Posts tonen met het label Franciscus van Assisi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Franciscus van Assisi. Alle posts tonen

08-10-2014

Franciscus van assisië, een "banaan van zoete vergiffenis"



















































Lof-litanie van den H. Franciscus van assisië


Voor mijn vriend, in mijn leven:
poolnaad - schroef - avondangelus.


   Franciscus die arm waart, bid voor mij. Mijn weekgeld sterft
reeds zondagavond in rozenblaadjes op mijn kamer.
   Franciscus die dichter waart, bid voor mij die m'n lange jonge
lokken uitstreek tot harden helm van idealistischen weerstand.
   Franciscus die jong waart, laat jeugd bij me blijven: Voedster
die oud nog dezelfde grapjes vertelt als toen we onmondig
waren. Laat ons dan even gul lachen - en niet uit medelij.
   Franciscus die boomen en dieren en alles begreept, geeft dat
ik mijn vrienden en geliefden begrijp.
   Franciscus die liefde genoeg had om niets te versmaden, open
mijn hart als tolvrije stadspoort voor alle vreugd en alle pijn.
   Franciscus die den Kosmos in u droegt en hem doorkneedde
met den deesem van uw eigen begrijpen, geef mij het zuivere
inzicht
   Franciscus die zoo warm om me zijt in avondlof als den
eersten beet in malsch versch brood, bid voor mij.
   Franciscus in wiens leven plotse afgronden zijn van stilte, als
voor wie over koele keldermonden gaand den geur van riekende
appelen opstijgen voelt, maak mijn adem rustig en krachtig.
   Franciscus in wiens leven bergen van licht zijn, zoo
heerlijkgloedwarm als den zoetroomigen geut van pastijbakkerij.
   Franciscus wiens stem ik soms meen te hooren naief en
geduldig in den melopee-roep der dagbladventers, gij die roept
het Eeuwige Nieuws: de waarheid. Franciscus, eenige heilige
wiens beeld men ons niet gecamoufleerd heeft met schreeuw-
kleuren van flauwe romantiek,
          bid voor mijn geliefden en mij.
   Franciscus, man uit één stuk, ideaal van eerlijkheid, bescherm
ons die den scheldnaam dragen van idealisten omdat we
een volk willen worden.
   Franciscus die voor ons staat met de harde blijnen van
zaligend werk, op uw ranke lichaam, geef ons den moed
voor werk.
   Franciscus die de wereld ingerukt zijt, weg uit de oase der
verlauwing, met den wilden zegekreet van een sneltrein,
heerscher der diepten,
   Franciscus, handgranaat van rechtvaardigheid, die sloegt
muren van schijneerlijkheid aan stuk, tot elke steen bloedde van
rood berouw.
   Franciscus die de hoogmoedige zielen verbrijzelde tot
vernedering: maar de lage bloem is meer dan het hooge onkruid,
Franciscus die, wilde hengst van dartelheid, plots op hol
sloegt van ontzaggelijk verlangen naar de breede vlakte van
God,
                bid voor ons allen die bekneld zitten in
                banden van verknechting en minderwaardigheid.
   Papaver van liefde in het egaal-geele veld der
onverschilligheid,
   Zonnebloem van hartstocht in den tuin der sluipend-luie
ranken,
   Roos van zoetheid midden scherp-zwoele geuren van violen,
   Luide cello van hartstochtelijke extase,
   Heimwee van smeltende teerheid,
                        zo zijt ge o Franciscus,
   Gij, wiens beeld door soms dorre woestijnen van leven is als
kindergelach in mijn dood bureel - het rijt der donkerte van de
wanden.
   Krachtige toren van jubel.
   Als op lentefoor in lachpaleis van zaligheid, onstuimige
danser,
   IJle klokkeklank die m'aanvaart op windewiek,
   Nachtegaal en leeuwerik van lof,
   Rechte heirweg,
   Avondstraat,
   Allerluidstluidende klok,
   Banaan van zoete vergiffenis,
   Bloedende geranium,
   Nachtelijke vuurpijl,
   Vlammenpyramide,
   Zomermiddagzon,
   Alte Weise van hemelheimwee,
   Zee,
                  bid voor ons allen, die het geluk zoeken in rust,
   Ik zag u,
         een ijle spitsboog van magerheid uw lichaam,
         een speldekussen van boete uw zingende borst,
