Posts tonen met het label Julius Hofmann. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Julius Hofmann. Alle posts tonen

27-05-2014

Wat verkommert als niets nog bekommert, of spint





© Julius Hofmann




















































Getjilp, stil getjilp voor de tijd
van het jaar, maar vandaag wordt het ochtend,
smelt kilte. De mist die aan daver
voorafgaat trekt op en d—

Daar wordt op last van de klieren
een climax besteld, hij bewapent
(geen wapen van piepschuim) zichzelf
als vanzelf, in een warme verkleuring.

Een kern wil getroffen, een vorm
van exces met een aantal reflexen.

Haar hand, onverschillig maar warm,
kent de knepen, zij kliert niet, bestelt niets,
maar rekent (deliriumvrij) op de vraag
van beton: wat verkommert als niets nog

bekommert? Het zachte geslacht
is verslaafd aan constructies, wil praten
(een vorm van exces), een piraat
met beperking, een wending op Holly-

woodtoon: I love you. Maar geen borst
of ze snoert hem de mond, hij mengt
dierlijke zin, plukjes vacht met
in nomine patris, bepaalt hoeveel mond

te veel tong is — dat staat (constatering)
te boek, à propos. De gehoorbuis
wordt buis, zelfs het proeven (een proef-
ondervindelijk woord) een Houdini,

in vivo. Haar wil, willekeurig
gekleurd, dimpt de diepte als balling,
verzwaart de posities: geen koorts
onder rokken vandaan zonder stier

in een stem die gericht is. Hij opent
de buik van zijn trom (ook een vorm
van beperking): getjilp, zwaar getjilp
voor een ochtend met polsslag

als norm