Posts tonen met het label Leo Pleysier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leo Pleysier. Alle posts tonen

27-09-2010

Always the mother XII (denial is not only a river in Egypt)


© Marc Chagall



Dieperik, een dun boekje met een gepaste titel - áls je het leest met de ontbrekende ondertitel denial is not only a river in Egypt in het achterhoofd. Zo las ik het ook om in de vreemde epiloog van één enkele bladzijde bij het glanspunt te belanden: ".. Maar ten slotte is alles terug opgediept, opnieuw op scherp gesteld en in taal omgezet - en dat terwijl mijn oorspronkelijke ervaring van die zomeravond in de eerste plaats met welbehagen, met verbeelding en met zinnelijkheid te maken had. En zo is die herinnering nu verdubbeld geraakt tot twee herinneringen: de ene mét woorden, de andere zonder" (slotzin). Ik had graag de verwoording van de tweede versie (de herinnering zonder woorden) gelezen, de eerste versie met woorden laat het verdrongene onbesproken, wat niet wegneemt dat het verdrongene (zoals steeds overigens) vermomd terugkeert, hier via de betekenaars water, melk en klei.

Een lezing van Dieperik vanuit de betekenaars vijgenblad, brood en schoen levert dan ook eerder bijkomstigheden op. Een zwembroek, 41, als surrogaat voor het vijgenblad. "Alles .. vertrapt onder de reuzenlaarzen van de vechters", 65, een verplaatsing van het innerlijk conflict naar (verontwaardiging over) vijandelijkheden tijdens wo II. "Zondagse schoenen, gepoetst en opgeblonken", 14, zoals het hele lichaam overigens. "De handen [van ovenarbeiders] .. hard als het leer van een schoenzool", 33. "Een paar boterhammen met jonge melkerijkaas", 54, waarbij vooral de kaas (verzadigd van melk) opvalt. Ook in het fascinerend g/beschreven overzicht van wat men in een mensenleven zoal doet, 90-97, vind je (als fait divers) brood en een paar schoenen. "Bij de bakker een brood gaan kopen", 91, "een paar nieuwe sportschoenen" eveneens, 94. "De brooddoos van onze oudste achternabrengen", (92).

Melk daarentegen en water en klei zijn (in mijn lezing) zwaarbeladen. In eerste instantie  melk die te herleiden is tot de zinnelijkheid waarover Pleysier in de epiloog gewaagt en in het boek met geen letter gerept wordt, melk die te herleiden is tot de primaire verhouding tot moeder, melk, de tandeloze voorloper van brood (in tegenstelling tot het 'o, vader in de hemel, geef ons dagelijks brood'  als stadium voorbij de moeder).

".. Ondertussen zitten een beetje verderop moeder en nonkel Wies zwijgzaam en met z'n tweeën de koeien te melken die door onze hond in een hoek van de weide bijeengedreven zijn - het gaat om een paar pasgekalfde koeien die de eerste dagen met de hand gemolken worden. Dat wil zeggen: laag bij de grond neergezeten op een houden krukje, met de stekende middagzon bijna pal boven je hoofd en ondertussen geplaagd door vliegen en blindazen; en maar twee handen aan je lijf voor de vier spenen die aan de gespannen uierzak zitten. Bij de ene koe moet je tegelijk heel hard knijpen en trekken eer de melk tevoorschijn komt, bij de andere hoef je de spenen maar amper aan te raken of het komt er al uit gedruppeld. De geelachtige, bijna stroperige biest die de warmte van het stomende koeienlijf heeft. De vette melk die in de zomer naar klaver en Engels raaigras smaakt en in de winter naar rapen, naar hooi en naar silovoer. Het zzzp-zzzp van de melkstralen in de roestvrijstalen emmer waarin een schuimkraag groeit terwijl de uierzak al aan het krimpen en aan het slap worden is. Maar pas op, blijf ondertussen steeds beducht voor de zwiep van de koeienstaart waarvan je het uiteinde op ieder ogenblik ineens vol in je aangezicht kunt krijgen, en kijk uit voor het moment dat de koe, het getrek aan haar spenen beu, ineens en zonder verwittiging op stap gaat en die jou dan alleen achterlaat op je krukje, met tussen je bezwete knieën een emmer die nog niet eens halfvol is. Dan ben je niet alleen verbaasd maar ook vernederd door zo'n koebeest. Hoewel, wees blij dat je emmer dan niet omver ligt en dat al de kostbare melk niet op de grond vermorst en verspild is. Oef..", 24-25.

