Posts tonen met het label Annemarie Estor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Annemarie Estor. Alle posts tonen

06-10-2012

de oksels van de bok





















































" .. xxxxxxxxxxxxxxxx Slapen werd gevaarlijk.
De bok bezocht zo nu en dan mijn bed.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxBij de halve manen
droomde ik van Izem en mijn zusters
in een zeer dor land:

xxxxxxxxxxxxxxxxIk dwaal
met kieren in mijn ziel door vlakten van zand.
Gieren wachten grijnzend in de schaduw op wat valt.
Ik volg het brandend puin, rijdend op een loden lijn,
ik zoek mijn zussen op een sjofel feest. Ze zijn zo dun
geworden.

xxxxxxxxxWaar is dan mijn huis,
om dekens te garen, een kist te bewaren? Overal
breken branden uit. Nergens blijft iets staan.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxIzem spreekt tot mij:
'Ik heb een huis voor jou, 't is er beschut maar donker
en er schijnt alleen maar licht wanneer ik lach.
Maar woon in mij. Tussen mijn organen is een holte.
De muren zijn van vlees, gepekeld en gedroogd.
Leg je hoofd hier neer en slaap.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxIk beloof je,
ik zal lachen als je komt. Ik zal mijn kraakbeen
voor je laten blinken.'

xxxxxxxxxxxxxxxxxxBij volle maan
droomde ik van grote droogte:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxHier staan
niet eens bomen. Hier bestaat de wereld uit zand.
En hitte. Dodelijke hitte, blauw als het wit
van weggedraaide ogen.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxHier
is een dier ingestort, vlak langs de weg.
De ribben grijnzen als een beeldhouwwerk.
Een blinde auto flitst genadeloos voorbij,
de laatste met benzine.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxHet dier
wordt niet meer opgehaald.
Niemand ziet hier iets.
Ik begin te lopen naar de schittering.
Al na dertig passen vangt het aan,
de duizeling, de sterren en het zweven.
Daar staat Izem met een baard,
hij wacht mij op.

xxxxxxxxxxxxxIk groet,
kijk naar de grond en schrik:
zijn schenen liggen open.
Zijn ogen dof en zwart als van graniet.
Iemand stopte steen in zijn gelaat.
Hij laat de stenen vonken en beweert dat ik
zijn kind verberg.

xxxxxxxxxxxxxxIk bespuug
hem met azijn, hij liegt. Want hier is nergens
zaad en bloed. Hier is alles korrel,
vliegende steen.

xxxxxxxxxxxxxMet zijn rasperige tong
doorklieft hij mij, hij ziet mij aan en de gevolgen.
Uit mijn dorre schuift een kind van zand.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx'Dit was alles,
Meanana. Denk niet verder. Het jong heeft
niets meer nodig. Leg het hier maar neer,
krijsen zal het niet.' ..."



(Annemarie Estor, De oksels van de bok, een gedicht, 2012, 43-45)