Posts tonen met het label pastiche. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pastiche. Alle posts tonen

08-08-2015

een rooie — sang [blanc]) (pastiche)




sang [blanc]


celui

non [re]né de la côte
de la res- / piration

j’entendais de sa mort
en vendant un masque nègre — souris

de nouveau

com- / ment la lumière
se mouvait dans cet oeil accessible

plaisir
et chagrin serrent un noeud

plus vieux et plus jeune
que décrit

la Genèse


(d.s.)







een rooie


één die niet uit de rib
van Adam is geboren

ik hoorde over haar dood
op de boekenmarkt

weer haar lach

hoe in haar ogen
het licht zweefde

medelijden en plezier
in de knoop

jonger en ouder
dan de bijbel


(Pierre Plum)




07-08-2015

Luchtkastelen — [Mensonge comme] songe (pastiche)




[Mensonge comme] songe


pour mettr’en sûreté
son [mensonge comme] songe
il l’a gratifié d'oubliettes


(d.s.)







Luchtkastelen


zijn luchtkastelen
heeft hij voor de veiligheid
van kerkers voorzien


(Pierre Plum)




06-08-2015

Als iedereen — Comme tout un chac’un (pastiche)




Comme tout un chac’un


pourquoi (c’est le cas de le dire) je ne mande,
comme tout un chac’un, la mi-mante —
c’est ce que tout un chac’un se demande, évite


(d.s.)







Als iedereen


waarom kan ik niet gelukkig zijn
als iedereen?
vraagt iedereen zich af


(Pierre Plum)



05-08-2015

Realiteit - Nos dermes d’ermite (pastiche)





Nos dermes d'ermite


d’abord tu rumines
'je me suis égaré'

tu supplies Ariadne de rendre son fil

elle t’adresse à Thésée [trépassé]
tu demeures interdit,

comme mi-homme mi-taureau,
au dédale de ton derme d'ermite


(d.s.)







Realiteit


eerst denk je
ik ben verdwaald

je zoekt een uitweg

maar op de duur
raak je gewend aan het labyrint

je slaat je tenten op
en woont erin


(Pierre Plum)




04-08-2015

herboren - défait de défenses (pastiche)




défait de défenses


les moindres névroses
prospères dans l’enclos

changeront, quand il gèle, en nez rose

plutôt rouge au carré, obstrué
mais défait de défenses


(d.s.)







herboren


de kleine bloemen
fel bloeiend in onze tuin
staan straks op 't venster
sneeuwwit op glas gevroren
ragfijn in ijs herboren


(Pierre Plum)



03-08-2015

Gezanten - Semblants plus mesquins (pastiche)




Semblants plus mesquins


gradu- / elle- / ment les mots frais s’en allaient,
envoyaient des semblants plus mesquins

à la fin nous parlions de cet abécédaire
que nos yeux, comme nos cognes, ne reconnaissaient

nous pouffions tout de même

le côté masqu’ulin souhaitait
que nos l[i]èves [tant bien que malin] jouiraient dans le trèfle [rampant]
mais le bac plutôt piètre s'était échoué

de l’autre côté nous voyions
unique- / ment des façades barbantes

la partie fée’minine demandait

'tu habite en corps là, à Condom-sur-Baïse’ — ses lèvres tremblaient
le côté masqu’ulin avait peur de la suite ‘en corps là
sous le même petit toi- / t où le libertinage
n’était que gratuit,

comme l’image de soi[e]'

la partie fée’minine, ribam- / b- / elle de mots frais
s’en allait aussi bien de nos vies [notre vie?], [s’]avançait
sans roulement de tambour


(d.s.)







Gezanten


geleidelijk trok het woord zich terug
en stuurde steeds geringere gezanten

op de duur spraken we over een boek
dat we niet gelezen hadden

maar we lachten

ik wilde zo graag onze hazen
in het klaverveld laten spelen
maar het pontje was blijven steken

en van de overkant zagen
wij slechts de saaie gevels

je woont toch in Gent vroeg je nog
en ik was even bang want je lippen beefden
dat je zou toevoegen in dezelfde kamer
waar we zolang de liefde bedreven

als beesten

maar je vertrok en wandelde
met je hofhouding van woorden
traag en voorzichtig uit mijn leven


(Pierre Plum)




01-08-2015

Rupsje-nooit-genoeg — Petite-chatte-pas-châtiée (pastiche)




Rupsje-nooit-genoeg


dat poesje, helemaal zwart,
dat ik van de goden kreeg
heb ik een week gevoederd en gestreeld
om het vervolgens weg te schenken

rupsje-nooit-genoeg
heb ik het genoemd

ik dacht

ik ben te oud voor een poes
te vaak op reis, overleef het niet

wolfijzers en schietgeweren

ik streel de touwtjes in de tuin
waarmee het eindeloos heeft gespeeld
zie in de schemer van de beukenhaag
oogjes wild moeizaam geconcentreerd

ik heb een teken van de goden verspeeld
en dag en nacht likt een kleine tong
geduldig en toegewijd een nieuwe ziel
in mijn lijf


(Pierre Plum)







Petite-chatte-pas-châtiée


cette chatte, presque noire,
que Bastet m’a donnée, elle m’a plu
pendant toute une semaine, je l’ai lue —
peu après, je l’ai vue s’en aller, comme offrande

je l’ai baptisée
Petite-chatte-pas-châtiée

je pensais

je me sens trop âgé pour une chatte,
si beaucoup de détours, je succombe

chausse-trapes et pétoires

dans l’enclos je caresse
les fic- / elles qui étaient ses jouets,
dans l’ombrage des haies [haies de h- / êtres]
j’observe ses yeux peu tendus mais sauvages

j’ai bien gaspillé le signal de Bastet
or, chaque aube chaque nuit, c’est une langue,
patiente et fidèle, qui polit cet amer
dans mes veines [élargies]


(d.s.)




31-07-2015

Planeet - Spoutnik (pastiche)




Planeet


haar durfde ik niet te benaderen
bang een satelliet te worden
bleef ik haar mijden

ik begon rare banen te beschrijven
plaatsen die ik ijlings verliet
andere die ik alleen op zondag
behoedzaam doorkruiste

omwegen waarin ik soms verdwaalde
lussen die zich over de ganse stad verdeelden

ongewild werd ik toch planeet
één die in haar nacht wilde bewegen
bang voor haar zon en haar leven


(Pierre Plum)







Spoutnik


la femme, je n’osais l’approcher
effrayé de changer en spoutnik
j’enfuyais sa présence

je traçais [désormais] des orbites remarquables
des cercles que j’abandonnais au plus vite
et des autres que j’examinais avec circon-
spection, mais seulement le dimanche

des détours ou des boucles
couvrant toute son âme m’égaraient quelquefois

une lecture en miroir me changeait en spoutnik
un nid fou qui voulait émouvoir dans sa nuit
effrayé par sa vie, son sol lai


(d.s.)



30-07-2015

En ja ✂ Et sûre- / ment (pastiche)



En ja


en ja

we zitten in de tuin
tussen de geraniums
want de rozen zijn uitgebloeid

hoewel
ik ze nog kan ruiken

zeg jij

onze gesprekken ook
ze staan al lang niet meer in bloei
of neen
ja neen
soms horen wij nog wel een woord
doorheen het bijengezoem
soms ja neen
is er nog wel eens kruisbestuiving
en zegt de ene wat wat de ander
ook nog eens voelt

voorzeker zijn het de geraniums
die het doen
niet in de grond maar in potten
op de vensterbank

niet zo mooi als rozen
maar beter tegen onweer bestand

we drinken wijn om niet te bevriezen
in het hete zand we drinken zolang
tot er rozen groeien in ons hand

moet het niet onze handen zijn
zeg je ineens wakker en priemend

meervoud toch

ja neen

je raakt mij met die handen

en ja

ik voel mij weer en jou weer
gelukkig en onthand

(Pierre Plum)