In het overzicht (met hoofdzakelijk 3- tot 7-woord-zinnen) van wat men in een mensenleven zoal doet komt melk uitgesponnen terug: ".. de Winkler Prins raadplegen (daar staan foto's en afbeeldingen in van Tibetanen die hun jaks melken, van Berbers die hun schapen melken, van Blauwe Mannen die hun kamelen melken, van Massai die hun langhoornvee melken, van Sardijnse herders die hun geiten melken, van Fulani die hun witte bultkoeien melken, van Lappen die hun rendieren melken, van Mongolen die hun paarden melken, van Aymara-indianen die hun lama's melken), ..", 90.

(Verheerlijking van) klei gediept uit moeder aarde verdoezelt onuitgesproken schaamte (over lage afkomst?) met daarnaast ".. witte klei waaruit door Gods hand eerst Adam is geschapen en pas daarna de vrouw, uit de rib van de man, in die volgorde en niet andersom, zegt de meester..", 66.

In derde instantie water, waarin de ik-persoon als kind haast verdronk. De verdringing, gemotiveerd door schuldgevoel, is hier omzeggens compleet. In het cruciale overzicht komt het (zoals het hoort) bovendrijven: ".. toekijken hoe drie autowrakken door de Civiele Bescherming uit het Albertkanaal worden opgevist en op het droge getakeld (een BMW, een VW Golf, een Fiat Punto - in een van de wrakken zaten de lichamen van twee vermiste mannen uit Sint-Truiden en Diepenbeek..", 92, ".. het verslag lezen van de zoekactie van 11 november 1986 in het kanaal Brussel-Charleroi die uitgevoerd werd onder leiding van het parket van Dendermonde (er werden door de duikers twee zakken bovengehaald met daarin een pistool 7.65 mm met rijkswachtinsigne, in stukken gezaagd en de slagpin eruit verwijderd, een Arminus kaliber 38, een .22 long rifle, een revolver 357 magnum, een Centaure kaliber 10, honderdvijftig patronen met Legia-eendenhagel, een babykoffer, een kogelvrij vest, stukgezaagde onderdelen van Beretta- en Ingram-mitrailleurs)..", 94.

Ik wacht geduldig, zoals ik reeds schreef, op de verwoording van die 'versie zonder woorden' - benieuwd welke lenteschoenen daar in voorkomen.


(Leo Pleysier, Dieperik, 2010)


Leo Pleysier over Dieperik
Erik de Smedt over Dieperik


11-04-2010

Soulier XII (Pleysier)




© Vincent van Gogh


".. Een beetje moeizaam gaat het. Zij heeft óók die gang van mijn moeder, zie ik. Typisch misschien wel voor een hele generatie van plattelandsvrouwen wier voeten nog in houten klompen waren uitgegroeid en vereelt. En wellicht is ze net als mijn moeder ook nooit echt gewend geraakt aan het leren, knellende damesschoeisel dat ze achteraf gaan dragen is .."

(Leo Pleysier, Wit is altijd schoon, 1989, 115)

Shoe-note : op pg. 34 schiet een oudste dochter plots "uit haar sloffen". Ongecontroleerde woede ontdoet zich schijnbaar van stabiliserend schoeisel. Op pg. 50 vraagt de dode moeder zich af : "En wat had ze aan haar voeten, ons Yvonne ? Had ze haar nieuwe schoenen aan ? Want ze had nieuwe schoenen gekocht, zei ze aan de telefoon. Bij Van Bergen.". Zou jaloezie de dood overstijgen ?