
Verdommen
is soms
een verdienste
is soms
een verdienste
wir alle fallen, diese Hand da fällt
© Kai Althoff, 2002
Il cherche, l'homme pauvre
Sans fin, sans ombre, sans
Nom. Au-dedans sa tête
ça trotte : frotti-frotta,
La matière du mensonge, où
L'horizon du grand nu
Mais demain, j'en suis sûr
L'homme pauvre trouvera
Un autre joujou
© Deki Yayoi
Tussendoor. Temidden hoofdstuk 'De Zoveelste Doos', capita selecta van het meesterwerk 'De Grote Trek', tóch een kleine cascade-punctuatie, voorzien van een trait-d'union à la serpentine. Hopla !, zonder umlaut ! Als asterisk mogen de letterkoekjes niet ontbreken, dat spreekt, c.o.n.f.e.t.t.i-gewijs :
IPH, IPH, ROEHA, Pa L.!
Maar tijd wordt gestroopt, dus waar waren we ook alweer gebleven ? Ja. "(..) Zij staat gestapeld, de doos, vol gewijde dromen en weet van leven dat gensters wil slaan, hout wil schaven. Tot krullen. Pandora, impressionistisch, ergens onderaan, achterin (..)"
© Vincent Van Gogh, sterrenhemel, Saint Rémy, juni 1889
" (..) Een keer ben ik 's nachts langs een verlaten strand gaan wandelen. Het was niet vrolijk, maar ook niet triest, het was .. mooi. De diepblauwe hemel was gevlekt met wolken van een dieper blauw dan het algemene blauw, intens kobaltsblauw, en andere van een lichter blauw, als de blauwe lichtschijn van de melkweg. In de blauwe achtergrond schitterden de sterren, helder, groenachtig, geel, wit, roze ; helderder, nog meer als diamanten en edelstenen dan bij ons - zelfs in Parijs ; men zou dus kunnen zeggen : opalen, smaragden, lazuurstenen, robijnen, saffieren (..)"
(Vincent Van Gogh, een leven in brieven, 1980, 376)
© Jorgen Schön
" (..) Mijn kijk op de mensen wordt meer en meer natuur-historisch, d.w.z. ik geloof dat een vlo die 1 keer heeft gebeten, nog wel eens een 2e of 3e keer zal bijten. (..)"
(Brief Willem Frederik Hermans aan Gerard Reve, 20.02.1968, in 'Verscheur deze brief ! Ik vertel veel te veel. Een briefwisseling', 2008, 243)
© Gerhard Richter, 1988
Vuur. En water, binnen handbereik. Zij vinkt blinde vlekken aan : het komen, het gaan en gaan - ga dan ! - zijn horrelvoet. De geur ontbreekt, moet ontbreken. Eerder licht zij op, herinnert zich een neusklank. Wat hij zei was ontleend. Aan vleeskleur, rood, die ene horrelvoet, vuur. Ondanks de kannen, de kruiken. Thuis bij de urne aarzelt zij, temidden slome muren die laten verstaan.