25-03-2013

zijn nijlpaard [vol varkens]





HAAR NIJLPAARD OPTILLEN

[geen motto]



HOUTBLOK. GRAFZERK

Ze hebben een timmerwerkplaats op hem gebotvierd:
kleren uit en op de spanhaak, handen in de schroefbank
en klap klap de hakguts, de rug met de ruimnaald.

Wij konden hem niet bereiken, hij verborg zich
aan de andere zijde van het hout, achter het klinkblok.

Wij hebben hem niet horen gillen omdat wij geconcentreerd
de hemel aftuurden en de boomvalk volgden die zich opmaakte
een jonge zwaluw met de spijkers van zijn klauwen
te doorboren.

xxxxxxxxxxxxxOf wij trokken onze horoscoop
om te leren wanneer we ons moesten wassen
wanneer we de dollars op moesten graven
wanneer we de stukken zeep uit het raam moesten gooien.

Hij gold als een tegenstander en het regime
heeft een bewaker geplaatst. Niet dat hij ooit
nog zal bewegen en helemaal niet ontsnappen
maar om ons te verhinderen bewijzen te vinden.

Ik weet niet eens in welk land wij zijn
in welk werelddeel, onder welke geheime politie.

Er zijn sloppenwijken, vissers, video's. Er is een paard
van Troje, een oorlogsmarine. Maar zoiets vind je overal.















































GEWELD. EN IEDER EEN ORGAAN. ZOWEL DE JONGENS ALS DE MEISJES

De oude dood vlaagt in kroegen rond en bij de deuren
van indrinkschuren, de boerendood.

De kinderen eten voor de begrafenis orgaanvlees.

Niet alle kinderen, alleen die wel geslachtsrijp
zijn, maar nog niet getrouwd en ook nog niet zo oud.
Zonder seksuele ervaring, wordt verondersteld.

Zij eten een orgaan om de dood te bezweren.
Huilend hangen ze boven het bittere vlees.

Ik zie het bloed aan de deurpost, de kinderen
kauwen met afkeer de lever, de nieren, het hart.
Niet alle kinderen, alleen die wel geslachtsrijp
zijn, maar nog niet getrouwd en nog niet oud.


(Tomas Lieske, Haar nijlpaard optillen, 2012, 27, 43)





3 opmerkingen: