sang [blanc]
celui
non [re]né de la côte
de la res- / piration
j’entendais de sa mort
en vendant un masque nègre — souris
de nouveau
com- / ment la lumière
se mouvait dans cet oeil accessible
plaisir
et chagrin serrent un noeud
plus vieux et plus jeune
que décrit
la Genèse
(d.s.)
✂
een rooie
één die niet uit de rib
van Adam is geboren
ik hoorde over haar dood
op de boekenmarkt
weer haar lach
hoe in haar ogen
het licht zweefde
medelijden en plezier
in de knoop
jonger en ouder
dan de bijbel
(Pierre Plum)
Posts tonen met het label pastiche. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pastiche. Alle posts tonen
08-08-2015
een rooie — sang [blanc]) (pastiche)
07-08-2015
Luchtkastelen — [Mensonge comme] songe (pastiche)
[Mensonge comme] songe
pour mettr’en sûreté
son [mensonge comme] songe
il l’a gratifié d'oubliettes
(d.s.)
✂
Luchtkastelen
zijn luchtkastelen
heeft hij voor de veiligheid
van kerkers voorzien
(Pierre Plum)
06-08-2015
Als iedereen — Comme tout un chac’un (pastiche)
Comme tout un chac’un
pourquoi (c’est le cas de le dire) je ne mande,
comme tout un chac’un, la mi-mante —
c’est ce que tout un chac’un se demande, évite
(d.s.)
✂
Als iedereen
waarom kan ik niet gelukkig zijn
als iedereen?
vraagt iedereen zich af
(Pierre Plum)
05-08-2015
Realiteit - Nos dermes d’ermite (pastiche)
Nos dermes d'ermite
d’abord tu rumines
'je me suis égaré'
tu supplies Ariadne de rendre son fil
elle t’adresse à Thésée [trépassé]
tu demeures interdit,
comme mi-homme mi-taureau,
au dédale de ton derme d'ermite
(d.s.)
✂
Realiteit
eerst denk je
ik ben verdwaald
je zoekt een uitweg
maar op de duur
raak je gewend aan het labyrint
je slaat je tenten op
en woont erin
(Pierre Plum)
04-08-2015
herboren - défait de défenses (pastiche)
défait de défenses
les moindres névroses
prospères dans l’enclos
changeront, quand il gèle, en nez rose
plutôt rouge au carré, obstrué
mais défait de défenses
(d.s.)
✂
herboren
de kleine bloemen
fel bloeiend in onze tuin
staan straks op 't venster
sneeuwwit op glas gevroren
ragfijn in ijs herboren
(Pierre Plum)
03-08-2015
Gezanten - Semblants plus mesquins (pastiche)
Semblants plus mesquins
gradu- / elle- / ment les mots frais s’en allaient,
envoyaient des semblants plus mesquins
à la fin nous parlions de cet abécédaire
que nos yeux, comme nos cognes, ne reconnaissaient
nous pouffions tout de même
le côté masqu’ulin souhaitait
que nos l[i]èves [tant bien que malin] jouiraient dans le trèfle [rampant]
mais le bac plutôt piètre s'était échoué
de l’autre côté nous voyions
unique- / ment des façades barbantes
la partie fée’minine demandait
'tu habite en corps là, à Condom-sur-Baïse’ — ses lèvres tremblaient
le côté masqu’ulin avait peur de la suite ‘en corps là
sous le même petit toi- / t où le libertinage
n’était que gratuit,
comme l’image de soi[e]'
la partie fée’minine, ribam- / b- / elle de mots frais
s’en allait aussi bien de nos vies [notre vie?], [s’]avançait
sans roulement de tambour
(d.s.)
