24-09-2014

au creux du cocon







© Grzegorz Przyborek















































het beukt, het beukt zon
op een mistlaag
op stikgaren — touw is hem vreemd

welke vreemdeling, blind
maar gehavend, zou stiknaald
zijn stiknaaldenlip of zijn hier
en -ogliefen [met trema] ontgaan?

hij ontrafelt het dier,
elektroden op groen, en verduistert
het heden, jongleert
als de klim van de klaver

naar biezen die nemen, de rug,
witte rug, shocking blue, er is
nood aan gebrek

en een lekkend bewijs

het beukt maan
want een vrouw is zo zacht
omdat wachten haar vreemd is,

vermoedt hij, ze richt en speelt in,
daagt [de hersenen] uit,
een legale constructie, hoe anders
is vee als hij taalt naar vertaling

la voie/x est marquée avec voir,
le regard — het onttrekt en rukt los,
in een aanzet (de vouw in een plooi
inclusief een baldadig o-

ranje, die Götter von heute, besoin
de comprendre comment
ça fonctionne) vindt hij weelde

en leegte of ruis, shocking shy

kolen wit, kolen groen,
kolen rood (in het hoofd
van de zwijger genaaid), kolen zwart






Geen opmerkingen:

Een reactie posten