31-07-2015

Planeet - Spoutnik (pastiche)




Planeet


haar durfde ik niet te benaderen
bang een satelliet te worden
bleef ik haar mijden

ik begon rare banen te beschrijven
plaatsen die ik ijlings verliet
andere die ik alleen op zondag
behoedzaam doorkruiste

omwegen waarin ik soms verdwaalde
lussen die zich over de ganse stad verdeelden

ongewild werd ik toch planeet
één die in haar nacht wilde bewegen
bang voor haar zon en haar leven


(Pierre Plum)







Spoutnik


la femme, je n’osais l’approcher
effrayé de changer en spoutnik
j’enfuyais sa présence

je traçais [désormais] des orbites remarquables
des cercles que j’abandonnais au plus vite
et des autres que j’examinais avec circon-
spection, mais seulement le dimanche

des détours ou des boucles
couvrant toute son âme m’égaraient quelquefois

une lecture en miroir me changeait en spoutnik
un nid fou qui voulait émouvoir dans sa nuit
effrayé par sa vie, son sol lai


(d.s.)



30-07-2015

En ja ✂ Et sûre- / ment (pastiche)



En ja


en ja

we zitten in de tuin
tussen de geraniums
want de rozen zijn uitgebloeid

hoewel
ik ze nog kan ruiken

zeg jij

onze gesprekken ook
ze staan al lang niet meer in bloei
of neen
ja neen
soms horen wij nog wel een woord
doorheen het bijengezoem
soms ja neen
is er nog wel eens kruisbestuiving
en zegt de ene wat wat de ander
ook nog eens voelt

voorzeker zijn het de geraniums
die het doen
niet in de grond maar in potten
op de vensterbank

niet zo mooi als rozen
maar beter tegen onweer bestand

we drinken wijn om niet te bevriezen
in het hete zand we drinken zolang
tot er rozen groeien in ons hand

moet het niet onze handen zijn
zeg je ineens wakker en priemend

meervoud toch

ja neen

je raakt mij met die handen

en ja

ik voel mij weer en jou weer
gelukkig en onthand

(Pierre Plum)







Et sûre- / ment


et sûre- / ment

nous flânons dans l’enclos
entourés de névroses
les roses, hélas, sont fanées

bien qu’en corps
je respire leur parfum

tu exprimes

comme nos conversations
elles fleurissent, elles, non plus
c’est pas certes
ou sûre- / ment — c’est pas certes

quelquefois à travers le bruit sourd
des abeilles nous chopons,
bien en corps, un vocable

sûre- / ment quelquefois, c’est pas certes,
il y a, bien en corps, quelque fécondation
et la phrase de l’un peut toucher, bien
en corps, quelques fibres de l’autre

sûre- / ment les névroses
se mêlent là-dedans
pas nu-pieds, mais fourrés
aux fissures de la peau

pas si belles comme des roses
mais plus résistantes
au tonnerre des tempêtes

nous buvons du rosé pour ne pas congeler
sur ces sables mouvants — nous cessons
à trinquer quand des roses
convainquent notre main

ça doit être nos mains?
tu remarques éveillé et perçant

en pluriel donc?

sûre- / ment, c’est pas certes

or, ces mains me tripotent

et sûre- / ment

je me sens, je te sens de nouveau
florissant et sans mains

(d.s.)


29-07-2015

ritueel ✂ ritourn- / elle (pastiche)





Ritueel

zijn croissant met bessenjam
doet hem elke morgen weer
aan Flipje denken
het bessenventje
uit de Betuwe

dan vraagt hij steevast
aan zijn vrouw
'hoe zou't nu nog met Flipje zijn’

haar geijkte antwoord
'hij is nu ongelukkig en getrouwd'
is balsem op zijn wonden

(Pierre Plum)





ritourn- / elle

sa croissance sans groseilles
lui rappelle, chaque matin,
la pelure de banane
en latin
populaire

la question fait retour
sur elle-même: 'quelle pelure
de banane est assez populaire en latin'

la réponse sans retour
‘celle qui bouche sans barrer'
ne peut faire que plaisir [étern- / el]

(d.s.)




29-04-2015

Gegenstände ✂ Voorwerpen














Ulf Stolterfoht feat. DJane Husserl
Gegenstände/Voorwerpen

Vertaling: Ton Naaijkens




(5)

maar hoe zit het met deeltjes? puik? we stoppen ze in de logische
ruimte van het kleiner zijn. en muggen? stofjes? komen in behoor-
lijke zwermen voor. en deeltjes zonder wat voor massa ook? dat zijn
de moeilijkste van allemaal: vermoeide deeltjes, broeierige deeltjes,
stukjes, vruchtjes, heffingsvrij ver. überhaupt: een vers met je

neus erop als vers te herkennen is helemaal niet zo eenvoudig. of
water als uitgestrooid voorwerp. en hier nog wat om over te gniffelen:
wat ons namelijk daarnet met betrekking tot de ideale voorwerpen
hoofdbrekens kostte – dat alle tot in de puntjes gekwantificeerde con-
ditionalissen over deze voorwerpen triviaal waar zijn -, schijnt ons

nu opeens koud te laten. klassen verkassen. ze brengen – gooi jezelf
daarom niet meteen op de vuilnishoop – verdomme nog aan toe
elementen met zich mee. ‘zoals daar zijn’ behoeft men in deze context
niet in ’t bijzonder te vermelden. ‘haakjes open’ onthult onbehouwen
rode parenthesen-lap. en neemt hem met dank op de koop toe. voor hij

opengaat, met gekreun welteverstaan, definitorisch aftrek: de vol-
gende, nauwsluitend omvatte elementen zijn zonder uitzondering
voorwerpen. lyrische voorwerpen. vooruit met de geit! (spechten,
vlechten, drachten, exen; heksen ook, geigertellers, brokken, pruiken.
naast de pruiken bepruikte, baarden als boutensnoeiers, sinaasappel-

spleten, kalfsgehakt, hellup, schietgeweer; alle oeroude boswachters.
niet zelden bevatten klassen wederom klassen, onvoorstelbare
werelden, machtige keulse dreuners, of aanmaakhout, mossen, spaan-
ders en spateltjes, theoretische broek, de neef uit dinges, reuzenapen;
koud bloed met hoefbehang – om te beginnen. zie verder de aftiteling.)




(5)

was ist jedoch mit teilchen? los? wir siedeln sie im logischen
raum des kleinerseins an. und mücken? und stäubchen? sie sind
uns in betrachtbaren schwärmen gegeben. und teilchen ohne je-
de masse? das sind die schwierigsten von allen: müde teilchen,
schwüle teilchen, stückchen, früchtchen, hebungsfreier vers.

überhaupt: einen vers aus nächster nähe als vers zu erkennen, ist
gar nicht so leicht. oder wasser als verstreuten gegenstand. und
hier noch was zum schmunzeln: was uns nämlich oben hinsichtlich
der idealen gegenstände kopfzerbrechen bereitet hat – daß sämtliche
allquantifizierten konditionale über diese gegenstände trivial wahr

sind -, scheint uns nun auf einmal kalt zu lassen. klassen verblassen.
sie haben – schmeißt euch deshalb nicht gleich weg – verdammt noch
mal elemente im schlepp. “als da wären” muß man in diesem kontext
nicht eigens erwähnen. “klammer auf” hat kruden parenthesen-vorder-
lappen. und nimmt ihn dankend in kauf. bevor er sich öffnet, mit ei-

nem ächzen, versteht sich, definitorischer abstrich: die folgenden, haut-
eng umschlossenen elemente sind samt und sonders gegenstände. ly-
rische gegenstände. dann aber los! (spechte, flechten, trachten, echten;
auch hexen, geigerzähler, klötze, zöpfe. neben den zöpfen bezopfte,
bärte wie bolzenschneider, apfelsinenspalten, kalbsbrät, hülfe, schuß-

gerät; die ganzen uralten forstamtsgestalten. gar nicht so selten sind in
klassen wiederum klassen enthalten, unsägliche welten, hochmögende
dröhner aus köln, dann anmachholz, moose, span und spächtelchen, theo-
retische hose, der vetter aus dingsda und gewaltige affen; kaltblut mit ek-
latantem hufbehang – das war erst der anfang. rest folgt dann im abspann.)





