Posts tonen met het label Jan Meyer-Rogge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Meyer-Rogge. Alle posts tonen

05-08-2010

Soulier XXXX (het plant zich voort, het heeft / pantoffels aan)




© Jan Meyer-Rogge


[Voor de uitwuif]


Neem nu de bundel Wuif de mussen uit. Geschreven door? Joke van Leeuwen. Vooraleer je één letter hebt gelezen, heb je al twee beesten. Van schoenen geen sprake, zelfs geen veters. Dieren zijn in. Tweevoetig, vierfüssig, gevleugeld, om het even, als het maar beest.

Mussen dus, die je spontaan (ik zie geen andere modus) uitwuift. Dat kan. 's Morgens bijvoorbeeld, bij het ontwaken: "Dag mus. Vlieg maar lekker uit. Vandaag wordt er niet geteld.". Of straks als het weer druilend herfst: "Hop mus, naar Africa! En tsjilp ze daar!". Maar je wuift uiteraard geen mus met laarzen uit. Schoeisel wuif je sowieso nooit uit. Je zegt niet 's avonds: "Dag laars, ga maar lekker stappen! Tot morgen, zo rond half acht!". Die uitgewipte schoen gaat zonder jou nergens heen. En toch ben ik vóór de lezing van van Leeuwens bundel vaag gespannen: met zo'n speelse tante wordt het qua schoenen vast wel wat.


[Terloops de uitwuif: .. ja! .. ja! .. 't ja ..]


[Na de uitwuif]


Het uitwuiven van 32 mussen viel schoeiselmatig wat mager uit, maar de schoenen die ik vond mogen er zijn. Van Leeuwen doorgrondt ondanks of misschien eerder dank zij haar speelsheid wat van tel is in dit krijtsteenleven: een thuis!


Een thuis, waar we schoenen van de voeten wippen. Mogen, kunnen ook: ".. Op avonden, luiken gesloten, de wereld / nog lang niet op orde, drie glazen, / een vierde, de schoenen als schepen / alleen op zeil, laat hij zich varen." (Thuis, 17)


Een thuis, waar we pantoffels van kamelenhaar dragen (Kameel in de stad, 24):

Op hoge poten loopt het dorp de stad in
dat het past. Het plant zich voort, het heeft
pantoffels aan en hoort motoren.

Geduld van eeuwen, van wie eens geboren uit
wie eens geboren uit wie eens geboren uit
wie door het zand moest van zijn dagen.

En door moet tussen gassen en geschreeuw.
Het snelle laat het trage voor, het blijvende:
de mooie wimpers en de bulten en de last.



En dan, die 't ja van 't wijfelgeval. In het laatste gedicht Hemeltje lief gaat "alles uit". Alles is alles, denk je dan: jas, broek, schoen. Onuitgesproken zit die schoen er dus in, maar schoeisel is schoeisel. Als je geen grens trekt, zit je voor je 't weet bij sokken met gestopte gaten. Hemeltje lief, 42, is overigens geen gedicht voor thuis.

Zeven mannen wachten daar, een
voor het haar, een voor de huid, een
voor als alles uit is, een voor de
klit, een voor de g, een
helpt met alles mee, een lacht
om wat gedacht wordt, levend.



(Joke van Leeuwen, Wuif de mussen uit, 2006)