03-04-2012

sfinx (9) - en niemand




© Heike Bollig




































" .. en niemand zegt waarom het hier niet / gaat zoals het hier niet gaat .."

(Joke van Leeuwen, Half in de zee, 2012)



26-03-2012

Salomé, Cranach




een rondedans
laterxxxxxxxxschaal!
beduimeld. de dopende halfgod, hij doopte
en doopte en hoop- maar kantoorstof dringt
door op verzoek 'en avant!' van de moeder (so,
alwaysxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxthe mother?)

het laaghartige
raamxxxxxxxxxxxis bevoorrecht
gesloten: how deep is the mud? zo diep
als het dier dat je wacht (op verzoek, ongebreideld
vergrijsd, van de moeder) met woorden in mond
onderxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxdelen

'mondonderdelen?'
'mondonderdelen! met opstoot geboren
en morgen: onvindbaar'

hij twijfelt, al
weet hij hetxxxxzeker,
aan la Salomé: bleke diefstal als waan van de dag
[op verzoek] want een hoofd dat geen hoofd is. op
zich een bezuinigd zichzelf (dexxxxxxx onscherpen
staan kruiwagenpaars in de weg!), al dan niet


door de krachten
die drijvenxxxxxde zwaartekracht
zakt in de rede, de oogleden, wit. puis ça parle,
ça parle: het waterig blauw ongedoopt door
het kijkgat [de tijd], langs de schaalrand
die tongspierxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxbeduimelt






© Lucas Cranach, Salomé










































Salomé, Cranach


De duisternis van wat ze wou
straalt af in ogen die er niet meer zijn –
zo wisselt ze haar stille blik met
helderziendheid van een dode.

Haar voorhoofd een verfijnd Saksisch
juweel, iets dat van stille wreedheid
flonkert en zichzelf verbeeldt,
geslepen in zijn mijmering,
voldaan en onbewogen.

Wie zo sereen kan dromen
van het scherp gewette mes,
en van een kus die nooit
kan komen, die kleine boezem
slapend in het goudbrokaat,
wondrood de elegante hoed,
de veren die ze zich heeft aangemeten,
waanwijze kilte van die kleine mond, die spitse kin,
dat alles dat van maagden spreekt
en dood als een kostbaar gerecht
in handen houdt en toch niet trilt –
die heeft het hoofd erbij gehouden.

De halsketting is beter dan de beul.
achter haar zijn bergen blauw,
het slot de kleur van rotsen,
frisgroen de medeplichtigheid
van wouden.

Want wat natuur is
geeft geen krimp
tot het verkrijgt wat
het nooit heeft gewild.





18-03-2012

word zwaard (of sterf bij de poging) - Ulf Stolterfoht




werde schwert (oder stirb beim versuch). für jeremy prynne


erstes gedicht der schöneberger artista proleta fraktion: schapf. der
zehnte halb geleert. bevor die köpfe auf den biertisch sanken er-
klang ein sang wie folgt: pentateuch heißt mein scheich / liegelind
unser kind / abgefuckt deren magd – nun kennt ihr das textgespinst.

was aber wenn (so monoton die neuköllner delegation): einer
krautige hosen hat / und haberschlachtige strümpf? dann zwingend
radikalprogramm: vierzig morgen und ein maultier. konzeptschwein.
bzw. andock: der härteste schuftmann im rock. dem folgt verschämt

gedenkmoment. wonach mit urgewalt so siebenhundert newton-
meter auf die folgeverse wirken. alles mit versteht sich geregeltem
wurm. jetzt läßt man sie los. bloß: die achse hält dem druck nicht
stand. gehalt knallt um die ohren – hierin "aufsteigenden vogel-

schwärmen nicht unähnlich". freilich wenig gedeihlich. weiteres
zitat mit blut-leber-bindung – auf daß sich ein spektrales bild des
kampfes ergibt: hast du zwei trotzki-beweinungen – trenn dich
von einer! sie verstärken sich nicht! bezirk tempelhof-nord (et-

was einfacher gestrickt / mit gewerblichen künstlern gespickt)
ergreift das wort / gibt zu bedenken: wenn unser stand / wenn
unser wurzeln unbekannt / bewegung sicherlich zerrinnt / wie
burgenbau aus zimt. nun ja. wenig glücklich formuliert. ungelenk.

aber wesentliches stimmt. die vielleicht verstörendste gliederung
der stadt. sei weiterhin erinnert an: dem rebellen die menge was dem
maulwurf der mulch. und ähnlich kruder klump. was letztlich blieb
war ein papier für minimalisten. und ausreichend platz für notizen.


(Ulf Stolterfoht: uit de reeks "fachsprachen XXVIII", gepubliceerd in "fachsprachen XXVIII-XXXVI", Urs Engeler 2009)





© Gerhes Gábor





























word zwaard (of sterf bij de poging). voor jeremy prynne


eerste gedicht van de schöneberg artista proleta fractie: biertje. het
tiende half opgedronken. voor de koppen op de biertoog zonken weer-
klonk een lied als volgt: pentateuch mijn despoot / dommelin
heet ons kind / ordinair is hun meid – nu ken je het tekstgebrei.

wat echter als (aldus monotoon de delegatie uit neukölln): iemand
groen als een broekje is / met halverslachtige kous? dan dwingend
radicaal programma: veertig morgen en een muildier. conceptzwijn.
resp. koppeling: de potigste zwoeger in rok. nu volgt bedeesd

herdenkingsmoment. waarna met oerkracht zo'n zevenhonderd newton-
meter op de volgende verzen werkt. allemaal, dat spreekt, met piekfijne
katalysator. nu laat men ze los. alleen: de as doorstaat de druk
niet. salaris knalt om de oren – hierin “omhoog vliegende vogel-

zwermen niet ongelijk”. zij het weinig voordelig. nog een
citaat met bloed-lever-binding – opdat een spectraal beeld van de
strijd ontstaat: heb je twee trotski-beweningen – geef er
een op! ze versterken elkaar niet! district tempelhof-noord (iets

eenvoudiger gebekt / met marktartiesten doorspekt)
neemt het woord / geeft te bedenken: als onze trend / als
onze wortels onbekend / verkwijnt beweging vast / als
burchtenbouw van quatsch. nou ja, wat ongelukkig verwoord. onbeholpen.

toch in essentie correct. misschien de verwarrendste formatie
van de stad. verder niet vergeten: voor de rebel is de massa wat
voor de mol de aardmolm is. en nog van die grove klont. wat overbleef
was een blad voor minimalisten. met plaats zat voor notities.



