© Paul McCarthy, Complex shit, inflatable sculpture
Ook Lanoye's laaktirades heb ik geteld. Omdat anaal gek(l)etter mij eerder stoort dan boeit, hoewel, het moet gezegd : het zegt veel. Over de schrijver, en ook over read my lips : mij. Anaal taalgebruik doet afbreuk, vind ik, zeker als het plat is. Het besmet het omringende Warum bin ich nicht froh.
Het begint al snel : "De montgolfières [heliumballonnen] zuigen, nijdig bruisend, via hun goed zichtbare aarsgat een extra lange steekvlam naar binnen. Een averechtse scheet die hun, nog averechtser, een opwaartse schok verleent, het wijde uitspansel tegemoet", (19). Is dit grappig, vraag ik mij af. Even later wordt heel dit land het "schijtgat van Europa", (53) en beklaagt de schrijver zich over "zo veel verloren uren, zo veel schijterigheid", (61). Veel ongenoegen.
Maar kijk, dan valt het stil. Bizar.
Pas honderdvijftig pagina's later legt Lanoye Perkamenten Nieke (hier is ze weer) : "Zeg maar Nieke. Nicole is voor schijtkonten", (200) in de mond. Eén druk op de groene knop. Én we zijn vertrokken : "Het Belgisch vólkslied ? De kleine, heftig knikkend, stak meteen van wal : 'Oh Dierbaar België, / Den ezel kan niet schij-ij-ijten. / Want zijn hol / Is dichtgeplakt met colle.' Hij oogstte het grootste applaus van de dag, maar hij eindigde als laatste", (231). Folklore. Zo ook : ".. de renners weigerden zich nog langer om te kleden in de feestzaal van een etablissement dat vorig jaar nog gewoon Café In De Commerce had geheten, maar nu herdoopt was tot Café In 't Fluwelen Holleke. Ze waren al voor minder uitgelachen", (234). Folklore als noemer, humor als teller, veronderstel ik. Het wordt afgerond - let wel voorlopig - met het moederdier, dat "met een vingertop over de vensterbank strijkt en hem pontificaal in de lucht steekt, vol afgrijzen, kokhalzend, alsof haar vinger niet alleen vol stof maar ook vol drek hangt", (237).
Adempauze. Waarna Lanoye zich danig opwindt : "Ik zie geen heil in geforceerde verstilling als weergave van een storm of een symfonie, ik word niet wild van kaalheid als vertolking van weelde, ik heb schijt aan pasteltinten en breekbaar estheticisme als uitbeelding van waarachtig vlees en bloed", (274). Heftig. "Kom dan om de liefde Gods niet elke keer en bij ieder thema aankakken met dat vervloekte 'Minder is meer', dat bij enkele grootmeesters, ik geef het grif toe, briljante boeken heeft opgeleverd, tijdloze teksten, nederigmakende chefs-d'oeuvre, maar dat daarbuiten voornamelijk wordt misbruikt door onmachtigen en ongetalenteerden om hun gebrekkige greep te verhullen op zowel hun materiaal als hun materieel", (275). En dat houdt even aan. "Soms is minder gewoonweg wat het is. Minder. En laat net mij gespogen en gescheten zijn, en onherstelbaar voorbestemd, en onherroepelijk verminkt, door een cultuur van 'Mag het iets meer zijn, madam'.", (277). Aanval is de beste verdediging ? Lanoye sluit zijn anale tirade - tijdelijk ! - af met : "Minder is een laffe constructie, gemakzuchtig bedrog, minimalistische kitsch. Het leven ís geen galerie, van boven tot onder in steriel wit geschilderd, met maar één kubistisch winterlandschapje aan de muur, of met maar één stuk excrement dat aan één draadje aan de zoldering hangt te draaien, of met maar één aquarium waarin op sterk water ocharme één beest ronddrijft dat proper in tweeën is gesneden, of wat er vandaag de dag verder nog allemaal naar voren wordt geschoven als zijnde de kunst van het moderne memento more", (277).
Dan, wat voor de hand lag - vóór het beïndigen : "Ik maak haar boeien los en help haar, ondersteun haar, draag haar bijna, haar ene arm over mijn schouder, naar haar badkamertje. Daar bevrijd ik haar van haar onderkledij en haar ondergescheten luier ..", 339. Moet dat nu echt ondergescheten zijn ? Het volgende klinkt toch anders, geef toe. "Het zijn de zaken waar men liever over zwijgt, van politicus tot prelaat. Het potsierlijk gemorste lopend voedsel, de drinkbeker voor kleuters in de handen van een huilende negentigjarige, de onbehandelbare pijnen, de stoma's, de urinezakjes hangend aan een kapstok naast het bed dat je niet meer verlaat, de nooit eindigende tragikomedie van de ontlasting", 342. Maar Lanoye kan het niet laten : "Dat ganse bittere repertoire van kots en kak", 342.
Veertien anale vloeken ! Tegenover slechts zes paar schoenen. Toch las ik Sprakeloos graag. Ja.
(Tom Lanoye, Sprakeloos, 2009, 19 - 53 - 61 - 200 - 231 - 234 - 237 - 274 - 275 - 277 - 277 - 339 - 342 -342)
Posts tonen met het label Paul McCarthy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul McCarthy. Alle posts tonen
01-04-2010
Anaal gek(l)etter
Abonneren op:
Posts (Atom)

