen, niet om hem minder menselijk te maken, maar om te komen tot de essentie van wat het menselijke van het technologische scheidt
(Daniel Linehan, artiste associé 2012-2013 in deSingel, Gaze is a Gap is a Ghost)
19-10-2012
deed haar jas aan, want ..
.. ".. een referentie [van booty looting] is de invloedrijke duitse kunstenaar joseph beuys (1921-1986). wanneer die in een werk vilt gebruikte, pakte hij keer op keer uit met hetzelfde verhaal. tijdens de tweede wereldoorlog werkte hij bij de Luftwaffe. op missie in de krim zou zijn vliegtuig zijn neergestort. de piloot was op slag dood, maar hij – beuys – werd gered door tataren. om hem te behoeden voor onderkoeling smeerden ze zijn lichaam in met vet en wikkelden ze hem in vilt. ziedaar de referentie van de referentie. achteraf blijkt dat joseph beuys nogal creatief met de waarheid omsprong. de doordringende geur van vet en vilt zou de kunstenaar in hem wakker hebben gemaakt en een blijvende inspiratiebron voor hem zijn geworden. in realiteit was er sprake van vet noch vilt.en nu schijnt dat hij zelfs helemaal nooit in dat vliegtuig heeft gezeten. eigenlijk werkte hij bij de post ..”
17-10-2012
qu'est-ce qu'une femme — selon Moria
© Julie Heffernan
" .. Aangezien de man van nature bestemd is om leiding te geven, moest hem dus iets meer dan de helft van het half onsje verstand worden toebedeeld. [..] naast de man een vrouw, weliswaar een dwaas en onbedreven wezen, maar komisch en lieftallig, die door de wijze waarop zij met hem weet om te springen de ingeboren norsheid van de man door haar vrouwelijke frivoliteit kan opmonteren en wegpraten. Immers wanneer Plato schijnt te aarzelen of de vrouw gerekend moet worden onder de redelijke dan wel onder de redeloze wezens, dan wilde hij daarmee slechts de aandacht vestigen op de zeldzaam grote dwaasheid van het vrouwelijk geslacht. Wanneer een vrouw soms eens op het onzalig idee komt om voor wijs door te gaan, dan bewijst zij daarmee slechts dubbel zot te zijn; zoals iemand, die in de arena een koe wil laten vechten, hoewel dat tegen zijn verstand indruist. Ieder, die zich een houding geeft die tegen zijn aard ingaat, verdubbelt zijn natuurlijk tekort en misbruikt zijn gaven. Al draagt een aap een gouden ring, hij is en blijft een lelijk ding. Zo blijft een vrouw altijd een vrouw en dus een dwaas schepsel, welke rol zij ook tracht te spelen.
Toch geloof ik niet, dat de vrouwen zo zot zijn, dat zij boos worden op mij, wanneer ik [Moria], als personificatie van de zotheid zelf ook een vrouw, haar van zotheid beticht. Want, op de keper beschouwd, moeten zij in het credit van haar dwaasheid schrijven, dat zij menig schreefje vóór hebben op de mannen .."
(Desiderius Erasmus, Id est stultitiae laus / De lof der zotheid, vert. Dirkzwager & Nielson, (? [1514]), 57)
excuse me
".. Des te merkwaardiger, dat juist in onze tijden [1514] de mensen zo teergevoelig zijn, dat hun oren niets anders verdragen dan conventionele taal .."
(Desiderius Erasmus, Id est stultitiae laus / De lof der zotheid, vert. Dirkzwager & Nielson, (? [1514]), 9)
14-10-2012
13-10-2012
kortsluiting, stank
".. Bij de wastafel boende ze haar handen herhaaldelijk met ruwe bruine zeep. Hoe kunnen handen schoon worden als de zeep dat niet is? Die vraag stak in haar leven steeds weer de kop op. Maar als je de zeep met bleekwater schoonmaakt, waar maak je dan de bleekwaterfles mee schoon? Als je schuurpoeder gebruikt voor de bleekwaterfles, hoe maak je de schuurpoederbus dan schoon? Bacteriën hebben een persoonlijkheid. Verschillende voorwerpen herbergen diverse verraderlijke dreigingen. En de vragen keren zich altijd naar binnen .."
