01-08-2015

Rupsje-nooit-genoeg — Petite-chatte-pas-châtiée (pastiche)




Rupsje-nooit-genoeg


dat poesje, helemaal zwart,
dat ik van de goden kreeg
heb ik een week gevoederd en gestreeld
om het vervolgens weg te schenken

rupsje-nooit-genoeg
heb ik het genoemd

ik dacht

ik ben te oud voor een poes
te vaak op reis, overleef het niet

wolfijzers en schietgeweren

ik streel de touwtjes in de tuin
waarmee het eindeloos heeft gespeeld
zie in de schemer van de beukenhaag
oogjes wild moeizaam geconcentreerd

ik heb een teken van de goden verspeeld
en dag en nacht likt een kleine tong
geduldig en toegewijd een nieuwe ziel
in mijn lijf


(Pierre Plum)







Petite-chatte-pas-châtiée


cette chatte, presque noire,
que Bastet m’a donnée, elle m’a plu
pendant toute une semaine, je l’ai lue —
peu après, je l’ai vue s’en aller, comme offrande

je l’ai baptisée
Petite-chatte-pas-châtiée

je pensais

je me sens trop âgé pour une chatte,
si beaucoup de détours, je succombe

chausse-trapes et pétoires

dans l’enclos je caresse
les fic- / elles qui étaient ses jouets,
dans l’ombrage des haies [haies de h- / êtres]
j’observe ses yeux peu tendus mais sauvages

j’ai bien gaspillé le signal de Bastet
or, chaque aube chaque nuit, c’est une langue,
patiente et fidèle, qui polit cet amer
dans mes veines [élargies]


(d.s.)




Geen opmerkingen:

Een reactie posten