✂
Gezanten
geleidelijk trok het woord zich terug
en stuurde steeds geringere gezanten
op de duur spraken we over een boek
dat we niet gelezen hadden
maar we lachten
ik wilde zo graag onze hazen
in het klaverveld laten spelen
maar het pontje was blijven steken
en van de overkant zagen
wij slechts de saaie gevels
je woont toch in Gent vroeg je nog
en ik was even bang want je lippen beefden
dat je zou toevoegen in dezelfde kamer
waar we zolang de liefde bedreven
als beesten
maar je vertrok en wandelde
met je hofhouding van woorden
traag en voorzichtig uit mijn leven
(Pierre Plum)
01-08-2015
Rupsje-nooit-genoeg — Petite-chatte-pas-châtiée (pastiche)
Rupsje-nooit-genoeg
dat poesje, helemaal zwart,
dat ik van de goden kreeg
heb ik een week gevoederd en gestreeld
om het vervolgens weg te schenken
rupsje-nooit-genoeg
heb ik het genoemd
ik dacht
ik ben te oud voor een poes
te vaak op reis, overleef het niet
wolfijzers en schietgeweren
ik streel de touwtjes in de tuin
waarmee het eindeloos heeft gespeeld
zie in de schemer van de beukenhaag
oogjes wild moeizaam geconcentreerd
ik heb een teken van de goden verspeeld
en dag en nacht likt een kleine tong
geduldig en toegewijd een nieuwe ziel
in mijn lijf
(Pierre Plum)
✂
Petite-chatte-pas-châtiée
cette chatte, presque noire,
que Bastet m’a donnée, elle m’a plu
pendant toute une semaine, je l’ai lue —
peu après, je l’ai vue s’en aller, comme offrande
je l’ai baptisée
Petite-chatte-pas-châtiée
je pensais
je me sens trop âgé pour une chatte,
si beaucoup de détours, je succombe
chausse-trapes et pétoires
dans l’enclos je caresse
les fic- / elles qui étaient ses jouets,
dans l’ombrage des haies [haies de h- / êtres]
j’observe ses yeux peu tendus mais sauvages
j’ai bien gaspillé le signal de Bastet
or, chaque aube chaque nuit, c’est une langue,
patiente et fidèle, qui polit cet amer
dans mes veines [élargies]
(d.s.)
31-07-2015
Planeet - Spoutnik (pastiche)
Planeet
haar durfde ik niet te benaderen
bang een satelliet te worden
bleef ik haar mijden
ik begon rare banen te beschrijven
plaatsen die ik ijlings verliet
andere die ik alleen op zondag
behoedzaam doorkruiste
omwegen waarin ik soms verdwaalde
lussen die zich over de ganse stad verdeelden
ongewild werd ik toch planeet
één die in haar nacht wilde bewegen
bang voor haar zon en haar leven
(Pierre Plum)
✂
Spoutnik
la femme, je n’osais l’approcher
effrayé de changer en spoutnik
j’enfuyais sa présence
je traçais [désormais] des orbites remarquables
des cercles que j’abandonnais au plus vite
et des autres que j’examinais avec circon-
spection, mais seulement le dimanche
des détours ou des boucles
couvrant toute son âme m’égaraient quelquefois
une lecture en miroir me changeait en spoutnik
un nid fou qui voulait émouvoir dans sa nuit
effrayé par sa vie, son sol lai
(d.s.)
