Posts tonen met het label Armando. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Armando. Alle posts tonen

11-02-2011

op schaal


© Armando




























en zowaar: tam
tam en pam-
f l e t t e n
op schaalmodel:


'hang-t
bronst van de tong te drogen op
de rand'
'van het aquarium?'


'gooit vas-t
beraden het schaam van
de bokken
o m h o o g'


'hoor-t
hoe plooibaar -baar op scherp gezet'
'past het werkelijk?'
'als gegoten'


'verlich-t
het on
geduldig on
gedierte'


'zie-t
de schuimkop in
staat van ontbinding
- om zeep om zeep'


'spreek-t
gij blozende nacht gij kleine en grote peer'
'beer?'
'peer!'


zowaar [op schaal] de haas
die
met één plooibaar
oor het vuur benoemt


[de negende strofe is leeg]




07-02-2011

Soulier 64 - "in de kelders groeien de schoenen"



© Armando, vogel



















"Ook het grootste oog het houten hoofd heeft ooit / de hoge poten opgestoken", 56. ook het grootste oog. en geen schoenen aan die poten. de man Armando heeft in Gedichten 2009 - waarin wel 100 gedichten - niets met schoenen. hij wijst er wél op "hoe boos de voeten zijn", 80. eenmaal groeien schoenen. in kelders. Puin, 70


Ik hoor alweer de toeloop,
de menigte toont ontzag,
het avondeten is bedolven onder
puin.

In de kelders groeien de schoenen,
daaronder komt een pleisterplaats,
en hiervandaan wordt voorlopig geschoten.

Neem kleding mee en let niet op het klokgelui:
de aanval is in aantocht.


de voeten boos, "er zijn ogen, oren, er is beklemming", 58. de man Armando schoeit noch kleedt. geen vijgenblad, dus, noch schaamte. enkel Plicht is schaars gekleed, 45.


Kroop uit het venster,
waardig,
op mos en vochtige aarde,
schaars gekleed en afgemat:
plicht.

Een zekere loslippigheid aangaande
het bestormen aangaande het haastige
betasten van de vijand:
plicht.


en geen brood, niet één. wel "wimpels [die] elkaars voedsel [zijn], 24, en een galgenmaal, "het galgenmaal wordt opgediend: / eet van buiten naar binnen en / wees niet kwaad", 54. De man Armando weet immers dat het "niet vanzelfsprekend [is] / dat op de tafels de overdaad, dat / op een vindplaats het goud ligt", 77. Integendeel, 31


Ze gooien naar beneden,
sluiten plotseling de deuren,
openen de fornuizen en het
ongedierte baant zich een weg.
Met wellust muizenissen gegeten:
er wordt niet gesproken.

Hoe dan ook,
het voorbeeld van langzaam verorberen
van langzaam klapwieken is voorbij.
Jij?

Is het voedsel al vergaan, is
de tong verslonden?
Integendeel: er wordt niet gesproken.


Armando! zou de man Armando niet zijn als zijn verlangen niet van zilver was, Zilver, 84


Ik wil dat de oren van zilver zijn,
van zilver zijn de bloemen,
de planten duwen de bomen weg,
de bomen zijn van zilver.

De oogopslag wordt zelfs baldadig:
ik wil dat jij van zilver bent.



(Armando, Gedichten 2009, 2009)