(Don DeLillo, De engel Esmeralda, 2011, 86)
11-10-2012
Rousseau & l'énigme du corps sexué [de maman]
".. Rousseau qui, au fond, va se trouver - je le trouve exemplaire de ce point de vue-là - va se retrouver arriver à éviter à peu près tous contacts avec une femme, à l'exception de deux ou trois situations, mais une seule qui va durer un peu ; je ne suis même pas sûr qu'il y en ait deux autres, des situations très limites avec une prostituée. La seule situation où il va se trouver avec une femme pendant un certain temps, c'est une femme pour laquelle, très curieusement, il va trouver un petit nom comme on trouve parfois des petits noms à dire à la femme qu'on aime : il l'appelle " maman ". Ça, il faut le faire quand même, c'est formidable. Et en dehors de celle-là, qu'il appelle " maman ", il n'aura, je dirais, de relations sexuelles avec aucune femme. Sauf une fois, à un moment, c'est la dernière qui apparaît comme un grand amour. Il y a un chemin entre sa maison et la maison de cette femme et quand il va lui rendre visite - tout ça est dit en termes d'un français classique que je ne pourrais reproduire de mémoire ici, mais enfin pour le dire platement, si vous me permettez… donc chacun entend bien qu'il se masturbe sur le temps du trajet et quand il arrive, c'est déjà fait. Donc ça se limite, effectivement, à une sexualité de laquelle il se tient à l'écart et dont il va faire la thèse que je disais, c'est-à-dire construire un enfant dont la sexualité est à l'écart, .. construire un enfant qui aura la chance de ne pas trouver la sexualité… Parce qu'en plus, Rousseau, dans son Émile, commence par dire : le mieux, ça serait qu'on puisse refaire la langue, parce que les mots sont trop équivoques, et quand on dit un mot, déjà, on entend des choses qui ne devraient pas y être. Mais, dit-il aussi - là c'est quand même sa dimension littéraire -les mots étant ce qu'ils sont, plutôt faut-il alors faire attention de prémunir l'enfant, dans l'éducation, de l'atteinte par ces mots-là, par ces équivoques-là .."
(Alexandre Stevens, Désarroi et inventions, 2012, Le Pont Freudien)
10-10-2012
als ik als eerste aankom
© Tracey Emin
Als ik als eerste aankom
xxxxxxxxxxxxxxxxAls ik als eerste aankom,
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxneem ik wat
xxxxxxxiedereen wel zou willen,
zoals het enige bed in het huis
xxxxxxxxxxxxxxen ik zou snel kunnen ruilen met
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxde eerste die er iets voor wil geven.
xxxxxxxDan heb ik misschien
xxxxxxxxxxxxxxxnog een kans
op een plaats op de vloer,
xxxxxxxtegen een muur aan,
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxzodat ik niet tussen
xxxxxxxxxxxxxxanderen in hoef te liggen.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxIk herinner mij hoe het was
xxxxxxxxxxxxxxxtoen ik voor het eerst binnenkwam,
voordat het terugvinden begon
xxxxxxxxxxxxxxxvan de vloer en het plafond
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxen de muren
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxdie er waren.
(Nachoem M. Wijnberg, Als ik als eerste aankom, 2011, 6)
07-10-2012
06-10-2012
de oksels van de bok
" .. xxxxxxxxxxxxxxxx Slapen werd gevaarlijk.
De bok bezocht zo nu en dan mijn bed.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxBij de halve manen
droomde ik van Izem en mijn zusters
in een zeer dor land:
xxxxxxxxxxxxxxxxIk dwaal
met kieren in mijn ziel door vlakten van zand.
Gieren wachten grijnzend in de schaduw op wat valt.
