Grootvader : Ik wou dat ik ergens anders was.
Meisje : Waar zou u naar toe willen gaan, grootvader ?
Grootvader : Ik weet niet naar waar - naar een andere kamer, eender waar ! eender waar !
Vader : Waar zouden we naartoe gaan ?
Oom : Het is te laat om naar ergens anders te gaan.(stilte. Ze zitten onbeweeglijk rond de tafel)
Grootvader : Wat hoor ik, Ursule ?
Meisje : Niets grootvader. Dat zijn bladeren die vallen op het terras - ja het zijn bladeren die vallen op het terras.
Grootvader : Doe het raam dicht, Ursule.
(Maeterlinck, uit : L'intruse, 1890)
© Koen Broos, De indringer
"Het zicht en de spraak, die wij doorgaans beschouwen als instrumenten van ontdekking en uitwisseling, zijn integendeel de kentekens van onze onvolkomenheid : het oog belet ons te zien, het woord belet ons te begrijpen. De enige ziener is hier de blinde" (Maeterlinck, toelichting bij L'intruse, 1890)
(De indringer - Wie kijkt gaat dood, een bewerking van Maeterlincks L'intruse (1890) door Peter Missotten & de Filmfabriek. Op de scène vijf mannen in jurk, één vrouw en twee stenen engelen. Stilte en immobilisme. Spanning. Links van mij een siddering. Rechts een zucht. Toneelhuis, 25.03.10)
Posts tonen met het label Maeterlinck. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maeterlinck. Alle posts tonen
26-03-2010
Wie kijkt gaat dood
Abonneren op:
Posts (Atom)