30-07-2015
En ja ✂ Et sûre- / ment (pastiche)
En ja
en ja
we zitten in de tuin
tussen de geraniums
want de rozen zijn uitgebloeid
hoewel
ik ze nog kan ruiken
zeg jij
onze gesprekken ook
ze staan al lang niet meer in bloei
of neen
ja neen
soms horen wij nog wel een woord
doorheen het bijengezoem
soms ja neen
is er nog wel eens kruisbestuiving
en zegt de ene wat wat de ander
ook nog eens voelt
voorzeker zijn het de geraniums
die het doen
niet in de grond maar in potten
op de vensterbank
niet zo mooi als rozen
maar beter tegen onweer bestand
we drinken wijn om niet te bevriezen
in het hete zand we drinken zolang
tot er rozen groeien in ons hand
moet het niet onze handen zijn
zeg je ineens wakker en priemend
meervoud toch
ja neen
je raakt mij met die handen
en ja
ik voel mij weer en jou weer
gelukkig en onthand
(Pierre Plum)
✂
Et sûre- / ment
et sûre- / ment
nous flânons dans l’enclos
entourés de névroses
les roses, hélas, sont fanées
bien qu’en corps
je respire leur parfum
tu exprimes
comme nos conversations
elles fleurissent, elles, non plus
c’est pas certes
ou sûre- / ment — c’est pas certes
quelquefois à travers le bruit sourd
des abeilles nous chopons,
bien en corps, un vocable
sûre- / ment quelquefois, c’est pas certes,
il y a, bien en corps, quelque fécondation
et la phrase de l’un peut toucher, bien
en corps, quelques fibres de l’autre
sûre- / ment les névroses
se mêlent là-dedans
pas nu-pieds, mais fourrés
aux fissures de la peau
pas si belles comme des roses
mais plus résistantes
au tonnerre des tempêtes
nous buvons du rosé pour ne pas congeler
sur ces sables mouvants — nous cessons
à trinquer quand des roses
convainquent notre main
ça doit être nos mains?
tu remarques éveillé et perçant
en pluriel donc?
sûre- / ment, c’est pas certes
or, ces mains me tripotent
et sûre- / ment
je me sens, je te sens de nouveau
florissant et sans mains
(d.s.)
29-07-2015
ritueel ✂ ritourn- / elle (pastiche)
Ritueel
zijn croissant met bessenjam
doet hem elke morgen weer
aan Flipje denken
het bessenventje
uit de Betuwe
dan vraagt hij steevast
aan zijn vrouw
'hoe zou't nu nog met Flipje zijn’
haar geijkte antwoord
'hij is nu ongelukkig en getrouwd'
is balsem op zijn wonden
(Pierre Plum)
✂
ritourn- / elle
sa croissance sans groseilles
lui rappelle, chaque matin,
la pelure de banane
en latin
populaire
la question fait retour
sur elle-même: 'quelle pelure
de banane est assez populaire en latin'
la réponse sans retour
‘celle qui bouche sans barrer'
ne peut faire que plaisir [étern- / el]
(d.s.)
30-12-2011
klank·pastiche op Larkins Arrival: En fraaier
En fraaier
Gootlicht, een mat oor, lastertRood spleen op de groei, giftig,Hoe graait elk en oogst enkelWat het naait of zeeft.Fraai helt ook mee, hier,En de spitshoorn gonst openEn de keutels [try out] slaan stoomEn de maag draait in het kind.
Mouw vlecht je aan kou, onderEen saai-rechts inschikkelijk,Aan besneden als merriesLauw gevild of verdraaid,Aan kooien nooit moeVan antwoord met overtoon,En vlecht het pseudo-Dieu blauwselDat mij wild paait rond de rest.
Want dit inschikken met ietsIs een taai ontkiemendeDie ik onwil zal noemen:Vlecht het lied in velIn spin-zijnd Ik-webDat ik tot vrouw zal vouwen -Hoog-nodig, geel-zweer-zacht, als schertsEen zwaai om quasi draaiend
© Paul Lorenz
Arrival
Morning, a glass door, flashes
Gold names off the new city,
Whose white shelves and domes travel
The slow sky all day.
I land to stay here;
And the windows flock open
And the curtains fly out like doves
And the past dries in a wind.
Now let me lie down, under
A wide-branched indifference,
Shovel faces like pennies
Down the back of the mind,
Find voices coined to
An argot of motor-horns,
And let the cluttered-up houses
Keep their thick lives to themselves.
For this ignorance of me
Seems a kind of innocence.
Fast enough I shall wound it:
Let me breathe till then
Its milk-aired Eden,
Till my own life impound it –
Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,
A style of dying only.
(Philip Larkin, 'Arrival', omstreeks 1950, in: Collected Poems, 2003)
13-12-2011
parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: Het rijgsnoer
© Adam Batchelor
voor adRiaan kRabbendam [met R op verzoek]
Het rijgsnoer
Nóg rijden rijdieren rondDe rotonde van rommel naar raadselVan raad naar rebels.