Ik volg het brandend puin, rijdend op een loden lijn,
ik zoek mijn zussen op een sjofel feest. Ze zijn zo dun
geworden.
xxxxxxxxxWaar is dan mijn huis,
om dekens te garen, een kist te bewaren? Overal
breken branden uit. Nergens blijft iets staan.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxIzem spreekt tot mij:
'Ik heb een huis voor jou, 't is er beschut maar donker
en er schijnt alleen maar licht wanneer ik lach.
Maar woon in mij. Tussen mijn organen is een holte.
De muren zijn van vlees, gepekeld en gedroogd.
Leg je hoofd hier neer en slaap.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxIk beloof je,
ik zal lachen als je komt. Ik zal mijn kraakbeen
voor je laten blinken.'
xxxxxxxxxxxxxxxxxxBij volle maan
droomde ik van grote droogte:
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxHier staan
niet eens bomen. Hier bestaat de wereld uit zand.
En hitte. Dodelijke hitte, blauw als het wit
van weggedraaide ogen.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxHier
is een dier ingestort, vlak langs de weg.
De ribben grijnzen als een beeldhouwwerk.
Een blinde auto flitst genadeloos voorbij,
de laatste met benzine.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxHet dier
wordt niet meer opgehaald.
Niemand ziet hier iets.
Ik begin te lopen naar de schittering.
Al na dertig passen vangt het aan,
de duizeling, de sterren en het zweven.
Daar staat Izem met een baard,
hij wacht mij op.
xxxxxxxxxxxxxIk groet,
kijk naar de grond en schrik:
zijn schenen liggen open.
Zijn ogen dof en zwart als van graniet.
Iemand stopte steen in zijn gelaat.
Hij laat de stenen vonken en beweert dat ik
zijn kind verberg.
xxxxxxxxxxxxxxIk bespuug
hem met azijn, hij liegt. Want hier is nergens
zaad en bloed. Hier is alles korrel,
vliegende steen.
xxxxxxxxxxxxxMet zijn rasperige tong
doorklieft hij mij, hij ziet mij aan en de gevolgen.
Uit mijn dorre schuift een kind van zand.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx'Dit was alles,
Meanana. Denk niet verder. Het jong heeft
niets meer nodig. Leg het hier maar neer,
krijsen zal het niet.' ..."
(Annemarie Estor, De oksels van de bok, een gedicht, 2012, 43-45)
04-10-2012
het primaat van de worm
© René Daniels
"Want kijk, de stem komt van boven, van de vogels, en het lijf komt van beneden, van de wormen. En in 't begin zijn 't misschien wel de vogels die de wormen opeten, maar aan 't eind zijn 't altijd de wormen die de vogels opeten. Zodus: wie is er hier 't belangrijkst, de worm of de vogel? Als ge 't aan mij vraagt is er in heel de schepping maar één beest dat zich God mag noemen, en dat is de worm. De worm is 't beste en 't sterkste beest dat er is, zo sterk dat het eigenlijk noch min noch meer God is.
Fragment uit Bianca Castafiore: memoires, een ongepubliceerde monoloog van de auteur van deze bundel, waarop operadiva Bianca Castafiore uit de Kuifjealbums het woord krijgt."
(Luuk Gruwez, Wijvenheide, 2012, 7)
Kafka's Oklahoma
"een stuk mag nooit een eenduidige demonstratie zijn van talent of vakkennis. zaak is de acteurs te ontdooien, hen te beletten om weg te zinken in het vertonen van hun virtuositeit, hen vast te houden in de werkelijkheid. ze moeten altijd bewust blijven van de ruimte en de tijd die verstrijkt, van het huidige moment en de noodzaak om levend te blijven, liever dan zich tevreden te stellen met het reproduceren van acties die ze door en door gerepeteerd en onder de knie hebben" (Kelly Copper)
the Nature Theater of Oklahoma
Abonneren op:
Posts (Atom)
















