30-11-2011

27-11-2011

20-11-2011

Om geschreven te worden met andere tong (David Malouf)




© Picasso, Hibou







































To Be Written in Another Tongue


As for example, the language in which my grandfather
dreams now he is dead, or living,
muttered in his sleep. Clouds

flow to a different breath, daylight moons hatch from the stillness
of a different dark,
where owls drop from the sun, dirt-coloured starlings

by other names than we know them gather
the dusk, grain by grain let fall the shadow of their bodies.
Such ordinary events

are poems in another tongue and no translation
possible. Owl
with its heavy blood and vowel an open mouth

too slow to snatch the heads off
dustmotes. Humming-birds
like Giotto’s tear-stained kamikaze angels

sorrow, having learned
their name in a dead language
is entrée to a steel-meshed aviary or Table of Contents,

some grey Jardin des Plantes. Grandfather mumbles
our names in the earth. We come
to light out of his mouth, oracular bubbles.

I range through the thesaurus
for a word: homesickness, yearning
of grandsons for a language

the dead still speak, the dying in their sleep still
mutter, the advent
of common objects, strange upon the tongue.




David Malouf, To Be Written in Another Tongue, from Poems 1959-1989, vert. d.s.




Om geschreven te worden met andere tong


Zoals bijvoorbeeld, de taal waarin grootvader
droomt nu hij dood is, of slapend,
prevelde toen hij nog leefde. Wolken

gedreven op andere adem, daglichte manen ontglippen de stilte
van andere nachten,
waar uilen tuimelen uit zonlicht. Vuilkleurige spreeuwen

beschreven met andere namen verzamelen
schemer en laten hun vluchtschaduw korrel na korrel verglijden.
Zulke vertrouwde verschijnselen

zijn gedichten met andere tong, vertaling
onmogelijk. Uil
met z'n ingedikt bloed en vocaal een geopende mond

te traag om de koppen van stofjes
te rukken. Kolibries
net als Giotto's betraande engelen in kamikazevlucht

treuren, ze vernamen
hun naam in een zielloze taal: toegang
tot een staal-vervlochten volière of Inhoudsopgave,

een grijze Jardin des Plantes. Grootvader mompelt
onze naam in de aarde. We komen te voorschijn
uit zijn mond, als orakelgeborrel.

Ik doorloop de thesaurus op zoek
naar een woord: verlangen naar huis, het verlangen
van grootvaderszonen naar taal

die de doden nog spreken, de stervenden slapend
nog prevelen, de komst
van gewone objecten, vreemd op de tong.







17-11-2011

parodie op Malouf's To Be Written: Alsnog te bedelen




© Picasso, Les demoiselles d'Avignon












































Alsnog te bedelen


Manchetten bijvoorbeeld, die grootmoeder naaide
aanhalig voorzag van een spleet
waardoorheen, toen ze leefde. Zoompje

omhoog en omlaag nog wat hoger maar nooit tot de navel, knopen
verwarren een helder moment
met doorzichtig patroon dat zelfs Freud niet bevatte. Picasso's

Jacqueline of Marcelle, Demoiselles d'Avignon onderkennen
de vraag, animeren het deel me verdeel me wat later.
Kabaal in het voorhoofd

en nog te bedelen, maar geen ondersteuning
voorhanden. Freud
met z'n queeste was will doch das Weib

überhaupt neemt verlangen als maat
van het aanknopingspunt. Einstein
net als de wet van het foto-elektrisch

effect onderscheidt
als het midden verglijdt slechts een vrouw
van een vrouw als betrekkelijk feit of een kwantum,

een vrouw als een mc kwadraat. Grootmoeder nam
het enigma manchet met zich mee. We maskeren
het manco aan weten met schijn, een man-imitatie.

Ik woel in de aarde en zoek
op de tast: verlangen naar huis, het verlangen
van grootmoedersdochters naar draden

die zoompjes verstellen, de knopen nog paren
aan spleten, de greep
op de vraag qu'est-ce qu'une femme, op de hand van het bedelen








To Be Written in Another Tongue


As for example, the language in which my grandfather
dreams now he is dead, or living,
muttered in his sleep. Clouds

flow to a different breath, daylight moons hatch from the stillness
of a different dark,
where owls drop from the sun, dirt-coloured starlings

by other names than we know them gather
the dusk, grain by grain let fall the shadow of their bodies.
Such ordinary events

are poems in another tongue and no translation
possible. Owl
with its heavy blood and vowel an open mouth

too slow to snatch the heads off
dustmotes. Humming-birds
like Giotto’s tear-stained kamikaze angels

sorrow, having learned
their name in a dead language
is entrée to a steel-meshed aviary or Table of Contents,

some grey Jardin des Plantes. Grandfather mumbles
our names in the earth. We come
to light out of his mouth, oracular bubbles.