Et sûre- / ment


et sûre- / ment

nous flânons dans l’enclos
entourés de névroses
les roses, hélas, sont fanées

bien qu’en corps
je respire leur parfum

tu exprimes

comme nos conversations
elles fleurissent, elles, non plus
c’est pas certes
ou sûre- / ment — c’est pas certes

quelquefois à travers le bruit sourd
des abeilles nous chopons,
bien en corps, un vocable

sûre- / ment quelquefois, c’est pas certes,
il y a, bien en corps, quelque fécondation
et la phrase de l’un peut toucher, bien
en corps, quelques fibres de l’autre

sûre- / ment les névroses
se mêlent là-dedans
pas nu-pieds, mais fourrés
aux fissures de la peau

pas si belles comme des roses
mais plus résistantes
au tonnerre des tempêtes

nous buvons du rosé pour ne pas congeler
sur ces sables mouvants — nous cessons
à trinquer quand des roses
convainquent notre main

ça doit être nos mains?
tu remarques éveillé et perçant

en pluriel donc?

sûre- / ment, c’est pas certes

or, ces mains me tripotent

et sûre- / ment

je me sens, je te sens de nouveau
florissant et sans mains

(d.s.)


29-07-2015

ritueel ✂ ritourn- / elle (pastiche)





Ritueel

zijn croissant met bessenjam
doet hem elke morgen weer
aan Flipje denken
het bessenventje
uit de Betuwe

dan vraagt hij steevast
aan zijn vrouw
'hoe zou't nu nog met Flipje zijn’

haar geijkte antwoord
'hij is nu ongelukkig en getrouwd'
is balsem op zijn wonden

(Pierre Plum)





ritourn- / elle

sa croissance sans groseilles
lui rappelle, chaque matin,
la pelure de banane
en latin
populaire

la question fait retour
sur elle-même: 'quelle pelure
de banane est assez populaire en latin'

la réponse sans retour
‘celle qui bouche sans barrer'
ne peut faire que plaisir [étern- / el]

(d.s.)




30-12-2011

klank·pastiche op Larkins Arrival: En fraaier





En fraaier

Gootlicht, een mat oor, lastert
Rood spleen op de groei, giftig,
Hoe graait elk en oogst enkel
Wat het naait of zeeft.
Fraai helt ook mee, hier,
En de spitshoorn gonst open
En de keutels [try out] slaan stoom
En de maag draait in het kind.

Mouw vlecht je aan kou, onder
Een saai-rechts inschikkelijk,
Aan besneden als merries
Lauw gevild of verdraaid,
Aan kooien nooit moe
Van antwoord met overtoon,
En vlecht het pseudo-Dieu blauwsel
Dat mij wild paait rond de rest.

Want dit inschikken met iets
Is een taai ontkiemende
Die ik onwil zal noemen:
Vlecht het lied in vel
In spin-zijnd Ik-web
Dat ik tot vrouw zal vouwen -
Hoog-nodig, geel-zweer-zacht, als scherts
Een zwaai om quasi draaiend






© Paul Lorenz


























Arrival

Morning, a glass door, flashes
Gold names off the new city,
Whose white shelves and domes travel
The slow sky all day.
I land to stay here;
And the windows flock open
And the curtains fly out like doves
And the past dries in a wind.

Now let me lie down, under
A wide-branched indifference,
Shovel faces like pennies
Down the back of the mind,
Find voices coined to
An argot of motor-horns,
And let the cluttered-up houses
Keep their thick lives to themselves.

For this ignorance of me
Seems a kind of innocence.
Fast enough I shall wound it:
Let me breathe till then
Its milk-aired Eden,
Till my own life impound it –
Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,
A style of dying only.

(Philip Larkin, 'Arrival', omstreeks 1950, in: Collected Poems, 2003)




13-12-2011

parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: Het rijgsnoer



© Adam Batchelor









































voor adRiaan kRabbendam [met R op verzoek]



Het rijgsnoer

Nóg rijden rijdieren rond
De rotonde van rommel naar raadsel
Van raad naar rebels.