27-04-2015

moi, je bois sur le zinc — and i sink / want ik drink aan de toonbank





turen, uur lang

                      dan een f’loep: f’loep

perspectief zonder heft
wordt vervangen door beeld van een boom,
de appel van -bomen — p’ardaf

deze ruil brengt (warempel) het hoofd in de war

waarom toch een appel en -bomen .. ?
waarom een Pink Lady .. ?
waarom, tiens, een boom met P- / ink Ladies die dromen .. ?

[S₂ S₂₃]

de uil in mijn hoofd is flatteus als een kool, inderdaad

maar waarom dat appel
dat de schilder van Frog with Umbrella maskeert,
die vermeende R. Appel-reactie .. ?

serviel sta ik stil bij de cirkel die rond is:

denk niet dat het hier om de twistappel gaat
of om Eva — een fabel
maskeert het tekort van de leemte, de crash

van de schuld
die niet-goed-en-niet-kwaad-is
maar sier, overbodig versiersel

[refr- / Heintje]

een zwijg en wees mooi, zoals Appel het zei

[h]ik, ik drink aan de toonbank — and sink
car je bois sur le zink

energie die me aankijkt:

extase is rij- / mloze schulden vertalen
in rijmloze schuld









morte-saison

                    puis un v’lan: v’lan

des pensées sans poignée
remplacées par l’image d’un arbre,
la pomme des pommiers — p’atatras

cette relève (en vers blancs) met la tête à l’envers

ah, pourquoi des pommiers .. ?
ah, pourquoi une rein- / ette .. ?
tiens, pourquoi un pommier de reinettes é- / toi- / lées .. ?

[S₁ S₂]

oui, ma tête à l’envers, elle est chouette comme un chou

mais pourquoi cet appel
qui camoufle le peintre de Frog with Umbrella,
ladite réaction d’R. Appel .. ?

je me jette tête baissée dans ce cercle vicieux:

ne pense pas qu’il s’agit de la pomme de discorde,
ni d’Ève — un rêve
camoufle le trou de la faille, la faillite

de la dette
qui est entre-le-zist-et-le-zest,
un zizi

[ritourn- / elle]

un tais-toi et sois belle, comme disait K. Appel

moi, je bois sur le zinc — and i sink
want ik drink aan de toonbank

une vitalité qui me guette ..

la transe, c’est traduire des dettes blanches
en dette bl- / anche










22-04-2015

ô reine farce, ô phare d’eau ✂ o vorst- / in, natte haard






// gespin

dat rond- / borstig de welving, versneden
in deeltjes, bezingt

valse schijn

dus opnieuw [in die hoek van een uithoek]

// gesnurk

dat ontnuchterend werkt
en een droomflard maskeert

           o vorst- / in, natte haard,
           wie is wars zonder waard?

maar de voile zal het oor niet tot last zijn,
niet echt

draaierij

dus, opnieuw dus

// gemopper

dat aanvangt met rein: een verhaal zonder aal-
put of schei- / ding? niet denkbaar —

al dacht ik het wel

loze deur

           die ons leidt naar de eelt
           van een beeld zonder handvat
           dat domweg mechanisch geduid wordt
           als onzin

           als afgond, bv.

nadien wordt de stilte een andere stilte









// ronron

qui nous chante la rondeur de la courbe,
coupée en morceaux

faux-semblant

de nouveau [dans cet angle d’un coin]

// ronflement

flegmatique,
qui camoufle le rêve

           reine farce, ô phare d’eau,
           qu’est-ce qu’un dé sans défauts?

mais le voile ne sera un fardeau pour l’oreille,
pas vrai- / ment

faux-fuyant

de nouveau

// ronchonnement

qui commence par l’histoire sans toi-
lette, sans chi- / ottes? pas possible —

on tente l’impossible quand même

une fausse porte

           qui nous mène à ce cal
           d’une image sans manche
           qui est machinale- / ment qualifiée
           comme non-sens

           comme abrîme, p. ex.

