Posts tonen met het label the crowning point of the body. Alle posts tonen
Posts tonen met het label the crowning point of the body. Alle posts tonen

28-03-2011

the crowning point of the body (Mulisch' nauwsluitende dekseltjes)



© Luc Tuymans































de aanslag. van Mulisch. van Harry die als 4-jarige in de Berlijnse Tiergarten verdwaalt en daar [naar eigen zeggen] zijn schrijven aan ontleent. van Harry die als 9-jarige zijn ouders uit elkaar ziet gaan. de aanslag waarin een aanslag wordt gepleegd, die de aanleiding vormt tot een who-did-it-relaas, met de gelukkige nuance dat begrippen als goed, kwaad en schuld nogal ingewikkeld liggen. naast de hamvraag "was iedereen schuldig of onschuldig? was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig", 252, staat de these "iedereen heeft gedaan, wat hij heeft gedaan en niet iets anders", 47, 220. de handeling primeert.

deze aanslag leest vlot, net iets te vlot bij gebrek aan diepgang. je struikelt nauwelijks. je wordt evenmin genoodzaakt het boek opzij te leggen om enigma of psychisme te verteren, te bevragen. geen wonder dat er meer dan een miljoen aanslagen over de toonbank zijn gegaan.

het motto van de aanslag luidt [terecht]: "overal was het dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht". de handelingen worden bij daglicht netjes belicht, maar wat de protagonisten drijft blijft [grotendeels] vaag, een open vraag. je zou de personages die Mulisch ten tonele voert kunnen vergelijken met lege doosjes, onbewogen lege doosjes met een verzwaarde bodem [ze wankelen niet] en een nauwsluitend dekseltje [er komt gevoelsmatig niets in, er gaat gevoelsmatig niets uit]. wat er in dat standvastig gepantserd doosje omgaat blijft onbesproken.

de aanslag telt dan ook niet minder dan 41 helmen, hoeden en hoofddoekjes en 30 paar schoenen. tussen het standvastige steunvlak en de bedekte fontanellen: een gevoelsmatige leegte. zelfs in de slotzin ontbreekt de betekenaar schoen niet. "en met zijn hoofd een beetje schuin, als iemand die iets hoort in de verte, laat hij zich meenemen door de stad naar het vertrekpunt; met een korte beweging gooit hij zijn sluike grijze haar naar achteren, zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is", 254.

"als de grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: 'wat hebben wij niet allemaal nog achter ons?'", schrijft Mulisch treffend, 208. tijdens de lectuur van de aanslag, cover to cover, wringt de vraag: wat hebben Mulisch' haast onbewogen personages niet allemaal nog in zich, voorbij de handeling.



21-03-2011

the crowning point of the body (of de crowning hoed van Brassinga)

























in de diverse besprekingen van Brassinga's bundel 'ONTIJ ontij' lees ik onuitgesproken [uit beleefdheid of vanwege de haar reeds eerder toegekende prijzen, misschien, of ons kent ons?] verwarring. men weet het niet goed. Brassinga's pen is dan ook flip.flop en eigen.zinnig, en eigen.zinnig zaait nu eenmaal verwarring.


op het voorplat van 'ONTIJ ontij': Rousseau's Navire dans la tempête, een woelzeeschip met twee [twee] vlaggen, maar. het achterplat lijkt nog interessanter. op het achterplat kijkt Brassinga, getooid met hoed, de lezer prangend aan, alsof ze zegt: en nu jij. wel, dit is poëzie van klassieke allure, meldt de Volkskrant onder die prangende blik. klassieke allure? wat is dat? dit: kluizenaars zijn schoften? (35) nee toch?


Kluizenaars zijn schoften,
trek alle laden uit

tot liefzang is geturfd.
Speel, hoe leven klapwiekt en zal breken:

kraaimoeder, moeder van zweepdragers,
als cactusplanten zijn haar heupen,

de dampen hanglip euvel ingejaagd -
kijk oud kavalje lekt zich af.

Kluizenaars zijn luizen,
pas op, de heiland bijt!

Muziekend, hoogzwanger van hongerwee
de neuriënde hoedster van wijn en brood,

bron van ijspegels en salpeter.
Gevilde slangen kruipen uit het vocht.


voor zover ik de draagwijdte van klassiek juist inschat, weet ook de Volkskrant het precies niet [zo] goed. zeker als je Brassinga's omschrijving van geluk leest (26)


".. Geluk is een met zorg doodgeslagen vaars,
gistend karkas op een veilige plaats, vol
tierige bijen. Het zoet stroomt in de mond .."


in de mond, ja, maar vermits Brassinga op the crowning point of her body een grote zwarte [mannen-]hoed plaatst, mag het mij [dat mag u niet verwonderen] benieuwen wat een lezing van 'ONTIJ ontij' aan de hand van de betekenaar hoofddeksel geeft. blijkt: niet veel, eigenlijk. naast de hoed in Brassinga's vertaling van Bachmanns Verklaar mij, liefde: "Je hoed licht zich zacht, groet, zweeft in de wind, / je onbedekte hoofd, de wolken zijn er weg van, / je hart is elders in de weer ..", 60, vloeit er in dit bundel slechts één hoofddeksel uit Brassinga's pen, 9


Wandelend bij nacht onder de bomen
vanaf de oever liepen tot het water
aan de lippen stond en onze hoeden
op het maanlicht dreven hand in hand
wij door - had hartstocht iets bereikt
je kuste er nog beter dan aan land.


Brassinga's drijvende en Bachmanns onthoofde hoed - in schril contrast met de bezonnen hoedvastheid op het achterplat. net als de verschillende stijlen in het bundel te begrijpen als flip.flop? flip.flop sluit alleszins mooi aan bij Brassinga's omschrijving van poëzie (34)


".. Poëzie scheert langs alles
omdat het enkel het betasten kent
tijdens een val in het duister van haaienschubben en kreeftenscharen."





(Anneke Brassinga, Ontij, 2010)





Addendum: net nu ik beslis een lezing aan de hand van de betekenaars schoen, brood en vijgenblad overboord te gooien, verschijnt (Brassinga kent haar klassiekers) een vijgenblad, "Glimpt haar eerzaam eenzaam lampje / onder de wollen rokken van de nacht - ..", 20, 

een brood of drie, ".. Centraal straalt oplossing: lichte disfunctie / bij omfloerste begaanheid is stadsharts brood.", 51, ".. Vooruitscharrelen / is wat men moet zoeken te doen nu, nu / afgrond tot de afgrond roept: breek // waar daverend water stort, eet tranen / voor brood, reik als het hert naar de stroom ..", 27, ".. Muziekend, hoogzwanger van hongerwee / de neuriënde hoedster van wijn en brood ..", 35

schoeisel, ".. ook dan bloedt 't / in schoenen zinkend hart, want wie kan doen // wijken het gescheidene? ..", 26, ".. Straks moet je aanrijgen je schoen / en de honden terugjagen naar de marshoeves .. Rijg je schoen aan. / Jaag de honden terug ..", 59 (vertaling van Bachmanns De uitgestelde tijd), "Een bundel zon zwelt tussen rijen tanden / en rijgt zich dicht met veters / die schaduwen werpen op verre woestijnen ..", 34

en schoeisel via omissie, ".. In zondagse zonschijn raapt mens blootsvoets / met regenpak aan, huif over hoofd, alle, alle / duizenden afgevallen paardekastanjebloesems / van de stoep en werpt ze over 't parkhek stil ..", 49, ".. hoe wespen aan mijn naakte zolen zochten / het zoet en het zout ..", 54

net nu ik beslis