Maar de ratten die rivaliseren regerenEn hij die rokade als raad raffineerdeIs nu reduceerbaar reliëf, net geenRingspier met rimpels, riskanter dan roest.Nóg rijden rijdieren rond...
Het einde
Nog zweven liedren op den windEn gaan van mond tot mond,Van ouder op kind.
Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpenEn hij die ze er aan ontlokteIs nu een afgestompte, verstokteDronkaard geworden in de laatste dorpen.
Nog zweven liedren op den wind...
(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)
11-12-2011
parodie op Het einde [JJ Slauerhoff]: De honger
© Mercuro B. Cotto
voor Piet Boekestijn
De honger
Nog dorst de onderste vreemdeEn vreet van beneden omhoogVan de lont naar de schoot.
Toch blijft het jij·woord gecapitonneerdEn het ego dat jou ooit ontknoopteBestaat nu (op grond van herhaling)Uit kwanta en quota, een hogere hemel.
Nog dorst de onderste vreemde...
Het einde
Nog zweven liedren op den windEn gaan van mond tot mond,Van ouder op kind.
Maar 't speeltuig ligt in 't stof geworpenEn hij die ze er aan ontlokteIs nu een afgestompte, verstokteDronkaard geworden in de laatste dorpen.
Nog zweven liedren op den wind...
(JJ Slauerhoff, Het einde, uit: Serenade, 1930)
17-11-2011
parodie op Malouf's To Be Written: Alsnog te bedelen
© Picasso, Les demoiselles d'Avignon
Alsnog te bedelen
Manchetten bijvoorbeeld, die grootmoeder naaideaanhalig voorzag van een spleetwaardoorheen, toen ze leefde. Zoompje
omhoog en omlaag nog wat hoger maar nooit tot de navel, knopenverwarren een helder momentmet doorzichtig patroon dat zelfs Freud niet bevatte. Picasso's
Jacqueline of Marcelle, Demoiselles d'Avignon onderkennende vraag, animeren het deel me verdeel me wat later.Kabaal in het voorhoofd
en nog te bedelen, maar geen ondersteuningvoorhanden. Freudmet z'n queeste was will doch das Weib
überhaupt neemt verlangen als maatvan het aanknopingspunt. Einsteinnet als de wet van het foto-elektrisch
effect onderscheidtals het midden verglijdt slechts een vrouwvan een vrouw als betrekkelijk feit of een kwantum,
een vrouw als een mc kwadraat. Grootmoeder namhet enigma manchet met zich mee. We maskerenhet manco aan weten met schijn, een man-imitatie.
Ik woel in de aarde en zoekop de tast: verlangen naar huis, het verlangenvan grootmoedersdochters naar draden
die zoompjes verstellen, de knopen nog parenaan spleten, de greepop de vraag qu'est-ce qu'une femme, op de hand van het bedelen
To Be Written in Another Tongue
As for example, the language in which my grandfather
dreams now he is dead, or living,
muttered in his sleep. Clouds
flow to a different breath, daylight moons hatch from the stillness
of a different dark,
where owls drop from the sun, dirt-coloured starlings
by other names than we know them gather
the dusk, grain by grain let fall the shadow of their bodies.
Such ordinary events
are poems in another tongue and no translation
possible. Owl
with its heavy blood and vowel an open mouth
too slow to snatch the heads off
dustmotes. Humming-birds
like Giotto’s tear-stained kamikaze angels
sorrow, having learned
their name in a dead language
is entrée to a steel-meshed aviary or Table of Contents,
some grey Jardin des Plantes. Grandfather mumbles
our names in the earth. We come
to light out of his mouth, oracular bubbles.
I range through the thesaurus
for a word: homesickness, yearning
of grandsons for a language
the dead still speak, the dying in their sleep still
mutter, the advent
of common objects, strange upon the tongue.
© 1992, David Malouf, From: Poems 1959-1989
Abonneren op:
Posts (Atom)




