Rupsje-nooit-genoeg
dat poesje, helemaal zwart,
dat ik van de goden kreeg
heb ik een week gevoederd en gestreeld
om het vervolgens weg te schenken
rupsje-nooit-genoeg
heb ik het genoemd
ik dacht
ik ben te oud voor een poes
te vaak op reis, overleef het niet
wolfijzers en schietgeweren
ik streel de touwtjes in de tuin
waarmee het eindeloos heeft gespeeld
zie in de schemer van de beukenhaag
oogjes wild moeizaam geconcentreerd
ik heb een teken van de goden verspeeld
en dag en nacht likt een kleine tong
geduldig en toegewijd een nieuwe ziel
in mijn lijf
(Pierre Plum)
✂
Petite-chatte-pas-châtiée
cette chatte, presque noire,
que Bastet m’a donnée, elle m’a plu
pendant toute une semaine, je l’ai lue —
peu après, je l’ai vue s’en aller, comme offrande
je l’ai baptisée
Petite-chatte-pas-châtiée
je pensais
je me sens trop âgé pour une chatte,
si beaucoup de détours, je succombe
chausse-trapes et pétoires
dans l’enclos je caresse
les fic- / elles qui étaient ses jouets,
dans l’ombrage des haies [haies de h- / êtres]
j’observe ses yeux peu tendus mais sauvages
j’ai bien gaspillé le signal de Bastet
or, chaque aube chaque nuit, c’est une langue,
patiente et fidèle, qui polit cet amer
dans mes veines [élargies]
(d.s.)
01-08-2015
Rupsje-nooit-genoeg — Petite-chatte-pas-châtiée (pastiche)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten