20-03-2011

moer bij vol



© Marisa Merz











































lucht
tussen vingers


de wilde sluip-t
uit verwilderd - wil wil


m o e r b e i v o l


mijn blik reikt
tot agchter


agchter tuinen
die ik omleid



19-03-2011

e.n.k.e.l



© Marisa Merz





























d i s c i p l i n e
waar chaos ophoudt -
krediet de c.r.u.x
van de kwestie, zeg je zeg je


wie!
snoeit de manen wie!
de v.o.o.r.j.a.a.r.s.h.a.a.g
achter beslagen


voorjaarsglas - de manen
niet eens weerbarstig b.a.r.s.t.t.e.n [confer
studie 1
studie 2 tot en zoveel - let wel


mét addendum: mors
waar de aardkorrel ophoudt] m.o.r.s 
please repeat [with me]:
s.t.e.r.i.e.l


- men kiest best
géén vereende woorden voor
discipline en the orange colour of her [maned]
mane dress with little flowers


18-03-2011

Schlüssel oder ist Schluss mit



© Semion Agroskin























zoals het klokje


dan kom je günstigen-  güns.tigs.ten.falls


op gang: zoals
het klokje t-huis. elders
herdefinieer je: t.h.u.i.s


waar mieren eeuwig
op de Möbius [der Modus
Möbii]. t-huis


besef je - you
raskal you - melting ice
does not reflect red rot


d.u.r.c.h  R.o.t schrap je zweiflammig aber zwei.fels-


oh.ne: klokhuis [en vindt -



07-03-2011

(one of the) 50 ways to use your portable head



© Rainer Fetting






















on est quand même un peu embêté



© Barry Flanagan, O'Rembrandt



























et lui
qui écrit


il faut pas sauter [deux]
sauter'elles
à la fois


et moi
qui répondra


il ne me reste
que le don
de [trois] gymnopédies


tandis que
moi lui













06-03-2011

wat aalbes gold-t



© Rainer Fetting





























wat aalbes gold-t
wat brom- en veenbraamt
wat vijg van melk van steenvrucht scheidt  dat?


de quantummechanische kat  dood?
en levend?
tegelijk? dood?


mare-
tak!
het hersenkruid zeg je


nacht-
egaal!
de hengels in lood


fout te verlangen 
dat out  out t-h e r e
loud instemt


verschil in
purper krimt krimt
de rek: erin eruit



05-03-2011

je hangt



© Rosemarie Trockel





























je hangt 


de arm af scheurt
de pootjes likt
de pootjes balbalt
een vuist
en sterft


en ontwaakt
daarvandaan
tot waar
volle front [met
volle front] toegang verlangt


tot lijm de ooghoek
uit-
gewreven zwak onaf-
gebroken de rek
erin eruit


je hangt [de pootjes]




04-03-2011

oQuest



© Monika Mausolf






















bloed in


het spel: bloed- [in]
-doorlopen woorden met voorrecht
zich niet te binden te hechten


als honde-n  in wording  hier


onder  onder buigzaam bloed
kan je schuilen: geen
chablis bij de vis - je kent


de varianten maar verknipt


de vleugels niet. en toch [hoe
anders dan bok en bunzing]
geen geur gewaar - in dat


kleine groene kantelhoekje




03-03-2011

soulier 68 - als de schoenen smelten moeten we terug



© Elise van Iterson





























in Hersenmutor, een verzameling van Oosterhoffs dichtbundels Boerentijger, 1990, De ingeland, 1993, (Robuuste tongwerken) een stralend plenum, 1997, Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 2002, wordt niet expliciet iets voor de schaamstreek gehouden (integendeel) en nog minder gegeten, wat resulteert in slechts één brood - wat dat ene brood "[..] De wereld ruikt naar koud brood [..]" (Nu. Of nooit, 165) uiter aard speciaal maakt. daarnaast is Tonnus [met lege maag weliswaar] wel schoen-, zool-, pantoffel- en laars- aards -geaard:




"Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht [..]"

(Geheim agent, 45)




"[..] Het grillig gevormde oppervlak
- pas op voor blauwig gas -
- als de schoenen smelten moeten we terug -
is de korst van respect en wantrouwen [..]"

(Het stadje is omringd, 65)




"[..] Zo dan slaap ook jij koningin van mijn hart
de tenen uit mijn pantoffels
Ik hou van je zoals er altijd iets rechts is van wat er links van is
zo hou ik

(ik op mijn tenen weg
komt mijn schrijfhand tussen de schuifdeur)"

(Slaap vergelijking liedje, 161)




"Uit je countrylaarzen altijd die raderschipgeur. 
Ik wil je vergaan. Ik roep inktwolken aan.
Uit de gele savannen breken zijstromen baan.
Ik sleep bruggen en boomstammen tot waar je scheurt [..]"

(Uit je countrylaarzen, 43)




"[..] Op van binnen intens vuile laarzen klabberen wij heen,
voelend bestaan. De eenvoud, de herhaling, het de tel kwijt.

Onderin de wasmand vangt een sok te zingen aan."

(Nemen we het meterhoge boompje, 125)




"zochten hem op
omdat lang niets vernomen hadden, zorgen maakten.
De bel weigerde dienst, liepen om, keken door het bijkeukenraam.
Hij was er niet; hij zat naast de schoffel, de laarzen,
hij had de handen om de knieën.'

toen hij doorhad wuifde hij.
'Doe open.' 'Nee, nee.' 'Toe, laat binnen. (Je ziet er goed uit.)'
Hij kwam overeind; wat (was hij) vermagerd.
Hij zocht de sleutel, kon die niet vinden, wees: voordeur.
Verdween door de binnendeur.

Buitenlangs, elkaar aanziend."

(zochten hem op, 107)




"[..] Dat haas al haar jongen levenslang in draagt,
ze slechts in de overvloedigste lentes laat lopen
is een legende. Daar is trouwens de zebra

waarop haan in het magere veld van zijn laarzen
al zijn zienswijzen met de wind mee verkondigt.
haan is al, haas is pas, maar des te gezwinder [..]"

(Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, 181)



(Tonnus Oosterhoff, Hersenmutor, gedichten 1999-2005, 2005)









02-03-2011