04-02-2012

Pastiche op Berrigans Personal Poem #9: intiem gedicht #10




Intiem gedicht #10


het trilt 4.8 op de breinschaal van Richter het trilt februari
en 2000 twaalf en het trilt eveneens onderaan maar ik blijf
bij mijn brein - - - ik betast fontanel en bekijk
het geklop van de pijnappelklier en ik voel dat mijn brein
ook mijn lijf is - - - hoe vreemd - - - het brein lijkt toch meestal
een grot op zichzelf - - - zoals navel - - - als oogkas
en oor - - - als een schoot achter slot
- - - nooit de nood-
zaak gevoeld om mijn brein dat nu trilt te bezoeken
en lapsus na lapsus te delen met u en de lezers
die neuriënd geeuwen (met duimpje omhoog)
- - - nee
nooit de noodzaak gevoeld om de hersenstam
voelschors ontdaan wortel braak te verluchten het zucht-
cerebellum te keren terwijl de neuronen de dweillucht
negeren en meer dan verwacht reageren op zon-
licht dat opkomt
- - - ik voel dat ik snel wel
zal voelen hoe drift zich frontaal zal herhalen
dwangmatig castrerend verhit en beschikkend verkleefd
zich bewegend naar meer van hetzelfde
gehecht aan betekenaarsblauw en herhaling
aseksueel metaforisch en in






© Kate Groobey














































Personal Poem #9


It's 8:54 a.m. in Brooklyn it's the 26th of July
and it's probably 8:54 in Manhattan but I'm
in Brooklyn - - - I'm eating English muffins and drinking
Pepsi and I'm thinking of how Brooklyn is New
York City too - - - how odd - - - I usually think of it
as something all its own - - - like Bellows Falls - - - like
Little Chute - - - like Uijongbu
- - - I never thought
on the Williamsburg Bridge I'd come so much to Brooklyn
just to see lawyers and cops who don't even carry guns
taking my wife away and bringing her back
- - - No
and I never thought Dick would be back at Gude's
beard shaved off long hair cut and Carol reading
his books when we were playing cribbage and watching
the sun come up over the Navy Yard a-
cross the river
- - - I think I was thinking
when I was ahead I'd be somewhere like Perry street
erudite dazzling slim and badly-loved
contemplating my new book of poetry
to be printed in simple type on old brown paper
feminine marvelous and tough


(Ted Berrigan, Personal Poem #9, in: The Sonnets, 1964)



Persoonlijk gedicht # 9 (Ted Berrigan)




Personal Poem #9


It's 8:54 a.m. in Brooklyn it's the 26th of July
and it's probably 8:54 in Manhattan but I'm
in Brooklyn - - - I'm eating English muffins and drinking
Pepsi and I'm thinking of how Brooklyn is New
York City too - - - how odd - - - I usually think of it
as something all its own - - - like Bellows Falls - - - like
Little Chute - - - like Uijongbu
- - - I never thought
on the Williamsburg Bridge I'd come so much to Brooklyn
just to see lawyers and cops who don't even carry guns
taking my wife away and bringing her back
- - - No
and I never thought Dick would be back at Gude's
beard shaved off long hair cut and Carol reading
his books when we were playing cribbage and watching
the sun come up over the Navy Yard a-
cross the river
- - - I think I was thinking
when I was ahead I'd be somewhere like Perry street
erudite dazzling slim and badly-loved
contemplating my new book of poetry
to be printed in simple type on old brown paper
feminine marvelous and tough


(Ted Berrigan, Personal Poem #9, in: The Sonnets, 1964)






© Kate Groobey












































Persoonlijk gedicht #9


Het is 6 voor 9 's morgens in Brooklyn het is 26 juli
en het is vermoedelijk 6 voor 9 in Manhattan maar ik ben
in Brooklyn - - - ik eet Engelse muffins en drink
Pepsi en bedenk dat Brooklyn ook bij New
York City hoort - - - hoe ongewoon - - - Brooklyn lijkt op iets
dat zichzelf toebehoort - - - zoals Bellows Falls - - - als
Little Chute - - - als Uijongbu
- - - Op de Williamsburg Bridge dacht ik nog
nooit gedacht dat ik zo vaak naar Brooklyn zou komen
gewoon om juristen te zien en flikken die zelfs geen wapens dragen
maar wel mijn vrouw met zich meenemen en teruggeven
- - - Nee
nooit gedacht dat Dick zou terugkeren naar Gude's
baard geschoren en haren geknipt en dat Carol
zijn boeken zou lezen terwijl wij cribbage speelden
en de zonsopgang boven de Navy Yard aan de o-
verkant van de rivier bekeken
- - - ik denk dat ik dacht
als ik een voorsprong had stond ik om en bij Perry street
geletterd imponerend tenger en wreed geliefd
me bezinnend op mijn nieuwe dichtbundel die
gedrukt moet in simpel lettertype op oud bruin papier
vrouwelijk verbazend en dwars