après, le silence est un autre silence        





20-04-2015

afgond ✂ abrîme








2 delen, 2 onder-
verdeelde geslachten doen mee: ze vermengen?

het ene loopt leeg (paradigma), lekt uit

d.i. doorgaand
verkeer

voorovergebogen, met bochten — het bekken
lekt uit, wordt gedempt

met onthoofde gedachten



‘Johannes de Doper’, de uwe



‘Medusa’



temeer ‘Thomas More’, een verrader, dat zegt men



‘een hydromedusa is ZEKER geen kwal’



indertijd

wist het monstrum — ziehier onze draak,
onze draak met een lofzang — het bekken te mijden

[het at

platte koek van Ver- / kade
om NIET onbedekt te verdwijnen
in kwallententakels: ‘the frumious

bandersnatch’]

ook jij bent erbij,
de sigaar

platte koek werd uitsluitend gebeiteld door moeders:

een afgod als afgrond









2 parts, 2 parties
génitales participent: elles se mêlent?

une s’écoule (paradigme), se vide

la fluidité
de la circulation

le bassin — des seins bas, mais sympas —
est vidé, est rempli

de pensées acéphales



‘Thomas More’, le dit traître



‘Méduse’



et essentielle- / ment votre ‘Jean le Baptiste’



‘une hydroméduse n’est POINT une méduse’



plus tôt

le mélo — nous voilà en mélo,
plein mélo — contournait le bassin

[loin du quai

il mangeait des galettes
pour ne PAS s’exposer aux des- / seins
des méduses: ‘the frumious

bandersnatch’]

toi aussi,
tu es cuit

ce n’étaient que des mères qui cuisaient des galettes:

des abris comme abîme










28-11-2014

3 Arnolfini’s: J. Zwagerman (perzik), D. van Bastelaere (zonder ooft), ds (abri- / koos)





Jan van Eyck kon je mij niet geven
want Van Eyck gaf mij al aan jou.

De hond die wij niet hebben
kwispelt onze handen hier bijeen.
De kroonluchter is kleiner
dan mijn grote zwarte zware hoed.
In de niet-van-onze spiegel krimpen
wij frêle opgebold tot schildersoog.
Mijn schoeisel heb ik uitgetrapt.
In een klein gebaar hef ik mijn vrije hand.
Jij bent niet in verwachting
van het kind dat Jan van Eyck
ons overreikt. Het plooiend groen
spiegelt de naden in je ziel. Geen kunstenaar
die zo met onze hedendaagsheid speelt.

Doen wij hier thuis aan fruit?
Er liggen perziken vlak bij ons open raam.
Iemand heeft iets op de muur gezet.
Een tag, annonce, plaatsbepaling:
Jan van Eyck ziet ons doorluchtig
en doorzichtig spiegelbeeldend aan.
Ik ken mijn antecedenten niet. Jij
zult wel Beatrice zijn. Je bent vooral vrij.



(Joost Zwagerman, Voor alles, Gedichten, 2014, 49)








Jan van Eyck, Huwelijksportret van Giovanni Arnolfini en Giovanna Cenami










































































Jan Van Eyck,
De Arnolfini-bruiloft (1434)

Dirk van Bastelaere / Jan van Eyck


1

Ze cirkelen traag door de gotiek
Van de leegte. Een paar voor de tijden
De handen opeen.

Zijn hoed is een onding
Dat de dood niet belemmert en de val
Van de stoffen laat zijn lichaam vermeend.

Zo wil ik denken dat het toen al
Wegbleef en wellicht,
Geheel anoniem,

In een kerkvloer van hardsteen verviel.


2

Dit paar uit het elders,
Van perfectie verwezen,
Het zal bestaan

Door de man in het midden
Zich noemend Van Eyck
Bood hij zich aan als getuige.

Ook nu in die opstelling
Smokkelt hij zich de tijd uit;
De bolronde spiegel weet hem te bewaren.

