Een dichtbundel met op de frontprent een zwierend koppel (hij op zwarte schoenen, zij op witte sokken) en op de achterflap reeds het woord laarzen kan een zoektocht naar schoenen onmogelijk ontgoochelen. Zeker als men daarbij weet dat Geheimen van Grzimek voornamelijk (de gevolgen van) oorlogsgeweld (om niet te zeggen la condition humaine) en derhalve essentie verdicht.
Het bleek. Geheimen van Grzimek telt nogal wat tranen (waaronder één kunsttraan, 16), en paar olijven, één onuitgesproken vijgenblad ("morgen, naakter dan de eerste mens", 43), drie broden (20, 43, 56) en negen (u leest het goed negen) schoenen.
Het schoeisel dat de Boose ten tonele voert is op zeer merkwaardige wijze in te delen in twee categorieën. Eén: de hakken van de vrouw als lustobject (12, 36, 52).
".. wij baden in de Vuile Duivel, likken / yucca, tamarisk, dondersteen. / Des nachts dwalen we, fluiten naar hakken / waaruit cowgirls groeien, / stelen en breken harten. / Ezels wijzen de weg, een bord paait Jezus lééft.." (52)
Naast die hakken (alsof het twee uitersten van een gemoedstoestand, twee keerzijden van eenzelfde medaille betreft) van voet ontdane schoenen, of misschien beter van schoen ontdane voeten van de dode (44, 56), de slapende dromer (43), de vrome boetschuldige (37, 42).
"Duizend mijlen reizen met voeten / van glas en zwijgend als een monnik / tot diep in de oude, koude eeuw. // De grenzen van een onecht rijk / afpassen, hier en daar een paal slaan, / talen horen sterven. // Slapen op een oven in een boerenstulp, / weten dat de akkers branden, // dat het bloed kniediep staat / in het slachthuis. // Ontwaken in de zuiverende kou. // Het glas breken. Je voeten wassen / in de Zwarte Zee." (42)
En hors catégorie, als was het de uitzondering die de duifgrijze regel bevestigt (moet bevestigen), een groene sanseveria: "woorden met hun vieze laarzen en hun natte hoed" (36), ja.
Blijf spoken, bewoners van vergane eeuw.
Ik laat het licht vannacht wel branden
zodat het warm blijft in het labyrint.
Blijf spoken in het land van leeuwen,
sfinxen en matrozen. Ankers roesten weg
als ploegen, de zee bevriest.
Blijf spoken in het land van holen,
de kluister van de drie dimensies is gebroken,
het ijs kraakt als kristal.
Blijf spoken in zwart fluweel van lege nachten,
in bont op geile hakken, in zinnen
als: Lieve worgengel, waar is je Spaanse sjaal?
Blijf spoken in de doolhof waarvan ik alleen
de legenda ken, op deze akker, op het veen
waar doden en fantomen wonen.
Blijf spoken, straatrat, stemrumoer,
woorden als verboden, als brons,
woorden met hun vieze laarzen en hun natte hoed.
Blijf spoken, aanlokkelijkste, meest verdrevene,
meest gehate, meest verkrachte, meest vergetene.
Ontloop geen gif of laster. Wees onsterfelijk.
(Johan de Boose, Geheimen van Grzimek, 2010)

