28-04-2010

Soulier XIX (wat voor schoenen zou je kopen als je mijn voeten had ?)






Met het woord schoen in het achterhoofd op de divan van Ghalib, spannend is dat. Vooral als de betekenaar lang op zich laat wachten.

Vreemd genoeg vallen andere retournerende woorden door deze spanning eens te meer op : kleren, beste kleren zelfs, aan, uit, en glazen, behoorlijk wat glazen. Maar (op de zovele iets-en na - die zijn gewoon ontelbaar) spant geld als betekenaar de kroon. Geld. In niet minder dan twaalf gedichten valt het woord. En bij uitbreiding met aanverwanten (zoals betalen of cent) kom ik aan tweeëntwintig. Dat kan tellen.

Daarnaast behoorlijk wat dieren : één beer, vier paarden, twee apen en één, ja slechts één kat. Twee olifanten en vijf honden. En vogels ! Wel negen, waaronder één papegaai, een schouderexemplaar.

- Dat ook twee bliksems schichten, Peren moest het weten. Want Peren verzamelt bliksems, slechts één per boek. Peren kent maat.

Maar, ik ben op zoek naar schoenen. Voeten - ik vond er drie - tellen niet mee. Een schoen is een schoen. Soms ben ik streng, ook voor mezelf. En net als je denkt het zal nu wel blootvoets blijven verschijnt de eerste schoen. "De helft van alle schoonheid gaat naar Jozef, de andere helft wordt verdeeld over de rest van de wereld ; / dit is mijn lente, niemand kan mij vertellen hoe mijn herfst is, als ik kleren maak van bladeren. // Elk hemd dat hij aangehad heeft, krijgt de geur van wat niet teruggekocht kan worden, // elk van zijn broers koopt een paar schoenen voor het geld dat zij kregen toen zij Jozef verkochten. // Hoe mooi Jozef ook is, / hij wordt in haast verkocht, voor weinig geld, elke keer weer ..", (68). Luxe, gepermitteerd met bloedgeld. Steeds weer.

Het is doorzetten voor opnieuw schoeisel verschijnt. Maar dan zie : trouvaille - u had mijn barbaarse lach moeten zien, horen !

De dronken danseres draait in het rond, vangt sneeuwvlokken - ik werk ook, schreeuwt ze, / als je het nu vraagt kom ik naar je toe, als je mij niet vraagt te blijven ga ik weer weg. // Ik loop voor je langs terwijl ik je ogen met mijn hand bedek, / als ik voorbij ben en mijn hand van je gezicht glijdt mag je kijken. // Als je met mij meegaat, hoef je met niemand anders mee te gaan, / alsof alles wat ik te weten kan komen een herinnering van iemand anders is. // Ik wist niet dat ik zo kon spreken, met grote sprongen naar waar ik het over wil hebben, / over een donker veld tussen bevroren sloten. // Het is geen danswedstrijd, gezicht naast gezicht, terwijl wij springen en draaien, / onze schoenen neerzetten in de donkere aarde, de dunne laag ijs bovenop en de donkere aarde daaronder. // Wat voor schoenen zou jij kopen als je mijn voeten had ? / Wat jij kan, kan ik ook, ik volg elke beweging die je maakt, in de lege lucht, anders was er geen plaats voor ons allebei. // Ik ben bij je, maar het laatste stuk laat ik je alleen, zodat het helemaal van jou is ; / als je naar links leunt ga je naar links, als je je ogen dichtdoet blijf je waar je bent. // Welk besluit ben je aan het tegenhouden, ongedaan maken, laten herroepen, / maar als de scheidsrechter zijn fout toegeeft, moet de wedstrijd dan niet overgespeeld worden ? // In slaap gehuild en wakker geschreeuwd maangezicht, / de nacht licht en glanzend, door de tuin vol sneeuw onder het venster. // Zo kan ik mij voorstellen dat het is : / midden in de nacht wakker, sneeuw op de boomtakken, de hemel vol sterren. // Ghalib, ze houden je voor iemand die ergens iets van af weet, / omdat je schrijft dat je al blij bent als je verlangen beantwoord wordt met een ongeduldig gebaar.

(Nachoem M. Wijnberg, Ghalib weet zoveel, uit : Divan van Ghalib, 2009, 126-127)

2 opmerkingen:

  1. Luuk Gruwez had dat veelvuldig verwijzen naar geld ook opgemerkt (zie http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=QP2L0UH3).

    Maar hoe wrang smaken die laatste regels van het gedicht dat je hier weergeeft.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt j. Amusant om die bespreking (na een lezing) door te nemen. Zouden ze elkaar kennen, Gruwez en Wijnberg ?

    - te dicht bevuilt de nest, maar dit is persoonlijk.

    Laatste regels, ja, die klinken altijd en moeten derhalve wrang klinken.

    BeantwoordenVerwijderen