         een gloeikous van wit licht uw mager gelaat.
   en
         door koude woud van mijn jonge ziel, getoet plots als van
   een romantische jachthoren,
   door avondstraat van vrede, laaie suizen van rood-helle tram,
   door mistig rotspad geweldig hoornen van postkoets,
   door hunkervlakte van onbewustheid: mijn leven, uw leven
plots als een
   tragisch rood-gestempelde expressbrief in een wit begijnhof,
                maar simpel als een volkswijs, flinke Madelon- genot
voor duizenden
         en simpel als kinderdans midden volksbuurt,
         en simpel als sleebellen door sneevlakte,
                      zoo zijt ge O Franciscus
   Maar bij smart,
   uw oogen als plotse fanalen,
   uw stem als autosireen,
   naar den afgrond aller liefde toe, naar God, neem me mee,
   lijk, los van de ree, gerukt wordt een schip,
   een harde slag, een dappere baar,
   weg van het strand,
   naar het heerlijke land, van OVERZEE.
   Heilige, groot-heilige Franciscus, hier zijn de morzels van
mijn hart, meer
   heb ik niet - de woede honden van jeugd-dagen hebben alles
verslonden,
   hier is de koelheid van mijn klamme haren,
   hier is de zwakheid van mijn zwervende voeten,
   hier is de ijdelheid van mijn praatgrage tong,
   Ik breng u het ellendig beste dat ik heb,
   de myrrhe van mijn woorden,
   de wierook van mijn vereering,
   en het armzalige goud van mijn liefde
   Maar ook het beste dat mijn ziel gebouwd heeft draag ik u op.
   de nagedachtenis van mijn vader,
   de ernstige gestrengheid van mijn moeder,
   de hunkerende weltschmerz van mijn broer,
   het zoete zwijgen van mijn meisje,
   en de heerlijk-weemoedige ironie van mijn vriend.
   Franciscus voor U heb ik mijn mooiste woorden uitgezocht,
mijn schitterkralen, die uitspatten voor de bestofte moeheid
uwer voeten als koele zeepbellen, evene laving uwer gloedende
teenen.
   Ik bid u verhoor mij Franciscus,
   Gij die een wolf hebt getemd, help me de groote huilbende
van mijn hartstochten te temmen,
   Gij die de zon bezongt, laat me mijn leven moduleeren op een
zachte rhythme van innigheid,
   Gij die meer dan de kunst van sterven ook de kunst van leven
verstond,
   laat me het leven loven, en den dood verwachten als een
roerlooze boom de bijl. Pal.
   Franciscus die voor de visschen prediktet, laat me ook zingen
doelloos in de menschen
   Gij die uw lijf beborduurdet met het fijne geduld der
geeseling geef mij mijn dagelijksche pijn,
   Gij die U niet schaamdet naakt te staan, geef me den moed in
de naaktheid van mijn woord voor de Farizeërs dezer wereld te
treden,
  Gij, die kerken gebouwd hebt en moeizaam elke steen zocht,
geeft me den moed uit de verveling der dagvrachten het gulden
huis van mijn rust te bouwen.
          Geef me, Franciscus de gaaf des gebeds,
   Mijn ziel is als een trillende vlieger, hunker naar wolken,
   Weze uw aandenken de onontbeerlijke olie,
   Weze uw steun de koenheid die het looping the loop
ondernemen doet,
   Weze uw woord mijn veilige valscherm door luchtlagen van
laffe zoelheid,
   Weze uw mond de bronzen klok van zekerheid. Op haar
betrouwen de
   menschen om de luiken te sluiten op hun rust. Geef aan mijn
moeder lang leven,
   Geef aan mijn broer rust,
   Geeft aan mijn vriend kracht,
   Geef aan mijn meisje alle geduld,
   Geef me smart om van te zingen,
   Geef me tranen van ontroering,
   en - laat me vragen drie dingen - niet waar?
vooral en vooreerst - geef aan ons allen en geef aan mij, een
vaderland om te beminnen,
   Geef, - en hier smeek ik u ‘de profundis’ van walg - dat de
menschen elkanders Vaderland leeren beminnen,
   Laat de wereld worden een gansche vreugde van witten vrede
en algeheele communie, gelijk uw blije naakte lijf toen gij stierft.
O mijn vriend, mijn broer, mijn heilige vader. Franciscus.

Amen.
   Oogst 1919
   Marnix GIJSEN




(opgemerkt door Erik de Smedt in Grenzen van de avant-garde)