Dat men kan zeggen, turend
Naar binnen : dank zij afzijdigheid
Zal hier zijn geweest

De spiegelman Dirk van Bastelaere.



(Dirk van Bastelaere, uit: Pornschlegel en andere gedichten, 1988)

















































[81,8 x 59,7 cm]



quelque chose se règle: het kost
abri- / kozen geen moeite
te veinzen (te veinzen?)

een j —
een wijdlopige j (dynamiek van het lid-
woord), de naam, zijn expansievermogen,
een acrobatiek in het — zegt u het maar — het bekende:
het ik en wat verder de ik-idealen,
kunstmatig begroot: j’apparais
au miroir, donc
j’existe?

c’est le voir dans pou- / voir, cher van Eyck?

wel, daar gaat het niet om, kaart u aan?
geen brokaat zonder goud? geen
gezwollen verschil in een cirkel gezet?

er werd rukwind voorspeld,
geen verschonende zakdoek, noch zalf —
le miroir susceptible de choir

tussen kwast en
geprangd tussen kwast en
een halfrode boksbal vertaalt haar gelaat
le mépris, die God- / ard (dat mag blijken) kopieerde,
in naaktscènes goot — B.B. bloot

c’est le ça dans sça- / voir?

slechts de spin die Bourgeois, die Louise (dat bleek
en terecht) al vermoedde, maman, is absente
of afwezig or gone

ou mangeons le produit, donc,
son voile est blanchi par des ans? terwijl
[opbiechtend] bloed door het bed wordt weerspiegeld?

Gi- / o- / vanna
Gi- / o- / vanni

dynamiek van de slash
en een oplichtend spel in dit kanselgedicht — er werd
rukwind voorspeld / en een vonk
die slechts vonkt als het avondrood blauw is:

le chien pavlovien,
sécrétion salivaire,
programmatisch gekwijl,
relatif à Pavlov (dat zou blijken), verbindt,
vangt het licht dat in glansrichting strijkt,
mijdt de wasbeer in wasco
die troont in de blik

hij kijkt op, zij [is sunblock,
haar hoofd staat nog los] eerder neer

hypotheses op poten,
hoe heet dat alweer? hij kijkt neer
met een scheefstand van ogen, gekamd
door de ronding, op iets, op een schim
die zij fris ondermijnt

werd de breintocht,
de bruintint van lichaam en -seigen besef
hier misleidend bedekt met een hoed
die [het lid- / woord] benadrukt?
de messing verlicht?
compenseert?

compenseerde?

de boksbal hangt stil,
quelque chose se règle —
des voeux aveuglants se succèdent

et choient

les souliers ne soulagent, passage
van ding, eromheen, naar object, à l’objet
fétichiste, eromheen, eender hoe,
is semantische inteelt (zo bleek,
in de twintigste eeuw)

reducerend duel met zichzelf
in een waaier essenties: de hand
— comme des gestes gesticulent! —
anorectisch geheven, zo
fijn dat de daadkracht verkleint, mais
le suc ne suffit, liet de blinde
met borsten (reeds eerder) verstaan

dan maar acrobatiek
van de handpalm, er rond,
eromheen, hand-in-hand-
fenomeen, eender hoe

c’est le voir dan sça- / voir?
kiekeboe?

zo
de uren p.m.
als het knagen blijft duren,
geen hoop [crystal meth]
maar het werkt,
al zo lang,
als confettigordijn

c’est pourtant la lumière
qui déborde, dépasse, à la fois
obscurcit l’abri-
cot [à côté de la vie]



(ds, ongepubliceerd)





27-11-2014

000000 0000 01





LA VIE: SONNET



000000 0000 01
011010 111 001
101011 101 001
110011 0011 01

000101 0001 01
010101 011 001
010111 001 001
010101 0001 01

01 01 01 0010 11
01 01 01 01 01 11
001 001 010 101

000 1 0 1 001 00 0
0 0 0 0 0 110 0 0 0 101
0 0 0 0 01 0 0 0 0 0 0



(klankgedicht, Jacques Roubaud)