Maar de ratten die rivaliseren regeren
En hij die rokade als raad raffineerde
Is nu reduceerbaar reliëf, net geen
Ringspier met rimpels, riskanter dan roest.

Nóg rijden rijdieren rond...



Het einde

Nog zweven liedren op den wind
En gaan van mond tot mond,
Van ouder op kind.

Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpen
En hij die ze er aan ontlokte
Is nu een afgestompte, verstokte
Dronkaard geworden in de laatste dorpen.

Nog zweven liedren op den wind...



(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)




11-12-2011

parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: De honger




© Mercuro B. Cotto












































voor Piet Boekestijn



De honger

Nog dorst de onderste vreemde
En vreet van beneden omhoog
Van de lont naar de schoot.

Toch blijft het jij·woord gecapitonneerd
En het ego dat jou ooit ontknoopte
Bestaat nu (op grond van herhaling)
Uit kwanta en quota, een hogere hemel.

Nog dorst de onderste vreemde...





Het einde

Nog zweven liedren op den wind
En gaan van mond tot mond,
Van ouder op kind.

Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpen
En hij die ze er aan ontlokte
Is nu een afgestompte, verstokte
Dronkaard geworden in de laatste dorpen.

Nog zweven liedren op den wind...



(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)




 




17-11-2011

parodie op Malouf's To Be Written: Alsnog te bedelen




© Picasso, Les demoiselles d'Avignon












































Alsnog te bedelen


Manchetten bijvoorbeeld, die grootmoeder naaide
aanhalig voorzag van een spleet
waardoorheen, toen ze leefde. Zoompje

omhoog en omlaag nog wat hoger maar nooit tot de navel, knopen
verwarren een helder moment
met doorzichtig patroon dat zelfs Freud niet bevatte. Picasso's

Jacqueline of Marcelle, Demoiselles d'Avignon onderkennen
de vraag, animeren het deel me verdeel me wat later.
Kabaal in het voorhoofd

en nog te bedelen, maar geen ondersteuning
voorhanden. Freud
met z'n queeste was will doch das Weib

überhaupt neemt verlangen als maat
van het aanknopingspunt. Einstein
net als de wet van het foto-elektrisch

effect onderscheidt
als het midden verglijdt slechts een vrouw
van een vrouw als betrekkelijk feit of een kwantum,

een vrouw als een mc kwadraat. Grootmoeder nam
het enigma manchet met zich mee. We maskeren
het manco aan weten met schijn, een man-imitatie.

Ik woel in de aarde en zoek
op de tast: verlangen naar huis, het verlangen
van grootmoedersdochters naar draden

die zoompjes verstellen, de knopen nog paren
aan spleten, de greep
op de vraag qu'est-ce qu'une femme, op de hand van het bedelen








To Be Written in Another Tongue


As for example, the language in which my grandfather
dreams now he is dead, or living,
muttered in his sleep. Clouds

flow to a different breath, daylight moons hatch from the stillness
of a different dark,
where owls drop from the sun, dirt-coloured starlings

by other names than we know them gather
the dusk, grain by grain let fall the shadow of their bodies.
Such ordinary events

are poems in another tongue and no translation
possible. Owl
with its heavy blood and vowel an open mouth

too slow to snatch the heads off
dustmotes. Humming-birds
like Giotto’s tear-stained kamikaze angels

sorrow, having learned
their name in a dead language
is entrée to a steel-meshed aviary or Table of Contents,

some grey Jardin des Plantes. Grandfather mumbles
our names in the earth. We come
to light out of his mouth, oracular bubbles.

I range through the thesaurus
for a word: homesickness, yearning
of grandsons for a language

the dead still speak, the dying in their sleep still
mutter, the advent
of common objects, strange upon the tongue.



 


© 1992, David Malouf, From: Poems 1959-1989