I range through the thesaurus
for a word: homesickness, yearning
of grandsons for a language

the dead still speak, the dying in their sleep still
mutter, the advent
of common objects, strange upon the tongue.



 


© 1992, David Malouf, From: Poems 1959-1989




05-11-2011

waar het botert




© Paul Lorenz
























waar het botert
het oog langzaam valt [ex-
citatie van lichaam en beest]
reikt de afbeelding verder en nooit vanzelfsprekend
het sop van verweer, na de feiten
die tussen de tijd
onderhevig -

ondanks
het verlangen [zo'n woord
is zelfstandig] naar meer en daar sneeuwt het
nog lichter dan hier, onverschilliger weet
het membraan [waar het klontert, alsof]
dat het vingerbreed eerder
beliefde

ik aarzel
en improviseer [te-
vergeefs] met de vraag of er zelfs
iets als liefde [bestaat dat?] door vlerken en aanstoots
ontvlerken ontgaat aan de dood
als noodzakelijk kwaad
of als haar

in de boter




12-10-2011

'Nacht' (Ruth Padel)




© Adam Magyar




































Then spoke the thunder, shattering the looming blackness of our national life. The rumble that breaks a spell of the dry season

- Saro-Wiwa, "The Storm Breaks"


Does a zebra foal dream? Head lower, lower
under lenticular dark cloud,
he drags harlequin fetlocks, porcelain
quails' egg hooflets through pimpling dust,

slower, slower through the silver
rainbow night, this soot and fester
cellar-lighting, electricity of the blue
and evil eye. Night ringed with eyes,

gutter-glow of new-soused theatre,
hyena, leopard, caracal (that caramel cat
with ear tufts, anxious to feed her cubs)
watching the lame foal weakened by drought.

All you know is, that you don't know,
and are afraid. Moonshadow
where the big rocks laugh apart.
Predator-senses. Cilia. Heat detectors

crowd this long auditorium, segment
after segment of the midnight shuffle-plains.
They radar in on bodies, fluids, molecules
of flesh that do not know they glow, they draw.

Let's give him one dream-memory,
a zebra wish fulfilled in dazing plod,
some sheer green wall of sugarcane.
And look - he's made it through

into the bleach and blaze, rose curdling
over indigo and lard, this granult scar
of dawn. One more dawn nearer the water.
Sky blood-taggled, blood-tufted,

rushes over him like a white bowl
at the end of things, the little safe horizon
of a pilot's dial,
an inventory of therapeutic gems.




Ruth Padel, 'Night' (2004), uit The Soho Leopard, vert. d.s.




Dan sprak de donder, die het drukkende zwart van ons landelijk leven verbrak. Gerommel dat de vloek van het droge seizoen verbreekt

- Saro-Wiwa, "De Storm Verbreekt"


Zou een zebraveulen dromen? Hoofd lager,
laag, onder donkere lenswolk,
versleept hij, harlekijnengelokt, porseleinen
zo kwartelei hoefjes door puisterig stof,

trager, traag door de zilveren
regenboog nacht, met roet en etter
bedekte kelder-verlichting, lading van blauw
en beduivelde blik. Nacht omringd door ogen,

goot-gloed van neo-doorweekt theater,
hyena, panter, woestijnlynx (die kat, karamel,
met oren als kwasten, belust haar welpen te voeden)
beloeren het hortende veulen verzwakt door droogte.

Al wat je weet is, je weet het geeneens,
maar bevreesd ben je wel. Schaduw van maan
waar de grote rotsen afzonderlijk lachen.
Roofdier-zin. Trilharen. Hitte verklikkers

bezetten, segment na segment, deze lengende
aula, dit middernachtelijk schuifel-vlak.
Ze scannen de lichamen, vocht, moleculen
van vlees dat niet weet dat het gloeit, dat het aantrekt.

Geef hem, de zebra, één droombeeld van eerder,
een wens in bedwelmend geploeter vervuld,
een steilere groenwand van suikerend riet.
En zie - hij slaagde erin

in het oplaaiend vaal, over reuzel
en indigo stremmend roze, gekorrelde
dageraadschram. Nog een dageraad dichter bij water.
Een bloed-kwasten, bloed-rake hemel

scheert over de zebra als licht zo wit
op het einde der dingen, de kleine veilige horizon-
taal op het scherm van piloten,
een lijst van genezend juweel.