Jan van Eyck kon je mij niet geven
want Van Eyck gaf mij al aan jou.
De hond die wij niet hebben
kwispelt onze handen hier bijeen.
De kroonluchter is kleiner
dan mijn grote zwarte zware hoed.
In de niet-van-onze spiegel krimpen
wij frêle opgebold tot schildersoog.
Mijn schoeisel heb ik uitgetrapt.
In een klein gebaar hef ik mijn vrije hand.
Jij bent niet in verwachting
van het kind dat Jan van Eyck
ons overreikt. Het plooiend groen
spiegelt de naden in je ziel. Geen kunstenaar
die zo met onze hedendaagsheid speelt.
Doen wij hier thuis aan fruit?
Er liggen perziken vlak bij ons open raam.
Iemand heeft iets op de muur gezet.
Een tag, annonce, plaatsbepaling:
Jan van Eyck ziet ons doorluchtig
en doorzichtig spiegelbeeldend aan.
Ik ken mijn antecedenten niet. Jij
zult wel Beatrice zijn. Je bent vooral vrij.
(Joost Zwagerman, Voor alles, Gedichten, 2014, 49)
Jan van Eyck, Huwelijksportret van Giovanni Arnolfini en Giovanna Cenami
Jan Van Eyck,
De Arnolfini-bruiloft (1434)
Dirk van Bastelaere / Jan van Eyck
1
Ze cirkelen traag door de gotiek
Van de leegte. Een paar voor de tijden
De handen opeen.
Zijn hoed is een onding
Dat de dood niet belemmert en de val
Van de stoffen laat zijn lichaam vermeend.
Zo wil ik denken dat het toen al
Wegbleef en wellicht,
Geheel anoniem,
In een kerkvloer van hardsteen verviel.
2
Dit paar uit het elders,
Van perfectie verwezen,
Het zal bestaan
Door de man in het midden
Zich noemend Van Eyck
Bood hij zich aan als getuige.
Ook nu in die opstelling
Smokkelt hij zich de tijd uit;
De bolronde spiegel weet hem te bewaren.
Dat men kan zeggen, turend
Naar binnen : dank zij afzijdigheid
Zal hier zijn geweest
De spiegelman Dirk van Bastelaere.
(Dirk van Bastelaere, uit: Pornschlegel en andere gedichten, 1988)
[81,8 x 59,7 cm]
quelque chose se règle: het kost
abri- / kozen geen moeite
te veinzen (te veinzen?)
een j —
een wijdlopige j (dynamiek van het lid-
woord), de naam, zijn expansievermogen,
een acrobatiek in het — zegt u het maar — het bekende:
het ik en wat verder de ik-idealen,
kunstmatig begroot: j’apparais
au miroir, donc
j’existe?
c’est le voir dans pou- / voir, cher van Eyck?
wel, daar gaat het niet om, kaart u aan?
geen brokaat zonder goud? geen
gezwollen verschil in een cirkel gezet?
er werd rukwind voorspeld,
geen verschonende zakdoek, noch zalf —
le miroir susceptible de choir
tussen kwast en
geprangd tussen kwast en
een halfrode boksbal vertaalt haar gelaat
le mépris, die God- / ard (dat mag blijken) kopieerde,
in naaktscènes goot — B.B. bloot
c’est le ça dans sça- / voir?
slechts de spin die Bourgeois, die Louise (dat bleek
en terecht) al vermoedde, maman, is absente
of afwezig or gone
ou mangeons le produit, donc,
son voile est blanchi par des ans? terwijl
[opbiechtend] bloed door het bed wordt weerspiegeld?
Gi- / o- / vanna
Gi- / o- / vanni
dynamiek van de slash
en een oplichtend spel in dit kanselgedicht — er werd
rukwind voorspeld / en een vonk
die slechts vonkt als het avondrood blauw is:
le chien pavlovien,
sécrétion salivaire,
programmatisch gekwijl,
relatif à Pavlov (dat zou blijken), verbindt,
vangt het licht dat in glansrichting strijkt,
mijdt de wasbeer in wasco
die troont in de blik
hij kijkt op, zij [is sunblock,
haar hoofd staat nog los] eerder neer
hypotheses op poten,
hoe heet dat alweer? hij kijkt neer
met een scheefstand van ogen, gekamd
door de ronding, op iets, op een schim
die zij fris ondermijnt
werd de breintocht,
de bruintint van lichaam en -seigen besef
hier misleidend bedekt met een hoed
die [het lid- / woord] benadrukt?
de messing verlicht?
compenseert?
compenseerde?
de boksbal hangt stil,
quelque chose se règle —
des voeux aveuglants se succèdent
et choient
les souliers ne soulagent, passage
van ding, eromheen, naar object, à l’objet
fétichiste, eromheen, eender hoe,
is semantische inteelt (zo bleek,
in de twintigste eeuw)
reducerend duel met zichzelf
in een waaier essenties: de hand
— comme des gestes gesticulent! —
anorectisch geheven, zo
fijn dat de daadkracht verkleint, mais
le suc ne suffit, liet de blinde
met borsten (reeds eerder) verstaan
dan maar acrobatiek
van de handpalm, er rond,
eromheen, hand-in-hand-
fenomeen, eender hoe
c’est le voir dan sça- / voir?
kiekeboe?
zo
de uren p.m.
als het knagen blijft duren,
geen hoop [crystal meth]
maar het werkt,
al zo lang,
als confettigordijn
c’est pourtant la lumière
qui déborde, dépasse, à la fois
obscurcit l’abri-
cot [à côté de la vie]
(ds, ongepubliceerd)
Posts tonen met het label Jan van Eyck. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan van Eyck. Alle posts tonen
28-11-2014
3 Arnolfini’s: J. Zwagerman (perzik), D. van Bastelaere (zonder ooft), ds (abri- / koos)
22-03-2010
Abonneren op:
Posts (Atom)



